Osker – Disconnect, Disconnect

“Als punk op zich al een genre voor verstotelingen is, dan is *random bandnaam* een band voor de verstotelingen van de verstotelingen.” Een uitspraak die binnen de punkwereld alweer cliché is geworden, gezien het aantal bands dat zich uit pure eigenwijsheid na één plaat niet meer kon conformeren aan het nihilistische stramien waarin punkliedjes afgeraffeld dienden te worden, zoals de Ramones, The Damned en de Bad Brains dat deden. De drang om te vernieuwen bracht nieuwe subgenres als post-punk, emo of straight edge. Toch zou ik de initiators van dergelijke substromingen niet per se willen bestempelen als verstoten, want dit zou impliceren dat zij door het gros met de nek werden aangekeken en zij zelf weinig inbreng hadden in de manier waarop zij buiten de groep geplaatst zijn. Dit terwijl het hier juist gaat om initiatiefnemers die bewust een eigen koers varen. Een dergelijke uitspraak over verstotelingen binnen een groep verstotelingen is wat mij betreft dan ook meer van toepassing op bands die gewoonweg niet tof genoeg waren om mee te mogen doen met de grote jongens, bands die continu in de clinch lagen met nota bene hun eigen publiek, bands die door puristen steevast werden genoemd als veruit de slechtste band op hun lievelingslabel.

Neem Osker, een band uit het zonnige California waar eind jaren 90 alle bands in de ban waren van de zogenaamde skatepunk: zomerse, uptempo punkrock die op zich al een bron van ergernis was voor de “echte” punkers. Osker pakte het echter nóg anders aan en werd zelfs in hun eigen substroming niet geaccepteerd. Verstotelingen van verstotelingen van verstotelingen dus. Altijd in gevecht met de status quo, soms zelfs op het podium:

Osker – Stop the Bus and Life Sucks Live

Buitenbeentje

De optredens van Osker waren zo ongemakkelijk dat een gemiddelde Curb Your Enthusiasm-aflevering daar maar moeilijk aan kan tippen. Maar ook op plaat hoor je dat de band een buitenbeentje is. Zanger/gitarist Devon Williams klinkt als een kleine snotneus. Nee letterlijk: hij klinkt echt als een verkouden jongetje. Zo eentje die niet mee kan komen met de rest omdat-ie astma, broze botten, een beugel of een lelijke felrode bril heeft. Gepest, in de hoek van het schoolplein, al vroeg gedesillusioneerd in het leven. Zo eentje die tijdens een ruzie geen gemenere verwensing durft uit te roepen dan “I hope it’s cold in your room” (beluister 3:00 voor bewijs). Zo klinkt de hele band eigenlijk: de beat van de drummer is vreselijk lui ten opzichte van Oskers tijd- en regiogenoten, snelle jongens uit Southern California die zongen over skateboarden of surfen, het zonnetje, bier drinken en meisjes. Maar het is ook geen coole luie beat die de drummer speelt, zoals een Levon Helm een coole luie beat kon drummen. Het klinkt eerder vermoeid. Alsof het allemaal teveel is. Alsof ook de drummer een weggepest jochie (al dan niet met snotneus) is, dat het uit pure ellende nauwelijks kan opbrengen zijn armen op te tillen, laat staan zin heeft om een strakke, opruiende punkbeat neer te zetten. En de bas… tja. Sinds wanneer is het aan de bassist om een band cooler te maken dan-ie al is?

Achterlijk stiefzoontje

Nee, Osker is nooit de pater familias van de Californische punkrock geweest, eerder het achterlijke stiefzoontje. En dat gegeven hebben ze op hun tweede album Idle Will Kill om weten te zetten tot een gigantische troef. Het is een behoorlijk charmante plaat, met een uncoolness waar iedereen die zich wel eens uncool heeft gevoeld voor zou moeten zwichten. Idle Will Kill zit boordevol puberproblematiek, maar dan op zo’n manier gebracht dat je je er als luisteraar na je twintigste niet meteen te oud voor voelt. Het is meer zoals een film als Almost Famous die boordevol puberproblematiek zit en toch volwassen harten kan doen smelten. “Everytime I hear your name there’s an uncanny resemblance to defeat”, is de eerste zin van dit ‘Disconnect, Disconnect’. Bij menig emo- of indiebandje zou je een dergelijke zin onmiddellijk bestempelen aan aanstelleritis, maar bij Osker werkt het wel. Door de snotneussteum, door de luie beat, maar ook door de wanhopige harmoniezang. De muziek is gemaakt voor iedereen die altijd als laatste teamlid werd gekozen bij gymnastiek, of in ieder geval voor iedereen die zich kan voorstellen wat voor gevoel zoiets geeft. Het is een viering van alles dat niet hip, tof, happening, cool, zelfs punk is. Dus ja, there you have it: binnen een genre voor verstotelingen was Osker een band voor de verstotelingen van de verstotelingen. Of, zoals Devon Williams het ooit zelf heel mooi zei:

I decided that it is about just doing what you want, while you have gallons of mohawks and leather jackets telling you that they do what they want, I don’t believe them… I respect the person that says, “I don’t care for that” because there is no extreme, it’s pure sincerity. Punk is doing what you want despite the infiltrators, outside of the skateboards and shoes and hair and patches and the diets and the tattoos. I am Devon and I have 5 close friends, the rest of the world is divided into the helpers and the clueless.

Tags: , , , , , , , ,

-->