nummer van 20/07/2012 door

‘Lambada’ van Kaoma

Sterk staaltje marketing

https://youtube.com/devicesupport

Er was één iemand in het bijzonder die in de jaren 80 erg zijn best deed Braziliaanse muziek op de Amerikaanse markt te brengen: Jean Karakos. Geen enkele platenmaatschappij leek echter geïnteresseerd te zijn in het door hem zo geliefde genre, waarna hij uit pure frustratie zijn eigen label maar oprichtte (Braziloid) en in die hoedanigheid platen uitbracht van onder andere Gilberto Gil en Paulo Moura. Zijn liefde voor de muziek bracht hem dikwijls in het exotische land, alleen of met vrienden. Zo reisde hij in 1988 weer eens naar Brazilië, waar hij met vriend en filmmaker Olivier Lorsac al gauw in een bar belandde en binnen enkele minuten werd omringd door sensueel heupwiegende jongens en meisjes. De meisjes droegen korte rokjes, die opzwierden bij elke beweging die ze maakten. De twee Fransozen hadden nog nooit zoiets gezien. Het was niet veel later dat ze ontdekten hoe de broeierige dansstijl werd genoemd: de lambada.

Preutse Amerikanen

De lambada schijnt te zijn ontstaan in Pará, noordelijk Brazilië. Het is een relatief langzame dans, doch zwoel, sexy en suggestief, geïnspireerd door andere opzwepende dansstijlen als salsa, merengue, reggae en zouk. Sommigen zullen zeggen dat het woord lambada afstamt van het werkwoord lambar, dat verwijst naar het bewegen van de heupen. Beter gezegd: in elkaar overvloeiende heupbewegingen, daar waar twee lichamen dansen als één. Het is precies dit seksuele aspect dat platenmaatschappijen in Amerika ervan weerhield een hype rondom de dansstijl te creëren. Pelvis to pelvis, dat ging de preutse Amerikanen te ver. Jean en Olivier waren teleurgesteld, maar gaven niet op. Jean had zijn vrouw bovendien innig beloofd eindelijk eens een hit te scoren en flink te cashen. Dus moest de lambada de daaropvolgende zomer maar worden geïntroduceerd. Tot die tijd zouden ze hun stokpaardje stilhouden.

Orangina

Ondertussen werd er driftig aan een plan gewerkt. De vraag die bleef rondzingen, was: hoe zou de wereld kennismaken met de lambada? Al vrij snel concludeerde het stel dat de lambada vooral een visuele ervaring moest zijn. Je moest het zien, voelen. Dus werd er een film gemaakt. Een korte film, over de lambada, geschoten in de hoofdstad van de beruchte dans – Porto Seguro. Er was weinig nodig om de beelden aantrekkelijk te maken; de omgeving was prachtig, de hoofdpersonages –de jonge en fotogenieke Chico en Roberta– schitterden. De film trok zoveel aandacht dat er in de lente van 1989 ineens sprake was van een sponsordeal met sinaasappelmerk Orangina en een afspraak met Franse tv-zender TF1 om de clip herhaaldelijk (350 keer!) op televisie te laten verschijnen. Er waren zelfs gesprekken met  Continental Records, hoewel deze aanvankelijk niks voelde voor de verspreiding van een genre dat tot dan toe alleen populariteit genoot in de noordelijke regionen van Brazilië. Toch ging het balletje dan eindelijk rollen. Er werden dansers gescout in Porto Segura en deals werden definitief gemaakt.  Eén cruciale factor zagen Jean en Olivier echter over het hoofd: muziek ter ondersteuning van hun film.

Chico en Roberta gingen na ‘Lambada’ door als duo en scoorden enkele hitjes in Frankrijk

Oja, muziek

Een cassettebandje dat Jean op een markt in Brazilië had gekocht werd opgeduikeld en afgespeeld; Jean meende zich te herinneren dat daar iets opstond dat ze konden gebruiken. Op het bandje prijkte maar een nummer: ‘Llorando se feu’ (‘Chorando se foi’), gezongen door ene Márcia Ferreira. Continental bleek de rechten van het nummer te hebben –Jean en Olivier eisten deze uiteraard snel op. Voor het gemak werd het vrolijke nummer meteen maar omgedoopt tot ‘Lambada’. Iets moeilijker was de zoektocht naar muzikanten die het liedje zouden gaan vertolken. Wie werd het gezicht van de lambada – de clip, de dans, het liedje? Er was nog maar weinig geld over; er waren al Braziliaanse dansers naar Frankrijk overgebracht, artiesten op eenzelfde manier inzetten was geen optie. Precies op tijd kreeg monsieur Jean weer een briljante ingeving. Hij kende een aantal (voormalig) bandleden van Touré Kunda, waarmee hij in korte tijd zijn gedroomde band hoopte samen te stellen. Loalwa Braz bleek een voltreffer; ze wisten meteen dat deze Braziliaanse zangeres uit Parijs het klusje kon klaren. Naam van de band? Kaoma, omdat dat zo lekker Braziliaans klonk.

De videoclip van ‘Lambada’, die we allemaal kennen uit 1989, werd uiteindelijk in zes dagen geschoten. Naast de meer dan bekwame dansers uit Brazilië, steelden Chico en Roberta, die al in de eerste film van Olivier speelden, opnieuw de show. ‘Lambada’ werd een regelrechte hit, vooral in Europa. Toch bleek niet alles helemaal in de haak. Jean en Olivier waren volgens Continental de enige eigenaars van het nummer aangezien de oorspronkelijke auteur en componist waren overleden, maar het tegendeel was waar. Het liedje was als eerste uitgebracht door Los Kjarkas, een Boliviaanse band:

Maar ook Los Kjarkas  had het nummer niet geschreven; het ging om een oud volksliedje dat de straten van Zuid-Amerika had overleefd. Toch werd de band, na een zoektocht die door Jean en Olivier was geïnitieerd, ruimschoots voor hun creatie gecompenseerd. Eind goed, al goed. Kaoma’s single ging wereldwijd meer dan vijf miljoen keer over de toonbank. Jeans vrouw kon tevreden zijn.

Tags: , , , , , , , , ,

-->