nummer van 22/02/2012 door

‘Lady With The Braid’ van Dory Previn

Een nare, eenzame rit

LADY WITH THE BRAID (1971) – Dory Previn

Hellevoetsluis, 1 maart 1971, elf uur ’s avonds. Ik weet het nog goed; het was in mijn vorige leven en ik was ongeveer negentien jaar ouder dan ik nu ben. Ik had de middelbare schoolreünie ternauwernood overleefd, ondanks de overvloed aan onvermijdelijke, banale clichés die zich voor mijn ogen afspeelden. “Je bent geen spatader veranderd”, of juist “Goh, jij hebt je ook wel flink laten gaan tijdens je studie hé?”, en natuurlijk een enkele “Ik was smoorverliefd op jou, voor de oorlog.” Hoe ik precies bij Doortje, of Dory zoals ze zich nu noemde, op de bank was beland, weet ik niet meer. Ik had me netjes aan mijn zelf opgelegde maximum van drie biertjes gehouden en was nog prima in staat om terug naar Groningen te rijden. De kans dat ik gecontroleerd zou worden leek me nihil. Toch had ik me op de een of andere manier laten verleiden tot een afzakkertje in haar veel te grote en veel te lege huis in het bos, slechts een prettige vijf minuten lopen verwijderd van het aartslelijke, gerenoveerde schoolgebouwtje waar iedere spier in mijn lijf de hele dag al schreeuwend van weg wilde rennen. Hoe dat ook gegaan was, om elf uur zat ik daar, en was het blijven of huiswaarts keren. Dat de avond een breekpunt had bereikt, bespeurde zij minstens even goed.

Zou je misschien willen blijven tot zonsopgang? Je moet het zelf weten hoor, maar naar huis gaan is ook weer zo’n rit. Zo’n nare, eenzame rit.

Ik reageerde niet met woorden, maar met een gespeelde bedachtzame blik. Alsof ik het echt overwoog, staarde ik wat naar mijn spijkerjas die ik enkele uren eerder aan een haakje aan de muur had gehangen, naast een kitscherige Picasso-poster. Ze was trots op die poster, want ze noemde hem expliciet toen ze mij attent maakte op haar geïmproviseerde kapstok. Onze werelden waren zo mogelijk nog verder van elkaar verwijderd dan onze huidige woonplaatsen, ook al zat daar al een heel land tussen.

Slaap je liever aan de linker- of rechterkant? Trouwens… Ik vind het wel fijn om het licht aan te laten en het raam open te doen. Maar als je kou vat heb ik nog een sprei voor je, gehaakt door mijn nichtje. Vind je dat fijn?

We hebben het stiekem nog steeds over een liedje hoor, wees niet bang

Ik bekeek het vod met de rafelige randen en begon me nog meer af te vragen of haar voorstel wel zoveel prettiger was dan een verlate autorit. Ik zou voor half drie in mijn eigen bed kunnen liggen. Misschien nog wel een kwartiertje eerder, als ik de polder zou vermijden. Sowieso wel een goed plan, want mocht ik echt komen te knikkebollen, dan had ik nog wel wat bekenden in Zwolle die me zonder pijnzen een warm bed zouden aanbieden. Eentje met fatsoenlijke dekens en gesloten ramen, eentje zonder kriebelende rafels die je de godganse nacht uit je welverdiende slaap houden. Ja, in Zwolle zou alles beter zijn. Ik zou er in één stuk door naartoe kunnen rijden, ware het niet dat Doortje de weg naar de deur blokkeerde. Ze zat plots pal voor me, op de leuning van de bank. Of ik haar vlecht wilde losmaken. Een ongewoon verzoek, wat me ineens deed inzien wat de hele avond al niet tot mijn naïeve kop wilde doordringen. Ze wil met me naar bed. Ik schaamde me een beetje toen ik besefte hoezeer dit de situatie voor mij veranderde. Ik was even eenzaam als zij; deze overeenkomst was de hele avond al onderwerp van gesprek geweest. Haar ex-man, de succesvolle componist André Previn, had haar nog geen twee jaar geleden verlaten voor een veel jongere en mooiere actrice. Ik was nooit getrouwd geweest. Niet dat ik niet in het huwelijk geloofde, maar het was nu eenmaal zo.

“Morgenochtend maak ik een kop koffie voor je, lekker zoet, met wat honing en room.” – dat mijn interesse inmiddels gewekt was, hoefde ik haar al lang niet meer te vertellen. Ergens werd ik intens gelukkig van de gedachte om weer een nacht met een vrouw door te brengen. In mijn hoofd speelden klassieke violen een euforische melodie. Het was een aparte combinatie, die aardse vrouw tegenover mij en die violen. Ze stonden elkaar goed. Maar jezus, wat onderbrak ze haar begeleiding vaak met haar constante gepraat. Het ging maar door en door, van de hak op de tak.

Als je slaapt, heb je dan boze dromen? Je kunt morgenochtend trouwens wel de krant lezen. Ik zou je best willen zien scheren, maar de badkamerspiegel is kapot.

Blijven, weggaan, blijven, weggaan. Ik wist het niet meer. Zei ik dat hardop? “Maar als je gaat, kom je dan nog terug?” Nee, natuurlijk niet. Ik kom hier nooit, het is überhaupt een wonder dat ik hier vandaag na twintig jaar weer eens mijn gezicht laat zien. Ik had geen zin om te antwoorden. Te pijnlijk. Mijn blik viel op de badkamerdeur in de gang en ik besloot me te excuseren voor een bezoek aan het toilet. Daar lagen twee handdoeken netjes naast elkaar uitgespreid, en een mannenkam op een plank aan de – zo had ze mij verzekerd – door haarzelf beschilderde muur. Was het de hele dag al haar missie geweest mij in haar huis te krijgen? Of misschien al haar hele leven, vanaf ons vijftiende? Of maakte het haar niet uit wie er bij haar de nacht doorbracht, zo lang ze maar niet alleen was? Vanuit de woonkamer klonk het antwoord al. Wat ik van plan was, of ik zou blijven. Ik trok door, opende de deur en keek Doortje recht in haar ogen. “Het is gewoon… tja, hoe leg ik zoiets uit. De nacht, het is alsof ze me snijdt, als een mes. Toe, blijf nog even, red mijn leven.” Verdomme Doortje. Ik stond op het punt te zwichten, zo had ik met haar te doen. Maar ze herpakte zich en barstte in lachen uit.

Oh, sorry, ik heb zo’n vreemd gevoel voor humor, ik heb geen idee waarom ik dit soort dingen zeg. Maar blijf toch maar, want naar huis gaan is ook weer zo’n rit. Zo’n nare, eenzame rit.

Ze had gelijk. Het werd zoals voorspeld een vreemde, beklemmende nacht waarin ik geen oog dicht deed en me alles behalve op mijn gemak voelde, maar ik ben gebleven en Doortje vond het fijn. De volgende ochtend las ik zoals afgesproken de krant, dronk mijn veel te zoete kopje koffie, gaf haar een kus op haar mond en vertrok voor goed uit haar geredde leven.

Dory Previn, schrijfster van geweldige teksten en liedjes, overleed precies een week geleden. Vooral haar jonge jaren waren turbulent, iets wat ze zelf knap verwoordde in haar vele verhalende teksten. Zo ook ‘Lady with the braid’, dat de luisteraar vier minuten lang confronteert met Dory’s wanhoop en eenzaamheid. Gelukkig kon ze uiteindelijk tevreden terugkijken op een leven dat vanaf de door haar bezongen nacht alleen maar verbeterde. Previn werd 86 jaar.

Tags: , , , , , ,

-->