nummer van 17/04/2014 door Gijs Wilbrink

‘Novocaine For The Soul’ van Eels

Hoe origineel waren de alto's?

Eels – Novocaine For The Soul

In zwart-wit zien we van bovenaf hoe Mark Oliver Everett naar zijn platenspeler loopt, de aan-knop beroert, de arm beetpakt tussen duim en wijsvinger en voorzichtig de naald op één van de eerste groeven van het draaiende zwarte vinyl laat zakken. Op het label in het midden van de plaat staat een witte kat afgebeeld die tevreden in de richting van de klok meedraait. We horen drie tikken op een snaredrum, een swingritme en een piano die één basnoot aanhoudt, dit alles onderdrukt door de typische ruis van oude muziek afgespeeld op een te oude plaat. Dan komt pas dat ene moment: die xylofoonmelodie die je binnen twee tellen herkent en die van het bloedmooie ‘Novocaine For The Soul’ direct een alto-klassieker maakte.

Ach, de alto’s. De alternatieve rock. In de jaren 90 de échte muziek en niet de hersendodende rotzooi die je dagelijks op de radio hoorde of op de televisie zag. Commerciële pop, R&B, hiphop, trance, aan elkaar gesampled in een grote muziekfabriek en één voor één vanaf de lopende band rechtstreeks de oren van massa’s onoplettende luisteraars ingeslingerd. Gejat, uit elkaar geknipt, weer in elkaar geplakt en met een nieuw etiket door je strot geramd. Wie daar een alternatief voor zocht, vond al snel een genre met in ieder geval de perfecte benaming. Alternative.

Eels - Novocaine For The SoulIn retrospect valt er veel over alternatieve muziek op te merken. Dat het dood is. Dat het nog leeft, maar dat het tegenwoordig indie heet. Dat het even commercieel was als de mainstream. Dat die mainstream eigenlijk ook best een stel mooie liedjes heeft voortgebracht. Maar dat alternatieve artiesten uit de jaren 90 er net zo gulzig op lossampleden als de mainstream, hoor je minder vaak. Alleen in 1997 al, het jaar dat ‘Novocaine For The Soul’ in Europa uitkwam, bracht het genre tenminste drie gigantische hits voort met gerecyclede stukken muziek. Even terug naar die ronddraaiende kat op het zwarte vinyl. Het is de kat van het singlehoesje van ‘Novocaine For The Soul’, maar eigenlijk zouden we een foto van een lachende Fats Domino op het label moeten zien. De klanken uit Mark Oliver Everetts platenspeler, de drie tikken op de snaredrum, het swingritme en de piano die één basnoot aanhoudt, zijn afkomstig van zijn ‘Let The Four Winds Blow’ uit 1961.

Fats Domino: Let The Four Winds Blow (1961)

The Verve

Minstens zo iconisch als de platenspeler van Eels is het volgende beeld uit de alternatieve muziekscene van 1997: The Verve-zanger Richard Ashcroft die met zijn leren jack en zijn stronteigenwijze Britse kop iedereen omverloopt terwijl hij ‘Bitter Sweet Symphony’ zingt. De strijkers die iedereen – alto of niet – kan meefluiten, zijn afkomstig van een orkestversie van de Rolling Stones-single ‘The Last Time’, opgenomen door Stones-producer Andrew Loog Oldham in 1966. The Verve dacht ermee weg te komen, maar werd al vrij snel van plagiaat beticht. De sample was dan ook weinig subtiel.

The Verve – Bitter Sweet Symphony

Andrew Oldham Orchestra – The Last Time (1965)

Radiohead

1997 bracht met ‘Karma Police’ ook één van Radioheads grootste klassiekers. De boegbeelden van de alternatieve muziek hebben volgens whosampled.com maar liefst vier keer andermans muziek gebruikt voor hun eigen liedjes, al zijn ze daar sinds 2001 niet meer op betrapt. In het refrein (1:18) van hun tweede single uit 1997 horen we ‘Sexy Sadie’ van The Beatles op de achtergrond. Wederom een liedje uit de jaren 60, wederom een grote hit voor een alternatieve groep en, het mag worden opgemerkt, wederom een práchtige videoclip.

