nummer van 27/10/2011 door

‘Never could say no’ van John Paul Keith

De man die bij de tijd bleef


Muzikale romantici met een sterke hang naar het verleden (en een brede smaak) kunnen hun hart ophalen bij het tweede album van John Paul Keith, The man that time forgot. Op de plaat, die in juni verscheen, is een bonte mix van rock, blues, rockabilly, country, soul en zelfs wat jazz te horen. En met die verscheidenheid aan stijlen zijn we weer terug in 2011, want zo’n diverse plaat zouden ze vroeger nooit maken.

Misschien had je met je Telecaster op de voorkant moeten gaan staan, gek steunkleurtje erbij, zwart-witte blokjes. Oh, wacht…

De hoes van de plaat zette me in het begin even op het verkeerde been. Het beeld van een gezicht gemaskeerd door sigarettenrook roept bij mij de associatie op met iets ernstigs; mompelende dronkaards over trage mineur-akkoorden bijvoorbeeld, of een zuchtende Fransoos die graag over seks zingt, zoiets. Maar omdat de plaat werd aangeraden door iemand die ik nog niet vaak op een slechte smaak heb kunnen betrappen, deed ik mezelf het plezier om The man that time forgot een kans te geven.

Al na een paar seconden van openingsnummer ‘Never could say no’ hoop ik dat de rest van de plaat van een zelfde niveau is, want mocht dat zo zijn, dan gaat die hoge ogen scoren in mijn jaarlijstje. ‘Never could say no’ swingt. De hobbelende gitaarriffjes, de drukke drums en een strak staccato baslijntje in het couplet, worden afgewisseld met een lekker open refreintje en een orgeltje dat het geheel van nog wat extra glans voorziet. Het doet me zelfs denken aan een frivole Elvis Costello.

Naar het hart van R&R

John Paul Keith werd op zijn 21e al gezien als een groot talent. Hij maakte naam in zijn thuisstad Knoxville en verhuisde naar Nashville om het te gaan maken in de muziekwereld. Keith werd zelfs  getekend door een grote platenmaatschappij maar dat liep helemaal mis. Hij legde in 2009 in het eerste nummer van zijn debuutplaat al uit waar het misging: “Well, I’m right on the money, but I’m never on time. One step ahead, two steps behind. And I’ve never been lucky, and I’ve never been hip. Got a whole lotta headaches when I opened my lip.”

Zonder rook, de blik op oneindig.

Maar vlug weg uit Nashville, dacht Keith die inmiddels zijn buik vol had van de muziekwereld. Hij trok een paar honderd mijl naar het westen, Memphis. Maar als er één plek is op de wereld waar je om de oren wordt geslagen met de muziekgeschiedenis, dan is het… Yep! De plek waar Elvis Presley zijn eerste plaatjes opnam, waar Booker T. & the MG’s honderden artiesten begeleidden in de Stax-studio’s. Voor een rasmuzikant is er geen grotere pijn dan de begeestering van goede muziek om zich heen te voelen maar er geen deel van uit te maken. Het duurde dan ook niet lang voordat John Paul Keith zijn eerste plaat opnam, Spills and thrills (2009). Twee jaar later volgde zijn tweede.

Keur aan invloeden

De swingende opener ‘Never could say no’ wordt opgevolgd door het country-achtige ‘You devil you’, om dan het derde nummer ‘Anyone can do it’ te openen met iets wat ineens weer aan The Clash doet denken. De keur aan invloeden liegt er niet om, zonder dat het gevaar op de loer ligt dat het een onsamenhangend album wordt. Integendeel. Het is 2011. Een rasmuzikant als John Keith Paul weet al die invloeden zo te doseren dat The man that time forgot een aanstekelijke plaat wordt en wellicht een van de betere van dit jaar.

Als bonus nog een schitterend filmpje van John Paul Keith in de bus op ‘promotietour’ in Memphis. Hij speelt een akoestische versie van twee nummers van zijn nieuwe plaat, ‘Afraid to look’ en ‘You devil you’:

Tags: , , , , , , , , ,

-->