nummer van 15/02/2012 door Gijs Wilbrink

‘Sacred Love’ van Bad Brains

Een dankbare bron van sterke verhalen

Precies over een maand, tijdens het filmonderdeel van het Texaanse South By Southwest-festival, gaat de documentaire Band In DC (trailer) in première. Het belooft bij voorbaat al de meest opzienbarende muziekfilm van het jaar te gaan worden. Waarom? Omdat-ie over de Bad Brains gaat. En als die band met één allesomvattend woord beschreven zou moeten worden, dan zou het “opzienbarend” zijn. De hardcorepunkband uit de vroege jaren 80 is buiten het genre nooit een grote naam geweest, maar erbinnen gelden de Bad Brains als onbetwiste kampioenen. Het is dan ook niet voor niets dat ze een grote inspiratie waren voor een breed scala aan latere acts  – van Living Colour tot No Doubt, van Jeff Buckley tot Moby.

De band viel in haar begindagen vooral op omdat ze bestond uit louter zwarte muzikanten, opvallend genoeg een unicum binnen een genre dat bekend staat om haar tolerante, linkse inborst. De reden dat ze uiteindelijk bleven hangen is gelukkig beduidend minder oppervlakkig: de leden waren stuk voor stuk onwaarschijnlijke virtuozen. Begonnen als fusion jazz-band, raakten H.R. (een afkorting voor human rights), Dr. Know, Darryl Jennifer en Earl Hudson in de ban van de punkrock. Een stijl waarin zij dankzij hun bovengemiddelde kwaliteiten konden uitblinken en zouden uitgroeien tot een legendarische band. In het begin waren alleen zij in staat om hun punknummers zo snel te spelen dat er een nieuwe naam voor moest worden bedacht: hardcorepunk, punk van de harde kern. Dit alles zal ongetwijfeld uitgebreid aan bod komen in de te verschijnen documentaire. De momenten waar ik persoonlijk echter naar uitkijk, hebben niet per se altijd met de muziek of de invloed van de band te maken. De Bad Brains hebben namelijk nog een arsenaal aan zaken die hen zo opzienbarend maken: de sterke verhalen die door de jaren heen over de band zijn verspreid. Tijd voor een top vijf.

5. Geen punk op zondag

De band heeft in de loop van haar bestaan geflirt met andere muziekstijlen als funk, metal, jazz en hiphop, maar van al deze nevenactiviteiten voerde reggae toch wel de boventoon. De leden waren dan ook overtuigd rastafari, wat hen op een bepaald moment deed besluiten om ‘s zondags geen harde muziek meer te spelen. Fans die op de dag van de Here een Bad Brains-concert bezochten, in de hoop een ouderwets punkpitje te kunnen bouwen, kwamen van een koude kermis terug. Op die bewuste dagen werd er namelijk niets dan reggae gespeeld. Daarnaast bracht het rastafari-imago nog verder gaande geruchten met zich mee: H.R. zou voor zichzelf een troon in de tourbus hebben laten bouwen en een tijdje uitsluitend te toeren in het gezelschap van een kanarie in een kooitje, waarvan hij heilig geloofde dat Jah zelve in het diertje aanwezig was.[1]

4. Homofobie

Een betreurenswaardige bijwerking van het strenge geloof van de heren, was dat ze maar weinig tolerantie voor hun homoseksuele medemens konden opbrengen. Toen de bandleden in april 1982 een aantal nachten bij gitarist Tim Kerr logeerden, hadden ze geen idee dat hij onderdeel was van een uitgesproken gay punkband, de Big Boys. Pas tijdens een gezamenlijk optreden in Austin, Texas, kwam de zaak backstage aan het licht, toen Big Boys-frontman Randy Turner zijn geaardheid opbiechtte. H.R. flipte compleet:

We’re in Babylon!
This is holy Hell!
San Francisco is Babylon!
All these faggots and these bald-headed women running around!

Niet zijn beste moment. Maar het wordt nog vreemder: toen de Bad Brains ‘s avonds eenmaal weer bij het huis van Kerr aangekomen waren, hadden ze ernstige behoefte aan wiet. Turner wilde wel wat aan ze verkopen, ondanks het feit dat hij zojuist nog de volle laag had gekregen van de rastafari’s. Toen hij de volgende dag een envelop op de keukentafel aantrof, zat daar echter niet het afgesproken bedrag in. De pechvogel vond slechts een verfrommeld briefje: “May you burn in hell  – Bad Brains.”

