nummer van 02/02/2012 door

‘Il fait gris’ van Mélanie Laurent

Niet enkel leunen op gitaargepluk

Mélanie Laurent – Il fait gris

De een maakt gewelddadige cinema, de ander breekbare liedjes om vooral niet stuk te laten vallen. Toch hebben Quentin Tarantino en Damian Rice één ding gemeen. Ze zagen allebei iets in de mooie Mélanie Laurent (1983), de zingende actrice – of de acterende zangeres. Tarantino liet haar de hoofdrol spelen in het episch bevonden Inglourious Basterds (2009) en presenteerde haar als een actrice met internationale allure die in de gaten gehouden moest worden. Na de film ontmoette Mélanie de ingetogen Rice, die haar hielp haar gedroomde album te schrijven, waardoor het haar op 28-jarige leeftijd ineens was gelukt zowel een prachtige debuutplaat (En t’attendant) uit te brengen als op een filmposter naast Brad Pitt te schitteren. Helemáál niet jaloers, ik.

Opbouw

Van alle nummers op En t’attendant is ‘Il fait gris’ het mooist gearrangeerd. Het liedje leidt rustig, maar met opgeheven hoofd in. Dat moet ook wel, als je weet wat er allemaal nog gaat komen. Met gebruik van een simpele gitaarbegeleiding en Mélanie’s – in goede Franse traditie – zwoel zuchtende stem wordt het verhaal, dat met de seconde steeds meer urgentie vertoont, opgebouwd.  De directe invloed van Damien Rice is te horen als op 0:41 de strijkers met gepaste meeslependheid binnenvallen. Net genoeg om te weten dat het nummer zich vanaf nu zal onderscheiden van de Franstalige zuchtliedjes die enkel leunen op gitaargepluk. Het minimale wat de strijkers teweegbrengen biedt het oor de kans om langzaam vertrouwd te raken met de verschillende klanken. Elke stap en elk nieuw thema dat voorbereidt op het woordeloze refrein dient ter ontvouwing van het verhaal. Wat op 1:10 volgt dringt zich volkomen natuurlijk aan je op; een soort meerstemmig mantra waarin zelfs de niet-Franssprekende luisteraar kan zwelgen.

In het midden laten

Zo vernuftig als de arrangementen op En t’attendant zijn, zo weinig ruimte lijken ze te geven om ons te overtuigen van Laurents stem. Die is mooi qua klankkleur, maar kent de nodige gebreken. Zoals extreme muziekliefhebbers op hun woord worden geloofd zonder ooit een noot te hebben gespeeld, zo lijkt Mélanie alles te kunnen waarmaken zonder ons te hoeven imponeren met zangtechnisch talent. Een wat ongenuanceerde observering misschien, die gerust mag worden genegeerd; Rice en Laurent slagen er glansrijk in het zangverhaal in het midden te laten, als zwegen zij verstandig bij een auditie. De instrumentatie, teksten en intimiteit staan, heel terecht, centraal. Sterker nog, het duo draait er zijn handen niet voor om.

‘Il fait gris’

Couplet, brug en refrein volgen elkaar op zonder grote afstanden af te leggen, al is de herhaling van het bescheiden intro op 1:46 wel nodig om de intensiteit te bewaken. Opnieuw wordt de tijd genomen – hoe fijn is dat, als een liedje de tijd neemt – om het verhaal uit de doeken te doen. Opnieuw intrede van de violen. Deinen gaat ineens moeiteloos, nu we weten wat er komen gaat. De ladder wordt op 3:22 nog eens uitgeschoven richting volmaaktheid, waarin de strijkers aanzwellen en mogen floreren. Mélanie’s stem past zich niet aan aan de dynamiek, maar een kniesoor die daar op let. Daarvoor in de plaats wordt het hele register opengetrokken, om nog een laatste keer de melancholie van het refrein te benadrukken. Er wordt een optelsom gemaakt van thema’s en instrumenten. Steeds opzwepender. Een tikkeltje harder. Een rouwend café dat met gesloten ogen een laatste dienst bewijst aan een verloren geliefde, waarna Mélanie de ceremonie op nuchtere toon besluit: “Il fait gris.”

Tags: , , , , , ,

-->