nummer van 15/09/2011 door

‘Born alone’ van Wilco

De oneindig dalende toon

WILCO – "Born Alone"

Precies een week geleden kwam Wilco’s nieuwe videoclip uit. ‘Born alone’. Met een van de beste riffs die altoland de laatste jaren gekend heeft. Had zanger/songwriter Jeff Tweedy eventjes in vijf minuten op vakantie in Mexico geschreven. No biggie. Hij legde het vast op zijn smartphone (lang leve de 21e eeuw) en deed er een hele tijd niets mee, tot Wilco voor het nieuwe album The Whole Love nog net dát ene nummer nodig had dat de bijna voltooide plaat aan elkaar zou lijmen. Et voilà: ‘Born alone’ was born. Dit en meer vertelt Jeff in het interview in het e-zine The Atlantic, dat vergezeld ging met de release van het nieuwe nummer. Eigenlijk is het interview al een soort Nummer van de dag-artikel op zich: Jeff gaat uitgebreid in op de manier waarop ‘Born alone’ muzikaal en tekstueel tot stand kwam, wat het betekent, hoe geweldig gitarist Nels Cline die ene monsterriff speelt, et cetera. Absoluut de moeite van het lezen waard. Over het meest interessante aspect van zijn nieuwste creatie vertelt Tweedy echter wat minder uitgebreid. Terloops laat hij het volgende vallen:

So I came up with the idea that we would end the song with a Shepard tone, which is a series of chords that when repeated continuously sounds like its descending or ascending. It’s kind of a musical trick—it sounds like it’s endlessly going deeper and deeper into the abyss.

Een Shepard tone? Wikipedia leert ons dat deze naar Roger Newland Shepard vernoemde audiotruc uit een opstapeling van dezelfde noot in verschillende octaven bestaat. Wanneer je deze stapel verplaatst, zoals Wilco de tonen laat dalen, hebben we het over een Shepard scale, oftewel een Shepardtoonladder. Wanneer je een heel octaaf omlaag gaat en precies op dat punt je laagste toon uit de stapel laat uitsterven en vervangt met een nieuwe hoogste toon, lijkt het een eindeloze daling. Alsof je op een gitaar speelt met een heeeeele lange hals.

 

De perfect uitgevoerde Shepardtoonladder

Zeker wanneer je het in- en uitkomen van noten een beetje subtiel mixt, kun je dit effect bereiken. Een perfect uitgevoerde Shepardtoonladder klinkt ongeveer zo:

Snap je ‘m al? Ik nauwelijks

Gaaf hè? Vooral traploos[1] werkt dit trucje perfect. Je doet je best om een bepaalde toon tijdens zijn reis naar beneden te volgen, maar automatisch schakelen je hersenen op een bepaald punt toch over op een toon die een octaaf lager ligt. Ook al doe je nog zo je best.

De afbeelding rechts geeft een perfect uitgevoerde Sheppard toonladder visueel weer. De vakjes boven elkaar stellen uiteraard de octaven voor. De kleuren staan voor het volume waarmee ze gemixt worden. Paars is het zachtste volume en groen het hardste. Een simpel patroon dat een erg gaaf effect teweeg brengt.

Gefopt waar je bijstaat

Even terug naar Wilco. Hun Shepard scale begint op 2:52, wanneer de monsterriff zijn eigen fuzzy leventje begint te leiden en uitmondt in een prachtige kakofonie aan gitaren. Binnen drie tellen heb je door dat de tonen gaan dalen. Laten we ons best doen het te volgen. Kom op jongens, even de kop erbij houden. Lukt best. Tot 3:08 is het allemaal prima te behappen. Daarna probeert bassist John Stirratt ons van de wijs te brengen door zijn tot dan toe prima te volgen sequens in te ruilen voor een improviserende baslijn. Het devies: negeren die vent en houd je aandacht bij de gitaren, die gaan tenslotte onverstoord verder met hun daling. Zou je denken. Op 3:20 begin je toch al te twijfelen of je niet stiekem al een verwisseling van een octaafje of twee gemist hebt, deze daling begint inmiddels namelijk al wel redelijk eindeloos te worden. Tussen 3:24 en 3:27 hoor je een klein beetje wat er gebeurt: je hoort duidelijk twee keer hetzelfde setje noten achter elkaar. De gitaar gaat weer even omhoog en dan toch weer omlaag. Maar dat is dan ook echt alles. Veel meer kom je over het geheim van de smid niet te weten. Je kunt dit stuk keer op keer luisteren, maar echt doorhebben hoe ze dit nu precies opgebouwd hebben lukt je gewoonweg niet. De Shepard scale is het weer gelukt om de luisteraar keihard voor de gek te houden. Gefopt. Waar je bijstaat. Jeff Tweedy en zijn clubje waanzinnige multi-instrumentalisten tonen zich hier ware illusionisten.

Gekkenhuis

Escher

Als je de trucage van de Shepardtoonladder op een wat sprekender manier zou willen visualiseren, zou je al snel bij iets van onze eigen Maurits Cornelis Escher uitkomen. Zijn werken kunnen je ook bedriegen waar je bijstaat, zelfs al let je nog zo goed op. Dit vond ook Douglas R. Hofstadter, net als Roger Shepard hoogleraar in de cognitieve wetenschappen. In zijn boek Gödel, Escher, Bach (kopen!) zoekt hij naar de relatie tussen muziek, grafisch werk en wiskundige stellingen. Een hele bijzondere benadering van muziek, waar de Shepardtoonladder uiteraard een plekje in verdient. Hofstadter stelt in zijn boek aan pianisten voor om Bachs ‘Eindeloze Rijzende Canon’ als een Shepard toonladder te spelen, omdat de canon begint op C, maar eindigt op een D. Dit is een vreemd einde, tenzij je vanaf dat punt het hele stuk gewoon vrolijk nog een keer speelt in de D-toonsoort. En die keer eindig je − je raadt het al − op de E. Ga zo maar door. Een Shepardtoonladder die zichzelf niet al na de eerste maat onthult, maar pas aan het eind van een heel thema. Wat een geniale ingeving van Hofstadter! Natuurlijk was er iemand op YouTube zo gek om dit in de praktijk te brengen:

Bach's Neverending Canon

  1. [1]Op een gitaar werk je met ‘trapjes’ van halve noten, dus de vakjes op de hals van de gitaar. Een viool bijvoorbeeld is echter traploos, en kun je een toon dus soepel en zonder tussenstapjes laten dalen of stijgen

Tags: , , , , , , , , , ,

-->