nummer van 03/08/2011 door

‘A House Is Not A Motel’ van Love

Iedereen heeft een beetje liefde nodig

https://youtube.com/devicesupport

Arthur Lee is vandaag vijf jaar dood. Op 3 augustus 2006 verliest hij de strijd tegen leukemie, die een dik jaar eerder bij hem wordt geconstateerd. De zelfbenoemde ‘eerste zwarte hippie’ leidde vanaf halverwege de jaren ’60 tot eind jaren ’70 de band Love. De band is een van de eerste rockbands die uit blanke en zwarte muzikanten bestaat en wordt door de toen 20-jarige Lee opgericht nadat hij The Byrds heeft gehoord. In 1967 brengt de band zijn derde album uit, Forever Changes[1], een prachtig album vol onweerstaanbare melodieën die je nog lang bijblijven.

Forever Changes komt uit als de Summer of Love zijn einde nadert, en dat is te horen. Lieflijke melodieën worden aangevuld met donkere jankende gitaren die de komst van nieuwe en donkere tijden inluiden. Het einde van de ‘zomer’ wordt in de VS gekenmerkt door rassenrellen. Ook de idealen van de hippies zoals vrije seks en vrij drugsgebruik, breken de beweging op als steeds meer mensen geslachtsziekten oplopen en drugsdealers elkaar beginnen te vermoorden. “Forever Changes is an album that heralds the last days of a golden age and anticipates the growing ugliness that would dominate the counterculture (die van de hippies, red.) in 1968 and 1969,” schrijft Mark Deming daarover op de muziekwebsite Allmusic.

Geen goud geplaveide straten

De band met op de trap Arthur Lee

Op ‘A House Is Not A Motel’ is goed te horen dat Lee en de zijnen de “growing ugliness” al aan zien komen. Een krachtig maar mooie gitaarlijn luidt het liedje in, gevolgd door een prettige drumpartij. Toch is het tempo hoog, wat misschien al iets prijsgeeft van waar het nummer uiteindelijk om draait. Lee zingt op een zachte zalvende manier zijn eerste twee coupletten waarin hij een veilige wereld schetst met “goud geplaveide straten” en dat “in zijn huis – waar het licht zachtjes schijnt – niemand ketenen draagt”. Maar al na een minuut dient de eerste jankende gitaar zich aan en het slaat het nummer om.

Het korte overstuurde intermezzo maakt daarna weer plaats voor het derde couplet. Hoewel de melodie dezelfde is als waarmee het nummer opent, zijn de gitaren wilder en minder precies, de drums drukker, en Lee’s tekst is 180 graden gedraaid. In plaats van de veilige plek die hij eerst schetst, roept Lee beelden op van geweld en chaos:

By the time that I’m through singing
The bells from the schools of wars will be ringing
More confusions, blood transfusions
The news today will be the movies for tomorrow
And the water’s turned to blood, and if
You don’t think so
Go turn on your tub
And it it’s mixed with mud
You’ll see it turn to gray
And you can call my name
I hear you call my name

Als het eerste intermezzo nog de donkere wolken zijn die je op zonnige windstille dag in de verte ziet drijven, dan is na die laatste “I hear you call my name” de grote storm gearriveerd. Het tij is gekeerd.

Geen succes

Ook voor Love dienen de donkere wolken zich al snel aan en de band gaat in 1968 eigenlijk al ten onder. Commercieel succes blijft uit, ondanks de weergaloze albums Da Capo en Forever Changes, en de band vertikt het om te touren. Hevig drugsgebruik en over en weer beschuldigingen over het uitblijven van enig succes, zijn de druppel. Lee besluit iedereen de zak te geven en met andere mensen door te gaan. Ook gaat de band op tour, neemt nog drie platen op (op False Start is Jimi Hendrix te horen), totdat Lee halverwege de jaren ’70 definitief de stekker uit de band trekt.

Wegens hernieuwde interesse in de band laat Lee zijn Love weer eventjes uit de as herrijzen, de eerste jaren van het nieuwe millennium. De genialiteit van Forever Changes wordt dan in veel bredere kringen gewaardeerd. In juli 2005 blijft Lee vanwege zijn ziekte thuis, terwijl Love (onder de naam The Love Band) zijn laatste tour doet. Niemand weet dan nog dat Lee dodelijk ziek is. Dat wordt pas in april 2006 bekendgemaakt. Arthur Taylor Lee sterft op 3 augustus 2006 op 61-jarige leeftijd in zijn geboortestad Memphis, Tennessee.

  1. [1]Neil Young produceert de plaat voor een deel, maar wordt niet genoemd in de credits.

Tags: , , , ,

-->