3. Bekertjesregen

Toen de band in november 2007 de Paradiso aandeed, was de gemiddelde bezoeker ronduit verontwaardigd door het abominabele niveau van het optreden. H.R. was compleet de weg kwijt en liep constant maar wat onduidelijks te brabbelen; het product van jaren aan therapie, drugs en teveel naar Jah luisteren. Toen de band na een opvallend korte show het podium verliet en ook niet meer terugkwam, werd dit gebaar beantwoord met een heuse bekertjesregen. Ik was erbij, en had nog nooit zoiets meegemaakt. De woede van het publiek leek zo machtig dat het spontaan twintig keer zoveel bekertjes kon produceren dan er aanvankelijk in de Paradiso aanwezig waren, zo ongelooflijk lang duurde de stortvloed. Gelukkig hebben we de video nog:

2. Relletjes

Tijdens de energieke optredens van de band liepen de gemoederen nog wel eens hoog op. Al helemaal wanneer een aantal nazi-skinheads het nodig vond de zwarte bandleden voor het podium te provoceren. H.R. liet zich dan maar wat graag uit de tent lokken en ging letterlijk het gevecht aan. Hij draaide er zijn hand niet voor om (nou ja, hij balde zijn vuisten waarschijnlijk wel) om het publiek in te duiken en de nazi’s lik op stuk te geven. Maar wat wil je ook, als je meer adrenaline hebt dan een stier met een cocky matador in zijn vizier? Een video van een gemiddeld optreden zegt genoeg:

1. Gevangenis

Mede dankzij zijn opvliegerige karakter was de frontman geen onbekende in de bajes. Dat is niet altijd even praktisch, zeker wanneer je net een nieuw album aan het opnemen bent. De release van comebackplaat I Against I (1986) uitstellen? Geen denken aan. H.R.’s enige telefoontje bood de uitkomst: vanuit het Lorton Reformatory zong hij over de lijn ‘Sacred Love’ in. En dus daarom zit er zo’n authentieke lo-fi stemvervorming in het nummer van vandaag. Het is een beenharde smeltkroes van alternatieve muziekstijlen, gebundeld tot een puntige song én met een mooi verhaal erachter. Typisch Bad Brains dus: ondanks dat het nummer vooral groovet en niet de zojuist beschreven maniakale snelheid bezit, is het zowel muzikaal als mythisch smullen geblazen. En daar gaat het tenslotte om.

En wie kent het verhaal achter deze bizarre foto?

  1. [1] ‘Jah’ is rastafari-terminologie voor De Almachtige. Het woord is ook in andere christelijke stromingen terug tevinden, bijvoorbeeld in het bij ons bekendere “Hallelujah”.

Tags: , , , , , , , , , ,

14 februari. Zo’n dag dat je je lief ‘s ochtends een fijne dag toewenst en pas tegen de tijd dat je je voor de buis nestelt om een glimp van Pauw & Witteman op te vangen beseft dat het Valentijnsdag is. Of was. Ik ben er niet echt mee bezig, nee. Maar ik hoor geloof ik ook niet helemaal bij de groep die er een dagtaak van maakt de in hun ogen louter commerciële viering stellig te weren. Zeg, pessimisten van het eerste uur, een beetje liefde kunnen we elke dag wel gebruiken – dus ook op Valentijnsdag.

De muziekindustrie draait overuren om het smachtende publiek te voeden met identificeerbare hits over die moeizame relatie, die ogenschijnlijke perfecte match of die ene verloren liefde. Een gouden combinatie, liefde en muziek. Helemaal als de liefde opbloeit tussen twee muzikanten, waar wij dan weer van alles over willen weten. Excusez-moi. Waar ík dan weer van alles over wil weten. Laten we een rondje doen in de categorieën hate/love, picture perfect en, waarom ook niet, the one that got away.

Hate/love (aka het Brown-syndroom)

De koningin van de gepassioneerde popballad is afgelopen weekend overleden. Een combinatie van medicijnen en alcohol lijkt Whitney Houston, nog maar 48 jaar oud, fataal te zijn geworden. Toen het nieuws haar ex-man Bobby Brown bereikte, barstte hij in tranen uit. Nu weet ik nauwelijks het fijne over de relatie die Whitney en Bobby onderhielden nadat ze in 2006 scheidden, maar ik vermoed dat de meeste mensen hun mening over Bobby’s oprechtheid al wel weer klaar hebben liggen. Ze hadden dan ook geen jaloersmakend huwelijk; het stel kende sinds 1992 een lange geschiedenis van ontrouw, schandalen, drugsverslavingen en arrestaties. Eeuwig zonde, zowel de manier waarop Whitney’s turbulente liefdesleven is uitgemeten in de media, als haar tragische dood, als de wijze waarop enkele muziekjournalisten haar fabelachtige stem en wereldwijde invloed hebben weten te reduceren tot het al makkelijke ‘te technisch om te kunnen raken’-argument. Waanzin, zeg ik je. Helemaal als je bovenstaande clip bekijkt, Whitney’s debuut op de Amerikaanse televisie in 1983. De onschuld en puurheid spatten ervan af, evenals haar prachtige stem, die zo mooi en effortless kleurt bij die van haar moeder Cissy Houston. Haar stem, nuance en timbre raken mij bij vlagen enorm.

