nummer van 19/11/2011 door

‘Dancing drums’ van Ananda Shankar

Vijf roepies voor een sitar

Ananda Shankar – Dancing Drums

Als hij nu de hoek om gaat, kan hij net van ze ontsnappen. Een kleine rat door de smalle steegjes van Varanasi. De spanning giert door zijn lijf, maar tegelijkertijd is hij ook meer tevreden dan ooit. Vijf roepies in de plus.

De twee mannen beginnen hem in te halen. Hun stappen komen steeds dichterbij en hun geschreeuw wordt luider. “Geef die sitar terug!” Links afslaan, rechts, rechts, na Prabaths kraampje weer links en dan het hek over. Tijd winnen. “Snel, deze kant op!”, roepen wat kinderen. Met één seintje begrijpen ze wat hen te doen staat. Met een grote boog vliegt de sitar van de ene kant van het hek naar de andere, waar het opgevangen wordt door Judah, de oudste van het stel. De tijdelijke sitareigenaar maakt eenzelfde vlucht en zodra zijn voeten de grond weer raken, wordt de sitar weer in zijn handen gedrukt. Pure adrenaline. De kinderen rennen gierend en brullend een stukje mee. Net een film. De boef helpen. De boze achtervolgers manoeuvreren zich bijzonder onhandig over het hek en laten zich als twee lompe zakken op de grond neerploffen. Nu vooral geen plaats maken. Schattige kinderen duw je niet omver. Sitar en kind nemen weer een kleine voorsprong. “Stop de dief! Stop hem!” De kinderen juichen. Ze gaan hem toch nooit pakken.

Nog een klein stukje en dan is hij veilig. Nu door de tempel, zonder dat Baahir het ziet, en dan een tapijt lenen bij Lakshvin. De twee mannen zijn weer op gehoorafstand en als hij niet oppast gaat Baahir straks alles verzieken. Shit, al die trappen, al die treden. Met dat logge instrument in zijn armen gaat hij niet vlug genoeg. Hij ziet Lakshvin en zijn vader al, beneden, onder hun tentje met goedkope tapijten die ze alleen aan toeristen verkopen. Opeens Lakshvins stem: “Geef dat ding, gooien!” Hij gooit, Lakshvin vangt en, alsof hij nooit anders doet, rolt hij vliegensvlug het instrument op in een tapijt dat hij precies op het juiste moment weer aan zijn vriendje overhandigt als hij voorbij hem raast. “Dankjewel, Laksh, zie je later!”. Lakshvins vader was in drukke onderhandeling met drie grote Amerikanen en heeft niks door gehad. De Amerikanen zien alleen twee boze mannen agressief voorbij rennen. “Honey, check your purse.”

Tapijt onder de arm en hij sprint weer verder. Hij is er bijna. Hij hoort de bedreigingen van de twee mannen en zijn hart bonkt in zijn keel. Wat voor stuk die twee ouwe zielen wel niet afgelegd hebben voor die paar roepies. Maar, vergeleken met zijn oom zijn die twee mannen helemaal niks − zeker als het om diens muziek gaat. Nog liever vijf hongerige tijgers achter hem aan dan één boze oom. En ja, hij heeft als kleine lummel niet de vijf roepies van zijn oom betaald voor de sitarreparatie, maar van die vijf roepies kan hij straks wel twee handen vol snoepjes kopen. Daar hoeft zijn oom op zich niks van af te weten − mits hij nog levend van dit avontuur af komt.

In de verte muziek. Mooie, hoge Indiase zang. Hij is er, hij is er, hij is er. Denk aan snoepjes, denk aan snoepjes. Denk aan boze ooms. Hij wringt zich door een kleurrijke menigte die een kring aan het vormen is rond een paar muzikanten (waaronder twee mooie zangeressen). Zijn oom moet bijna beginnen.“Ananda! Mijn lieve neef, daar ben je. Net op tijd. Ik wist dat ik op je kon rekenen. Ga maar spelen met je vrienden.” De sitar is weer veilig terug bij zijn eigenaar. Geen kans dat de twee boze mannen nu nog een scene komen schoppen − niet tijdens een optreden van de ‘grote Pandit Ravi Shankar’. De roepies rinkelen in Ananda’s broekzak; een grote overwinning.

Tags: , , , , , ,

-->