nummer van 11/03/2012 door Ron van Hal

‘Love Is All’ van Roger Glover & Friends

Slimme kidsmarketing en botsende ego’s

In zijn vorige leven was Ron van Hal journalist voor media als Brabant Pers, Pebbles, Samson All Areas, Veronica Gids, OOR en Aardschok. Na een date met Mephistopheles ging hij in mei 2001 als PR-man aan de slag bij platenmaatschappij/distributeur Suburban Records. Waar hij na zeven mooie jaren (al dacht zijn lever daar iets genuanceerder over) vertrok om de scepter te gaan zwaaien over Aces High Promotion, zijn eigen bedrijf dat zich richt op PR, mediapromotie & marketing voor vooral  bands, platenlabels en evenementen/festivals.

https://youtube.com/devicesupport

Voorwoord

‘Love Is All’ is uitermate geschikt voor een maartse zondagochtend als deze, die subtiel de komst van de lente belooft en de melancholie en misantropie van de winter verjaagt. Bij voorkeur dient dit vrolijke nummer dan ook niet als CD, MP3 of vanaf Spotify of iTunes te worden gedraaid, maar juist op zo’n ouderwetse Philips pick-up. Het gekraak, getik en de schelle tonen van het bijna veertig jaar oude 45 toeren-plaatje maken de feestvreugde daarbij alleen maar groter.

Ten tweede male in amper dertig minuten tijd betrekt zijn gezicht weer. De eerste keer gebeurde dat na mijn vraag of de huidige tournee definitief zijn laatste zou worden. Geheel onterecht was die vraag overigens niet, aangezien eerder dat jaar een verzamel- én live-CD van zijn band uitkwamen. In de muziekindustrie doorgaans toch een ongeschreven regel dat het einde dan stilaan in zicht komt. En nu, bij de aanblik van het hoesje van ‘Love Is All’ valt opnieuw afgrijzen op zijn gelaat af te lezen.

Ronald James Padavona is inderdaad niet zo'n catchy artiestennaam...

We schrijven 20 oktober 1998. Plaats van handeling is een ondergrondse kleedkamer van concertzaal 013 in Tilburg. Tegenover me zit Ronald James Padavona, het op 10 juli 1942 in de V.S. geboren enig kind van Italiaanse ouders. Andere feiten op Padavona’s palmares zijn onder meer de introductie van het duivelsteken (het handsignaal met opgestoken pink en wijsvinger dat duivelshoorns uitbeeldt) en een indrukwekkende carrière als zanger van onder meer Dio, Rainbow en Black Sabbath. Inderdaad:  ik ben op audiëntie bij meesterzanger Ronnie James Dio die later die avond een concert met zijn band Dio zal geven. Maar voor het zover is benutten we dode tijd tussen soundcheck, diner en optreden met een interview voor hardrockmagazine Aardschok. De sympathieke zanger pakt het single-hoesje uit mijn handen en vermant zich: “Mijn eerste gouden plaatje – een 45 toeren. Alleen goud in de Benelux trouwens. Goh, ik heb die single zelf niet eens!”

Fast rewind naar 1973

1973. In de V.S. wordt abortus legaal; de Jom Kipoer-oorlog woedt tussen Israël en Egypte; in eigen land wordt het CDA opgericht en de eerste autoloze zondag maakt de ernst van de wereldwijde oliecrisis pijnlijk duidelijk. De Engelse hardrockband Deep Purple heeft dat jaar een terechte sterrenstatus bereikt dankzij de baanbrekende LP’s Deep Purple In Rock, Fireball en Machine Head die tot de dag van vandaag als klassiekers in het genre gelden. De laatste twee bereiken zelfs de 1e plaats van de Engelse album chart. Maar de prijs van dat succes is hoog. Zomer 1973 stappen zanger Ian Gillan en bassist Roger Glover op vanwege de onophoudelijke werkdruk en spanningen met Ritchie Blackmore – Deep Purple’s gitaarvirtuoos en algemeen erkend  enfant terrible. Epibreren is er voor Glover niet lang bij. Hij stort zich namelijk op het gewaagde solo-project van zijn ex-collega Jon Lord. Lord heeft als vaste toetsenist bij zijn paarse broodheer geen tijd om zijn eigen ambitieuze idee te realiseren: de bewerking van prentenboek The Butterfly Ball and the Grasshopper’s Feast tot een heuse rockopera. Dat kinderboek uit 1973 van Alan Aldridge en William Plomer verhaalt over een gemaskerd bal van insecten en andere kleine dieren en leent zich uitstekend voor een conceptplaat. For the record:  de auteurs Aldridge en Plomer baseerden zich op hún beurt weer op het gedicht The Butterfly Ball and the Grasshopper’s Feast van William Roscoe uit…1802(!).

