nummer van 09/02/2013 door

‘Golden brown’ van The Stranglers

Een Ghanese wals

https://youtube.com/devicesupport

We zitten in de auto en zoeken naar een goed radiostation. Niet makkelijk. Op de meeste zenders komt uitsluitend hiplife (een Ghanese muziekstijl die hiphop, Afro-beat en dancehall vermengt) voorbij en dat klinkt na het eerste half uur al snel als een nummer dat nooit meer stopt. Na een tijdje hoopvol van zender naar zender te zijn gesprongen komt er eindelijk een bekend ritme binnen: Marvin Gayes‘ ‘Mercy Mercy Me’. De dj, net zo enthousiast als wij, draait het nummer twee keer achter elkaar (“You know what, I’m just going to play this again!”) en hij laat zijn microfoon aanstaan voor een duet met Marvin. Welcome to Ghana.

In een hotel in Kumasi ontmoeten we twee jonge Engelsmannen die al een paar weken door Ghana reizen. De eerste stelt zich voor als James en doet hier onderzoek voor zijn scriptie, de tweede heet ook James en is de  bodyguard (van James 1). De scriptie brengt ons meteen op muziek: James 1 schrijft over Afrikaanse muziek en heeft daarvoor al een paar interviews gedaan met grote namen in de Ghanese scene. Hij is op zoek naar gemene delers in Afrikaanse invloeden in Westerse muziek en vice versa. Terwijl we praten komt er, zoals gebruikelijk, hiplife uit de speakers achter de bar, courtesy van de barmedewerkers. We zijn het met elkaar eens: voor onze oren is hiplife een van de minst inventieve, meest repetitieve muziekgenres die er bestaat, maar er is geen ontkomen aan. Misschien is het onze verbeelding, maar de gezichtsuitdrukkingen van de barmedewerkers lijken te vertellen dat ze het diep van binnen met ons eens zijn.

We zijn als laatste over in het hotelrestaurant als we besluiten het verloop van deze avond in eigen handen te nemen. James 1 haalt zijn iPod-dock en we pakken alledrie onze iPods. We gaan een chain maken: om-en-om een zo goed mogelijk nummer afspelen dat logisch voortvloeit uit het voorgaande liedje. De rondjes Star Beer blijven komen en we beginnen aan een lijst die waarschijnlijk in geen enkele andere context logisch was geweest, maar hier, op dit moment, precies de goede snaar raakt: Nina Simones ‘Four woman’, Souls of Mischief met ’93 ‘til infinity’, ‘Shores’ van All Saints… Om twaalf uur wenst de bediening ons een fijne avond en laat ons achter met de muggen die ons met kusjes komen bedanken voor de muziek. We hebben het niet helemaal door, maar we zweven alledrie en klein stukje boven de grond; het is ongelofelijk hoe de muziek in deze omgeving – in dit land – zo nieuw, vers en warm klinkt. De beurt is weer aan James 2. Na een kleine pauze begint er een klavecimbel te spelen en zuchten we alledrie diep. Wat een goede keuze. Het is vier uur ’s ochtends en met deze laatste wals eindigt de avond.

Zes maanden later speelt die klavecimbel nog wekelijks door mijn hoofd. Ik probeer verschillende toonhoogtes om te kijken of ik dan vanzelf in het refrein val. Nee. Als ezelsbruggetje had ik mezelf beloofd te onthouden dat er in de eerste zin een kleur wordt genoemd, maar ik voel niks opkomen als ik de kleuren blue,red of green in de vervormde melodie probeer te verwerken. Ik kende het nummer voordat ik naar Ghana ging, kon het niet meer uit mijn hoofd krijgen tijdens mijn verblijf daar, maar nu, terug thuis, is het heel ver weg.

Pas als op een zondagochtend om 7.03 mijn wekker gaat hoor ik een bekende melodie uit de kleine speakers van mijn radio komen. ‘Golden Brown’ heeft Ghana eindelijk verlaten.

Tags: , , , , , ,

-->