Vandaag heb ik eindelijk weer eens lekker naar Uncle Tupelo geluisterd. Hoewel ik hun debuutalbum “No depression” het meest waardeer, dankzij het jeugdige enthousiasme van deze broekies, staat het nummer “Chickamauga” bij mij op eenzame hoogte om precies de tegenovergestelde reden: de broekies waren bij het opnemen van deze plaat ruimschoots volwassen geworden.

Uncle Tupelo wordt door zo’n beetje iederen behalve John Mellencamp gezien als de grondleggers van de alt. country. Op “No depression” combineerden zij proto-grunge met een dik hillbilly-accent. Tegenwoordig zou je kunnen zeggen dat hun ruigere werk klonk als Nirvana met Johnny Cash op zang, en hun rustigere werk als Kurt Cobain die een akoestisch countryliedje speelt. Het enige wat deze vergelijking compleet mank laat gaan, is het feit dat Nirvana nog nauwelijk bekend was toen Uncle Tupelo eind jaren ’80 met hun debuutalbum kwam. De plaat maakte grote indruk, zowel in het alternatieve als het country-circuit. Een gouden combinatie van stijlen, die nog veel nagedaan zou worden. Er onstond zelfs een heuse alt. country-scene, met het magazine No depression (jawel, vernoemd naar…) als toonaangevend middelpunt. Een scene die later bijvoorbeeld een grote artiest als Ryan Adams zou voortbrengen. Het magazine werd in 1995 opgericht door Grant Alden en Peter Blackstock, en heeft lange tijd in gedrukte vorm bestaan. Tegenwoordig zijn de heren overgegaan naar het modernere formaat van de e-zine, maar in kwaliteit heeft het niet in hoeven boeten. Voor iedereen die van americana en alt. country houdt is http://www.nodepression.com een must.

Zoals ik al zei, ziet Mellencamp deze geschiedenis helemaal anders. “I think I invented that whole ‘No Depression’ thing with the Scarecrow album, though I don’t get the credit”, vertelde hij aan Classic rock magazine in 2008. Oh really?

Gaaf nummer hoor, dat “Rain on the scarecrow”. Mooi intro met die boertjes ook. En een goede, maatschappijkritische en nog steeds relevante tekst. Maar alt. country? Ik hoor hier vooral veel heartland rock in, zoals we die ook van Bruce Springsteen en Bob Seger kennen. Alt. country klonk, vooral in het begin, veel jeugdiger en was vooral veel enthousiaster vergeleken met Mellencamp’s verbitterde kijk op de wereld. Wat ons terugbrengt bij Uncle Tupelo. “Chickamauga” is pas tien jaar na Mellencamp’s “Rain on the scarecrow” geschreven, maar klinkt in zekere zin veel amateuristischer. De drummer klinkt qua spel en sound wel érg nihilistisch, en bijzonder strak is het allemaal ook niet gespeeld. Als een stel jochies, dat muziek probeert te maken die voor veel oudere en wijzere mensen bedoeld is. En dat terwijl ik in het begin van deze post al aangaf dat dit één van Uncle Tupelo’s meest volwassen nummers is.

Maar, zoals zo vaak, is het juist het gebrekkige dat dit liedje een enorme charme geeft. Gestript van alle productionele truukjes is dit de pure essentie van het muziekmaken.  “Chickamauga” is een fantastisch nummer dat je tijdens het eerste refrein al bij de strot grijpt. En zo niet, dan wel bij de nietsontziende gitaarsolo. Zwaar overstuurd, puur op gevoel en weinig tierelantijntjes. Precies zoals ik het graag heb. Hebben die jochies toch maar even mooi gedaan.

Uncle Tupelo viel in 1994 uiteen. Jay Farar, de zanger van dit nummer, richtte de groep Son Volt op en bleef door trouw te blijven aan zijn oorspronkelijke stijl een cultfiguur. Bassist Jeff Tweedy deed het echter stukken beter: hij begon de wat experimentelere en veel succesvollere band Wilco. Verschil moet er wezen…

Tags: , , , , , ,

-->