nummer van 13/10/2012 door

‘Du E För Fin För Mig’ van Dungen

Zweedse multi-instrumentalist als reisleider

Dungen — Du E för Fin för Mig

Gustav Ejstes, frontman van het Zweedse Dungen (spreek je uit als Doon-yen), was pas 24 toen het album Ta Det Lugnt in 2004 uitkwam. Het was de derde Dungen-plaat, en zoals het gaat met het derde getal van de cijferreeks, was het deze keer raak. Het maakte niets uit dat niemand (behalve…) ook maar iets verstond van zijn Zweedse teksten; dit was héle goede (pop)rock, psychedelisch  met een heel dik jaren 60 geluid. Het was moeilijk te geloven dat deze plaat een product van deze tijd was, maar echt alles (behalve de vintage instrumenten) was nieuw. Ejstes componeerde de nummers, schreef de teksten, speelde (bijna) alle instrumenten zelf in, nam ze op en mixte de plaat zelf af. Van conventionele(re) rocknummers tot instrumentele stukken zonder een echt begin of einde. Of met een heel verschillend begin en einde. Zoals het nummer van vandaag.

‘Du e för fin för mig’ is het langste nummer van de plaat en dat is vaak al een goed teken. We beginnen met een sprookjesachtige violen-intro die na een paar seconden wordt ingeruild voor flink galmende gitaaraanslagen die weinig te maken lijken te hebben met het klassieke begin. Na één maat valt Ejstes is, samen met de rest van de instrumenten die het nummer zullen bekleden. Het ritme is hoekig, Ejstes’ eentonige zanglijn ook, en de galmende handclap houdt braaf de maat. Na vier maten komen de violen weer terug voor het refrein en is de cirkel rond. Zonder dat we het wisten, hadden zij aan het begin de schoonheid van het geheel al verklapt. We horen Ejstes de titel van het nummer zingen en realiseren ons dat we dat waarschijnlijk heel anders hadden uitgesproken. Oké, klaar voor het vervolg.

2:49: het tweede couplet valt in en we zijn weer terug bij af. Er verandert niets aan de intensiteit of het ritme van het nummer en toch voelt het alsof er iets heel groots aan zit te komen. Het stapvoetse ritme is bijna frustrerend constant en ingehouden. Ejstes speelt met de macht die hij heeft de opbouw zo langzaam mogelijk te maken. Als hij zijn Svenska ‘R’ steeds agressiever gaat rollen (3:27), maak je je klaar voor de brulpartij die in de zachtaardige refreinharmonieën verstopt zat. Maar nee, het tweede refrein begint en we blijven in dezelfde stroomversnelling zitten.

Op 4:45 begint het geluid een uitweg te zoeken in een lange, galmende tunnel. Nieuwsgierig naar wat er zich aan het einde van die tunnel bevindt, begin je zelf maar te lopen. Hoe verder je doorloopt, hoe meer het geluid zich vervaagt en een galmende brei aan handgeklap en gefluit wordt. De uitbarsting die je aan had voelen komen blijft uit. Dacht je. 5:35: je bent aan het einde van de tunnel aangekomen en staat opeens in een bloedhete zaal met zwetende mensen, oog in oog met een band die de set van zijn leven speelt. Waar komt dit opeens vandaan? Wat heeft dit nog te maken met de vioolinstrumentatie van het begin? Niets niets niets. Maar wat een mooie reis is het; van het frisse Zweden naar een broeierig, donker hok ergens in de jaren 60. Een tijdreis.

Tags: , , , , ,

-->