Meer hate/love: Chris Brown sloeg zijn toenmalige vriendin Rihanna drie jaar geleden vlak voor de Grammy’s bont en blauw. We kunnen ons allemaal nog wel de beelden herinneren, niet? Nog een Brown die het bont wist te maken: ons aller funky brother James Brown. Ook hij stond bekend om zijn losse handjes. 

Picture perfect

Hoe anders vergaat het zo’n ander rapper/zangeres-duo, Jay-Z (Shawn Corey Carter) en de beste zangeres van déze generatie, Beyoncé Knowles? Wat een powerkoppel. In 2002 werkten ze samen aan ”03 Bonnie & Clyde’, maar een echte knaller hadden ze met ‘Crazy in love’ (2003). Onafhankelijk van elkaar was succes ook allang gegarandeerd. In het Amerikaanse zakenblad Forbes Magazine staan ze jaar na jaar aan de top van best betaalde celebrities; samen zijn ze goed voor meer dan 160 miljoen dollar. Als het niet meer is. Een paar weken geleden werd hun liefdesgeluk bekroond met de geboorte van dochter Blue Ivy Carter, wiens foto’s ze zelf op Tumblr plaatsten – en niet verkochten aan roddelbladen, zoals menig ander celebkoppel doet. Twee dagen na Blue Ivy’s geboorte bracht Jay-Z het nummer ‘Glory’ uit, waarop zelfs wat gekerm van de baby te horen is. Daarmee werd de net twee dagen oude Blue Ivy Carter de jongste persoon ooit in de Amerikaanse hitlijsten. Voorlopig geen scheurtje te bekennen. Wat is potverdorie hun geheim?

Meer picture perfect: we zullen natuurlijk nooit helemaal weten hoe het zit, maar Diana Krall en Elvis Costello lijken samen een geslaagde combinatie. Vooral óp het podium. Gwen Stefani (No Doubt) en Gavin Rossdale (Bush); er is gewoon geen cooler uitziend koppel denkbaar. Bruce Springsteen en Patty Scialfa mogen er ook bij. 

The one that got away

Het is geen geheim dat Mavis Staples en Bob Dylan elkaar in de jaren zestig wel zagen zitten. Maar was er ook sprake van een huwelijksaanzoek? Vijftig jaar na dato worden beide grootheden nog altijd geconfronteerd met dezelfde lullige, maar blijkbaar zeer urgente vraag: vroeg Bob Mavis nou ten huwelijk, of niet? Recente interviews met vooral Mavis wijzen erop dat we het uitermate schattige verhaal niet groter hoeven te maken dan het is. In het onderstaande fragment laat ze duidelijk merken dat ze Dylan een cutie vond, dat ze veel met elkaar omgingen, maar dat zijn aanzoek geen serieuze aangelegenheid betrof. Luister maar:

In de rij, voor de lunch, net tussen de fried chicken en de potato salad, riep Dylan naar Mavis’ vader Pops Staples: “I want to marry Mavis!” De mensen lachten en Pops riep terug dat ie dat maar aan Mavis zelf moest vragen. Weer gelach. Een blozende Mavis. Althans, zo stel ik me dat voor. Het geflirt duurde een paar jaar, er werden talloze brieven uitgewisseld. Een langdurige vriendschap zou volgen. In 2003 namen ze ‘Gonna change my way of thinking’ op. Achteraf noemt Mavis Dylan haar ‘lost love’, omdat ze niet met hem trouwde. Ach, de liefde. De moeilijke, perfecte en verloren liefde.

Meer one that got aways: Adele in het geval van haar ex, Clara Rockmore bleef onbereikbaar voor Léon Theremin, Usher legde zijn ziel bloot na de breuk met Rozonda ‘Chilli‘ Thomas van TLC.  

Tags: , , , , , , , , , , , , , , ,

nummer van 13/02/2012 door Kris Coorde

‘Jeremy Lin Rap’ van Mega Ran

LINSANITY!!!

