Mother Tongue – Damage

Als je al ooit van het Overijsselse dorpje Wijhe hebt gehoord (hoogstwaarschijnlijk eens over de treinspeakertjes tussen Deventer en Zwolle), zal het je niet verrassen dat deze zelfverklaarde Parel aan de IJssel in 1994 niet bepaald het Walhalla voor nieuwe muzikale ontdekkingen was. Tegenwoordig kom je er met Spotify, Last.fm, YouTube en een ontelbaar aantal blogs en websites die je graag vertellen wat je moet luisteren een heel eind, maar halverwege de jaren negentig was dat toch even wat lastiger.

Stoere jongens

Mijn muzikale honger werd tijdens mijn jeugd daar dan ook gevoed door een paar selectieve bronnen. Op de Oor en Aardschok kon je toen nog blind vertrouwen, in Zwolle was platenzaak SamSam Music het toevluchtsoord voor de metalhead en door op de T-shirts van de stoere jongens een paar klassen hoger te letten ontdekte je ook nog wel eens wat nieuwe bands, mits je een beetje goed was in het ontcijferen van black metal logo’s. De spannendste ontdekkingen deed ik echter via mijn oude basisschoolmaatje Chris, die niet zoals de meeste klasgenootjes veilig naar een dorp verderop ging voor zijn middelbare school, maar door zijn ouders naar de Grote Stad werd gestuurd.

Nu is Deventer niet echt een grote stad te noemen, maar destijds viel er in de ogen van een veertienjarig jochie uit een dorp met 5.000 inwoners wat voor te zeggen. Terwijl mijn nieuwe klasgenootjes in Raalte zich voornamelijk bezighielden met voetbal, bier en brommers, ontwikkelde Chris zich in zijn nieuwe omgeving tot een welkome link naar onuitputtelijke bron voor nieuwe muziek. Zonder hem had het in ieder geval een paar jaar langer geduurd voor ik El Chicano, Booker T., Lucinda Williams en een aanzienlijk deel van mijn huidige platenkast had ontdekt.

Wereldberoemd in mijn hoofd

Mother Tongue is een van de ontdekkingen die ik op die manier deed. Ik kan me de eerste keer dat ik de band uit Los Angeles hoorde niet meer exact herinneren, maar wel dat het in mijn voorstellingsvermogen een wereldband moest zijn. Een debuutplaat met enkel goede songs, een unieke sound en een gave hoes, succes gegarandeerd toch? Een van de nummers die er direct uitsprong was ‘Damage’ en gelijk de enige single die nog een beetje aandacht trok. Want ondanks de wereldfaam die Mother Tongue in mijn hoofd had, was de realiteit een stuk minder mooi voor de band.

Zo te zien was er ook geen ruimte voor bedden in de oefenruimte

De frustratie die uit ‘Damage’ spreekt is dan ook tekenend voor de loopbaan van de band. De vier bandleden die Mother Tongue in Austin, Texas oprichten, verhuizen begin jaren negentig naar L.A., puur om daar hun band tot een succes te maken. Geen cent te makken en leven tussen het ongedierte in je oefenruimte; toewijding hadden ze in ieder geval. De droom lijkt op het punt van uitkomen te staan als zanger Ian Astbury van The Cult een show ziet, fan wordt en de band in contact brengt met platenlabel Epic. Met producer Mario Caldato Jr., die ook het grootste gedeelte van de Beastie Boys-albums opnam, werkte de band aan hun debuutalbum.

Manische dynamiek

Wat vooral opvalt aan het titelloze debuut is de constante dreiging die om de nummers heen hangt en de bijna manische dynamiek. ‘Damage’ is daar een perfect voorbeeld van. De aanzwellende tonen onder het intro, de simpele maar doeltreffende openingsriff, de bijna stroperige drums die het tempo voortslepen, de tekst die de jeugd van zanger/bassist David Gould niet echt benijdenswaardig maakt… alles valt op zijn plaats. De gekte die Gould plaagt wordt nog eens extra benadrukt door de regels tekst die hij bijvoorbeeld op 1:31 nauwelijks hoorbaar weggemixt op de achtergrond schreeuwt, waarna de groove weer onverstoorbaar doorzet.

Alsof het nummer zelf een vergelijkbare identiteitscrisis doormaakt wordt er op 2:37 compleet out of the blue ineens een rockend, funky intermezzo ingezet waarbij de sfeer compleet omslaat. Het broeierige onheil van even daarvoor klapt uit elkaar in een brok energie waar de Red Hot Chili Peppers (aan wie de Mother Tongue gitarist Jesse Tobias nog kwijtraakt) zich in hun vroege jaren niet voor geschaamd hadden. Op 4:24 keert de openingsriff terug, terwijl drummer Geoff Haba met de ene roffel over de andere buitelt en zo de ontspannen groove uit het begin een verknipte twist meegeeft.

Uit elkaar vallen en reünie

Platenmaatschappij Epic is echter een stuk minder onder de indruk en hoort vooral weinig goedverkopende singles op het album. Mother Tongue belandt onderaan het lijstje met prioriteiten van het label en hun debuutplaat wordt dan ook nauwelijks gepromoot en verkocht. Die en andere frustraties leiden in 1996 tot het einde van de band. Sinds 2002 heeft de band echter weer een paar platen uitgebracht, die niet onaardig zijn maar zeker niet aan de genialiteit van het debuut raken. De band tourt bij tijd en wijle nog steeds. Mooi voor hun dat ze weer op het podium staan, maar het doet heel zelfzuchtig toch een beetje afbreuk aan mijn zelfgecreëerde mythe van de wereldband die na een onderschat album ten onder ging.

Tags: , , , , , ,

-->