nummer van 19/11/2012 door

‘I’m going to the river’ van Don Cavalli

Stadse blues

DON CAVALLI "Going To A River"

TAK. Genadeloos hard klappert de minutenwijzer weer een slag verder. De klok hangt beneden in de woonkamer, maar elke zestig seconden schrik ik weer op, als wordt er één keer op de slaapkamerdeur geklopt. Het is duidelijk wennen aan de stilte in mijn nieuwe buurt. ’s Nachts hoor je niets anders dan af en toe een trein die rustig zoeft over een laatste stukje spoor naar het Centraal Station. En die wijzer natuurlijk. Ik kijk naar mijn mobiele telefoon, bijna kwart over drie godverdomme. Om half zeven gaat de wekker. Pfff…

Rusteloos draai ik me nog een paar keer om, maar dan besluit ik toch maar om op te staan. Ik trek snel een joggingbroek en een trui aan. De kat die aan het voeteinde van het bed ligt schrikt op en volgt me naar beneden. Die hoopt natuurlijk weer eten te krijgen, de vreetzak. Wanneer ik over de koude tegels van de keukenvloer loop beklaag ik het me dat we toch geen vloerverwarming hebben genoemen. Toch beter naar de aannemer luisteren de volgende keer. Ik besluit even een rondje te gaan wandelen. Op tv is toch niets meer te zien en ik heb al genoeg gesurft toen ik nog onder de lakens lag. Zachtjes trek ik de deur achter me dicht.

Ik loop de straat uit, wacht gek genoeg toch nog voor het stoplicht om over te steken (alsof ik overgereden ga worden of een boete ga krijgen), en wandel nog een klein stukje verder tot aan de brug over de gracht. Ik heb geen idee waarom ik hier heen liep. Het gebeurde automatisch eigenlijk. Waarschijnlijk vertelde mijn onderbewustzijn me dat er aan de andere kant van de straat toch niet veel meer te zien is dan een paar kebabzaken die tot in de late uurtjes open zijn. Ik houd niet van kebab.

De ijzige stilte van mijn straat valt in het niet bij de sereniteit van de gracht waar ik nu sta. Om half vier ‘s nachts. Ik moet binnen drie uur opstaan, maar vergeet dat al snel wanneer ik midden op de brug sta met mijn blik naar de stad gericht, de kerktoren badend in het maanlicht. In de zomermaanden word je hier wel eens vaker vergezeld door reigers, maar niet nu. Nu ben ik alleen met de wolkjes lucht die ik uitblaas. Uitkijkend over het water glijdt er een last van me. Hij plonst het water in en zakt langzaam naar beneden, waar hij kan rusten met de verroeste fietsen. Ik sluit m’n ogen half. Net genoeg om de weg terug naar huis te vinden. Morgen, ik sleep me er wel weer doorheen.

Tags: , , ,

-->