nummer van 06/07/2012 door

‘Little brother’ van Grizzly Bear

De nieuwe okada-wet

Grizzly Bear – Little Brother

Jao komt aanrijden op zijn motor. Hij heeft net zijn tante op de markt afgezet waar ze vandaag gedroogde vis gaat verkopen. Vroeger had ze een betere plek op de marktplaats, maar nu er iedere maand nieuwe kraampjes bijkomen, lopen mensen haar steeds vaker voorbij. De jawu’s in ieder geval.[1] Zij blijven sowieso nooit lang staan bij de gedroogde vis. En vandaag had Jao ook geen zin om bij de kraam van zijn tante te blijven. Hij is doorgereden naar de hoofdstraat van Sogakope waar zijn vrienden op de gebruikelijke plek telefoonbeltegoed staan te verkopen.

Jao’s vrienden hebben het over wanneer de nieuwe lading beltegoedkaarten weer binnenkomt. Vandaag zijn de tien cedi-beltegoedkaarten op gegaan en hebben ze alleen nog maar kaarten van twee cedi over. Vervelend voor de kopers, maar op zich goed voor hen. Kofi heeft met de winst van gisteren een nieuw liedje gekocht voor op zijn telefoon en smeekt John hem te bellen zodat ze het kunnen horen. John belt. In plaats van een beltoon komt het liedje door de luidspreker. Klinkt goed. Er komt een grote auto langsrijden die stopt voor de stand. Klanten. Het raampje rolt naar beneden en een blond meisje vraagt of zij wél een tien cedi-beltegoedkaart hebben. Zij woont hier al een tijdje. Je merkt het aan haar manier van praten. Oké, vier keer twee cedi dan. De vrouw achter het stuur wil er ook één van twee. Ze betaalt met een briefje van vijf en moet drie terugkrijgen. John zet een sprintje in om wisselgeld te gaan halen bij de buren.

“Hoe gaan we het doen? Hoe gaan we geld verdienen zonder okara’s?”[2] Het nieuws van het regeringsbesluit heeft zich snel verspreid en heeft de hele middag jongens al ongerust gemaakt over hun vaste bron van inkomen, inclusief Jao. Kofi ziet het probleem niet. “Man, dat gaat nooit gebeuren. Ik ben mijn motor nog aan het afbetalen aan die agent. Hij wil echt niet zonder zijn 50 cedi per week. Hij kan me niks maken.” “Ik maak me zorgen om mijn broertje, man. Hij wil niet niet meer naar school. Zegt dat het te moeilijk voor hem is en dat hij het niet leuk vindt. De lerares doet toch niks met die zestig kinderen. Ze zit alleen maar voor de klas.” John is terug met drie cedi en geeft het aan het meisje dat naast de bestuurder zit. Terwijl het raampje weer omhoog gaat, glimlacht ze gedag. Zij is wel nieuw, je merkt het. “Ik heb tegen mijn broertje gezegd dat hij op zijn verjaardag mijn okara mag hebben en zo zijn geld kan gaan verdienen. Maar straks moet hij op het land werken. En hij haat maïs.”

Het is vijf uur ’s middags en Jao’s broertje komt vanaf school naar de jongens toefietsen om zijn grote broer op te halen. Hij rolt zijn handen over het stuur alsof het een motor is en maakt met zijn mond een brommend geluid. “Kom Jao, we gaan eten.” “Wat eten we?” “Maïs”.

Lees hier een artikel over de nieuwe Ghaneze okada-wet.

  1. [1]Jawu is het Ewe woord voor ‘blanke man’. In Ghana spreken de meeste mensen Ewe, naast Engels.
  2. [2]Okara’s zijn Ghaneze motortaxi’s waar zowel Ghanezen als toeristen op vervoerd worden, met risico voor eigen leven. Okara-bestuurders worden ze automatisch zodra ze een okara krijgen. Een papiertje is niet nodig.

Tags: , , ,

-->