Radiohead – Karma Police

The Beatles – Sexy Sadie (2009 Stereo Remaster)

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

nummer van 16/04/2014 door Arja van den Bergh

‘On Blue Mountain’ van Foxygen

Beetje jammen, beetje jatten

Foxygen – On Blue Mountain

Vanaf 1:31 begint ‘On Blue Mountain’ verdacht veel op ‘Suspicious Minds’ van Elvis Presley te lijken. Niet dat dat erg is, maar luister toch maar:

Foxygen – On Blue Mountain

Suspicious Mind – Elvis Presley

Waarom ik het niet erg vind dat Foxygen overduidelijk een hele sterke, bekende melodie heeft gejat, komt neer op het simpele feit dat ze nauwelijks moeite hebben gedaan er een kleine twist aan te geven. Het lijkt meer een knipoog, of een mini-cover. De tekst is uiteraard anders en het tempo ligt hoger, maar de melodie is gelijk.

Ik ben op een punt in mijn leven gekomen dat ik daar goed mee kan leven. Alles is al een keer gedaan en artiesten die een dergelijke realisatie uitdragen, komen op mij het minst wereldvreemd over. Ik wantrouw bands met een ‘unieke sound’. Maar, ik sta beduidend sympathieker tegenover een vrijwel onbekende muzikant die een paar mooie maten steelt uit een hit van een iconisch popmuzikant (Foxygen/Elvis Presley) – als ware het een eerbetoon – dan wanneer het tegenovergestelde het geval is. Coldplay werd meerdere keren beschuldigd van plagiaat; sommige intro’s en melodieën leken wel erg op die van stuk onbekendere artiesten. Doortrapt en listig vind ik dat. Alsof we er nooit achter zouden komen.

‘On Blue Montain’, van Foxygens derde album We Are the 21st Century Ambassadors of Peace & Magic (2013), heeft meer om het lijf dan die paar minuten durende gelijkenis met ‘Suspicious Minds’. De vertragingen en versnellingen vallen zo mogelijk nog eerder op. Ik heb een enorm zwak voor vertragingen en versnellingen (vooral vertragingen). Waarom weet ik niet. Misschien vind ik het een dappere keuze. Misschien vind ik het verrassend – niet te verwarren met origineel.  Het ontregelt de boel. Vooral de vertraging in dit nummer zegt impliciet: laten we even terug gaan, laten we beginnen bij het begin. De woorden die je nu hoort móeten aankomen, het is belangrijk om even aan de hectiek van voorheen te ontsnappen, zodat we weer begrijpen waar het over gaat. Een pauzeknop die niet stillegt, maar afzwakt, waardoor onze interesse weer is gewekt. Foxygen weet er raad mee.

Jonathan Rado and Sam France richtten Foxygen op in 2005, toen ze nog op school zaten. Vijftien jaar en niet meer dan een beetje jammen, wat willekeurige riffs achter elkaar plakken en dat een liedje noemen: zo begon Foxygen. Coupletten en refreinen ontbraken, echte liedjes schrijven doen ze pas een paar jaar. Maar nog nemen ze muziek maken niet al te serieus. (Zou ik ook niet doen als mijn nonchalante houding tegenover muziek onderdeel was van mijn succes.) Ondanks hun gekoketteer met die nonchalance – “We didn’t practice once for the show today. (…) We talk about practicing a lot.” – wordt er wel degelijk nagedacht over het geluid van Foxygen, de nummers en de feel die een plaat moet hebben. Niet voor niets wordt er geëxperimenteerd met genres, wordt er gefilosofeerd over nieuwe stijlen: “I am a little bit over the sixties stuff. I love it, but we’re definitely going to make way different, darker music from now on.” (Bron.) Het enige wat misschien zal blijven, zoals ‘On Blue Mountain’ bewijst, is dat Foxygens liedjes ontstaan uit vriendschap: veel doelloos jammen, een beetje knip- en plakwerk en jezelf en elkaar vooral niet te serieus nemen.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 15/04/2014 door Martijn Koetsier

