nummer van 02/11/2012 door

‘The Seed (2.0)’ door The Roots ft. Cody ChesnuTT

Op de groei geschreven

The Roots – The Seed (2.0) ft. Cody ChesnuTT

Een groep meisjes, let maar eens op, vormt een aantrekkelijk geheel. Wanneer je ze echter stuk voor stuk bekijkt, moet de beoordeling bijna altijd worden bijgesteld. Wie nog niet bekend is met het zogenaamde ‘cheerleader-effect’, is bij dezen bijgepraat. De muziek van Cody ChesnuTT heeft helaas eenzelfde werking op mij. Zowel in 2002 bij The Headphone Masterpiece als nu met kersvers album Landing On A Hundred, tien jaar later, bekruipt me de gedachte dat ik over het algemeen heel enthousiast kan raken van Cody’s sound – samen te vatten als een mix van funk, soul, hip hop en rock met experimentele neigingen – zijn bij vlagen hese stem en, laten we wel wezen, zijn aangename verschijning. In theorie mag Cody eigenlijk niet ontbreken in de rij puike r&b-zangers in je platenkast.

Maar hoewel ik vol goede moed luister naar beide lp’s en nummer na nummer afstroop in een poging kippenvel al dan niet kunstmatig op te wekken, realiseer ik me dat het mooiste meisje uit Cody’s klas naar de grote stad is verhuisd. Ze heet ‘The Seed (2.0)’ en staat zowel buiten als boven de groep. Ze heeft haar plek tussen het plebs verlaten voor een eenmalige flirt aan de top. Dankzij haar vertrek is ze, omgeven door mensen die het beste met haar voorhebben, de beste versie van zichzelf geworden.

Niemand die erom maalt, Cody inbegrepen. Is het wel of niet dankzij ‘The Seed (2.0)’, de befaamde cover door The Roots waarop Cody ChesnuTT zijn eigen vocalen doet, dat jij en ik nog moeite opbrengen zijn nieuwe nummers na te lopen om iets van soortgelijke charme en daadkracht te ontdekken? Het moet gezegd: ik neig naar het eerste. En dan is het nog niet eens zo dat The Headphone Masterpiece geen charmante of daadkrachtige elementen bevat. Ik noem een ‘Michelle’, spannend en relaxt, ‘Upstarts In A Blowout’, als uit het muzikale brein van Lenny Kravitz ontsproten, en ‘The World Is Coming To My Party’, gewaagd doch pakkend – over experimenteel gesproken. Hetzelfde geldt voor het recente Landing On A Hundred; ik vind het soulvolle ‘That’s Still Mama’ best lekker, ‘Don’t Follow Me’ bezwerend fijn en ‘Under The Spell of the Handout’ charmanter dan veel van de vaak vals gezongen ballads op Cody’s debuut. Maar. Zaten al deze elementen maar wat vaker verpakt in één enkel liedje, zoals dat bij ‘The Seed’ en in overtreffende mate bij ‘The Seed (2.0)’ wél het geval is. Drie krachtige factoren, hieronder opgesomd en afzonderlijk niet of slechts incidenteel te ontwaren op Cody’s andere werk, vormen samen het geheel dat ‘The Seed (2.0)’ boven de rest doet uitstijgen:

1. Een uiterst herkenbare gitaarriff. Sterk vanaf het prille begin, een riff die het hele nummer lang te horen zal zijn, slechts tijdelijk afwijkend van het thema terwijl Cody zijn dingetje doet. Het is een riff waar je bekken als vanzelfsprekend op reageren, waarop geen mens stil kan blijven zitten. In het origineel wordt dit nog onvoldoende uitgewerkt, is de bas te dominant en Cody’s zwalkende zang ronduit irritant. Daar staat tegenover dat de brug, het muzikale intermezzo zo je wil, heerlijk laid back in je oren ligt. Het is geen crime als je je afvraagt waarom Cody na het succes van de opnieuw uitgebrachte versie niet al zijn nummers, al dan niet door The Roots, heeft laten strippen tot een radiovriendelijke knaller.

2. De afwisseling rap met zang. Let op: dit is zowel The Roots als Cody aan te rekenen. Ze versterken elkaar nu eenmaal. Luchtig beginnend met rap, die groovy stroom van slim geplaatste woorden om er in te komen. Rap, de coolheid zelve, waarna we elkaar op de dansvloer aankijken en aftellen tot het stukje waarin Cody begint te zingen, want dan. Dan zijn we af van het rapgedeelte, waar onze playback-kunsten niet tegenop kunnen, en mogen ook wij het eindelijk uitschreeuwen: “I PUSH MY SEED…”

3. En daarmee kom ik uiteindelijk bij: een schijnbaar schunnige tekst. Cody heeft het heus vaker geprobeerd, met liedjes als ‘War Between The Sexes’ en ‘Bitch, I’m Broke’, maar zoals deze titels doen vermoeden zijn deze nummers tekstueel niet bepaald vrouwvriendelijk van aard. ‘The Seed (2.0)’ is allicht wat obsceen, maar op een manier die slechts een ondeugende grijns op onze gezichten tovert, van het ‘ooooh, zei hij dat nu echt?’-niveau. Meisjes vinden dat leuk. En meisjes dansen nu eenmaal veel, in groepjes, vragen dit soort liedjes zonder gêne in de meest afgelegen discotheken aan. Ipso facto: hit. De tekst voert echter verder door dan wat op de dansvloer blijft hangen. Interpreteer je “Mary” niet als een vrouw waarop expliciete fantasieën worden losgelaten maar als de muziekindustrie waartegen wordt gepropageerd middels de “Rock ’n Roll” die terstond wordt gebaard, dan is het ineens een heel ander verhaal.[1]

De prachtige akoestische versie hieronder, die Cody in 2009, jaren ná de hit met The Roots voor de BBC inspeelde, laat uiteindelijk zien dat ‘The Seed’ destijds, in 2002, op de groei is geschreven. Niet alleen het nummer, maar ook de man zelf lijkt hiermee te rijpen als een goede wijn. Laten we Cody dus nog niet afserveren. Hij staat misschien wel op het punt de beste versie van zichzelf te worden.

The Seed [rare acoustic] – Cody ChesnuTT

Aanstaande maandag (5 november) staat Cody ChesnuTT in Paradiso, Amsterdam.

  1. [1]Hier worden bijzonder geinige interpretaties gedaan, mocht je geïnteresseerd zijn.

Tags: , , , , , , , , ,

-->