nummer van 28/10/2012 door Maarten Arnoldus

‘Death Is The End’ van iLiKETRAiNS

Het is zondag…

Gastblogger − en bezitter van de op een na mooiste snor van Nederland − Maarten Arnoldus over zichzelf: “Ik ben geen muzikant, geen artiest, ik heb alleen een mening. Ik hou van muziek en het gevoel dat het je geeft, ik hou van dingen die me raken. Idolaat van popcultuur in al zijn vormen en naar mijn eigen mening nét genoeg theoretisch onderlegd om het anders te kunnen bekijken. Laat mij, tussen al deze scheppers van cultuur, ook iets hebben. 26 jaar, eeuwig student, American Studies.”

iLiKETRAiNS – Death is the End

Mijn geschiedenis van zielige muziek

Het is zondag. Mijn moeder heeft de ramen openstaan, ze is aan het schoonmaken. Het is winter en de drukte van het werk zorgt ervoor dat ze rooie wangen heeft. Ze is de vloer in de was aan het zetten, het parket heeft eens in de zoveel tijd een laag nodig om te zorgen dat het niet uitdroogt of gaat barsten. Ik was al op de bank gaan zitten en heb me nu tot een kortstondige incarceratie veroordeeld, de vloer mag namelijk twee uur lang niet betreden worden, anders kan ze weer opnieuw beginnen. De gure winterse wind trekt door onze tussenwoning omdat aan beide zijden de ramen openstaan; het zou de was moeten laten drogen. Buiten is de straat droog van de kou. Ik speel met de enige afstandsbediening die we in die tijd hadden, die van de peperdure Harman Kardon stereo die mijn vader na maanden turen en testen had uitgekozen om onze cd-collectie te gaan afspelen.

De collectie bestond toen al uit twaalf cd’s, die al gekocht waren voordat de hifi-set zijn intreden had genomen in ons huis. De weeïge oliegeur van de was dringt mijn neusgaten binnen en ik baal dat ik niet weg kan. Ik kijk naar buiten, zie mijn vriendjes − dik ingepakt door hun ouders en op straat gezet − een bal overgooien. Het sneeuwt niet. Mijn blauw leren eiland begint me te beklemmen, vooral met het uitzicht op de geforceerde vrolijkheid buiten. Ik speel met de knopjes van de afstandsbediening. De meesten doen niks en zullen ook nooit wat gaan doen want niemand neemt ooit de moeite om uit te vinden of ze werken, of voor wat ze werken. Wanneer mijn hand de omgevallen driehoek raakt knippert het blauwe lcd-licht van het display eenmaal, het rozenhout van de ombouw van de boxen komt tot leven.

Enya – Only Time (Official Music Video)

‘Only Time’ van Enya schelt over de glanzende vloer. Het wordt de soundtrack van mijn ingebeelde misère. De koude wind lijkt de klanken naar de schelle zon te duwen, het past zo perfect bij de situatie dat mijn moeder niet eens doorheeft dat ik met mijn vaders spullen aan het spelen ben, ze neuriet zelfs mee. Ik zucht eens diep, zoals mensen met echte problemen dat lijken te doen, ik voel me zielig, terwijl niks me dwars zit, en het voelt eigenlijk wel prettig.

Huilende genen

Mijn voorliefde voor ‘zielige muziek’ lijkt een hele duidelijke oorsprong te hebben. Zelfs de beschrijving ‘zielige muziek’ is iets wat is blijven kleven uit mijn jeugd. Mijn vader, die van dezelfde mineurstemming houdt als ik, werd door mijn moeder verweten  teveel naar die variant te luisteren, ik genoot er van. Melancholie − of de luxe van geveinsde depressie − heeft me altijd bezig gehouden en het was iets wat ik bleef zoeken in muziek. Iets wat me uiteindelijk naar de muzieksoort leidde die mijn leven het meeste vorm zou geven; hardcore. Genrepuristen zullen me ongetwijfeld verwijten dat ik teveel groepeer onder dat ene genre, maar ach, ten behoeve van de ruimte in deze blog dan maar. Wanhopig gekrijs is toch het toppunt van ‘zielige muziek’ uiteindelijk. Al die gitaar-georiënteerde muziek leerde me de muzikant waarderen. En op die manier wordt elke tiener kritischer. Hardcore leidde me, kort gezegd, naar indie en folk in een zucht naar meer prozaïscher teksten dan ze bood.

iLiKETRAiNS

De Zevende Dag en de échte smartlap

De zondag leek zelfmedelijden langzaam te gaan ondersteunen. Gevoed door de ellendigheid van een goeie kater deed ik langzamerhand niets liever dan de meest nare muziek te luisteren om dat gevoel van mijn jeugd te simuleren. Dat hangende hoofd, de lange halen adem en de luxe om het te stoppen door de stopknop aan te raken. Ik ben in mijn muzikale geschiedenis heel wat narigheid tegengekomen. Zoals mijn eerste eigen ontdekking ‘Little Susie‘ van Michael Jackson, over het verliezen van een kind door een ongeluk. Of Gem Clubs ‘252‘, die de tranen trokken van een medemelancholicus toen ik het liet horen na een avond flink doorzakken. De kracht van een zielig nummer spreekt me ontzettend aan; die hand aan je strot, die brok die je keel wordt ingeduwd. Voor mij is er een verschil tussen nummers die moeten worden geïnterpreteerd om te begrijpen dat het eigenlijk verschrikkelijk is wat er gezongen wordt (‘Disease‘ van The Ark is een prachtig voorbeeld, een bombastisch nummer dat heel veel tragiek herbergt), en een nummer dat je ongeacht welke taal je spreekt je doet stoppen met nadenken om enkel te zwelgen in het verdriet.

Voor mij is iLiKETRAiNS de koning van de echte smartlap, ze hebben in één van hun nummers de essentie van ‘zielige muziek’, weten te vatten. Ik zag het toevallig langskomen op mijn Facebook wall. Niks geen mooie voorgeschiedenis, puur bij je kloten gepakt worden terwijl je denkt een leuk liedje op te zetten. De tekst is een wanstaltige verzameling nare kreten: “Death, it is the end, or less, a funeral train, rotting flesh”. De muziek loopt op tot een bombastische verzameling van klaagzang, pauken en een eindeloos herhalend pianodeuntje. Simpel doch doeltreffend. Het is zondag, dus zet het aan op vol volume, de ramen open, hang je hoofd en zucht.

Tags: , , , , , , ,

-->