‘Nosferatu Man’ van Slint

Ik wil er niks van weten

Slint – Nosferatu Man (Studio Version)

Het klinkt misschien een beetje vreemd voor iemand die wekelijks stukken schrijft om verhalen achter de muziek te vertellen, maar soms wil ik liever helemaal niets weten. Alleen de muziek, de teksten en een albumhoes die tot de verbeelding spreekt, dat is genoeg. Natuurlijk roepen die genoeg vragen op, maar soms zijn die bevredigender dan de antwoorden. Omdat ik denk dat die tegen zullen vallen en het mysterie van zichzelf al mooi genoeg is. Spiderland van Slint is zo’n plaat die me al jaren in het ongewisse laat en dat vind ik eigenlijk wel best, ondanks dat ik weet dat ik mezelf voor de gek aan het houden ben. Vorige maand verscheen namelijk Breadcrumb Trail, een documentaire over de band in het algemeen en die tweede plaat in het bijzonder.

Ik ben er nog niet uit of ik Breadcrumb Trail wil zien. Aan de ene kant is het natuurlijk onzin om ‘m te laten liggen en hou je jezelf voor de gek als je niet kijkt. Een beetje zoals niet willen weten of je kindje dat nog geboren moet worden een jongen of een meisje is, terwijl dat allang ergens zwart op wit in een dossier van de dokter staat. Maar aan de andere kant, zal die nieuwe kennis niet de plek innemen van herinneringen aan muziekavondjes met vrienden van vroeger toen we alleen maar konden gissen naar het verhaal achter de band in plaats van te googlen? Normaal zou ik de eerste zijn om dit soort irrationele romantiek van tafel te vegen, maar in het geval van Slint blijft het hardnekkig in de weg zitten.

SlintUit gaan weiden over de weinige achtergrondverhalen die ik wel over de band ken zou dan ook onlogisch zijn. Natuurlijk is het interessant om te weten dat Slint één van de eerste bands was die Steve Albini produceerde, of dat de albumhoes van Spiderland door Will Oldham werd gemaakt lang voordat hij zichzelf Bonnie ‘Prince’ Billy ging noemen. Maar na al die jaren luisteren naar Spiderland heb ik daar eigenlijk nog steeds geen behoefte aan. Het luisteren naar die af en toe tergend dwalende songstructuren en eigenwijze ritmes die jaren later pas als genre een naam zouden krijgen door bands als Mogwai en Explosions In The Sky… eigenlijk vind ik het wel prima zo.

Voor de wat meer pragmatische liefhebbers die gewoon wel benieuwd zijn naar het verhaal achter Slint: naast de documentaire is er onlangs ook een heruitgave van Spiderland verschenen, inclusief outtakes en een 104 pagina’s tellend boek met foto’s. Op 5 juni is de band te zien in Tivoli, Utrecht.

Tags: , , , , , ,

nummer van 14/04/2014 door Peter Bootsman

‘If It Wasn’t For Dicky’ van Lead Belly

Ere wie ere toekomt

Leadbelly – If it wasn't for Dicky

Zoals iedere muziekstijl zijn eigen karaktereigenschappen heeft, geldt dat ook voor folkmuziek. Kenmerkend voor folkmuziek is dat hierin verhalen die van generatie op generatie worden doorgegeven centraal staan. Net zoals Bijbelteksten veelvuldig overgeschreven, aangepast of herschreven werden, werden ook nummers waarin de lokale folklore werd bezongen regelmatig subtiel aangepast of compleet herschreven.
Ook het nummer van vandaag heeft een flinke metamorfose ondergaan. Wie zou eigenlijk de credits moeten krijgen voor zo’n nummer?