Grote kans dat de meesten onder jullie geen basketballiefhebbers zijn en dus niet op de hoogte zijn van het reilen en zeilen in de NBA, de Amerikaanse basketbalcompetitie. Mogelijk hebben jullie wel gehoord dat er een lockout was eind vorig jaar, waardoor er nu een verkort seizoen wordt gespeeld. Kobe Bryant, Lebron James, Michael Jordan, het zijn namen die vaak wel een belletje doen rinkelen. Maar wie de Amerikaanse media wat volgt, heeft de afgelopen week waarschijnlijk de naam Jeremy Lin wel voorbij zien komen.

Jerewie?

Je hoeft echt geen gespecialiseerde sites zoals  die van ESPN of de talrijke basketbalblogs (voor de fans: dit is mijn favoriet) volgen om van Lin gehoord te hebben. Nieuwssite The Huffington Post, cultureel magazine The Atlantic, social mediasite Mashable, zakenblad Forbes, roddelblog TMZ, het is maar een greep uit het aanbod van non-sportsites die aandacht besteedden aan Lin. Waarom? Het ligt voor de hand eigenlijk. Lin leeft de Amerikaanse droom.

From undrafted to talk of the league
From afterthought to all over TV

Ik ga niet van a tot z uitleggen hoe de draft (de loterij waarbij elk jaar de beste universiteitsspelers verdeeld worden over de NBA-teams) werkt. Dat doet ook niet echt ter zake. Ik kan het er op houden dat Jeremy Lin niet bij die topspelers hoorde en hij dus undrafted was. Lin kwam ook niet echt van een grootheid van het college basketball, maar genoot zijn opleiding bij Harvard. Hij was een bolleboos, een Ivy Leaguer, die zelfs geen basketbalbeurs gekregen had toen hij van high school kwam. [1]

6 foot 3, with a 4.2
Grade point average, not vertical[2]

Lin moest zich bewijzen in de summer league, de competitie waarin spelers wedstrijdritme opdoen en contractvrije spelers proberen een contract te versieren. Dat was een succes. In de vijf wedstrijden die hij speelde, liet Lin zien dat hij mee kon met de besten. Hij gaf zelfs John Wall, de beste universiteitsspeler, het nakijken. Vier teams boden Jeremy Lin een contract aan, waaronder de Los Angeles Lakers, een van de meest succesvolle teams in de NBA, maar Lin volgde zijn hart en tekende bij Golden State Warriors, de club waar hij al heel zijn leven lang fan van was. Een groot succes werd het echter niet. Lin speelde maar 29 wedstrijden (van de 81) en stond gemiddeld net geen tien minuten op het parket (van de 48 minuten). Zijn contract werd niet verlengd en hij kon opnieuw op zoek naar een club.

Cut from the roster at Golden State
Knew his time was coming, so he chose to wait
Never know when you gonna get up in the game
But he made his moment count in the biggest of ways

The Greatest Stage

Lin vond uiteindelijk onderdak bij de New York Knicks, een club die –ondanks een gebrek aan goede resultaten de afgelopen tien jaar- toch nog steeds een aantrekkelijke bestemming is voor veel spelers. De spotlights van The Big Apple hè. Aanvankelijk zou Lin de derde in de pikorde op zijn positie zijn. Lees: je komt alleen aan spelen toe als de wedstrijd al beslist is of wanneer er blessures zijn. En die kwamen er. Vorige week zaterdag kwam Jeremy Lin –een tweedejaars speler die nog nooit meer dan vijftien minuten in een NBA-wedstrijd gespeeld had- van de bank, veel vroeger dan normaal. De andere jongens op zijn positie zaten naast hem op de bank. In burgerkleding. Lin greep zijn kans een scoorde 25 punten. In de daaropvolgende wedstrijden scoorde hij 28, 23 en 38 punten. Lin werd prompt omgedoopt tot de nieuwe redder van de Knicks en de pun crazy Amerikanen leefden zich uit: Linsanity, Linning, the adventures of Lin Tin Tin.

And even if it only lasts a moment,
Jeremy Lin took it and owned it,
You gotta respect it

Leuk dit, maar uiteindelijk is dit niet zo bijzonder. De NBA zit vol getalenteerde spelers en het gebeurt wel vaker dat een jongen uit het niets plots de sterren van de hemel speelt. Voorlopig heeft Jeremy Lin vier (heel) goede wedstrijden gespeeld in anderhalf seizoen. Wordt dit niet weer wat opgeblazen door het Twitter- en bloguniversum? Natuurlijk. Een eigen shirt? Een nummer aan je opgedragen krijgen na één goede week? Is dat niet wat overdreven? Ongetwijfeld, maar we houden allemaal van de underdog, toch?

