nummer van 06/10/2012 door

‘Faith/Void’ van Bill Callahan

Een einde, een begin en een treinreis

It’s time to put God away
It’s time to put God away
It’s time to put God away
It’s time to put God away 

Zo begint Bill Callahan het einde van zijn album Sometimes I Wish We Were an Eagle (2009). Een einde dat nog niet helemaal een einde is, aangezien het dan nog bijna tien minuten duurt voordat de violen hun laatste akkoord spelen.

Ik kan me een keer herinneren dat ik een keer in de trein zat, van Amsterdam naar Rotterdam in een van die oude NS-treinen waar je twee aan twee zit op versleten, stoffen fauteuils. In die treinen doet iedereen meestal goed zijn best om vooral niet met z’n tweeën naast elkaar te hoeven zitten, maar tijdens de spitsuren heb je het niet altijd voor het zeggen. Ik zat aan de raamkant en een meneer kwam aan me vragen of de stoel naast me vrij was. Hij was lang en smal. En handig. Het regende en hij had zijn regenjas bij zich – dat type. Hij hing zijn plastic jas aan het haakje dat daarvoor bedoeld is en ging zitten. Hij ademde een keer diep in en uit en bukte toen voorover om iets uit zijn rugtas te pakken: een lunchbox. Het was inderdaad etenstijd. En hij was dus het type persoon dat zich op dat soort dingen voorbereide. Hij klapte het tafeltje voor hem uit en legde het plastic doosje erop. Ik was al vanaf het begin alle bewegingen van deze meneer aan het volgen (zogenaamd in mijn eigen wereld met mijn koptelefoon op) en kon niet wachten te zien wat zich onder het deksel van die broodtrommel verschuilde; perfect uitgesneden boterhammen ham/kaas, een appel of banaan, een pakje drinken met een rietje? Het deksel ging eraf en ik werd niet teleurgesteld. En toen gebeurde het. Discreet, maar zichtbaar. De man vouwde zijn handen onder het tafeltje in elkaar, boog zijn hoofd iets voorover en sloot zijn ogen. Bill Callahan zong in mijn oren dat het tijd was om God opzij te zetten. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Na een minuut stilte kwamen de handen weer boven tafel en zette de man zijn tanden in de eerste boterham. Het was zijn moment met God.

Voor Callahan was ‘Faith/Void’ juist een soort einde van zijn momenten met God. In april 2009 zei hij tijdens een interview met Mojo Magazine over het nummer: I’ve been reading a lot of atheist writers: Mark Twain, Richard Dawkins, Robert Ingersoll, Ian McEwan, Mencken, Lovecraft. Obama mentioned ‘non-believers,’ in his inauguration speech. I wanted to write a song that backed all this up. Callahans ouders waren niet gelovig en zijn eerste kennismaking met God kwam pas op school. Later, in zijn late tienerjaren, kwam hij in aanraking met het boeddhisme en leek dit hem een geloof dat beter zou passen bij de manier waarop hij zijn spiritualiteit wilde uiten. Maar toch maakte de vraag of hij spiritueel was hem nog steeds altijd ongemakkelijk, omdat zijn antwoord daarop zowel ja als nee was. Wel op zijn eigen manier, maar dat was misschien niet de manier waarop iedereen het zag. Hij moest een einde maken aan het willen benoemen van zijn spiritualiteit en geloof. Dat einde was ‘Faith/Void’.

We begonnen met ‘Faith/Void’ met het einde, dus waarom niet eindigen met het begin: het openingsnummer van Sometimes I Wish We Were an Eagle, ‘Jim Cain’:

I started out in search of ordinary things
How much of a tree bends in the wind
I started telling the story without knowing the end

I used to be darker, then I got lighter, then I got dark again

https://youtube.com/devicesupport

Tags: , ,

-->