Decennia voordat de New Yorkse wijk Greenwich Village (overigens afgeleid van het Nederlandse ‘Groene Wijk’) een broedplaats van de folkbeweging zou worden in de jaren 60, hoorde Lead Belly een Ierse muzikant, genaamd Sam Kennedy, een nummer zingen over een boer en zijn overleden koe. Dit nummer had ooit de titel ‘An Droimfhionn Donn Dilis’ maar was inmiddels al versimpeld tot ‘Drimmin Dow’. Lead Belly veranderde de tekst, maar níet het thema, en gaf zijn versie de titel ‘If It Wasn’t For Dicky’. Omdat hij vond dat het nummer, net als vrijwel alle Ierse folksongs, te weinig ritme had, paste hij ook de muzikale begeleiding aan naar zijn eigen smaak en nam het op in 1937.

leadbelly

The Weavers, met de dit jaar overleden Pete Seeger in de gelederen, waren op zoek naar nieuw materiaal. Omdat ze met ‘Goodnight, Irene’ ook al een hit hadden gescoord met een nummer van Lead Belly klopten ze weer bij de beste man aan. Dit keer werd alleen diens melodie gebruikt. Geen nummer over een boer en zijn dode koe maar een mooi liefdesliedje met hitpotentie. Pete Seeger schreef het nieuwe refrein en Lee Hays kwam met nieuwe coupletten. Hun versie, ‘Kisses Sweeter Than Wine’, kwam niet verder dan nummer 19 in de hitparade. Vele anderen hadden er meer succes mee.

'Kisses Sweeter Than Wine' Pete Seeger &The Weavers

Misschien is het ook helemaal niet interessant wie de credits voor zo’n nummer zou moeten krijgen. Alle betrokken partijen hebben er weer hun eigen draai aan gegeven. Huddie William Ledbetter, zoals Lead Belly in the echt heette,  maakte het muzikaler met zijn 12-snarige gitaar en The Weavers maakten er een echt mooi liedje van. Maar de aller-allermooiste versie is van de man over wie ik onlangs schreef en over wie ik niet uitgeschreven raak.

Waylon Jennings *KISSES SWEETER THAN WINE*

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

nummer van 13/04/2014 door Frank Goossens

‘The Wedding List’ van Kate Bush

Van de prins, de bruid en het ongelukje

Webdeveloper Frank Goossens googlede naar Jonathan Wilsons ‘Cecil Taylor’ en vond ons artikel. Direct herkende hij de plugin (nerdiaans voor programmaatje) die wij gebruiken om YouTube-video’s op de site te tonen; die heeft hij gemaakt. Frank, zelf fervent muziekblogger, vond dat een mooie aanleiding om een gastartikel te schrijven. Wij zijn blij dat hij dat vond, en natuurlijk dat hij óns vond.

Kate Bush – The Wedding List (Live 1982)

Er was eens een prins die een jaar getrouwd was. Zijn vrouw, Diana, had hem net een eerstgeboren zoon geschonken. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Charles veel zin had om nog eens flink de bloemetjes buiten te zetten. Prins zijnde had deze Engelsman natuurlijk zo zijn contacten en hij vroeg George Martin om een klein feestje te organiseren dat dan ook nog eens de kas van het prinselijke goede doel zou kunnen spijzen. En zo geschiedde! Het resultaat was het allereerste “Princes Trust Rock Gala” in 1982, met – voor mij – dit magistrale optreden als absoluut hoogtepunt.