  1. [1] De Ivy League is een sportcompetitie, maar de 8 scholen die er deel van uitmaken staan vooral bekend om hun goede academische opleiding en de strenge toegangseisen, waardoor ze vaak voorbehouden zijn voor heel verstandige en/of heel rijke studenten.
  2. [2] Grade point average is het gemiddelde van de punten dat een student behaalt en is de graadmeter van hoe goed een student is. Vertical verwijst naar de hoogte die iemand kan springen.

Tags: , , , , ,

nummer van 12/02/2012 door Jeroen Houben

‘Return of the Grievous Angel’ van Gram Parsons

Een souvenir van het thuisfront

Iedereen heeft hem wel in zijn of haar collectie: die plaat waar je apetrots op bent, niet in de laatste plaats omdat er een bijzonder verhaal achter zit. Gastblogger Jeroen Houben heeft zo’n verhaal, dat hij gedetailleerd en beeldend uit de doeken doet – zoals het een ware regisseur betaamt. Jeroen is film- en reclameregisseur en regisseerde onder andere de ‘taxisessies’ ter promotie van de film Rabat. Op dit moment werkt Jeroen aan enkele commercials voor 3FM, waarvan de eerste (met Tim Knol) op dit moment op TV te zien is. Beleef vandaag met hem de nostalgische reis van de grote stad naar zijn oude dorp, waar hij nietsvermoedend tegen een ware parel aanliep. 

Het was op een zondagmiddag. Ik was een weekendje op bezoek bij mijn ouders, in het zuiden des lands. Een verkwikking op de Limburgse prairie die ik mezelf af en toe gun om de hoofdstedelijke onrust even te ontvluchten. Van tijd tot tijd bezoek ik op zo’n druilerige middag een plaatselijke rommelmarkt, in de hoop er vinylplaten te scoren. Dat is dan nog een vrij optimistische omschrijving, want zelden neem ik daadwerkelijk iets mee uit de bakken die 9 van de 10 keer worden bevolkt door James Last, George Baker of BZN. De jacht is interessanter dan de prooi zullen we maar zeggen.

Deze zondagmiddag was er een markt in het nabijgelegen Heythuysen. Mijn associatie met dat dorp is er vooral één van muziek. Het was de woonplaats van mijn eerste muziekvriend, met wie ik op de middelbare school een zoektocht deelde naar onze toen nog volslagen onduidelijke muzikale identiteit. Ten tweede ligt er het muziekcafé TomTom dat diezelfde identiteit jarenlang bijspijkerde en mijn interesse wekte in, onder andere, countrymuziek. Ja, countrymuziek, daar gaat dit stukje over. Niet de makkelijkste muziekvorm om een lans voor te breken in deze moderne tijden. Ook voor mij was het geen liefde op het eerste gezicht; het kostte een paar omwegen zoals het moderne alt-country genre en de wat toegankelijkere platen van Bob Dylan om me naar binnen te lokken en me uiteindelijk de muziekstijl in haar pure vorm te laten waarderen.

Goed, ik was dus onderweg naar dat dorpse rommelwalhalla. Slechts straten ervan verwijderd werd ik staande gehouden door een oude bekende. Het was die eerdergenoemde jeugdvriend. Ik was ‘m, zoals veel van mijn jeugdvrienden, uit het oog verloren. Na de middelbare school verlieten we beiden het door ons zo verguisde dorp voor de ‘grote stad’ waar het allemaal zou gebeuren. Als 16-jarige jongens leek het gras buiten de provincie vanzelfsprekend een stuk groener. En nu was hij, net als ik, voor twee dagen op bezoek in zijn thuisdorp. Hij stond erop dat ik even mee naar binnen kwam waar ik ook zijn ouders na jaren weer begroette. Ik vertelde dat ik maar even kon blijven, omdat er hier vlakbij wellicht en paar vinylpareltjes op me lagen te wachten. Van dat idee werd ik snel afgeholpen. Vader rende naar zolder en voor ik het wist stond er een doos vol platen voor m’n neus.

Een bijzonder fenomeen heb ik dat altijd gevonden. Mensen die hun platen wegdoen. “We doen er toch niks meer mee” of “Ik heb er de ruimte niet meer voor” of “We hebben nu zo’n iPod”. Redeneringen waar ik eigenlijk niks van begrijp. Ik zie een platenkast toch een beetje als een levenswerk dat je opbouwt. Een tastbare tijdslijn van alle fases die je muzieksmaak door de jaren heen heeft gekend. “De soundtrack van je leven!” zou Frits Spits zeggen. Enfin. Dat weerhield me er nooit van om deze mensen van hun platencollectie af te helpen. Dit keer was het niet anders. Platen van Alice Cooper, Zappa, Dylan, het ging allemaal mee. Mijn hand bleef steken bij een luchtblauwe hoes. Grievous Angel, de zwanenzang van de jong gestorven Gram Parsons. Om vage redenen was mijn platenkast tot op heden nog gespeend gebleven van deze legende. Ik had de plaat al bijna argeloos op mijn stapeltje gelegd toen me opviel dat er iets op de hoes gekriebeld stond. “Thea, 14 jaar” las ik voor. ‘Mijn allereerste plaat’ verzekerde de moeder des huizes mij.

