nummer van 05/01/2013 door

‘The man who owns the place’ van Balthazar

De roodharige eigenaar

*** BALTHAZAR // The man who owns the place ***

I have seen the eyes upon us
And I don’t think they want us to get there

Drie maanden geleden kwam ‘The man who owns the place’ van de Belgische band Balthazar iedere dag minstens twee keer voorbij op de Franse radio. Franse krant Libération nam het album Rats op in zijn lijstje van beste albums van 2012 en noemde het werk van het schrijf/productie-duo Maarten Devoldere-Jinte Deprez ‘verslavend charmant’. De band won voor zowel deze als de voorgaande plaat (Applause, 2010) een lange lijst aan prijzen, waaronder twee maal de Music Industry Award (een Belgische muziekprijs) voor beste album. En nog een soort overwinning: aan onze kant van de grens begonnen opnieuw de discussies over waarom een Belgische band weer flikte wat Nederlandse groepen niet lukt. En ook nog iets over het Groot Dictee der Nederlandse Taal.

Hoewel de debuutplaat van Balthazar inderdaad al hongerig maakte naar meer, was het, in retrospect, nog maar het begin. Daar waar Applause van liedje naar liedje sprong – soms poppy, soms wild in gitaarspel – is Rats in zijn geheel wijzer. Geen raggende gitaren, maar galmende violen. Rollende drumpartijen en akoestische gitaren zetten een mysterieuze sfeer neer die op de hele plaat vastgehouden wordt en waarmee de nummers subtiel en natuurlijk in elkaar overvloeien. Het geluid van de plaat is origineel, verfijnd (mede te danken aan producer Noah Georgeson[1]) en houdt tegelijkertijd op alle nummers een bepaalde luchtigheid die past bij het roodharige jongetje van de mooie albumcover (afbeelding hieronder). Maar het mooiste van Rats is misschien wel dit: Devolderes stem. Zo rond en zo vol karakter. De nonchalante zinnen hangen zo lui tegen elkaar aan dat je je steeds afvraagt of het volgende woord nog wel gaat komen, terwijl Devoldere alsmaar grote bogen maakt en de juiste noten net te laat raakt. Als je zo’n praat/zangstem hebt, gebruik het. Zo vaak als je kan. Zoals hier:

Well I loved you for your madness
But now it has grown out of proportion through the cracks in your throne, sister

Net als je je af gaat vragen wat er na drie minuten gaat gebeuren om ‘The man who owns the place’ een nieuw impuls te geven, concludeert de zanger dat het nu echt over is en beginnen om 3:01 een kapotte gitaar en een shaker naar een volmaakt rond einde toe te werken. Het is te snel afgelopen, want je blijft nog met teveel vragen achter. Wie is die man who owns the place. What place? En dan, uit het niets, start een gekke spookhuiswals, inclusief gefluit. Het is bedtijd en het roodharige jongetje rent vlug de stenen traptreden van een oud kasteel af, terug naar de veiligheid van de badkamer van zijn ouders. Hij trekt een kruk naar de wasbak, gaat er op staan, en begint zijn tanden te poetsen. Hij denkt na over alle avonturen die hij vandaag beleefd heeft en welke er nog komen gaan; voetbalwedstrijden, de eerste tweedehands auto en het vriendinnetje met de perfecte glimlach. Zijn baardje wordt later rood, maar is nu nog wit.

  1. [1]Noah Georgeson werkte eerder onder andere met Devendra Banhart en The Strokes.

Tags: , , , , ,

-->