nummer van 07/09/2012 door

‘Appletree’ van Erykah Badu

Definitie van cool

https://youtube.com/devicesupport

Heldere maar warme klanken die in eerste instantie ondefinieerbaar lijken. Schouders die onoverkomelijk omhoog of naar voren trekken, de beat volgend, de beat die zo heerlijk lui wordt ingezet. Die onvermoeibaar tot het eind zal doorgaan in een ondersteunende, maar leidende functie. Het spel van woorden dat grenst aan rap, meer aan poëzie, maar vooral aan een goed verhaal dat in alle rust wordt verteld. Dit moet wel het resultaat zijn van urenlange sessies in een bloedhete studio, van drie halve nummers uit verveling en wanhoop willen combineren. Dit moet op het randje van opgeven zijn bedacht. Maar ook toevallig, omdat niemand aan het eind van de dag zin had om de bassist nog tegen te spreken. Zo, stel ik me voor, moet ‘Appletree’ zijn ontstaan. Niet als een vooropgezet plan van geniale musici, als een briljante ingeving die in een half uur is uitgewerkt. Nee, gewoon zoals elke muzikant dat overkomt, na hard zwoegen en zweten in de oefenruimte.

Anders is het niet eerlijk.

Maar er is wel meer niet eerlijk. ‘Appletree’ is maar een van de voorbeelden waardoor Baduizm, het debuutalbum dat Erykah Badu in 1997 uitbracht, zo ongelooflijk prettig in elkaar steekt. Het is neo-soul op zijn vroegst én best. Badu weet met haar stem, fluweelzacht en funky in de hoogte, mysterieus maar nonchalant wanneer ze de laagte opzoekt, een gemoedstoestand op te wekken die je spieren volledig ontspannen, hoofd licht maakt en je dagdromen vult met kleuren waarvan je niet wist dat ze bestonden. In ‘Appletree’ begint het met de gesproken introductie, die op bedachtzame toon wordt opgevoerd. “I’d like to dedicate this to all the Creator’s righteous children”, aldus priesteres Badu. Daarna volgt een van mijn favoriete passages uit het nummer, al zijn we pas veertien seconden onderweg: “I have some food in my bag for you. Not the edible food you eat, no. I have some food for thought.” Je vermoedt, als deze vrouw gaat filosoferen, kan je heel wat verwachten.

In de minuten die volgen laat de zangeres haar feilloze talent voor ritme en kunst om met woorden iets wezenlijks te zeggen, zonder de schoonheid van de klanken te verliezen, niet liggen. Maar dat de combinatie van de twee –feilloos ritmegevoel en iets wezenlijks zeggen zonder de schoonheid van de klanken te verliezen– zo’n gedroomd duo vormen, is simpelweg jaloersmakend. Het is één ding om mee te zingen en te denken: heb ik ook, dat ritmegevoel. Oh yeah, ik voel ‘m wel. Kan ik ook, bij die hoge noten. Maar. Het zelf verzinnen is anders. De soul, r&b en hip-hop die hier in één beat, één zanglijn en een constante brij aan diepzinnige gedachtespinsels wordt gecombineerd is subliem. De natuurlijke flow waarmee Erykah Badu je in haar wereld van coolness trekt – aanstekelijk. Want schouders trekken onoverkomelijk omhoog, naar voren. Blik op stoer en oneindig, zichtbaar genietend van de beat, de beat, de beat, de beat.

Na vijftien jaar is de liefde nog niet bekoeld. Bovendien blijft ze ons verrassen. Een voorbeeld voor velen, maar stiekem vooral voor mezelf. Genieten van haar stem, de manier waarop ze moeiteloos van de ene zin naar de andere wipt; in al zijn heerlijkheid en genialiteit wordt het alsnog overschaduwd door een paar zinnen waarin ik meer geloof dan in welke politieke partij of geloofsovertuiging op deze wereld aanwezig. I hear you, Erykah.

See I picks my friends like I pick my fruit
& Ganny told me that when I was only a youth
I don’t walk around trying to be what I’m not
I don’t waste my time trying ta get what you got
I work at pleasin’ me cause I can’t please you
and that’s why I do what I do
My soul flies free like a willow tree
doo wee doo wee do wee

Tags: , , , , , , ,

-->