Nou kun je me een heleboel dingen in de handen drukken die ik zonder aarzelen mee neem, maar dit voelde gek. Je eerste plaat afgeven? Echt? Ik twijfelde of ik dat kon aannemen. Maar nee, écht, ik mocht ‘m hebben. Die avond keerde ik na een paar drankjes en de onvermijdelijke trip down memorylane huiswaarts met een tas vol platen.

Twenty thousand roads I went down, down, down
And they all lead me straight back home to you

Grievous Angel bleek de parel van mijn buit, die ik sindsdien zou koesteren als een souvenir. Het titelnummer ‘Return of the Grievous Angel’ verhaalt over de vele wegen die het leven biedt, maar concludeert dat je uiteindelijk toch altijd weer thuiswaarts zal keren. Waarvan akte.

Tags: , , , , , , , , , ,

nummer van 11/02/2012 door Gabriela van der Lans

‘Blue Suede Shoes’ van Carl Perkins

Opdat niemand ooit zo'n slecht afspraakje mag hebben

I think I have on something tonight that’s not quite right for evening wear.”[1] Op 1 juli 1956 stond een 21-jaar jonge Elvis Presley op het podium van de Steven Allen show. Hij tilde zijn linkervoet op richting het publiek en zei: “Blue suede shoes.”

Tegenwoordig horen we vooral Elvis over zijn blauwe suède schoenen zingen, maar zonder Carl Perkins, the King of Rockabilly, hadden we de beginnoten Well it’s one for the money, two for the show, three to get ready, now go, cat, go nooit gekend. En het was weer een idee van Johnny Cash om een liedje over schoenen te schrijven.

Perkins kruiste Cash tijdens een tour in de zuidelijke staten van de VS. Cash begon Perkins te vertellen over een legerpiloot die hij ooit, tijdens zijn legertijd in Duitsland, gekend had. Het type man dat zijn pilotenschoeisel, met veel fantasie en humor, ‘blue suede shoes’ zou noemen. Of Perkins er een liedje over wilde schrijven. Een liedje over schoenen. Perkins bedankte. Wat wist hij nou van schoenen. En het was niet alsof Cash er zelf voor wilde gaan. Er miste nog iets aan dit concept, maar beiden wisten nog niet wat.

Dump hem

Wat het idee van Cash nog miste was een invalshoek. Een invalshoek die een paar weken later, vlak voor Perkins’ neus, zou neerstrijken. Tijdens een concert hoorde hij een jongen fel tegen zijn mooie danspartner zeggen: “Uh-uh, don’t step on my suedes.” Natuurlijk waren ze blauw. En er zat een klein veegje op. Hoe kón ze, het varken. Die avond nog schreef Perkins de tekst van zijn liedje op een bruine, papieren, aardappelzak en twee dagen later nam hij het op.

De plaat die in 1956 uitkwam, werd eerst aan de verkeerde kant afgespeeld; radiozenders in Jackson en Memphis kozen gek genoeg voor de b-kant van Perkins’ LP, waar het nummer ‘Honey, don’t’ op stond. Het was DJ Billy Randle die aanvoelde dat zijn luisteraars juist de andere kant van de schijf nodig hadden en die de a-kant in zijn late night show begon te draaien. De mensen werden gek. ‘Blue Suede Shoes’ werd een monsterhit en het maakte Perkins tot de eerste countryzanger die, naast hoge noteringen in de countrylijsten, ook topposities op  r&b- en pophitlijsten behaalde.

In hetzelfde jaar nog coverde Elvis het nummer. Het label RCA zag waarschijnlijk massieve dollartekens toen hun nieuw aanwinst het nummer zodanig speelde dat de meisjes er nog beter op konden dansen. Het was ook anders in die tijd; in de jaren ’40 en ’50 zong iedereen andermans liedjes. Gewoon omdat het goede liedjes waren die op dat moment veel op de radio kwamen. Een gezond en ontspannen idee, vergeleken met de bizar hoge lat die we tegenwoordig leggen voor artiesten die een oud liedje willen spelen. Elvis vroeg eerst nog even te wachten met de release van de single, uit respect voor Perkins, maar deze laatste was eigenlijk alleen maar blij dat een jonge rock’n roll-god zijn nummer onsterfelijk aan het maken was. Wij ook, wij ook.

