nummer van 28/07/2012 door

‘Loan Me A Dime’ door Boz Scaggs

He shouldn’t pick up his damn guitar case with me around

Boz Scaggs – Loan Me A Dime

De ideale plek voor de blues om op te bloeien? Vraag het een willekeurig persoon en je krijgt antwoorden als katoenvelden in het zuiden van Amerika, rokerige clubs in de grote steden of aan de lopende band in grauwe, stinkende fabrieken. Allemaal correcte antwoorden maar er is er één die je waarschijnlijk niet zo snel zult horen:  St. Mark’s School, de meer dan honderd jaar oude privéschool in Dallas, Texas. De school mag beroemdheden als  Tommy Lee Jones en Luke Wilson (zijn broertje Owen werd er van school gestuurd) tot zijn oud-leerlingen rekenen, maar bracht ook twee gevierde bluesmuzikanten voort. In de jaren vijftig zaten Steve Miller en Boz Scaggs namelijk in de schoolbanken.  Hoewel er op zijn rapporten netjes William Royce Scaggs stond, noemden zijn klasgenoten hem Bosley, wat later veranderde in Boz. Papa Miller was makkers met helden als Les Paul en T-Bone Walker en besmette Boz zo via de kleine Steve met de blues.

Best een baas, die Boz…

Op zwerftocht

Gedurende zijn tijd op St. Marks leerde de uit Canton, Ohio afkomstige Scaggs gitaar spelen en belandde hij als zanger in een van zijn eerste bandjes bij Steve Miller; The Marksmen.  In de jaren erna speelde Scaggs samen met Miller in meerdere bands, maar het avontuur lonkte en hij vertrok naar Europa. Aanvankelijk samen met zijn band The Whigs, maar nadat twee bandleden platzak teruggingen naar Amerika besloot hij zijn geluk in Europa alleen te beproeven. Hij belandde uiteindelijk in Zweden, waar hij zijn dagen tussen beroerde baantjes door sleet als straatmuzikant. Hij spaarde wat geld bij elkaar voor een eerste soloplaat maar het succes bleef uit en Scaggs zwierf verder, ditmaal naar India. Waarschijnlijk omdat de blues scene daar nou ook niet bepaald floreerde, belandde hij toch weer in Stockholm, waar op een dag een ansichtkaart op de deurmat viel. Het was van zijn oude makker Steve, die trots vertelde dat zijn eigen Steve Miller Blues Band lekker begon te lopen en het tijd was voor Boz om weer terug te komen.

Boz z’n terugkeer had niet beter getimed kunnen zijn. Het was de zomer van 1969 en het eerste album dat hij met de Steve Miller Band opnam – de overbodige toevoeging “Blues” hadden ze inmiddels maar laten vallen – werd goed ontvangen, waarna hij ook nog een tweede album met de band opnam. Zijn soloambities begonnen toch weer te kriebelen en toen hij via Jann Wenner (medeoprichter van tijdschrift Rolling Stone) een contract bij Atlantic Records wist te versieren, greep hij zijn kans. Tijdens de opnames zou hij worden bijgestaan door de Muscle Shoals Rhythm Section, die toen al succesvolle platen hadden opgenomen met Aretha Franklin en Wilson Pickett. En nu mag je nattigheid gaan voelen.

Haha, gefopt!

… maar dit is natuurlijk de eindbaas.

Want eigenlijk zijn de drie voorgaande alinea’s alleen maar een excuus om het weer eens over Duane Allman te hebben, die op dit blog al in talloze andere stukken is geëerd. En hoewel die soloplaat van Boz Scaggs er echt wel mag zijn, is het toch de solo in ‘Loan Me A Dime’ [1] die de rest van de plaat doet verbleken.  Dat was ook exact de insteek waarmee Allman aan de klus begon. “Yeah, I want to show him he shouldn’t pick up his damn guitar case with me around”, vertelde hij manager Alan Walden voor hij aan zijn sessieklus begon. Grootspraak van de bovenste plank, die hij tijdens deze opname meer dan waard maakt. Want van de 12:44 minuten die dit nummer duurt, zijn er maar liefs zeven gereserveerd voor de solo’s van Allman. Een selectie broeierige maar ingetogen licks van 1:19 tot 2:24 en de eerste solo op 4:27 laten al voorzichtig horen wat de gitaarvirtuoos van plan is. Maar de echte hel breekt pas echt los vanaf 7:42. Gierende bends die je hart ineen doen schrompelen, pull-offs als zweepslagen… ieder woord doet de intensiteit ervan eigenlijk tekort. Luisteren dus maar.

  1. [1]Scaggs zette bij de credits wel mooi zijn eigen naam neer bij dit nummer, maar het origineel is natuurlijk gewoon van Fenton Robinson. Niet zo netjes, Boz!

Tags: , , , , , , , , , , , ,

-->