nummer van 22/07/2012 door Jack Kerouac

‘Lullaby of Birdland’ van George Shearing

God op een pianokruk

Nu de nogal teleurstellende verfilming van Jack Kerouacs ‘On The Road’ onze bioscopen teistert, is het natuurlijk hoogtijd om het boek weer eens wat aan te prijzen. Al is het alleen maar omdat het een verhaal is dat alle Nummervandedag-lezers aan zal spreken, gezien het aantal lyrisch beschreven anekdotes dat de man over verschillende jazzoptredens optekende. Zo ook deze, over pianist George Shearing die in de legendarische jazzclub Birdland in New York speelde. Kerouac was erbij, uiteraard met zijn hyperactieve makker Neal Cassady.

George Shearing – Lullaby of Birdland

De tent was leeg, we waren de eerste klanten, om tien uur ’s avonds. De blinde Shearing verscheen en werd bij de hand naar zijn toetsen geleid. Hij was een gedistingeerd uitziende Engelsman met een stijve witte boord, een beetje dikkig, blond, met het verfijnde air van een Engelse zomeravond dat tot uiting kwam in het eerste zoet kabbelende nummer dat hij speelde terwijl de bassist eerbiedig zijn kant op leunend het ritme uit de snaren trok. De drummer, Denzil Best, zat er roerloos bij behalve dat zijn polsen de brushes omlaag petsten.

Toen begon Shearing te deinen; er gleed een glimlach over zijn extatische gezicht; hij begon op de pianokruk heen en weer te deinen, eerst traag, toen ging het ritme omhoog en begon hij sneller te deinen, zijn linkervoet sprong met de beat op en neer, zijn nek begon scheef te wiebelen, hij boog zijn gezicht tot vlak boven de toetsen en veegde zijn haar achterover, zijn gekamde haar gleed los, hij begon te zweten.

De muziek versnelde. De bassist dook over zijn bad en roste over de snaren, sneller, steeds sneller. Het leek alleen maar sneller, steeds sneller te gaan. Shearing begon zijn akkoorden te spelen; ze rolden in grote brede golven uit de piano, je zou denken dat de man geen tijd had om het er allemaal uit te krijgen. Ze bleven maar aanrollen, als een zee.

De mensen begonnen hem aan te vuren. Neal zweette; het zweet stroomde in zijn boord. “Dat is hem! Daar zit hij! Onze God! Shearing is God! Ja! Ja! Ja!” En Shearing was zich bewust van die gek achter hem, hij hoorde Neals kreten en godslasterlijke uitroepen, hij voelde hem, ook al kon hij hem niet zien. “Zo is dat!” zei Neal. “Ja!” Shearing glimlachte, hij deinde heen en weer.

Shearing kwam druipend van het zweet van de piano overeind; dit was zijn grote periode, voor hij cool en commercieel ging spelen. Toen hij weg was wees Neal naar de lege pianokruk. “Daar zat God”, zei hij. Op de piano lag een saxofoon, de gouden gloed werd vreemd weerkaatst langs de woestijnkaravaan op de muur achter de drums. God was weg; dit was de stilte na zijn vertrek. Het was een regenachtige avond. Een regenachtige avond als een mythe. Neals ogen puilden uit zijn hoofd van ontzag. Deze waanzin zou nergens toe leiden.

Tags: , , , , , , , , , ,

-->