nummer van 23/01/2012 door

‘Ooh poo pah doo’ van Etta James

Rage in peace

Etta James ~ Ohh Poo Pah Doo

“Kris, het is zo ver,” vertelde Gijs me toen hij me vrijdag belde. “Etta James is overleden. Lukt het je om vanavond nog wat te schrijven?” Nee, dat zou helaas niet meer lukken. Dan maar iets voor maandag op papier zetten. Eigenlijk had het wel mogelijk moeten zijn, want een stuk over Etta James stond al in mijn planning toen Gijs over Live at the Harlem Square Club van Sam Cooke schreef. “Het allerbeste livealbum ooit”, zo beweerde hij. Daar was ik het wel mee eens, maar Etta James Rocks The House, een plaat die de geblondeerde zangeres in 1963 opnam in Nashville, kan wat mij betreft gerust naast het album van Cooke worden gelegd. “Laten we er nog even mee wachten,” zo luidde het compromis. “Waarschijnlijk leeft James toch niet heel lang niet meer”. Gelijk hadden we, maar voorbereid op deze verwachte dood was ik desondanks niet.

Rage to survive

De reden waarom ik Rocks the house zo’n fantastische liveplaat vind, is omdat we Etta James te horen krijgen zoals ze is. Natuurlijk is ze ook een uitzonderlijke zangeres die moeiteloos schakelt tussen blues, soul, R&B en jazz, maar op de klassieke liveopname horen we het karakter van James: ruw, recht door zee, genadeloos. Die persoonlijkheid leer je goed kennen in Rage to survive, de uitermate openhartige biografie van Etta James. Op jonge leeftijd werd Jamesetta Hawkins ontdekt door de deze week eveneens overleden Johnny Otis. Al snel leefde ze haar leven aan 100 kilometer per uur. Ze toerde met alle grote namen, vaak mannen, vaak vele jaren ouder. Jackie Wilson bleek een badass vechtersbaas die altijd een pistool op zak had. Little Richard hield elke avond de grootste orgieën. Bo Diddley zorgde dat alles op band stond voor zijn persoonlijke collectie. Seks, drugs en rock ‘n’ roll. Eigenlijk was het geen leven voor een jong tienermeisje, maar Jamesetta wist niet beter. Rage to survive. Ze kon niet anders dan haar hart op het podium leggen en haar longen uit het lijf schreeuwen. Iets anders kon ze niet. Iets anders wilde ze niet.

Oooooooooooooooooooh yeaaaaaaaaaaaaaaaah

Een livealbum reduceren tot een nummer van de dag is lastig. Meer nog dan studioplaten is de registratie van een optreden (of twee optredens is dit geval) een geheel. Maar uiteindelijk ben ik voor mijn nummer van de dag uitgekomen bij ‘Ooh poo pah doo’, een cover van Jesse Hill. De call-and-respons-opening is James op het lijf geschreven. Ze begint nog rustig. Die “Yeeeaaaheeaaah” komt er nog heel beschaafd uit. Het publiek reageert even netjes, maar dat vindt de zangeres maar niks en ze spuugt er een ranzige “Yeeeeeaaahiiiyeeeaaaaah” uit. De response van de talrijk opgekomen toeschouwers blijft lafjes. “Oooooooooooooooh yeeeeeaaaaaah” schreeuwt Etta luid. De mensen in de zaal proberen nu wel, maar man man man, wat worden ze op hun plek gezet door James, die stoutmoedig de zaal in wijst om duidelijk te maken wie het hier voor het zeggen heeft. “Klik.” Mooie foto voor op de hoes! “Let me tell you ‘bout ooh poo pah doo” De volgende drie minuten blaast Etta James de toeschouwers weg. “Yeeeeeaaaaah one more time!” Rage to survive, want ze kan en wil niet anders. Rage in peace Jamesetta Hawkins.

Tags: , , , , , , , ,

-->