Bedankt Johnny Cash, bedankt Carl Perkins en bedankt Elvis. Maar ook bedankt Mary, of Jane, of wat je mooie naam ook mag zijn. Het spijt ons van je vreselijke afspraakje. We hopen uit ons hart dat het nooit wat is geworden met die jongen. Maar dankjewel voor de muziek.

En moeten we ook ene Johnny Ryall bedanken?

  1. [1] Bron: http://en.wikipedia.org/wiki/Blue_Suede_Shoes 

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 10/02/2012 door Gijs Wilbrink

‘A Real Hero’ van College feat. Electric Youth

Rijd mee, de eighties in

“I can come with you. I can look out for you.” Ondanks dat hij zijn woorden zorgvuldig kiest, kijkt hij haar niet aan. In een wanhopige poging toch haar gezichtsuitdrukking te zien heft hij zijn hoofd, een moment dat net samenvalt met de opening van de deurlift naast hen. Ze kijken en in hun ogen zien we dat de lift niet leeg is. Er staat een man in een beige pak. Hij verontschuldigt zich omdat hij niet uitstapt; verkeerde etage. Ze stappen bij hem in de lift. Ze vormen een driehoek. Hij naast de man, zij achterin. Een ijzingwekkende stilte. We weten dat hij wordt bedreigd omdat hij haar beschermd, maar zou deze man een mogelijke bedreiging kunnen zijn, voor hen allebei? Een vijand waarvoor je op je hoede moet zijn? Zijn nieuwsgierigheid dwingt hem de man voorzichtig gade te slaan, zijn ogen glijden af naar de plek die een clue biedt: een pistool onder zijn jasje. Dan begint een van de mooiste scènes van het afgelopen filmseizoen. Het meisje wordt in een vloeiende beweging de hoek in geduwd waarna hij zich omdraait en haar kust. Een afleidingsmanouvre wellicht, een laatste kans. Hij, zij, hun eerste kus. Niets anders dan dat. Het begin en het einde van hun liefde gevangen in één gepassioneerde kus. En dan gebeurt er iets dat tegelijkertijd zo gaaf en zo lomp is, dat het je even stuiterig als sidderend achterlaat. A real hero.

Eighties

Dit alles wordt prachtig muzikaal begeleid door David Grellier, de tot voor kort relatief obscure Franse electromuzikant achter het dromerige project College. Zijn ingehouden, mysterieuze jaren 80-klanken zitten de sfeervolle beelden van Drive (2011) als gegoten. Toch schreef hij het niet speciaal voor de film, zijn EP A Real Hero is alweer bijna drie jaar oud. Het is een van Grelliers vele kortlopende projecten, die binnen het genre allemaal even interessant als uiteenlopend zijn. Hij startte College als zijproject van zijn vaste betrekking bij electroclashband Sexy Sushi, ”to synthesize into my music the emotions of my childhood”. De muziek zit boordevol Amerikaanse popcultuur, “80′s soaps and an aesthetic which I particularly like: color, images, silvery films and the sun – images of Los Angeles, Chicago and all of the other cities that (…) continue to fascinate me.”[1] Een sfeer die mij en mijn generatiegenoten tevreden laten baden in nostalgie. Het was me tenslotte het decenniumpje wel.

Frans electrocollectief

Grelliers vervolgproject, het collectief Valerie, is minstens even boeiend. Het biedt een platform voor Franse electrotalenten om samen te werken, inspiratie op te doen en uiteraard vooral muziek te maken. Dit alles handig samen gebracht op het blog valeriecollective.com, waarop niet alleen de muzikanten, maar ook de fans invloed hebben op het reilen en zeilen van het collectief. En zo poogt Valerie een bron te zijn voor de beste electronische muziek die momenteel uit Frankrijk komt.

De inspanningen van de creatieve Fransoos werden beloond: toen regisseur Nicolas Winding Refn door de platenbak van een van zijn geluidstechnici neusde, viel hem de A Real Hero EP op. Hij was direct gecharmeerd. Verliefd zelfs. Dit moést op zijn soundtrack. En zo kon gelukkig al snel de hele wereld kennis maken met Grelliers talent en zijn opzienbarende projecten. Hopelijk wordt hij dan ook vaker uitgenodigd om Ryan Goslings veelal tekstloze rollen te voorzien van een passend deuntje. Hoewel de acteur zelf meer van een potje hardcorepunk schijnt te houden

