nummer van 23/09/2014 door

‘I’m A Raven (Shake Children)’ van Hiss Golden Messenger

Een zware werklaars op de veranda

Alsof de band zijn allang verdiende doorbraak stiekem al aan zag komen, zo leek het even begin dit jaar. Achteraf kan ik namelijk niet echt een andere reden bedenken waarom vanuit het niets ineens het in 2010 nogal genegeerde album Bad Debt in januari opnieuw werd uitgebracht. Verwarrend ook, want de kale, lo-fi folknummers contrasteerden flink met het volle geluid van Haw, de plaat waardoor ik vorig jaar kennis maakte met Hiss Golden Messenger. Een stijl die op het pas geleden verschenen Lateness Of Dancers op indrukwekkende wijze geperfectioneerd is. Een sound die die oude tracks, hoe mooi ook, toch enigszins doet verbleken. Misschien dat ze daarom nog even wat aandacht mochten krijgen, voordat Hiss Golden Messenger de wereld kennis zou laten maken met Lateness Of Dancers.

Hoe zit het nu?

Mij bracht het in elk geval in verwarring. Aangezien ik alleen Haw kende, een geweldig schurende en rammelende americana-plaat met een volledige band, dacht ik even dat Hiss Golden Messenger was teruggebracht tot een soloproject. Dat is het soms ook, zo ontdekte ik later. Evenals een duo trouwens en ook de rockende band die ik als eerste leerde kennen. Een bandnaam waarachter verschillende gezichten, vormen en geluiden schuilgaan dus. Tijd voor wat feiten op een rijtje:

• Hiss Golden Messenger wordt in 2007 opgericht in Durham, North Carolina
• De band bestaat voornamelijk uit M.C. Taylor en Scott Hirsch
• In de eerste jaren maakt het duo samen muziek, maar treedt Taylor alleen op
• In 2010 verschijnt Bad Debt, Taylors soloplaat die hij thuis in zijn keuken opnam
• Op het album Poor Moon (2012) pakt de band het weer anders aan en spelen er maar liefst zestien muzikanten mee

Hiss Golden MessengerHiss Golden Messenger is in feite vooral een naam waaronder M.C. Taylor muziek maakt, in welke vorm hij dat op dat moment dan ook maar nodig acht. Of hij nu in z’n eentje wat in een cassetterecorder zingt of met een complete band speelt, zo vertelde hij eens in een interview.

Het tsjirpen van de krekels

Zo kan het ook gebeuren dat zijn nieuwste plaat opent met een nummer dat al tien jaar oud is en in een andere vorm al eens verscheen op de soundtrack van de film Baptists At Our Barbecue, destijds mede ingezongen door Linda Thompson. Ook spelen er op Lateness Of Dancers weer andere muzikanten een belangrijke rol, met bijvoorbeeld Matt McCaughan van Bon Iver op drums en Phil Cook van Megafaun op gitaar en toetsen.

Hoewel Hiss Golden Messenger een overduidelijk eigen en herkenbaar geluid heeft, is er niet direct een genre dat de volledige lading dekt. Eigenlijk is het americana in de breedste zin van het woord, met elementen uit traditionele country maar net zo goed uit soul en folk uit de Appalachen. Aan het einde van het titelnummer waan je je zelfs even in dat gebied, wanneer de laatste tonen in ruim een minuut tijd zachtjes wegsterven in het getsjirp van krekels.

Hiss Golden Messenger [2]Even wakker worden

Het schept een mooi rustpunt waardoor de eerste klap van ‘I’m A Raven (Shake Children)’ des te onverwachter en raker aankomt. Tot aan dit punt baadden de nummers vooral in een gloed die warm is als de ondergaande herfstzon. In dit nummer word je echter ineens wakker geschud uit je dagdromen, alsof er met een zware werklaars naast je schommelstoel op de veranda wordt gestampt.

De vriendelijk getokkelde akkoorden maken plaats voor een zelfverzekerde riff, die in z’n ritmische slide wel wat doet denken aan JJ Cale. Bas en drums schitteren in hun eenvoud en leggen zo een simpelweg onweerstaanbare groove neer. Taylor klinkt net wat feller dan op de rest van de plaat, wellicht ook omdat hij hier stiekem zijn punkverleden weer even tot leven kan laten komen. Een welkom geluid in de opvallend heldere productie in vergelijking met zijn vorige platen. Die overigens allemaal minstens zo de moeite van het luisteren waard zijn als dit nieuwe prachtalbum.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 22/09/2014 door

‘On & On’ van Erykah Badu

De dag dat Erykah Badu een leven redde

Erykah Badu – On & On

We staan te wachten bij de poort. Ik laat mijn tas op de grond zakken. Eén witte gymschoen steekt eruit, ik zie nog net de pennenstreken die ik er in een verveelde bui opkraste. Een madeliefje, drie keer een ‘x’. Best lelijk. Een zwarte pen was mooier geweest.
‘Daar is Lien’, zegt Femke.
Lien is de moeder van Marije. Marije tilt haar tas op en loopt over het zanderige paadje naar de rode Opel die langzaam komt aanrijden. ‘Doei’, zegt ze. We zwaaien haar na terwijl ze in haar moeders auto stapt. Alleen Lien zwaait terug.
Femke is er nog, en Lianne, die met haar piekerige haar speelt. Ze had na een dag al spijt dat ze het had laten knippen als Natalie Imbruglia, vertelde ze in de pauze. Het ziet er niet uit. We kijken de auto zo lang mogelijk na, tot het steeds kleiner wordende rode stipje de hoek om rijdt en er niets meer is om naar te kijken. We staan in een nieuwbouwwijk en hebben net drie uur toneel-, dans- en zangles gehad in een buurtcentrum dat dezelfde naam draagt als het crematorium driehonderd meter verderop, aan dezelfde straat. ‘Kijk uit met sterfscènes, hè?’, hoor je iemand, meestal een vader, eens in de zoveel weken zeggen als er weer een kind wordt afgezet. We hebben nog nooit hoeven sterven. Als je sterft, is alles voorbij. En als alles voorbij is, is er geen drama. Drama is alles, zegt de docent wel eens. Bovendien wil je zo lang mogelijk op het toneel staan, als het kan, in de buurt van Kees.