“Kate Bush? Zo theatraal!” smaalt mijn vrouw soms plagerig en ze heeft misschien gelijk, maar ik heb altijd al een boontje voor Kate gehad. ‘The Wedding List’ stond oorspronkelijk op Never For Ever uit 1978 en was (met een omwegje langs de film La Mariée Était En Noir van Truffaut uit 1968) schatplichtig aan de The Bride Who Wore Black. Die roman van Cornell Woolrich uit 1940 stond ongetwijfeld ook in de bibliotheek van Quintin Tarantino, want het boek gaat over een bruid die wraak neemt op de moordenaars van haar bruidegom. Die wraak van de bruid, dat is ook in ‘The Wedding List’ een bloederige zaak:

Did you think I’d ever let you
Get away with it, huh?
He swooned in warm maroon.
There’s gas in your barrel, and I’m flooded with Doom.
You’ve made a wake of our honeymoon,
And I’m coming for you!

Kate Bush maakte in 1979, ter gelegenheid van een Christmas Special, zelf ook een filmpje bij ‘The Wedding List’, waarin ze zelf de rol van moordende bruid speelde.

Kate Bush – The Wedding List (1979 Xmas Special)

Mijn voorkeur gaat toch uit naar de live versie bovenaan dit stuk. Want is het u opgevallen wie daar zoal op het podium staat? Pete Townshed (The Who) en Midge Ure (Ultravox) op gitaar, Phil Collins (Genesis) in een Hawaii-hemdje gelukkig enkel op drums, Gary Booker (Procul Harum) op toetsen, maar vooral de betreurde Mick Karn (Japan) op fretless bass.

Al die muzikale goden en hun verdiensten daargelaten, is er natuurlijk ook dat ene moment waarop een klein vestimentair probleem voor extra spanning zorgde. De manier waarop Kate dat stijlvol oploste, heeft Janet Jackson vele jaren later absoluut niet kunnen evenaren. Mevrouw Bush liet zich echter niet afleiden en zong – een beetje grijnzend – verder. Prins Charles zal dat toen wel niet erg hebben gevonden, die man is immers zo preuts nog niet.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 12/04/2014 door Gijs Wilbrink

‘Wish You Could Stay (A Little Longer)’ van Sweet Apple

Zomersoundtrack uit onverwachte hoek

Sweet Apple (with Mark Lanegan) – Wish You Could Stay (A Little Longer) (Official)

Zangers J. Mascis van Dinosaur Jr. en ‘Dark’ Mark Lanegan van The Screaming Trees staan bekend om muziek waar je het liefst rustig voor gaat zitten in een donker kamertje, voor je uit starend en met niets omhanden behalve je diepste zorgen en de wrange klanken van hun melancholische composities. Afzonderlijk loodzwaar, maar gecombineerd misschien wel dodelijk. Voeg daar ex-leden van de legendarische lo-fi band Guided By Voices en de bassist van Mascis’ stonerband Witch aan toe, en je hebt in theorie een misantropisch monster gecreëerd waar zelfs WF Hermans van onder de indruk zou zijn.

In werkelijkheid klinkt Sweet Apple heel anders.

De alt-rock supergroep levert met ‘Wish You Could Stay (A Little Longer)’ geen verdrietig zwelgnummer af, maar juist de perfecte soundtrack voor de aankomende zomer. De reden hiervoor is dat Sweet Apple helemaal geen supergroep wil zijn, maar vooral een stel vrienden dat lol maakt in de studio. Voor J. Mascis, die voor dit project weer eens achter het drumstel is gekropen, een verademing. Even niet moeilijk doen over diepe teksten of slimme composities. Even geen ruzie maken met bandleden over hoe ze iedere seconde van jouw perfect uitgedachte kunstwerk moeten spelen. Sterker nog: de normaal zo ijverige songwriter schreef zelf geen noot op The Golden Age Of Glitter, het nieuwste album van zijn lolbandje. Hij batert liever vrolijk op zijn drumstel. Oké, gelukkig was de man niet te beroerd om af en toe zijn legendarische gitaarskills te lenen voor een solo (2:33), maar verder vond hij het wel prima.

