nummer van 13/12/2012 door

‘Palolo’ van Sol Hoopii Trio

W.F. Hermans draait Hawaïplaatjes

Sol Hoopii Trio – Palolo

Ik hield hem altijd voor een klassieke muziekliefhebber. “Bach is mijn leermeester”, zei hij in 1993 tegen weekblad Elsevier. “Als de Mattheüspassie onder Mengelberg werd uitgevoerd, was ik niet van de radio weg te slaan. Later kwam Chopin erbij.” Hij ging er prat op dat zijn boeken waren opgebouwd als klassieke muziekstukken en gebruikte muziektermen als tempi, allegro en andante om de structuur van zijn verhalen te duiden. Klare taal.

W.F. Hermans in Noorwegen.

Groot was mijn verbazing dus toen ik hoorde dat een van Nederlands grootste schrijvers, Willem Frederik Hermans, een zwak koesterde voor een stijl die ik nooit achter hem had gezocht: hawaiianmuziek. Nog verbaasder was ik toen ik de achterliggende reden hoorde. We kennen Hermans als iemand wiens wereldbeeld niet florissant was, onze voorstelling van de werkelijkheid aan diggelen wilde slaan en ons opnieuw naar de wereld wilde laten kijken door ons de ogen uit de kop te beuken. Maar zijn voorliefde voor hawaiianmuziek was terug te voeren op wat hij zelf waarschijnlijk verschrikkelijk banaal had gevonden als iemand anders het hem zou vertellen: de liefde voor een meisje.

Truusje

Richting het eind van de Tweede Wereldoorlog werkte de nog jonge Hermans (1921) in een laboratorium in Kampen. Daar ontmoette hij Truusje, een vrouw op wie hij hopeloos verliefd werd. Hij dacht dag en nacht aan haar, waar hij ook was. Op een gegeven moment zat hij in zijn eentje in een café. In de hoek stond een jukebox met om onverklaarbare redenen twintig hawaiianplaatjes. Hermans stopte alle stuivers die hij had in de jukebox en vroeg álle plaatjes aan. Terwijl door het café de klanken van het zonnige eiland klinken – met zijn weelderige bossen en mooie stranden, waar meisjes met bloemenkettingen je verwelkomen – mijmerde hij vrolijk verder over Truusje. Het hinderlijke caférumoer verstomd door de muziek.

Steelgitaar

De muziek van Hawaï kent zijn oorsprong in de komst van (voornamelijk) Europeanen die eind 18e eeuw op het eiland komen. Koren van protestantse missionarissen brengen de religieuze hymnen die er populair werden, Spaans sprekende Mexicanen introduceren de gitaar en het falsetto. De Portugezen laten de eilandbewoners kennismaken met een gitaartje dat later de ukulele werd, die zo kenmerkend is voor muziek van Hawaï. Honderd jaar later (1889) vindt Joseph Kekuku de steelgitaar uit, dat andere oh-zo herkenbare geluid van het tropische eiland.

Kekuku kwam in 1874 ter wereld in een klein dorpje op een van de eilanden van Hawaï. Als kleine jongen begon hij al met gitaarspelen en experimenteerde hij met allerlei technieken. Dat leidde tot zijn uitvinding van de steelgitaar. Op zijn dertigste vertrok hij van het eiland om naam en faam te maken in de rest van de Verenigde Staten. Helaas is er van zijn muziek echt niks te vinden op YouTube, maar gelukkig wel van een van de andere grootheden van Hawaï die furore maakte op de steelgitaar: Sol Ho‘opi‘i.

Joseph Kekuku (midden) met zijn quintet Birds Of Paradise

Sol Ho‘opi‘i

De in 1902 geboren Sol Ho‘opi‘i wordt gezien als een van de beste en meest virtuoze steelgitaarspelers van zijn tijd. Net als zijn voorbeeld Kekuku verhuisde hij naar het vasteland (Los Angeles) om daar zijn muziek onder de aandacht te brengen van veel meer mensen.

Terwijl in het cafeetje waar Hermans zit één voor één de singles met hawaiianmuziek voorbijkomen, moet op een gegeven moment ook ‘Palolo’ hebben geklonken van Sol Ho‘opi‘i. Het zal hem niet zijn opgevallen. Waarschijnlijk was Hermans met zijn gedachten ergens anders dan bij de namen op de labels van de plaatjes. Met Truusje is het verder niets geworden, maar jaren later zou hij nog steeds met plezier naar hawaiianmuziek luisteren. En dat voor iemand wiens wereldbeeld door jan en alleman als gitzwart wordt bestempeld.

Tags: , , , , , , ,

-->