nummer van 04/10/2012 door

‘Big Love’ van Matthew E. White

Onderkoeld en dansbaar

Matthew E. White – Big Love

Soms ben ik die melancholische, vaak onverzorgde en te hippe singer/songwriters zo ontzettend zat. Met hun expres gammel klinkende gitaar (“authentiek”, zeggen ze dan, ja, ja…), gemompel (“emotie”, oh, echt?) en kale instrumentatie (“om zo dicht mogelijk bij de essentie te blijven”). En dan zie ik die jongens en meisjes ook nog eens zo zwoegen om hun hartzeer te verkondigen. Wat heb jij dan wel niet allemaal meegemaakt, denk ik dan. Tja. Daar hebben ze vaak zelf ook geen antwoord op. Denk ik dan.

Effe op straat je sporen verdienen.

Het label singer/songwriter is ook nogal aan inflatie onderhevig, de laatste paar jaren. Het lijkt alsof we overspoeld worden door artiesten die met niets meer dan een gitaar om hun nek platen vol spelen en op de bühne staan. Eerst nog in de indiehoek, maar nu wordt ook overal ‘americana’, ‘roots’ of ‘country’ opgeplakt.

Je zou kunnen denken: als ik met hagel schiet, belandt er altijd wel een kogel in de roos. Maar voor goede muziek gaat die vlieger niet op, lijkt het wel. Hoe meer mensen in dezelfde stijl een gooi doen naar eeuwige roem, hoe minder er beklijft. Een van de redenen is denk ik dat iedereen elkaar enigszins nadoet. Dat gebeurt vaak onbewust, maar zoals dat gaat met trends, luistert iedereen wel ineens weer naar dezelfde oudere artiesten waarvan het kunstje afgekeken moet worden.

Matthew E. White

Enfin. Omdat ik die kale navelstaarderij soms slecht kan verteren, ben ik op dat soort momenten twee keer zo enthousiast als er weer eens iemand opduikt die zijn muziek wél durft aan te kleden. Matthew E. White bijvoorbeeld.

Matthew E. White

Matthew E. White bracht afgelopen zomer zijn debuutplaat uit, Big Inner. Een stempel op zijn stijl drukken, durf ik eigenlijk niet. De funk- en soulinvloeden zijn overduidelijk, maar breken nooit helemaal door de tralies heen die White opwerpt in zijn liedjes. Dansen kun je er goed op, maar het is wel heel onderkoeld allemaal. Luister maar eens naar bovenstaand nummer, ‘Big Love’. Het is zo’n heerlijk nummer, juist omdat het zo cool blijft. De zwoele baslijntjes, de beheerste drums, het pianodeuntje dat onmiddellijk in je hoofd zit en je ook hoort als het niet gespeeld wordt. Na anderhalve minuut brengen de gitaren effe net die ruwe rand die het nummer nog spannender maakt. Als dan ook nog af en toe de feedback van die gitaren doorklinkt, wordt het allemaal wel erg hot. Rond minuut drie komt er een lang intermezzo, dat wel opbouwt, maar weer in zo’n heerlijk onderkoelde climax eindigt.

Muscle Shoals

White is een begenadigd muzikant en heeft een achtergrond in het arrangeren van jazzmuziek. De arrangementen zijn dan ook stuk voor stuk iets om op te letten op deze plaat. Big Inner is de eerste en vooralsnog enige release van het door White opgerichte Spacebomb-collectief dat een label en vaste studioband band behelst. Een beetje een Muscle Shoals-achtig concept, waarbij White artiesten wil uitnodigen in zijn studio in Richmond (Virginia) om samen met zijn Spacebomb-band er een authentiek en zweterig klinkende sessie van te maken. Dat ‘ie wat dat betreft al in de goede richting zit, is wel te horen op zijn debuutplaat die ik vandaag inmiddels iets te vaak heb gedraaid. Tijd voor wat anders dus, wat introspectiefs misschien, met alleen maar gitaar of piano bijvoorbeeld.

Tags: , , , , ,

-->