Husker Du – The Girl Who Lives On Heaven Hill

“What are you guys?” – “We’re Hüsker Dü, who the hell are you?” Bob Mould, zanger en gitarist van Hüsker Dü, moet het op de van hem bekende cynische en donkere toon hebben gezegd tegen de leden van Black Flag, die toch niet bekend stonden als een stel wereldvreemde slappelingen. Het was maart 1980, Hüsker Dü had net opgetreden in een kleine club in Chicago. Het optreden van het drietal – naast Mould bestond de band uit zanger en drummer Grant Hart en bassist Greg Norton – wordt vooral herinnerd vanwege een Mould die met een hamer het zaaltje kort en en klein sloeg en Hart die van zijn drums niks meer heel had gelaten tegen het einde van de set. Daarna vierde Mould zijn agressie bot op een medewerkster van de tent die – uiteraard – begon te klagen. Hij trok haar door een tijdens het optreden ontstane plas blauwe verf en smeet haar door de zaal. De Black Flag-mannen volgden het tafereel verbaasd. Het was duidelijk: ‘We’re Hüsker Dü!’[1]

Van l naar r: Hart, Norton en Mould

Hüsker Dü’s live-optredens staan te boek als sonische experimenten; op hoog volume werd nummer na nummer uitgestort over het publiek. De lucht zo vol met adrenaline en lawaai dat ademen niet meer lukte. Toch was Hüsker Dü wellicht een van de eerste bands die in de ontluikende hardcore-scene in de VS ook leunde op goede en mooie melodieën: popmuziek, maar dan verstopt achter een muur van volume en vervorming die de vu-meters volledig in het rood dreef.

Volgens het boekje

Melodie, agressie, een spannend geluid: al die ingrediënten zitten in ‘The girl who lives on Heaven Hill’. Maar de reden waardoor dit nummer er altijd weer voor zorgt dat ik zelf zin krijg om met een hamer iets te slopen, is eigenlijk het intro: de twee openingsakkoorden – een Em en C – tezamen met het gruizige gitaargeluid kunnen een muur openbreken. Dan volgt een van de oudste trucs in het boekje om een nummer een echte kickstart te geven: de gitaar klinkt na de eerste tellen uit, maar de bas neemt de melodie over en gaat van hoog naar laag. En dan begint het nummer pas écht: gruizige gitaren, de door het intro opgehitste drums, Grant Hart begin te zingen, Mould dempt de akkoorden zonder dat het de vaart vermindert, laat ze daarna weer uitklinken en gooit er wat likjes uit om het kale maar dwingende akkoordenschema nog meer gejaagdheid te geven. En dan zijn we pas bij het eerste refrein.

Hart schreeuwt de longen uit zijn lijf tijdens het liedje

Op 2:01 wordt het gas iets teruggenomen, maar dat duurt maar enkele seconden. Hart begint daarna nog harder en onverstaanbaar te schreeuwen, om in het refreinen nog één keer verstaanbaar te zingen. De laatste paar dagen zet ik steevast het nummer op als ik ’s ochtends op mijn fiets spring. Het aantal meters dat ik afleg tijdens die drie minuten en zeven seconden, is nooit hoger geweest.

Herinnering

Ik hoorde het nummer voor de eerste keer tijdens een zomer ergens begin jaren ’90. In mijn geboortedorp Horst was een protest georganiseerd tegen de plannen voor een dierproevencentrum in de bossen aan de rand van het dorp. In de reeds lang verdwenen kiosk op het plein voor het gemeentehuis speelde die dag de fine fleur van de lokale alternatieve muziekcultuur: De Heideroosjes in hun prille begindagen, Slam Squad, en een band uit het belendende dorpje Kronenberg, Ruff genaamd. Als jonge punkfan stond ik die zaterdagmiddag, na ’s ochtends in de komkommerkassen van Delpeut te hebben gewerkt om een cola te kunnen kopen, te kijken naar de bands die de demonstratie muzikaal van wat urgentie voorzagen. Ik vond het schitterend: de muziek, maar ook dat er een wat diepzinnigere betekenis zat achter de de optredens.

De inmiddels verdwenen kiosk in Horst

Echt van mijn sokken geblazen werd ik toen Ruff het podium besteeg en tijdens het optreden een cover speelde. De gitarist was getooid met een enorm konijnenmasker dat het leed van een vivisectiekonijn verbeeldde. Hij kondigde het nummer aan: “Dit is een nummer van de fantastische band Hüsker Dü, ‘The girl who lives on Heaven Hill.’”

Het nummer doet me daardoor altijd terugdenken aan mijn eerste stappen in punk en hardcore, voor mij een muziekgenre dat onlosmakelijk is verbonden met allerlei vormen van idealisme. De jongeren die kritisch waren over het dierproevencentrum in mijn geboortestreek zijn daar een voorbeeld van. Of Hüsker Dü zelf, dat de wereld wilde veroveren met een bak herrie en zelf een platenlabel begon, omdat niemand anders de muziek wilde uitbrengen. Een mooie herinnering. En toeval wil dat Husker Du (zonder umlaut) Deens en Noors is voor ‘herinner jij je het nog?’

  1. [1]De biografie van Hüsker Dü is prachtig opgetekend door journalist Michael Azerrad in het boek ‘Our band could be your life’.

Tags: , , , , , , ,

-->