nummer van 22/09/2012 door

‘So real’ van Jeff Buckley

Zo echt

Jeff Buckley – So Real (Acoustic) Live

“So real…” Een diepe zucht. “It’s a cautionary tale.” De sessie begint. Sommigen van jullie kennen deze beelden misschien van het bonusmateriaal op Jeff Buckley’s Live in Chicago DVD. Buckley is groots op dat podium, maar eigenlijk net zo groots voor het lelijke blauwe gordijn van de JBTV-opnames die hier boven te zien zijn. Het soort opname waarop alles te zien is. Al het moois en alle imperfecties, dankzij twee cameramannen die alles vastleggen. Als Buckley de eerste akkoorden aanslaat, zien we op de televisie links van hem dat cameraman een inzoomt op Jeff Buckley’s gezicht om zijn eerste noot als close-up te pakken. Cameraman twee (onze ogen, laten we hem Dan noemen) begint als een verliefd tienermeisje rond Buckley te dartelen. “Love, let me sleep tonight, on your couch.”

Buckley lijkt in eerste instantie niet onder de indruk te zijn van alle ogen die op hem gericht zijn en maakt ontspannen af en aan contact met Dans lens. 0:48: de eerste van de vele kopstemmen die Buckley moeiteloos zingt. Geen enkel spiertje verroert zich, niks in zijn postuur verandert. Als er akoestiek in deze studio was geweest (en zo ziet het er niet naar uit), dan had Buckley’s microfoon het er waarschijnlijk allemaal uit gezogen. Maar zijn engelachtige stem is zo helder dat het niks nodig heeft.  Bij de derde “Oh, that was so real” verzint hij een paar nieuwe noten die nog niet bestonden.[1]

Het liedje ontwikkelt zich en Dan heeft nog steeds moeite een horizontaal kader te vinden. We zien Buckley’s “Three M’s”: Mick Grøndhal op bass, Matt Johnson op drums en Michael Tighe op gitaar. Drie jonge mannen, zittend op hun kruk, serieuze blik. De gitaarakkoorden zijn oorspronkelijk van Tighe, maar gebogen over zijn gitaar geeft Dan hem niet al teveel aandacht. Johnson, steeds in de verte te zien, lijkt bezeten van Buckley, maar probeert in feite alleen maar zo goed mogelijk het ritme te volgen van de leadman. 2:31: Buckley perst het laatste beetje geluid dat nog uit zijn buik kan komen eruit; hij rekt het en hij rekt het, langer en langer en langer, zijn hoofd begint te trillen en zijn wangen worden rood, hij fronst zijn wenkbrauwen en drukt zijn kaken op elkaar,  en stop. “I love you.” Johnson en zijn killer stare hervatten op precies het goede moment en raken de snare daar waar het moet.

Dit soort opnames zijn een droom. Ze zijn een droom omdat alles erin zichtbaar is. Geen moeilijke lichten, geen dik geluid. De producer heeft op de lichtknop naast de deur gedrukt, vier krukken neergezet en dat was het. De rest gebeurt vanzelf  de rest van de droom die zichzelf creëert als er iemand voor de lens zit die in staat is iets te laten ontstaan uit niets. We zien gekke gezichten, foutjes. Maar vooral zien we spontane, magische momenten van een muzikant die, in alle eenvoud, iets doet wat niemand anders kan. Als je naar bovenstaande video van Buckley kijkt, vergeet je bijna hoe ongelooflijk moeilijk het is om dit nummer te zingen. Bovendien zingt hij in deze opname de koortjes en de leadzang tegelijk. Vanaf 3:24 wisselt hij perfecte “Oh, that was so real”-kreten met “Oh, that was so real”-koortjes af. Moeiteloos. Je moet bijzonder sterk in je schoenen staan (en een monstertechniek hebben) om ‘So Real’ na Jeff Buckley te willen proberen.

Voordat het over is, is er nog een klein, maar gouden, moment. Buckley zet op 4:26 de allerlaatste noot in en begint, om netjes af te sluiten, langer oogcontact te maken met Dan. Maar de zelfverzekerdheid verdwijnt met de seconde. Het lijkt wel of Buckley nu pas weer door heeft dat Dan al bijna vijf minuten een paar centimeter van hem vandaan àlles op band heeft gezet. Alle mooie, en alle lelijke dingen. Het wordt een beetje ongemakkelijk; Buckley kijkt als eerste weg, verlegen, kijkt weer terug, en weer weg. Dan loopt naar achteren en zoomt uit. Hij vangt nog een laatste blik van Buckley. “Was het goed?” Het beeld wordt zwart.

  1. [1]In muzikale geschiedenis.

Tags: , , ,

-->