nummer van 29/06/2012 door

‘Man Alive’ van Austin Lucas

De kritische troubadour

"Man Alive," by Austin Lucas

Toen redactielid Johan Vogels vorig jaar bij een Austin Lucas-concert in Amsterdam smeekte om “that cigarette song”, was de ogenschijnlijk zo gezellige dikkerd niet geamuseerd. “It’s called ‘Man Alive'”, antwoordde hij nors, en met frisse tegenzin zette de man zijn meest catchy nummer in. Het incident was typerend voor de eigenwijze punktroubadour en de manier waarop hij omgaat met zijn kersverse fanbasis – en zijn collega’s. Over die laatste groep meldde hij ooit:

De meeste punks die tegenwoordig iets met folk of country doen, hebben eigenlijk weinig kaas gegeten van het genre. (…) Iemand die alleen Tim Barry, Chuck Ragan, Johnny Cash en Bob Dylan kent, zal volgens mij nooit een succesvolle rootsmuzikant kunnen worden. Ik sluit niets 100 procent uit, maar het lijkt me onwaarschijnlijk. Er zijn vandaag de dag voldoende gasten die het leuk vinden om een cowboyshirtje aan te trekken en een akoestische gitaar ter hand te nemen en denken dat ze het wel gaan maken, nieuwe urban rednecks die nu ineens doen alsof ze op de boerderij zijn opgegroeid. – Lucas, interview op punx.nl, 2009

Toch was het juíst de grote hype rondom punkers die country gingen maken, waar Lucas zijn succes aan te danken heeft. Na een aantal jaren in Tsjechië te hebben gespeeld met deathmetalband Guided Cradle, verhuisde hij in 2006 terug naar de Verenigde Staten om zich te herenigen met twee oude liefdes: zijn familie en de americanamuziek.

Austin Lucas

Zijn solodebuut werd ontdekt door Chuck Ragan, met wie hij een split-album opnam en een nieuwe band begon onder de naam Bristle Ridge. Lucas mocht mee met Ragans eerste Revival Tour, een toerende countrypunkkaravaan waarbij in de loop der jaren ook grotere namen als Frank Turner, Ben Nichols (Lucero) en Brian Fallon (The Gaslight Anthem) zich aansloten. Zowel het Amerikaanse als het Europese publiek was gecharmeerd van zijn Life With Louie-achtige voorkomen, zijn snelle tokkel en zijn kraakheldere stem.

De denigrerende wijze waarmee hij naderhand over zijn collega’s zou praten lijkt in dit licht wat ondankbaar, maar komt niet uit de lucht vallen. Lucas komt uit een muzikaal nest waar het spelen van Amerikaanse rootsmuziek bloedserieus werd genomen. Vader Bob was producer/songwriter en won een Grammy voor het materiaal dat hij schreef voor Alison Krauss. Zus Chloe zong sinds ze kon lopen de sterren van de hemel en Austin zelf leerde als klein jochie de fijne kneepjes van het harmoniezingen in Indiana’s University Children’s Choir. Je begrijpt: hij heeft een naam hoog te houden, een lat hoog te leggen, een familie trots te maken.

Dat Lucas in dat laatste al lang is geslaagd, merk je aan de overgave en het plezier waarmee vader en zus meespelen op al zijn albums. Gelukkig hoeft hij voor erkenning niet alleen bij familie aan te kloppen. Dankzij Austins hoge standaard en mentaliteit is het hem tot dusver gelukt om ieder jaar een volledig album uit te brengen. Vorig jaar nog tourde hij met Willie Nelson, een mijlpaal die vele andere punktroubadours nog moeten bereiken. Maar hoe hard hij hen ook aanpakt, het meest kritisch is de man nog voor zichzelf. Zo ook in dit schitterende ‘Man Alive’, over zijn hardnekkige doch niet goed te praten nicotineverslaving. Tekstueel en muzikaal puntgaaf, met vader Bob achter de mixtafel terwijl zijn zoon laat zien dat hij op de beste school harmonietjes heeft leren zingen.

My breath is a hammer
My insides are taxed like an anvil
My heartbeat’s a tremor
Yet I have not love but for nicotine

Tags: , , , , , , , , ,

-->