nummer van 27/06/2012 door

‘Krusty’ van Papa M

Had ik niet verwacht

Op de dag dat Daniel Levitin van zijn vader een koptelefoon kreeg (het geluid uit zijn 100 dollar stereo maakte teveel lawaai), was het voor de jonge Daniel duidelijk dat hij in zijn leven veel muziek moest gaan maken. Eerst voor zichzelf in bandjes, daarna voor anderen als producer. Zijn scherpe oren en nieuwsgierigheid brachten hem ver, maar de muziekwereld wakkerde ook vragen in hem aan die hij niet onbeantwoord kon laten. Waarom lukt het sommige artiesten wel succesvol te worden en anderen niet? Waarom vonden we artiest X beter dan Y en hoe kwam het dat we van vrolijke muziek gingen lachen en van mineur pianomelodieën huilen? Met andere woorden: hoe ervaren en verwerken onze hersenen muziek? Levitin ging terug naar school en zocht het uit. In zijn boek This is your brain on music (2006) werpt hij licht op deze vragen, zowel als muziekfanaat als als neurowetenschapper. Want dat werd hij, na vele jaren studie. Vandaag komt zijn these goed van pas om te beschrijven waarom ‘Krusty’ van Papa M het nummer van vandaag is.

Levitin betoogt dat muziek luisteren om een zekere kwetsbaarheid vraagt en dat we ons tijdens het luisteren naar liedjes moeten overgeven aan de componist die een nummer geschreven heeft. “ (…) We allow ourselves to trust the composers with parts of our hearts and our spirits; we let the music take us somewhere outside of ourselves.” Hij stelt dat, bijvoorbeeld, Wagner het gezien zijn antisemitische connotaties moeilijk maakt voor sommigen naar zijn werk te luisteren, en dat dat een duidelijk impuls kan zijn waarna onze hersenen onze rechterhand kunnen vragen op een uitknop te drukken. Dat is één deel van het verhaal. Het is het deel dat ons vanuit emotionele blootstelling aan muziek kan leiden tot het verkiezen van jazz boven rock, rap boven grunge, klassiek boven pop; we luisteren naar de muziek die ons goed doet voelen en niet naar de muziek waar we ons slecht bij voelen. Klinkt…logisch.

Deel twee gaat verder: ja, we kunnen gevoelsmatig liever naar het ene liedje luisteren dan het andere, of liever een middag naar Chet Baker luisteren dan naar Bob Dylan, maar waarom blijven we hangen op dat ene nummer dat we daarna ook niet (en nooit) meer uit ons hoofd krijgen? In andere woorden: wat zorgt ervoor dat ons lievelingsliedje een lievelingsliedje wordt?

Tussen alle verbindingen die onze hersenen creëren om melodieën, ritmes, timbres en  harmonieën te herkennen, dringen er zo nu en dan geluiden onze prefrontale cortex (ter hoogte van het voorhoofd) binnen die we niet meteen snappen en ons daarmee goed wakker schudden: de muzikale verwachtingen die we hadden worden geschonden. We worden verrast. En als die verrassing hard genoeg aankomt, worden we verliefd. Het akkoord dat je niet zag aankomen, de melodie die in niets leek op iets wat je eerder had gehoord… Volgens Levitin gaat het nummer dat je van a tot z kan raden zomaar aan je voorbij, precies om de reden dat er eigenlijk niks nieuws aan te raden valt. Maar het nummer dat eerst zijn eigen plan trekt voordat het jouw oortrommels raakt, daar kun je niet meer zonder.

Ik zou niet beter uit kunnen leggen wat het was dat me een jaar geleden alles wat ik aan het doen was deed neerleggen om te luisteren naar ‘Krusty’. De vredige gitaarnoten  hadden mijn aandacht al voor de helft gegrepen toen ik opeens niet meer loskwam van de drumpartij die er overheen werd gelegd. Na iedere zes seconden (1:18, 1:26, 1:34….) gebeurde er iets dat ik niet begreep -ik begreep niet hoe ik het ritme moest voelen. Van 1:11 tot 1:17 dacht ik het in de vingers te hebben, maar werd ik op 1:18 opeens heel hard in de maling genomen. En na zes seconden weer. En na weer zes seconden nog een keer. En nóg een keer. En blijkbaar vond ik dat leuk. Prefrontal cortex, creation of expectations, violation of expectations, loving that song. Goede theorie.

Tags: , , , , , ,

-->