  1. [1] Bron: Wikipedia

Tags: , , , , , , , , , , ,

nummer van 09/02/2012 door Johan Vogels

‘Fortunate son’ van Creedence Clearwater Revival

Tour of Duty doorstaat de tand des tijds niet

Tour of Duty heeft me voor een deel muzikaal gevormd. Behalve dat ik zo rond mijn tiende levensjaar wekelijks al “VC”-schreeuwend door het bos rende met in mijn handen een zelfgemaakt M16, deelden mijn vriendjes en ik in de kosten om de soundtrack van de toen populaire tv-serie te lenen bij de bibliotheek. De cd ging wekenlang van hand tot hand en met wat hulp van onze vaders had uiteindelijk iedereen een BASF-60 of TDK-90 met daarop alle liedjes. Theme song ‘Paint it black’ klonk nimmer spannender dan toen, terwijl ik met cola en chips klaar zat voor de tv. Hoogtepunt van de intro was voor mij altijd het schieten dat begon terwijl Charlie Watts met een paar ferme drumslagen het nummer opengooide. ‘We gotta get out of this place’ van The Animals, nog zo’n hit. Wellicht de songtitel die het meest van toepassing was op wat die Amerikaanse soldaten dachten terwijl ze door de jungle kropen.

En dan met een potlood steeds de tape terugspoelen om batterijen uit te sparen van je walkman.

Weinig met oorlog te maken

Opvallend is dat Creedence Clearwater Revival op geen van de originele soundtracks is terug te horen. ‘Have you ever seen the rain’ zit bijvoorbeeld in de serie (tweede seizoen, episode 8). Het nummer klinkt terwijl we sergeant Zeke zien die een stervende vriend draagt. Hij is op weg door het olifantengras naar de landingsplaats voor de helikopter. Daarnaast is Creedence een van de bekendste bands uit een tijd die getekend wordt door een verscheurd Amerika; steeds meer mensen spraken zich uit tegen de Vietnamoorlog, steeds vaker werden demonstraties hard neergeslagen.

Wat die liedjes met de oorlog te maken hadden, wist ik niet. Ik vroeg het aan mijn vader die in zijn jonge jaren menig avondje had zitten zuipen en blowen met op de achtergrond de artiesten waarvoor ik een belangstelling ontwikkelde. Hij kende de bands en hij kende Engels. “Ja”, zei hij. “Het zijn liedjes uit de tijd dat die oorlog werd gevoerd en veel soldaten luisterden naar die muziek.” En terwijl we samen de tekst van ‘Paint it black’ ontleedden, kwam ik er achter dat het liedje inderdaad weinig met oorlog van doen had.

Onfortuinlijk

In tegenstelling tot de al genoemde liedjes, heeft ‘Fortunate son’ van Creedence wél te maken met de oorlog. Zanger John Fogerty liet zich voor het nummer inspireren door de kleinzoon van voormalig president Eisenhower, die in de jaren zestig een relatie had met de dochter van president Nixon. Verdomme, dacht Fogerty, die kleinzoon hoeft in tegenstelling tot de minder gelukkige zonen van Amerika nooit zijn handen vuil te maken in een smerige oorlog ergens ver weg. Alleen maar omdat hij invloedrijke (groot)ouders heeft. Zo legde Fogerty in 1979 tegen Rolling Stone de inspiratie voor het nummer uit. Zelf vervulde hij halverwege de jaren zestig zijn dienstplicht, maar hoefde niet naar Vietnam.

Los van de inhoud is het ook nog eens een van de meest opzwepende rocknummers die ik ken. In het kort: drummer Doug ‘Cosmo’ Clifford trapt af met een simpele drumbeat. Fogerty vergezelt hem even daarna met een ontzettend herkenbare riff. Dan begint hij te zingen met een al door het lange opnemen van andere nummers, kapot geschreeuwde stem. En dat gaat dik twee minuten lang zo door. Vuist in de lucht en meeschreeuwen met het refrein: “It ain’t me!”

Creedence, met als tweede van links John Fogerty.

Hoewel er stevige kritiek was op de oorlog door Fogerty en een hoop van zijn tijdgenoten, is ‘Fortunate son’ niet per se een statement tegen de Vietnamoorlog. Het is eerder een statement tegen het grote verschil tussen de keuzevrijheid van de fortunate sons enerzijds, en de beperkte middelen van de unfortunate sons van Amerika anderzijds.

Niet mooier geworden

Een paar maanden geleden vroeg ik me ineens af wat ik nu, zo’n twintig jaar later, nog van Tour of Duty zou vinden. Op YouTube waren gelukkig (niet veel) afleveringen of delen daarvan te vinden. Nieuwsgierig drukte ik op play, maar de minuten daarna maakte zich een teleurstelling van me meester. De serie was er met de jaren niet mooier op geworden. Integendeel. Gelukkig kan ik dat niet zeggen van Creedence.

Tags: , , , , , , , , , ,

-->