nummer van 31/05/2012 door

‘Os solitários’ van Cristina Branco

Lief, maar onvoldoende om op te leven

christina branco – os solitáros

De fado, van het Latijnse fatum (noodlot), betekent voor de Portugezen de onontkoombare fatalistische kracht die het menselijke lot bepaalt. De eerste fadista’s ­– de fadozangeressen die het verdriet, de weemoed en melancholie vertolken – zijn de hoeren en barvrouwen van de arme wijken in Lissabon zo ergens in de jaren dertig van de negentiende eeuw. In duistere kroegen en nauwe steegjes bezingen ze hun lot waaraan geen ontsnappen meer is. Rond 1900 wordt de fado populairder en beginnen ook andere mensen, behalve de ladderzatte arme kroeg- en hoerenbezoekers, naar de muziek te luisteren. Maar de fado blijft wat die is: de muziek die troost biedt aan het leven.

Cristina Branco is een van de fadozangeressen die eind jaren negentig er voor zorgt dat deze muziekstijl weer in zwang raakt. Dat is nodig, want nadat de fado populair is geworden, wordt het ook de muziek die vanaf de jaren dertig door de heersende dictatuur wordt gepropageerd als het geluid van de Portugese volksziel. Als de dictatuur dan in 1974 omver wordt geworpen, kraait er de jaren daarna geen haan meer naar de fado. Branco zorgt er voor dat de fado weer bekend wordt. Dat doet ze onder andere met een bijzonder project.

O Fado, José Malhoa (1910)

Slauerhoff

Halverwege mijn tienerjaren leer ik de Nederlandse dichter Jan Jacob Slauerhoff kennen. Zijn gedichten zijn melancholisch, zwaarmoedig, maar beeldend en niet erg ingewikkeld. Ze ruiken ook naar avontuur en een drang om aan de verdrukking van zijn milieu te ontsnappen. Dat is de reden dat ze me op die leeftijd aanspreken.

Slauerhoff, geboren in 1898, is zijn hele leven een rusteloze ziel die als scheepsarts de wereld bevaart. Zijn hart verpand hij aan Lissabon en aan de Portugese geschiedenis met haar ontdekkingsreizigers. Hij ziet zichzelf ook als een ontdekkingsreiziger, op zoek naar geluk. Maar tegelijkertijd realiseert Slauerhoff zich maar al te goed dat zijn geluk, dat hij soms vind bij een vrouw, op zee, thuis of in een ver oord, maar van korte duur is. Zo is zijn lot, onontkoombaar.

In Slauerhoffs gedichten zit de ziel van de fado. Dat vind ook José Melo, een Portugees die in Nederland woont. Hij brengt in 1999 de gedichten van Slauerhoff samen met de rijzende fadoster Cristina Branco. In Leeuwarden wordt dat jaar een album opgenomen. Slauerhoffs gedichten zijn in het Portugees vertaald en Branco zingt op die plaat de sterren van de hemel, begeleid door gitaar en viool. Het eerste nummer is al gelijk raak en laat zien dat Slauerhoff de fado begreep en dat Branco die voortreffelijk kon zingen:

Stil sta ik in de steppe
De doffe zon gaat onder
De schrale maan verdwijnt

Het gras dampt, klam en vochtig
De grond blijft stijf bevroren
In heete korte zomer
’t Blijft winter in de zomer

De klokjes zijn nog hoorbaar
Het rulle spoor nog zichtbaar
De kar is al verdwenen

Ja, alles gaat, verdwenen…
Wat over is gebleven
Is lief maar onvoldoende
Om op te leven

Tags: , , , , , ,

3 Responses to “‘Os solitários’ van Cristina Branco”

  1. Arja Mari zegt:

    Heb Cristina Branco heel wat jaren terug live gezien in Arnhem. Zal het nooit vergeten, want ik heb zitten janken als een klein kind. (Zo mooi was het.)

  2. Renée de Jong zegt:

    Hoor deze graag en geeft me nog steeds een goed weemoedig gevoel…

Leave a Reply

-->