Froggy James Dio

Glover laat voor de langspeler een keur aan bevriende muzikanten opdraven. Onder hen Glenn Hughes (inmiddels benoemd tot de officiële vervanger van Ian Gillan bij Deep Purple) en David Coverdale (Whitesnake/Deep Purple). Ronnie James Dio zingt drie nummers als kikker Froggy: ‘Sitting In A Dream’, afsluiter ‘Homeward’ en de feestelijke rocksong ‘Love Is All’. Laatstgenoemde nummer is Glovers interpretatie van het in het prentenboek genoemde liedje ‘Love’s All You Need’ dat wellicht geïnspireerd is door ‘All You Need Is Love’ van de Beatles:

Love is all, well love is all
Love is all, can’t you hear the call
Oh, love is all you need
Love is all you need at the Butterfly Ball

Glovers plan om van The Butterfly Ball and the Grasshopper’s Feast een volledige animatiefilm te maken faalt jammerlijk. Wel wordt het 74 minuten durende muziekstuk op 16 oktober 1975 live uitgevoerd in de Engelse Royal Albert Hall. Niet geheel toevallig op dezelfde dag dat de LP ook in Amerika uitkomt. Engeland is een jaar eerder aan de beurt – op 18 november 1974 om precies te zijn. Veel stof doet de single Love Is All in eigen land trouwens niet opwaaien. De Britten blijven er nogal stoïcijns onder. Dat is wel anders in Nederland, waar het in april 1975 de hoogste plek van de Top 40 bezet en vervolgens maar liefst 13 weken in diezelfde hitlijst bivakkeert. Het nummer (en vooral de bijbehorende videoclip met de bonte stoet feestvierende insecten en dieren) nestelt zich in het Hollandse collectieve geheugen. Het CDA gebruikt het bijvoorbeeld helaas in zijn campagnefilmpjes voor de Kamerverkiezingen van 2006. Maar ook in Frankrijk – en vele jaren later Amerika en Australië – wordt ‘Love Is All’ een begrip.

Op zich niet zo verwonderlijk. ‘Love Is All’ is een schoolvoorbeeld van de ongrijpbare magie van een hitsingle. De combinatie van de melodie, songtekst, fraaie zanglijnen en de klassieke instrumentatie met het walsje als brug maakt van ‘Love Is All’ een rockclassic die de zeitgeist van het moment treffend weergeeft. De bonte video fungeert daarbij tevens als een slimme marketingtool om jonge kinderen te verleiden naar hardrock te gaan luisteren. Naar Deep Purple bijvoorbeeld. De kids van vandaag zijn immers de consumenten van morgen…

Special magic

“Roger dacht dat ik de gelukkigste man op aarde zou zijn toen hij me de single overhandigde”,  herinnert Dio zich tijdens ons interview in 013. “Ik gaf ‘m onmiddellijk terug toen ik zag dat er Roger Glover And Guests op stond. Mijn naam werd niet eens genoemd. Ik had wel wat meer respect verwacht!  Ik was namelijk niet alleen de zanger van het nummer, maar had Roger ook de platendeal voor Butterfly Ball bezorgd en een aantal dingen samen met hem geschreven. Het geld dat ik ermee zou verdienen interesseerde me nagenoeg niets; ik wilde alleen maar erkenning krijgen.” Na het interview staart Dio een poosje doodstil naar de hoes van ‘Love Is All’ die voor hem op tafel ligt. Dan, ineens: “Dus jij hebt ‘m van je ouders gejat toen je het ouderlijk huis verliet?” Een goedkeurende glimlach laat de kleine grote man weer even stralen. Dan pakt hij de stift op en signeert de voorkant van de hoes in zijn zwierige handschrift: “To Ron, special magic. Ronnie James Dio”.

Ter nagedachtenis aan Ronnie James Dio,  10 juli 1942 – 16 mei 2010

Tags: , , , , , ,

-->