nummer van 01/10/2011 door

‘Les cactus’ van Jacques Dutronc

Hoofdstuk 1: De cactus

Les Cactus – Jacques Dutronc

De cactus is een vetplant van de familie Cactaceae. Veel mensen adopteren cactussen, omdat ze best wel makkelijk te onderhouden zijn. Er bestaan zo’n 1500 tot 1800 cactussoorten. Allemaal zijn ze te herkennen aan hun stekelige verschijning.

Hoe komt de cactus aan zijn doorns?

De cactus dankt zijn uiterlijk aan een overlevingsmechanisme; om verdamping van (schaars) water tot een minimum te reduceren, zijn de bladeren van de cactus doorns geworden. Daarmee kan deze succulent (de benaming voor plantsoorten die goed kunnen overleven in droge gebieden) tot wel twee jaar zonder regen of sproeier sterk blijven. Een bijkomstig voordeel van de door evolutie gevormde doorns is dat langslopende roofdieren vaak op een veilige afstand blijven. Het nadeel is dat de cactusplant daardoor soms ook eenzaam kan zijn.

De grote Saguaro

Saguaro, le Gigantesque

Er bestaan zo’n 90 verschillende soorten ‘cactusgeslachten’, en daardoor verschillen cactussen zoveel van elkaar qua grootte en uiterlijk. Een van de grootste cactussoorten is de Saguaro (Carnegiea Gigantea). Deze cactus kan tot twintig meter hoog worden, en onder de grond groeien zijn Latijns-Amerikaanse roots weleens door tot de dertig meter. Na een hevige storm kan een 1000 kilo wegende Saguaro zijn gewicht zien vertienvoudigen – wat betekent dat hij dan 9000 kilo aan water vast aan het houden is. Ondanks zijn doorns is de Saguaro een echte aanwinst voor de woestijnfauna; dieren eten van zijn vruchten (en dat zouden wij ook kunnen doen als we dat zouden willen – zie volgende paragraaf), muizen voeden zich met de plantzaden en vogels hebben vanuit de top van de plant een mooi uizicht op de woestijn. Vanaf de grond is de Saguaro zelf ook mooi om naar te kijken en daarom figureert hij met zijn karakteristieke omhoog krommende zijtakken vaak in Westernfilms.

Hoe eet men een cactus?

Mocht je een cactus met zogenaamde ‘cactusvijgen’ tegenkomen, onthoud dan dat de bedoornde vruchten pas rijp zijn als ze geel/rood van kleur zijn (en dus niet meer groen) – hoe dieper de kleuren, hoe zoeter de vrucht. Als je de peervormige vrucht, met handschoenen aan, in een bak met koud water legt, kun je de doorns er redelijk makkelijk af ‘wassen’. Snijd dan (nog steeds met handschoenen aan om mogelijke huidirritaties te voorkomen) de boven- en onderkant van de vrucht weg en maak van boven naar beneden een diepe snee in het vruchtvlees om de huid vervolgens te kunnen verwijderen. Dat vruchtvlees kun je zo, au naturel, opeten. Mocht je geen handschoenen en/of bakjes koud water hebben (die kans is groot als jij de cactus in zijn natuurlijke habitat gevonden hebt en niet andersom), maar wel een vork en een stanleymes, prik dan met je vork in de vrucht en snijd dan voorzichtig de boven- en onderkant eraf, enzovoorts…

Op blijven met de cactus

Tot slot nog wat over een verlegen cactus: de Koningin van de nacht (Selenicereus Grandiflorus). Deze cactus is circa één meter lang, slank, en kruipt meestal tussen andere takken door langs muren en bomen de hoogte in. De Koningin bezit een van de mooiste bloemen, maar laat die alleen ’s nachts opengaan – en zelfs dan maar even. De bescheidenheid houdt daar niet op; de bloem is epifytisch, wat inhoudt dat het geen voedingsstoffen aftapt van de plant waarop het leeft (in tegenstelling tot parasieten). Dankzij de bestuiving van nachtvlinders blijft deze cactus voortleven. Om dit te mogen zien, kun je dus het beste een avond met de vlinders wakker blijven. Hier nog een. Tot zover de cactus.

Tags: , , , , ,

-->