nummer van 04/12/2011 door Willem Frederik Hermans

‘Aime-moi’ van Charles-Valentin Alkan

Dood door Talmoed

In 1989 kwam de eerste druk van Hermans’ briljante ‘Au Pair’ uit, een fascinerende roman over de negentienjarige Paulina die Vlissingen verruilt voor Parijs. Hermans greep haar ontmoeting met de Parijse pianist Michel de Lune aan om laatstgenoemde een uitgebreid monoloog te laten houden over de Franse componist Alkan, die onwaarschijnlijk moeilijke pianomuziek schreef die hij aan het eind van zijn leven zelf niet eens meer kon spelen (Ronald Smith hierover in zijn boek ‘Alkan: The Man/The Music’: ” [Some passages were] surely intended for an extinct race of seven-fingered pianists”). Onderstaand fragment hoort beslist op dit blog thuis: een lyrisch geschreven passage over een relatief obscure artiest waar een fantastisch verhaal achter schuilt. Daarom vandaag dit postume gastblog van W.F. Hermans. Of eigenlijk meer van Michel, zijn creatie. Enfin, Alkan.

https://youtube.com/devicesupport

“Alkan, de grootste pianist van de negentiende eeuw en misschien van alle tijden. Maar zijn werk wordt nooit meer uitgevoerd op concerten. Toch bestaan er enkele grammofoonplaten van. En zo nu en dan duikt er een musicoloog op, die een artikel over hem schrijft. Alkan, heeft iemand me eens gezegd, dat is een soort geheime ziekte van de muziek, niet geheel overwonnen, zo nu en dan breekt het weer eens uit. ’t Is een aardige beeldspraak, maar eigenlijk toch niet in overeenstemming met de feiten. Want, voor zover mij bekend, heeft geen mens zich ooit ingespannen zijn werk te verdonkeremanen of te bestrijden, zoals ziekten bestreden worden of verzwegen. Men ziet hem alleen over het hoofd, of durft er niet aan te beginnen. Waarom?”

Beleefd pauzeerde hij een ogenblik om Paulina in de gelegenheid te stellen het antwoord te geven, als ze dit wist. Ze wist het niet en hij praatte verder:

“Sommigen denken dat het grotendeels Alkan’s eigen schuld is. Hij was geboren als wonderkind. Hij werd als gelijke van Chopin beschouwd, terwijl hij een heel ander soort man was dan Chopin. Chopin las nooit een boek. Alkan las alles. Hij vertaalde ook elke dag een stukje uit de Bijbel. Jood, en vroom-joods opgevoerd, kende hij perfect Hebreeuws. Maar uit het Nieuwe Testament vertaalde hij ook. Kwam uit een zeer muzikale familie. Zijn jongere broer was een gevierd musicus, hoewel geen groot componist. Er moet met Alkan op een bepaald ogenblik iets gebeurd zijn, dat onverklaard gebleven is. Toen hij vijfentwintig jaar oud was, trok hij zich vrij plotseling terug. Wilde  geen concerten meer geven. Hij was een mensenhater geworden, werd gezegd. Maar is dat waar? Altijd was hij verlegen geweest, daaraan hoeven wij niet te twijfelen. Toch stonden zijn successen er borg voor dat hij op het concertpodium geen enkele verlegenheid hoefde te koesteren. Integendeel, hij was een virtuoos van zeldzame grootte. Goed… op een bepaald ogenblik gaf hij dus geen concerten meer. Hij heeft ook nooit een buitenlandse tournee gemaakt en kon dus buiten Parijs niet beroemd worden. Op de square d’Orléans woonde hij naast zijn vriend Chopin. Ook met Liszt ging hij om, met Berlioz en Mendelssohn. Net als Chopin gaf hij voor veel geld pianoles aan dochters uit rijke families. En toen Chopin doodging, erfde hij diens leerlingen. Over geldgebrek hoefde hij zich dus geen zorgen te maken, al leefde hij zeer bescheiden. Maar dan nog: pianolessen geven aan rijke meisjes − je houdt je hart vast als je aan hun gaven denkt − en dat liever dan optreden in het openbaar!”

“Werkelijk?” zei Paulina, niet omdat ze twijfelde aan wat hij vertelde. Zelfs zonder ja te knikken, vervolgde Michel zijn geschiedenis:

“Van de square d’Orléans is hij verhuisd naar de rue Daru, de straat waar de Russische kathedraal is, die ken je natuurlijk. En toen, ineens, tegen het eind van zijn leven, is hij weer gaan optreden. Maar alleen voor kleine gezelschappen, hoogstens dertig liefhebbers. Niemand weet waarom hij dat plotseling weer is gaan doen. Op het laatst waren zijn vingers te stram om zijn moeilijkste passages feilloos ten gehore te brengen.”

“Wat jammer.” Paulina had nooit pianoles willen hebben en van Alkan nooit gehoord. Ze wist niets beters te verzinnen om te zeggen, al schaamde zij zich wel een beetje.

“Jammer, ja,” zei Michel en zuchtte diep, “zijn dood is nog het wonderlijkste van alles. Vijfenzeventig jaar oud, werd hij verpletterd onder zijn eigen boekenkast. Dit gebeurde toen hij een boek van de hoogste plank wilde pakken. Het boek was de Talmoed, die, zo wil het gebruik, altijd op de bovenste plank moet staan, opdat geen ander boek hoger zal staan. Zo, met de Talmoed in zijn hand, werd hij dood gevonden onder zijn omgevallen boekenkast.”

Paulina, hoe ongemakkelijk ook gezeten op het pianokrukje, luisterde zonder dat haar aandacht een ogenblik verslapte. Zij wist niets terug te zeggen, ook niet toen Michel weer een ogenblik zweeg, als om haar mening over het vertelde te horen. Toen ze niets zei, ging hij verder en hij leek te vrezen dat ze het verhaal niet helemaal geloofde. Alsof hij probeerde haar een fabeltje op de mouw te spelden!

“Er zijn ook stemmen die dit verhaal over de dood van Alkan bestrijden. Een veel banaler lezing is, dat hij niet onder zijn boekenkast werd gevonden, maar in de keuken, voor het fornuis dat hij klaarblijkelijk had willen aansteken. Maar wat de oorzaak van zijn plotselinge dood in de keuken dan wel zou zijn geweest, daarover laat niemand zich uit.”

Tags: , , , , , , , , , ,

-->