nummer van 17/05/2012 door

‘Wee’ van The Quintet

Vijf grootheden op één podium

Charlie Parker "The Quintet" Live 1953 ~ Wee (Allen's Alley)

De Massey Hall in Toronto was maar voor een kwart gevuld die 15mei in 1953. De organisator had geen rekening gehouden met de kampioenswedstrijd van de boksende zwaargewichten Rocky Marciano en Jersey Joe Walcott diezelfde avond. Jammer, want op het podium stond een supergroep te spelen die bestond uit het beste wat jazz te bieden had: Dizzy Gillespie (trompet), Charlie Parker (altsaxofoon), Bud Powell (piano), Charles Mingus (contrabas) en Max Roach (drum). Een unieke aangelegenheid ook, want ze zouden nooit meer samen op een podium staan.

Stuk voor stuk hadden de mannen de jaren daarvoor faam gemaakt. Ze stonden aan de basis van de bebop; het predikaat dat jazz kreeg nadat het begin jaren veertig veranderde van populaire en dansbare muziek tot een uitdagendere vorm voor muzikanten. Luistermuziek, waarbij vreemde en explosieve ritmes samen met voor die tijd niet gangbare harmonieën tot een totaal nieuwe ervaring leidden. Pas na de bebop kwam de cool jazz die we allemaal kennen van Miles DavisKind Of Blue.

The Quintet, Jazz At The Massey Hall (1953)

Het concert werd gelukkig opgenomen, zodat veel meer mensen dan die paar honderd aanwezigen, konden horen wat de jazzgrootheden op dat podium uitspookten. Mingus zelf bracht de plaat uit op zijn Debut-label. Voor de gelegenheid noemde hij de band The Quintet. Tegenwoordig wordt de plaat, Jazz At The Massey Hall, gerekend tot een van de allerbeste jazzplaten ooit.

Iedereen zijn momentje

Iedereen komt aan de beurt op de plaat. Dat is bijvoorbeeld goed te horen in ‘Wee’, een compositie van Gillespie. Na een harde “Taaaat”, beginnen Gillespie en Parker aan een harmonieus stukje. Maar al na 20 seconden is Parker on his own. Hij speelt die dag op een geleende en plastic saxofoon, omdat hij zijn eigen instrument niet bij zich had. Dit trouwens tot grote ergernis van Gillespie, die op 1:37 de hoofdrol overneemt. Op 2:27 lokt hij nog een applaus uit van het publiek als hij die bolle wangen van hem bijna opblaast. Een kleine minuut later alweer mag Powell laten horen waarom hij mee is. Een mooi moment is als Parker op 4:29 enkele onverstaanbare kreten uitslaat, waarschijnlijk om Powell nog eens extra aan te sporen. En dan is het woord aan een van de coolste drummers ooit, Max Roach. Geen moment houdt hij in. Integendeel, hij zweept de boel weer op, het publiek juicht, en als dan zijn slagen op het drumstel vertragen, knallen Parker en Gillespie er nog een keer samen in om het liedje weer tot een eind te brengen.

Naar hun gage konden ze trouwens fluiten, vanwege het lage bezoekersaantal. Wel kregen ze ongedekte cheques. Tegen de tijd dat ze daarmee het geld voor het optreden kon innen, waren er alweer jaren voorbij. Hopelijk hebben ze wat overgehouden aan de plaatverkoop.

Tags: , , , , , , , ,

-->