nummer van 20/05/2012 door Theo Ploeg

‘Collision’ van Loop

Over mijn eerste dansvloer-ervaring en Marthè Hoekstra

Zondag, gastblog! Vandaag het woord aan Theo Ploeg, medeoprichter van frnkfrt, een blog voor media- en popkritiek, journalist en recensent voor OOR en het Vlaamse tijdschrift Gonzo (circus) en als mediasocioloog verbonden aan de hogeschool van Amsterdam. In het nabije en verre verleden was hij hoofdredacteur van KindaMuzik, redacteur bij Opscene en zat hij een blauwe maandag bij De Subjectivisten. Tegenwoordig woont hij het in het centrum van Europa, Heerlen. Lekker rustig én dichtbij de Duitse Autobahn die hij het liefst onveilig maakt in een gitzwarte Opel Manta A. Althans, in z’n dromen.

https://youtube.com/devicesupport

Daar stond ik. Aan de grond genageld. Het gesprek dat ik voerde met Marthè Hoekstra verdween abrupt naar de achtergrond. De eerste gitaargolven van ‘Collision’ raakten mijn trommelvliezen met een ontstellend grote kracht. Niet zozeer in volume. Eigenlijk weet ik nog steeds niet wat me destijds zo raakte. Ach, de mooiste dingen zijn niet te verklaren. Woorden genoeg, maar om échte emoties beschrijven? Daar is taal niet voor gemaakt. Laat dat maar aan muziek over. En dus pakten die gitaargolven me bij de lurven en transporteerden ze me naar een vacuüm, precies op de plek waar ik eerder met Marthè stond te praten. Toen de roffelende drumbeat inviel was Marthè opgegaan in rook, evenals de andere aanwezigen op de dansvloer. Mijn benen volgenden de beat. Het moet een vreemd gezicht zijn geweest: die jongen die danst alsof z’n leven ervan af hangt. Geen idee of ik de enige was. Per slot van rekening zat ik in dat vacuüm, in een trance. Voor even was ik elders. In de danshemel, of hoe je het ook wil noemen. Die avond in Fenix leerde ik dansen.

In de maat bewegen hoorde er niet bij

Dansen? Niets voor mij. Althans, vóór ‘Collision’. Ik sprong, duwde en headbangde op muziek, maar in de maat bewegen hoorde er niet bij. In feite speelde ik al die tijd de muzikant op het podium na. Deed ik tien jaar voor die eerste danservaring voor het eerst. Ik was negen en stond voor de spiegel met een omgekeerd tennisracket in de hand, mijn gezicht geschminkt in wit en zwart, uit de boxen van mijn rode Philips platenspeler klonk ‘Strutter’ van Kiss. Via Kiss belandde ik bij AC/DC, vertegenwoordigers van NWoBHM (Iron Maiden, Saxon, Tygers of Pan Tang, Jaguar) en de begintijd van Amerikaanse metal (Metallica, Anthrax, Slayer, Agent Steel). Midden jaren tachtig ontdekte ik D.R.I, Agnostic Front en Seven Seconds. Niet zo vreemd: hardcore en metal liepen rond die tijd steeds vaker in elkaar over. Soms draaide ik in het hardrock- en metalcafé aan het begin van de straat waar ik woonde.

Hitlergroet op de dansvloer

Dat viel niet bepaald mee. De muzikale omnivoor die ik tegenwoordig ben, werd langzaam zichtbaar. En tja, dat maakte draaien voor een nogal conservatief publiek een lastige opgave. De broertjes Van Baten – de schrik van het dorp, gekleed in leer en spikes en niet te beroerd om de Hitlergroet te brengen op de dansvloer – posteerden zich naast de dj-booth en beten me toe dat het volgende nummer er een van Slayer moest zijn, want “anders schoppen we je achter de draaitafels vandaan.” Natuurlijk luisterde ik. Misschien dat daar mijn popjournalistieke carrière ontstond: ik nam me voor voortaan mensen te overtuigen van de kwaliteit van de muziek die ik kon waarderen. Met dj’en stopte ik al snel. Naast de middelbare school was het destijds een dagtaak om op de hoogte te blijven van al die nieuwe muziek. Internet bestond niet en buitenlandse muziekbladen waren niet altijd voorhanden. Weten wat er speelde was destijds nog hard werken.

De ontdekking van ‘Collision’

1988 was een bijzonder jaar. Ik ontdekte Pixies, REM, Wipers en Red Hot Chili Peppers. Nothing’s Shocking van Jane’s Addiction hoorde ik voor het eerst bij Edwin Roes, die al diep in de Amerikaanse indie was gedoken. Interessante muziek, maar om eerlijk te zijn zat ik nog te veel vast aan het hardcore- en metalidioom.

En toen was er ‘Collision’.

Een nummer zonder begin en einde. Zonder refrein, met psychedelische gitaren, dat dansbare ritme, dat herhalen van woorden als een mantra. Leek nergens op. Na afloop liet ik de dj van de alternatieve dansavond in Fenix, Sittard de naam van de band en het nummer op een bierviltje schrijven. Een maand later had ik Heaven’s End, het debuut van Loop in huis. ‘Collision’ stond daar niet op, want enkel als single verschenen. Die was in Nederland lastig te krijgen. Jammer? Zeker. Lang treurde ik niet. Loop opende een nieuwe wereld voor me. Of eigenlijk: werelden. Bandleider Robert Hampson had connecties met de Birmingham-scene, waar Godflesh en Napalm Death onderdeel van uitmaakten. Muzikaal paste Loop uitstekend naast My Bloody Valentine en Spacemen 3. Ook Happy Mondays ontdekte ik via de band uit Leeds.

Dansmuziek

En ik ging dus dansen. Niet dat ik daar goed in ben geworden. Dansen is hard werken en vooral hopen dat ik vergeet dat dans. Bewust het ritme van muziek volgen zorgt ervoor dat je altijd denkt dat je bewegingen en het ritme nét niet synchroon lopen. De keren dat het me lukte om mijn controle te verliezen op de dansvloer waren goddelijk. Vaker lukte me het niet. Dansen bracht me uiteindelijk bij elektronische dansmuziek. Die was er in 1988 ook al, maar ik luisterde er niet naar. Was er nog niet rijp voor. ‘Collision’ wees de weg, Happy Mondays en New OrderTechnique is een van de beste platen ooit – namen me bij de arm. Drum’n’bass rondde af.

Marthè

Vanaf die tijd ontwikkelde de muzikale omnivoor zich in mij. Voor Opscene schreef ik vanaf begin jaren negentig over indie- en noiserock, in Bassic Groove over drum’n’bass, breakbeat en big beat. Nu, bij OOR, is elektronische muziek mijn specialiteit. Dat heeft ‘Collision’ toch maar mooi voor elkaar gekregen. Marthè, die een minuut of vijf in rook opging, begreep er niets van. Tot zijn dood – hij stierf onverwachts op veel te jonge leeftijd – bleef hij bij de rockgitaar. Hij baste nog samen met Metallica toen de band een bezoek bracht aan mijn geboortedorp Brunssum. Toch wist ik hem later geïnteresseerd te krijgen voor big beat en Amerikaanse breakbeat. Chemical Brothers en Crystal Method waren z’n favorieten. Toen ik naar het westen trok zag ik hem steeds minder. Maar als? Dan was het altijd zoals vroeger. Zoals destijds in Fenix. Misschien is ‘Collision’ zo belangrijk voor me omdat het me herinnert aan Marthè. Ik mis hem nog elke dag.

Tags: , , ,

-->