nummer van 08/12/2012 door

‘Senhor Arcanjo’ van José ‘Zeca’ Afonso

De stem van Portugals revolutie

Zeca Afonso – Maio Maduro Maio

Op 25 maart 2007 is António de Oliveira Salazar, de Portugese dictator die van 1932 tot 1968 aan de macht was, op de Portugese publieke radio uitgeroepen tot de ‘Grootste Portugees’ (een wedstrijd die Nederland in 2004 Pim Fortuyn als winnaar koos, hoewel later bleek dat Willem van Oranje meer stemmen had gekregen). Op nummer 29 staat José ‘Zeca’ Afonso, de zanger en componist die zijn muzikale gave inzette tegen Salazars regime en de Estado-Novo van Salazars opvolger Marcelo Caetano. Afonso werd dan niet gekozen tot Portugals grootste man, maar hij won een veel grotere strijd.

José Afonso werd in 1929 geboren in Portugal. Hij begon op jonge leeftijd al te zingen in school- en universiteitsbands, waar zijn karakteristieke vibrato hem de bijnaam ‘zangmug’ gaf. Na af te studeren met een thèse over Jean-Paul Sartre werd hij leraar, hij trouwde jong, kreeg kinderen en bleef muziek maken. Op zijn 27e bracht hij zijn eerste album uit. Rond die periode begon hij ook actief te worden in de politiek. En rond die periode begon hij zijn muzikale gave in te zetten als wapen.

Zeca Afonso – Cantigas de Maio

Afonso zong in verschillende populaire Portugese groepen en gebruikte deze exposure om zijn boodschap over te brengen; zijn politieke teksten bekritiseerden de dictatuur van Salazar die Portugal steeds verder de armoede in trok. Het was zijn vorm van verzet. Af en aan werd hij gecensureerd, albums werden verbannen, Afonso bedreigd, enzovoorts. Hij maakte alsnog meer dan dertig platen. Dertig platen waarin hij zonder concessies uitte wat voor hem het meest van belang was: zijn zieke land. En tegelijkertijd zijn het albums waarin te horen is dat Afonso een meestertalent voor compositie had. De extreem verfijnde en pure folkliedjes zijn ook zonder te begrijpen wat er gezongen wordt adembenemend mooi.

José Afonso – Senhor Arcanjo

Hier wordt het ongelofelijk. We gaan naar het jaar 1974. Caetano heeft zes jaar eerder het stokje overgenomen van Salazar. Dankzij kleine hervormingen van Caetano hebben oppositiepartijen nu iets meer ruimte om hun stem te laten horen (en gelden) en zij zetten nu alles op alles om het regime omver te gooien. Er wordt een coup voorbereid. Afonso zal hier, nog steeds via zijn muziek, een sleutelrol in spelen. In een kleine voorstad van Lissabon, Pontinha, bevindt zich het geheime hoofdkwartier van waaruit de staatsgreep wordt georganiseerd. Verschillende generaals en majoren staan op hun post om hun verschillende acties te leiden en ze wachten nu op een ‘voorbereidingssignaal’. Op 24 april, om 22.55u, horen ze het: het liedje ‘E Depois do Adeus‘ van Paulo de Carvalho komt op de radio. Het is het teken voor officieren en soldaten om hun positie in te nemen. Maar het echte startsignaal moet nog komen. Een signaal dat door het hele land — en zelfs in het buitenland — te herkennen zal zijn. Een uur en 25 minuten na de Carvalho klinken er opeens marcherende voetstappen op de radio (beluister het hieronder). Het is Afonso’s ‘Grandola, Vila Morena’. De revolutie is begonnen.

Zeca Afonso – Grândola, Vila Morena

Tags: , , , , ,

Leave a Reply

-->