nummer van 20/09/2011 door

‘Sunrise’ van Buffalo

Het begint allemaal met een monsterriff

https://youtube.com/devicesupport

Gelijk een directe rechtse in je gezicht krijgen als je een plaat opzet. Ik hou er van. Vooral de wat stevigere genres (lees: alles met gitaren, lange haren en bij voorkeur bandnamen die het uitstekend doen op een patch op een spijkerjasje), lenen zich hier goed voor. Wat ruis, wat piepen, misschien nog even aftellen, of gewoon in een keer bam: de openingsriff die je meteen de plaat inzuigt. Een voorbeeld, vraag je: ‘Sunrise’ van Buffalo.

Het hele orkest klapt er vanaf seconde één op, om na twee achtsten ruimte te maken voor de gitaar. Een patroon dat zich vier keer herhaalt. Steeds varieert de gitarist na de gezamenlijke klap op zijn themaatje, zonder de luisteraar het gevoel te geven iets compleet anders te doen. Daarna zet de drummer het ritme in, de bassist speelt een lompe rockriff, maar de gitarist laat de luisteraar nog even wachten op waar het nu eigenlijk om gaat. Acht maten lang speelt hij een hoge melodie, om dan dezelfde riff als de bassist te gaan spelen. Bam!

Gewoon lekker in je blote bast

‘Sunrise’ is de albumopener van Volcanic Rock (1972) van de Australische Black Sabbath-adepten Buffalo. Tegen de tijd dat de band dit album gaat opnemen, weet die precies wat die wil. Dankzij het vele toeren en de shows met Black Sabbath, is de band voordat die de studio ingaat, een geroutineerde machine met een missie: de hardste band van Australië worden. En wat past daar beter bij dan die plaat openen met een monsterriff?

Wat voorbeelden

Elke keer als ik het nummer hoor, moet ik denken aan een paar fantastische albumopeners uit mijn platenkast. Het eerste nummer (en hun grootste hit) ‘Mississippi queen’ van ­Mountains debuutalbum Climbing (1970) is een mooi voorbeeld. De drummer tikt af op een koebel en na zeven tellen knalt de gitarist er in. Het is een simpel en bekend figuurtje voor gitaristen: A-B-G-D. Maar met de juiste dosis overdrive heb je een dijk van een albumopener.

Of Led Zeppelin. Op al hun eerste vier albums openen de mannen met een herkenbare openingsriff. Mijn favoriet en wellicht ook wel het bekendste voorbeeld is ‘Whole lotta love’ van II (1968). Het bezwerende gitaarriffje van gitarist Jimmy Page zorgt er voor dat je bijna het hele nummer lang meebeweegt in de groove van het riffje.

‘Mississippi queen’ en ‘Whole lotta love’:

Een ander voorbeeld. Martijn droeg eerder al zijn Nummer van de dag op aan ‘It’s a long way to the top’ van AC/DC, het eerste nummer van T.N.T (1975). “De ogenschijnlijk doodeenvoudige maar vlijmscherp geslepen openingsriff van Malcolm Young”, legde hij uit, is een van de elementen die het nummer maakt. Ik kan daar alleen maar “Amen” op zeggen. Ik denk dat dit misschien ook wel een van de bekendste riffs uit de geschiedenis van de rockmuziek is.

De koning van de monumentale openingsriff is natuurlijk Tony Iommi van Black Sabbath. Ik schreef al eerder over het nummer ‘Sabbath bloody sabbath’, het openingsnummer van het gelijknamige album. Maar ook op andere albums opent Sabbath steevast met een gedenkwaardige openingsriff, soms snel, dan weer langzaam.

‘Hole in the sky’, van Sabotage (1975); ‘War pigs’, van Paranoid (1970); ‘Sweet leaf’, van Masters of reality (1971):

Terug naar ‘Sunrise’. Buffalo was Australië’s eerste hardrockband, nog voor AC/DC. In 1970 speelde de band in het voorprogramma van Black Sabbath die in Australië op tour was. Toch wist de band nooit helemaal door te breken. Ze kregen weinig speeltijd op de radio en hun albumcovers waren te controversieel. In 1977 ging de band uit elkaar. Tegen die tijd had de band een zwik albums achter zijn naam staan, maar geen enkel album heeft zo’n goede opener als ‘Sunrise’.

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

-->