nummer van 08/12/2011 door

‘On the sunny side of street’ van Coleman Hawkins

Wat je nodig hebt tijdens het gure herfstweer

ON THE SUNNY SIDE OF THE STREET Coleman Hawkins Sax Ensemble 1944

In een door stormachtige winden geteisterd Amsterdam gisteravond, zorgde ‘On the sunny side of street’ ervoor dat ik niet werd weggeblazen door de wind. Met mijn iPod-dopjes in de oren en de fijne klanken van Coleman Hawkins’ tenorsaxofoon, baande ik mij door de sterke windvlagen glimlachend een weg naar het metrostation. “Papada, papapa daaaaaada”, klonk het na de eerste pianotonen.

Coleman Hawkins leerde zijn kenmerkende spel van de manier waarop Louis Armstrong zijn trompet bespeelde.

Coleman Hawkins werd the president genoemd, en de vader van de jazz-tenorsaxofoon. Zijn vrienden noemden hem Hawk. Hawkins bracht mannen als Miles Davis, Max Roach en Thelonious Monk samen in een bandje en hij wordt gezien als dé voorvader van de bebop. De vibrato die zo kenmerkend is voor zijn saxofoonspel, leerde hij als cellist en werd gekopieerd door al die andere tenorsaxofonisten die na hem kwamen. Van grote invloed dus op de jazz, die Coleman Hawkins, maar ook hij keek het kunstje ergens af.[1]

Louis Armstrong

New York was tijdens het Interbellum dé plek op aarde waar je uit alle hoeken van de stad de opwindende klanken van jazz hoorde. Vaak fier en vrolijk, maar soms ook dronken en verdrietig. Zo moet het geklonken hebben als je op zaterdagavond, gestoken in je beste pak en dasje, door New York wandelde, op zoek naar vertier.

Grote kans trouwens dat je dan het Fletcher Henderson Orchestra ergens zag spelen in een overvolle nachtclub. Het orkest stond bekend als de beste Afrikaans-Amerikaanse band in New York. Daar maakte Coleman Hawkins zo’n tien jaar lang (1923-1934) deel van uit. In de nachtclubs van Harlem, Greenwich Village of de East Village ontwikkelde Hawkins zich tot dé solist van het orkest.

Daar had hij wel wat hulp bij nodig. Gelukkig kwam die kwam al vroeg in Hawkins’ carrière. In 1924 voegde namelijk ene Louis Armstrong zich bij het orkest en wat hij deed op zijn trompet was ongehoord los en vrij. Hawkins stopte (in navolging van Armstrong) vrijwel onmiddellijk met de stijve ritmes van de ragtime en ging veel losser en vrijer spelen. Dat was het startsein voor een compleet nieuwe manier van improviseren die de hele jazz veranderde.

Net als Duke Ellington (rechts) hield Hawkins (links) van mooie en dure kleren.

Op zichzelf

Nadat hij in 1934 het orkest verliet begon hij aan zijn eigen en omvangrijke oeuvre te bouwen. Een van die liedjes is ‘On the sunny side of street’, dat Hawkins in 1944 opnam voor Keynote Records. Het nummer is in 1930 geschreven door de bekende componist Jimmy McHugh (Dorothy Fields schreef de teksten, maar Hawkins hield het bij de muziek). Het is een ontelbaar keer gecoverd, waarschijnlijk omdat het gewoon zo’n ontzettend lekker nummertje is.

Hawkins’ spel en techniek op de sax was in de beginjaren van de jazz precies wat die muziek was: nieuw, spannend, inventief, en bloedmooi. Hij was het voorbeeld van de tenorsaxofoon to come.

  1. [1]De saxofoon was lange tijd een impopulair instrument. Pas in de jaren twintig van de vorige eeuw werd de saxofoon serieus genomen door muzikanten in de Verenigde Staten die ‘populaire’ muziek maakten. De saxofoon kan lief klinken, zachtaardig, maar ook boos en schreiend. Je kunt er een huilend iemand mee imiteren of een blaffend hond. Vroege sax-virtuozen verdienden zelfs hun geld met het nabootsen van allerlei non-muzikale geluiden. Pas toen de jazz-muzikanten de saxofoon oppikten, begon het instrument aan zijn opmars. Sinds de 1920’s is het instrument, en met name de tenor-saxofoon, onherroepelijk verbonden aan jazz.

Tags: , , , , , , , , ,

-->