nummer van 01/12/2011 door

‘(Sittin’ on) The dock of the bay’ van Otis Redding

Muzikale troost bij een verhuizing

OTIS REDDING: (Sittin' On) The Dock of the Bay

In maar liefst veertien huizen heb ik gewoond sinds ik Horst verliet om te studeren. Veertien keer verhuizen, veertien keer vrienden en familie optrommelen om mijn hebben en houwen in een bus of op een aanhangwagen te stouwen. De helft van die verhuizingen was binnen Amsterdam; van grote appartementen tot een piepklein kamertje met schattig keukentje. Zelfstandig, met studenten of werkende huisgenoten. Soms schoon, soms smerig. Dubbele beglazing of tochtige slaapkamers. Soms ging het om een tiental dozen die van driehoog naar beneden en ergens anders weer naar vierhoog moesten. De laatste keer gingen complete kasten, tafels, stoelen en een bed mee de verhuiswagen in.

Schattig keukentje, toch?

Die laatste keer was zaterdag. De onvermijdelijke verhuisstress die ik die veertien keer heb gevoeld, had zich deze keer al vroeg meester van me gemaakt. Twee weken voor aanvang lag ik ’s nachts wakker. Is dit wel slim, ging het door mijn hoofd. Had ik niet beter en harder moeten zoeken naar een leukere buurt, dichter bij de stad? Maar een huis vinden in Amsterdam is niet makkelijk. Duur, oplichters, klein, vies, illegaal, gekken als huisgenoten. Al die typeringen waren van toepassing op het gros van de huizen dat ik de laatste paar weken heb bekeken. Uiteindelijk vond ik iets schoons en betaalbaars. Er was alleen één min: de buurt is zo ongeveer de laatste plek in Amsterdam waarvan ik dacht er ooit te gaan wonen.

Troost

Voor wat troost zocht ik in mijn iPod naar een toepasselijke deun (de platen en cd’s waren al ingepakt). “Good points, some bad points. But it all works out, I’m a little freaked out. Find a city, find myself a city to live in”, zong David Byrne (‘Cities’ van Talking Heads). Ik volgde – soort van – zijn raad op en maakte een lange lijst met good en bad points over mijn toekomstige nieuwe woning. In alle eerlijkheid schreef ik dingen op als ‘ongezellige buurt, fijn huis, ver van de stad, veel fietsen is goed voor mijn conditie’ enzovoort. De voors waren na een dik uurtje pennen uiteindelijk in de meerderheid. Dat was al iets, dacht ik.

In aanloop naar een verhuizing gaan ál je spullen weer eens door je handen. Ik ben niet echt een verzamelaar, maar heb wel altijd kleine dingen bewaard waar een leuk verhaal aan vast zit. Op den duur vergeet je dat je die ergens in hebt gestopt. In dit geval in een Thais rijstmandje dat ik na een zware en enerverende zomer werken in een restaurant aan de Maas had gekregen van mijn baas. Het mandje zat vol met haarspelden, een kralenketting, buitenlandse muntjes uit een pre-Euro-tijdperk en theezakjes uit een ver land. Prullen, maar met een verhaal dat je op het moment dat je alles in een doos stopt, weer aan je voorbij ziet flitsen. Ik word dan ook altijd een beetje nostalgisch van verhuizen. Net als Grant Hart trouwens, de oude drummer van Hüsker Dü.

Grant Hart heeft op een solo-album (Intolerance, 1989) een mooi verhuisliedje opgenomen, ‘2541’: over het verdrietige gevoel dat je bekruipt als je een leuke plek verlaat:

https://youtube.com/devicesupport

Now everything is over
Everything is done
Everything is in boxes
At twenty-five fourty-one
Well things are so much different now
I’d say the situation is reversed
And it’ll probably not be the last time
I’ll have to be out by the first

(Sittin’ on) The balcony

Het eerste wat ik altijd heb gedaan zodra ik in een nieuw huis zat, was uitpakken. Niet omdat ik daar plezier aan beleef, maar ik móet mijn spullen zien. Ik móet iets van een huiselijke sfeer creëren. Als mijn boekenkasten gevuld zijn en mijn stoel en bank zo staan dat ik de rest van de rommel niet hoef te zien, is dat al heel wat. Het heeft natuurlijk te maken met iets je ‘thuis’ maken.

Effe snel een hoekje maken en met de rug naar de rotzooi.

De ultieme troost vond ik in ‘(Sittin’ on) The dock of the bay’ van Otis Redding. Hij moest net als ik van ‘iets’ zijn ‘thuis’ maken. Ik stond zondagavond op mijn balkon, de dozen waren uitgepakt en ik keek uit over een prachtige binnentuin. Vanuit de huiskamer hoorde ik Redding zingen: “I’ll be sittin’ when the evenin’ come”, en ik zag me in de lente en zomer al ’s avonds op het balkon zitten, terwijl de temperatuur en zon steeds langzamer zakken. Ik keek door het raam naar binnen en zag dezelfde boeken, stoelen, tafels en bed als in mijn vorige huizen. “Look like nothing’s gonna change, everything still remains the same”, legde Otis uit, om te besluiten met een duidelijke boodschap en opdracht: “It’s two thousand miles I roamed, just to make this dock my home.”

Tags: , , , , , , ,

-->