nummer van 01/07/2012 door Mariska van der Meij

‘Lucky Miles’ van Rudolf Escher

Een lokkende zee

Geen mooier moment voor klassieke muziek dan de zondagochtend, vandaag verzorgd door gastblogger Mariska van der Meij. Als freelance journalist is ze onder andere werkzaam voor Het Parool, Place de l’Opera en het Cultureel Persbureau en schrijft ze over muziek, theater, film en literatuur.

https://youtube.com/devicesupport

Wat doe je als componist als je de zee tot klinken wilt brengen? Want hoe klinkt zee eigenlijk? De gemiddelde filmcomponist weet wel raad: hij zet een playlist met de muziek van Claude Debussy op ter inspiratie. Want deze Fransoos is nog altijd de beste in het genre. Veel muzikanten raken geïnspireerd door klassieke componisten. De Canadese singer-songwriter Patrick Watson is er een van, valt her en der te lezen, en zelf heeft hij ook wel iets dergelijks  opgemerkt. Zijn grote voorbeeld? Claude Debussy. Zelf kwam ik juist via Debussy in aanraking met Watson.

Druppelende piano

Vorig jaar april was ik bij het concert dat Watson en zijn band gaven samen met het honderdkoppige Koninklijk Concertgebouworkest. Een vreemde combi, zou je denken. Maar toch niet helemaal. Nog steeds staat me helder voor de geest hoe tegen het einde het concert het orkest de Nocturnes van Debussy inzetten en dat Watson het stokje overnam in het tweede deel over de neuriënde Sirenes, en daarna weer werd opgevolgd door de lekker vette strijkers, blazers en slagwerkers. Het paste wonderwel.

Nocturnes is een driedelig stuk dat, net als La Mer van Debussy, een klinkende schets is van pure natuurelementen. Het eerste deeltje met de titel ‘Wolken’ begint met duistere flarden mist die opkomen boven zee. Luister hoe schepen angstvallig hun weg zoeken in de onheilspellende omgeving, terug naar de havensteigers. Patrick Watson heeft ook geëxperimenteerd met zeeklanken. Met zijn zacht omfloerste stem brengt hij een waterig zonnetje tot klinken, maar ook zijn instrumentale stukjes klinken Debussyaans. In bijvoorbeeld de outtro van ‘Man Under The Sea‘ met zijn omlaag druppende pianotoonladders. In ‘Lighthouse’ zwellen zoete golven omhoog als ondertoon van een lied over melancholie en liefdesdromen. Tekst wordt bijna overbodig in deze spannende onderwaterwereld.

patrick watson koninklijk concertgebouworkest – lighthouse

Lokkend en treiterend

De Nederlandse componist Rudolf Escher (jaja, familie van die andere Escher) raakte op zijn eigen manier geïnspireerd door Debussy en schreef een stuk waarin een zacht golvende zee uitgroeit tot een onbetrouwbare oceaan met één korte verwoestende golf. Met slechts stemmen als materiaal. Hij gebruikte deze poezie:

Warm are the still and lucky miles
White shores of longing stretch away
A light of recognition fills
The whole great day
And bright the tiny world of lovers’ arms

Een mannenstem zingt over witte kalkrotsen die verderop uit de golven oprijzen, terwijl vrouwenstemmen in meanderende bewegingen een woordeloze melancholie bezingen. Maar dan nemen de vrouwen het over en blijven de mannen ver en verlangend achter, terwijl een vuurtoren treiterig zijn lichtstralen in klank uitzendt. Escher weet elk woord met een eigen betekenis te verklanken.

Silence invades the breathing wood
Where drowsy limbs a treasure keep
Now greenly falls the learned shade
Across the sleeping brows
And stirs their secret to a smile

Maar achter die lome glimlach broeit iets ondefinieerbaar ongelukkigs. Die geliefden zijn helemaal niet dicht bij elkaar, ze zijn van elkaar verwijderd met een oceaan van sluimerend verlangen tussen hen in. Vinden ze ooit elkaars armen weer? De zee raakt de toon van het hart akelig scherp:

Restored! Returned! The lost are borne
On seas of shipwreck home at last:
See! In a fire of praising burns
The dry dumb past
And we our life-day long shall part no more

Ja, de mannen keren heelhuids terug in de armen van hun wachtende vrouwen. Maar de zee en haar lokkende golven zullen altijd blijven roepen, is het niet?

Tags: , , , , ,

-->