Sweet Apple

Sweet Apple – J Mascis, Dave Sweetapple, Tim Parnin en John Petkovic

Ook gastzanger Mark Lanegan klinkt opvallend frivool op ‘Wish You Could Stay (A Little Longer)’, opener en eerste single van het nieuwe album. Over de achtergrond van zwierige college rock duetteert hij met vaste zanger John Petkovic over hoeveel plezier de twee vrienden met elkaar hebben, en hoezeer ze willen dat dit moment nog veel langer zou kunnen duren. Helaas is de pret na een krappe vier minuten alweer voorbij; de lengte van een zomerhit is nu eenmaal beperkt. In de studio mochten de mannen iets langer genieten van elkaars vrolijkheid, want ook op ‘Let’s Take The Same Plane’ (wat een gezellige titel!) zongen ze zij aan zij. De sfeerverhogende samenwerking kwam spontaan tot stand, zo vertelt Petkovic deze week aan Rolling Stone.

When he was in Cleveland, he just agreed to sing on the record. The good thing about this band is because it’s not a regular band, it’s not like a regular band. It’s almost like a clubhouse. Theoretically we could have anybody do anything, and it would just be fun to do. We don’t have that much riding on it, and when you don’t have that much riding on something, it sort of makes it more fun in a way.

Alle gezelligheid in de studio ten spijt, J. Mascis keerde op het moment dat de opnamen voltooid waren weer terug naar zijn eeuwig pessimistische gemoedstoestand. Eigenlijk vindt hij The Golden Age Of Glitter, met uitzondering van het nummer van vandaag, maar een matig album. Dit is geen gerucht, geen citaat dat hem per ongeluk ontglipte, maar zijn officiële statement bij de première van het album. Waarom hij dan nog in de band speelt? Voor de lol, voor de practical jokes. Een goed voorbeeld van deze geslaagde grappen had hij niet, toen Rolling Stone er naar vroeg. ”Yeah, I’m drawing a blank right now, sorry”, was het typische antwoord van de apathische indierockster. “This whole thing is a practical joke.”

Meer gezelligheid met J. Mascis: afgelopen donderdag speelde hij even Kurt Cobain tijdens een geheime show van Nirvana in Brooklyn.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 11/04/2014 door Arja van den Bergh

‘Fast Car’ van Tracy Chapman

Hoop in tijden van ellende

Tracy Chapman – Fast Car

De sfeer zit er meteen goed in bij ‘Fast Car’. Tracy Chapman zingt achtereenvolgens: jij hebt een snelle auto en ik wil een ticket naar waar-dan-ook, dus laten we alsjeblieft ergens naartoe gaan, als we in godsnaam maar vertrekken, want werkelijk álles is beter dan dit vreselijke stinkhol dat door moet gaan voor huis en deze aftandse buurt waar nog geen hond dood gevonden wil worden.

Oké, dat laatste zingt ze niet letterlijk, maar dankzij Chapmans talent om een verhaal minimaal vorm te geven, kun je de rest van het verhaal zo invullen. Haar lage, vibrerende stem en de doordringende maar droeve melodie maken het plaatje vervolgens af. Je hoeft dus ook maar een halve minuut naar ‘Fast Car’ te luisteren om te weten dat dit een vrouw is die verdriet heeft, die zingt over mis- en wantoestanden in de wereld, of juist dicht bij huis. Als kind had ik geen idee waar het liedje over ging, en net als bij ‘Luka’ van Suzanne Vega – ook zo’n schijnbaar onschuldig nummer dat stiekem een heel ellendig thema bespreekt – ging ik op latere leeftijd pas wat beter naar de tekst luisteren. En die bleek naast bakken ellende ook vol sprankjes hoop te zitten.

Tracy mag dan wel de boel de boel willen laten, naïef is ze geenszins. En dan nog: wat heeft ze te verliezen of te bewijzen? Ze wil gewoon opnieuw beginnen, met een schone lei, from scratch: “Starting from zero got nothing to lose.” Haar plan lijkt op het eerste gezicht impulsief, maar het idee spookt heus al wel een tijdje door haar hoofd. Terwijl ze in een supermarkt werkte, heeft ze wat geld kunnen sparen. Dat geld brengt haar niet ver, maar toch zeker wel ver genoeg om de auto in te stappen en weg te rijden, richting de grote stad, waar banen en algeheel geluk in het verschiet liggen.

