nummer van 05/03/2012 door

‘The Magnificent Seven’ van The Clash

Looking for the perfect beat

The Clash – Magnificent Seven – Tom Synder Show 1981

Right place, right time. Soms moet je als muzikant ook gewoon stomweg wat geluk hebben. Inspiratie heb je niet, je vindt het! En in die zoektocht kan je zowel meeval als tegenslag hebben. The Clash had tijdens de opnames van Sandinista, het vierde album van de band, het geluk aan zijn zijde. Het was 1980 en de band zat in New York. Juiste plek, juiste tijd.

De band stond voor een loodzware taak. London Calling was een voltreffer gebleken, zowel op artistiek als commercieel vlak. Het dubbelalbum werd geroemd om de schijnbaar moeiteloze vermengingen van punk, reggae, ska, funk, jazz en pop. En voor de diepgang, zowel muzikaal als tekstueel, die The Clash in hun magnum opus wisten te leggen. Dat succes moest geëvenaard worden. Dat was de taak waarvoor Joe Strummer, Mick Jones, Paul Simenon en Topper Headon in 1980 stonden.

De veelzijdigheid van London Calling was opzienbarend, maar niet onverwacht te noemen. In tegenstelling tot generatie- en genregenoten zoals The Sex Pistols, The Buzzcocks en The Ramones beperkte het viertal zich van meet af aan niet tot de traditionele drie akkoorden die een punknummer zouden moeten bevatten. Op hun titelloze debuut stond bijvoorbeeld ‘Police & Thieves’, een cover van reggaelegende Junior Murvin, een veel betere blik op wat de band ons nog zou voorschotelen dan punkklassiekers zoals  ‘White Riot’ of ‘Career Opportunities’. London Calling was veel gevarieerder dan de eerste twee Clashalbums, maar zette wel de standaard voor de band. De opvolger mocht en zou geen “gewone” punkplaat worden. Dat was iets wat de fans misschien wel zouden willen, maar de heren van The Clash zeker niet!

Cultuurbotsing

 

I said a hip hop the hippie the hippie
to the hip hip hop, a you dont stop
the rock it to the bang bang boogie say up jumped the boogie
to the rhythm of the boogie, the beat

Kort na de release van London Calling (November 1979) begon The Clash met de opnames van Sandinista. Deze werden verspreid over bijna heel 1980 en over vier steden: London, Manchester, Kingston en New York. Het waren de dagen die de band in The Big Apple doorbracht die misschien wel het belangrijkst waren voor wat we op het nieuwe album te horen krijgen. Het was hier dat The Clash, en dan vooral gitarist Mick Jones, gefascineerd geraakte in een nieuw geluid dat uit de zwarte buitenwijken klonk, hip hop.

Rap sluimerde al een hele tijd rond in de buitenwijken van New York, maar was voor de buitenwereld net boven komen drijven. Luttele maanden voor de vier Londonse Punks in NYC neerstreken was ‘Rapper’s Delight’ van The Sugarhill Gang de eerste raphit. In sneltempo werd een hip hopnummer geschreven, opgebouwd rondon een vette baslijn van Ian Dury & The Blockheads-bassist Norman Watt-Roy.[1] Strummer schreef de tekst on the spot.

The Clash discover Hip Hop

Het resultaat is ‘The Magnificent Seven’, misschien wel het bekendste en wat mij betreft zeker het beste nummer op Sandinista, een monsterwerk van zesendertig nummers, verspreid over drie L.P.’s. Sandinista wordt door velen als een overdadige plaat beschouwd. Van hip hop tot reggae, van punk tot rockabilly, van soul tot gospel, nagenoeg alles passeert de revue, maar weinig blijft hangen. The Clash was haar hoogtepunt voorbij, dat bewees deze plaat vooral.[2] Even leek het niet zo, tijdens de opener van de plaat. Londense punks die het geluid van The Bronx oppikken en nog mee weg komen ook! Right place, right time!

Well it’s on n on n on on n on
The beat don’t stop until the break of dawn

  1. [1]Paul Simenon was bezig met filmopnames destijds.
  2. [2]Na Sandinista kwam The Clash echter verrassend sterk terug met Combat Rock.

Tags: , , , ,

-->