Andrew Bird – Anonanimal (Live on Cemetery Gates)

Een paar jaar geleden maakte muzieksite Pitchfork regelmatig Cemetery Gates sessies waarin muzikanten hun instrumenten meenamen naar een mooie, Gotische kerk met mooi lichtinval en nog betere akoestiek. Grizzly Bear, al eerder besproken op Nummer van de dag, speelde er in 2007 een paar liedjes van de plaat Veckatimest, en zo ook Jónsi, St. Vincent, Atlas Sound… Goed concept waarvan jammer genoeg geen nieuwe opnames meer lijken te komen.  Gelukkig heeft Andrew Bird een sessie op zijn naam staan.

Ik herontdek Birds Cemetery Gates-interpretatie van ‘Anonanimal’ zo’n beetje ieder jaar opnieuw en kan het dan een paar dagen lang niet van me afschudden. Het is zo goed. Niet alleen draagt Bird het nummer moeiteloos in z’n eentje, maar hij laat ook zien dat hij het beste maakt van de zogenaamde beperkingen die het solo-optreden hem opleggen. In de albumversie van ‘Anonanimal’ schakelt het nummer op een gegeven moment naar een soort viool-breakbeat die het nummer de eerste (van vele) versnelling(en) geeft, waarna een volledige band van de droge melodie een rocknummer maakt – kan niet in de kerk. Bovenstaande video laat zien wat Bird wel kan in een kerk.

Anonanimal

Van 0:00 tot 1:50 laat Bird onze hersengolven rustig kennis maken met ‘Anonanimal’ door een paar geluidslagen over elkaar uit te smeren dankzij een looppedal. Wat een geschenk uit de hemel, dat looppedal. Op 1:52 zijn we aan de toonsoort gewend, is de intro over en zet Bird het hoofdthema van het nummer in; eerst de eerste laag, dan de tweede, derde, vierde. Een eerste zanglijn op 2:20, die hij noot voor noot met zijn viool volgt, terwijl op de achtergrond de violen hun melodie blijven doorspelen. Bijna buiten adem verzekert Bird ons dat hij dit nummer kent en van dit nummer houdt. Een kleine stilte.

Alle eerdere opnames worden van het digitale geheugen gewist en Bird drukt demonstratief met zijn voet op de meeste linkse knop van zijn looppedal. Zijn viool had hij al onder zijn kin vandaan gehaald en gebruikt hij nu om een eerste laag vioolgetokkel mee op te nemen. Na één maat drukt hij op knop nummer twee om een tweede laag toe te voegen waar hij tijdens de volgende maat noten tussen begint te plaatsen. De korte vioolnoten beginnen als kleine regendruppeltjes door elkaar heen te lopen. Met die basis kan Bird daarna weer de melodie van het nummer oppakken, zingen, viool spelen, fluiten, et cetera, et cetera. Ontspannen legt hij op 4:43 zijn viool op een kerkbankje en pakt hij zijn gitaar op, fluitend. Hij zet een gitaarritme in waarmee hij een zaal aan het dansen zou krijgen en begint in deze vijfde minuut aan het eerste couplet. Zonder te struikelen rollen er een paar ongebruikelijke woorden van zijn tong af:

Underneath the stalactites
The troglobites lost their sight… Uh oh
The seemingly innocuous plecostomus
though posthumus
They talk to us
They talk too much

See a sea anemone
The enemy
See a sea anemone
That’ll be the end of me
Vicious fish was caught unawares
In the tend’rest tendrils
Underneath her tender gills and…

De Suzuki-methode

Vanaf zijn vierde is Bird getraind in de Suzuki-methode, een methode die het belang van een goede (werk)omgeving centraal stelt en uitgaat van het principe dat ieder kind (zonder uitzondering) een instrument kan leren spelen vanuit die omgeving. De frontman van de Suzuki-methode, vioolspeler Shin’ichi Suzuki, kwam op deze gedachte na het bestuderen van de manier waarop kinderen, tot op een bepaalde leeftijd, moeiteloos een taal leren spreken – welke taal, of welk dialect, dan ook. Hetzelfde fenomeen zou, volgens hem, ongeacht verschillende maten van aangeboren talent, kunnen met muziek, mits de leerstappen klein genoeg waren. Suzuki: “I want to make good citizens. If a child hears fine music from the day of his birth and learns to play it himself, he develops sensitivity, discipline and endurance. He gets a beautiful heart.”[1]

Om de juiste leeromstandigheden te creëren, heeft de Suzuki-methode zijn eigen ‘regels’. Een paar, gesimplificeerde, voorbeelden: heel vroeg beginnen met muziek maken, zich integreren in een muzikale gemeenschap, niet beginnen met auditeren maar eerst met oefenen, eerst uitsluitend op gehoor leren spelen, veel in groepsverband oefenen en veel voor een publiek spelen om van optreden een ontspannen bezigheid te maken. Als je dit rijtje bestudeert, zou je willen dat je eigen kinderen ook op deze manier muziek leerden maken, maar gek genoeg heeft onze westerse visie van hoe muziekles moet zijn er weinig mee te maken. Waarom een kind muziek leren lezen als hij het nog niet kan maken? We leren een kind ook niet lezen voordat hij kan praten, toch? Interessante discussie.

De organische manier waarop Bird van geluid naar geluid glijdt, van instrument wisselt of zelfs de manipulatie ervan aanpast – zichzelf inbegrepen, van zang naar gefluit – lijkt helemaal voort te vloeien uit Suzuki’s muzikale filosofie. In 1996 behaalde Bird ook wel een bachelor diploma voor viool, maar beelden van Bird in actie kunnen moeilijk verbergen dat er meer in zijn bloed zit dan alleen solfège.

Terug naar de kerk. Een goddelijke omgeving waar hij alles uit haalt wat er uit te halen valt. Van 6:17 tot 6:20 maakt hij van zijn lijf een zo groot mogelijke klankkast en echoot zijn subtiele vibrato tot de hoge kerktorens en terug. 6:22; de eerder opgenomen perfecte regendruppeltjes worden met een kleine beweging weer gestart en Bird begint het liedje af te ronden. Suzuki is overal. En Birds klassieke vioolopleiding ook: op 8:36 hebben we nog recht op een moment van virtuositeit voordat het einde van ‘Anonanimal’ met een droge noot de kerk in geslingerd wordt. Luister hieronder naar de albumversie en kies zelf welke uitvoering je daarna weer aanzet.

Andrew Bird – Anonanimal

  1. [1]Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Suzuki_method 

Tags: , , , , , ,

-->