You got a fast car
And I got a plan to get us out of here
I been working at the convenience store
Managed to save just a little bit of money
We won’t have to drive too far
Just ‘cross the border and into the city
You and I can both get jobs
And finally see what it means to be living

Eindelijk zien wat leven wérkelijk betekent. De enige juiste motivatie voor wie dan ook om ergens te willen wonen, om ergens iets op te bouwen. Om te zien wat leven écht betekent. Wat wil je ook, met een verleden waarin moederlief de werkloze, aan drank verslaafde vader verlaat omdat ze het niet meer aankan. Omdat ze meer van het leven wilde dan hij kon geven. Chapman vertelt haar verhaal daarbij verrassend zakelijk, registreert de feiten en de gebeurtenissen zonder al te veel emotie. Luisterend naar haar zwaarmoedige stem weet je dat dat een goede keuze is geweest.

My mama went off and left him
She wanted more from life than he could give
I said somebody’s got to take care of him
So I quit school and that’s what I did

Maar het tij is gekeerd: ze kan weg, ze vraagt haar geliefde om mee te gaan en de horizon tegemoet te rijden. Met spaargeld op zak en de vurige wens om eindelijk iets van het leven te maken, moet het haast wel lukken. Het refrein is hoopvol en net realistisch genoeg om in het droombeeld van de protagoniste mee te gaan. Natuurlijk is het realistisch, het is zelfs herkenbaar. Wie kan dat gevoel niet oproepen, dat het lijkt alsof je hele toekomst nog voor je ligt, dat je wil geloven dat alle kansen er nog liggen om ‘iemand’ te worden, te zijn? Chapmans droom is de droom van velen.

I remember we were driving driving in your car
The speed so fast I felt like I was drunk
City lights lay out before us
And your arm felt nice wrapped ’round my shoulder
And I had a feeling that I belonged
And I had a feeling I could be someone,
be someone, be someone

‘Fast Car’ is hoopvol maar kan het leven niet mooier maken dan het is. Ook in een nieuwe omgeving dringen zich soortgelijke problemen op. Haar geliefde heeft ‘nog steeds’ geen werk. Maar dat weerhoudt Chapman er niet van haar dromen te blijven koesteren:

You still ain’t got a job
And I work in a market as a checkout girl
I know things will get better
You’ll find work and I’ll get promoted
We’ll move out of the shelter
Buy a big house and live in the suburbs

De cirkel van armoede is aan het eind van ‘Fast Car’, na alle mooie plannen en goede voornemens, niet doorbroken. Het milieu waaruit de vertelster wilde ontsnappen verschilt maar nauwelijks van de dagelijkse realiteit waarmee ze te maken krijgt. Haar geliefde heeft nog steeds die snelle auto, maar zij betaalt de rekeningen. Hij zit meer aan de bar en bij zijn vrienden dan dat hij zijn kinderen ziet. De geschiedenis van haar ouders heeft zich herhaald. Met het verschil dat zij niet zoals haar moeder het gezin verlaat, maar haar geliefde voor het blok zet. Het is alsof ze zich in de laatste zinnen tot hem richt: pak die snelle auto maar en rijd maar weg. In ware Chapman-stijl accepteert ze haar lot en laat ze hem de keus.

You got a fast car
And I got a job that pays all our bills
You stay out drinking late at the bar
See more of your friends than you do of your kids
I’d always hoped for better
Thought maybe together you and me would find it
I got no plans I ain’t going nowhere
So take your fast car and keep on driving

You got a fast car
But is it fast enough so you can fly away
You gotta make a decision
You leave tonight or live and die this way

Tags: , , , , , , , ,

-->