nummer van 22/03/2012 door

‘Things To Come’ van Dizzy Gillespie

Poëzie makkelijker dan trompet spelen

Things to Come – Dizzy Gillespie 1968

‘Ik wilde trompet spelen’, schrijft Remo Campert in een brief op 18 juni 2008 aan zijn goede vrienden Theo Loevendie en Henk Bernlef. De schrijvers/dichters Bernlef en Campert, en Loevendie, gerenommeerd componist, hebben die lente hun oude correspondentie onder het stof vandaan gehaald. In de jaren tachtig schreven de drie vrienden elkaar veelvuldig over hun dagelijkse en professionele beslommeringen. ‘CC’ noemden ze de correspondentie. Degene die aan de beurt was, gebruikte carbonpapier om tijdens het schrijven al een kopie (carbon copy) van de brief te maken. De brief moest per slot van rekening naar twee mannen.[1]

Bolle wangen en de omhoog gebogen beker waren Gillespies handelsmerk.

De reden dat Campert trompet wilde leren spelen, kwam door ‘Things To Come’ van Dizzy Gillespie. ‘Van wie ik platen had gehoord die een vriendje die een oom had in New York mij bezorgde. Een van die nummers was ‘Things To Come’. Daar werd ik helemaal gek van als ik het hoorde. Ik draaide het eindeloos.’ Dat Campert helemaal wild werd van dit nummer is begrijpelijk. De big band swingt alsof die het einde van de wereld probeert te voorkomen. En dan hebben we de solo’s nog niet eens gehoord.

Solo op solo op solo

‘Things To Come’ is eigenlijk een aaneenschakeling van drie lange solo’s. Natuurlijk opent Gillespie zelf met zijn karakteristieke spel en trompet (bolle wangen en de naar boven gebogen beker van zijn instrument) de eerste solo. Hij blaast en schettert zichzelf het nummer in, om daarna wat volume terug te nemen en swingend en virtuoos zijn weg te vervolgen. Als zo rond 2:00 de trompetten ‘vallen’, wordt de deur geopend voor een minuutlange pianosolo van Mike Longo. Daarna mag Paul Jeffrey. Hij scheurt het nummer helemaal open met zijn krijsende tenorsaxofoon. Gillespie, die naast hem staat op het podium, begint in de maat te klappen om zijn big band de sporen te geven. Jeffrey laat zijn sax nog even lekker schreeuwen, waarna de big band zich in de grandioze finale stort. Als een dronken dirigent dirigeert Gillespie de mannen naar het eind toe, waarbij de band klinkt alsof die bijna uit de bocht vliegt.

Camperts liefde voor ‘Things To Come’ wordt gedeeld door de andere twee. ‘Begin me niet over ‘Things To Come’’, antwoord componist Loevendie op 23 juni. ‘Ik heb het toen alleen een of twee keer op de radio gehoord en het zal wel door de titel komen, maar ik heb nooit zó sterk het gevoel gehad dat er een nieuwe glorieuze en spannende tijd zou aanbreken als bij dit nummer.’ Ook Bernlef wordt warm als hij zich de klanken van het nummer weer voor de geest haalt: ‘Ook voor mij was het een mijlpaal. […] Explosieve muziek uit het land van Oblaa Dee’, zegt hij met enige minachting voor de zoetgevooisde popmuziek die halverwege de twintigste eeuw uit de Verenigde Staten kwam.

Samen luisteren

Campert, Loevendie en Bernlef vertellen op Crossing Border over hun boek.

De liefde van de drie heren – die inmiddels tussen de 70 en 85 zijn – voor het nummer, en voor jazz in het algemeen, werkt aanstekelijk. Ze halen in hun brieven herinneringen op aan de richtingenstrijd over jazz in Nederland, hun nachtelijke avonturen met jazzgrootheid Ben Webster en al die platen waarvan ze geen idee meer hebben waar die zijn. Enthousiast wordt er met wistjedatjes gesmeten en analyses gegeven over waarom dat ene orkest beter was dan het ander. Het nummer ‘Things To Come’ loopt als rode draad door hun brieven en als Bernlef opmerkt in het bezit te zijn van een mooie opname van het nummer, wordt gezamenlijk naar het liedje luisteren hun levensdoel. De heren treffen elkaar namelijk bijna nooit en al helemaal niet als groepje. Maar een afspraak maken blijkt nogal moeilijk in de drukke levens van de schrijvers en componist. Elke poging tot een afspraak strandt op de drukke agenda’s: er moet een boek worden uitgegeven, een muziekstuk opgevoerd. Totdat Bernlef op 29 november 2008 een datum voorstelt: 13 december bij mij, ‘Things To Come’ en een glaasje drinken. En het lukt ze. ‘Dat was een leuk avondje’, schrijft Loevendie negen dagen later.

Trompet heeft Campert trouwens nooit meer gespeeld. ‘Poëzie leek me makkelijker.’

  1. [1]De brieven zijn gebundeld en uitgegeven door Bas Lubberhuizen met als titel CC, een correspondentie.

Tags: , , , , , , , , ,

-->