Ik kijk of ik de donkerblauwe Volvo van mijn vader al zie. ‘Tututuu’, mompelt Femke, terwijl ze met de punt van haar schoen over de tegels glijdt. We horen gelach, een deur die openslaat en stemmen. Lindy, Kees en Esmée lopen op ons af. Ze hadden nog staan praten met de nieuwe zangdocent en hebben het over zijn oorbelletje. We proberen mee te doen aan het gesprek, maar ik weet niet wat ik moet zeggen over mannen die oorbelletjes dragen. Femke lacht heel hard om alles wat Kees zegt. Ik lach ook, maar denk niet dat iemand het hoort. ‘Ik word volgende week dertien!’ zegt Esmée ineens en ze vormt haar mond zo dat het lijkt alsof ze poseert voor een camera die achter mij en Femke opgesteld staat. ‘Ik heb vet veel zin in mijn feestje, jullie komen toch ook?’ Kees en Lindy kijken haar aan en knikken driftig. Ik glimlach, voel dat ik meeknik. De vanzelfsprekendheid van mijn aanwezigheid, hier en straks op het feestje, maakt dat ik een nogal wankele stap achteruit zet en over mijn tas struikel. Kees helpt me overeind. ‘Grappige gympen’, zegt hij. Iedereen lacht.

De snelbinders van mijn fiets zijn log en bijna ben ik bang dat ik de ingepakte cd ermee zal pletten, maar ik heb ook haast en terwijl ik op mijn fiets stap, hoor ik mijn ouders roepen dat ik maar moet bellen als ik mee wil eten. Er is altijd eten over en ik heb twee maanden geleden besloten dat bellen mijn ding niet is, dus ik knik en zwaai. Van mijn huis naar Esmée is het twintig minuten fietsen. Ze woont met haar ouders en broertje in het centrum, in een nette buurt, maar de voortuin is overwoekerd met planten. Binnen is er nauwelijks rommel. Dat weet ik toevallig, want ik ben wel eens eerder na school naar Esmée geweest. Dan gingen we achter de piano zitten en smeekte ze om ‘My Heart Will Go On’ van Céline Dion, dat ik wel drie keer achter elkaar speelde, totdat haar moeder tegen ons zei: ‘Nu mag Esmée weer.’ Als Esmée achter de piano kroop, bekeek ik de woonkamer nog eens goed. Overal hingen maskers – Esmée’s vader spaarde die. Hij heeft er echt honderd of zo, zei ze een keer, toen Femke door de groep werd ondervraagd over haar vaders nieuwe motor.

Ik trap per ongeluk een paardebloem plat en haast me naar de deur. Ik denk dat ik te laat ben.
Esmée doet open. Ze heeft een rood feesthoedje op.
‘Gefeliciteerd!’ zeg ik uitbundiger dan ik eigenlijk wil.
‘O, hoi’, zegt Esmée. Afgezien van het hoedje ziet ze er niet echt jarig uit. Ze kijkt niet eens blij.
We staan een tijdje stil bij de deur.
‘Hier, dit is voor jou.’ Ik geef haar Baduizm, van Erykah Badu. Als ik nog eens veertig gulden had, dan had ik hem ook voor mezelf gekocht. Het cadeaupapier is op één hoek gescheurd, maar je voelt meteen al wel dat het een cd is.
‘Dank je’, zegt Esmée en ze loopt met het nog ongeopende cadeau de gang in, richting de woonkamer. Ze laat de deur open staan, dus ik volg haar, langs het toilet, de met slingers versierde woonkamer in en zie als ik binnenkom zeker tien meisjes en jongens aan de grote eettafel zitten. Kees is er, Femke, nog wat klasgenoten van Esmée die ik niet ken. Lianne loopt net de woonkamer in met glazen limonade. Als ze me ziet, blijft ze staan. Ik ben echt te laat.
‘Sorry,’ zeg ik, ‘ik kon geen mooi cadeaupapier vinden, dus ik was wat later weggefietst.’ Het blijft stil. Zelfs Femke verrekt geen spier. Het lijkt alsof er iets heel ergs is gebeurd. Er klinkt ook geen muziek, of was dat de hele tijd al zo? En waarom had de ene helft van de groep wel hoedjes op, en de andere helft niet? Het ruikt naar appeltaart. Terwijl ik mijn gedachten orden, besef ik dat iedereen naar me kijkt. Ik sta verstijfd naast de piano, een paar meter van de eettafel af, maar het voelt alsof ik achterin de zaal zit en niet kan zien wat er op het toneel gebeurt. Ik ben het publiek, zij spelen een scène. De scène heet: Maria komt te laat op Esmée’s verjaardag. Net als ik de afstand wil doorbreken met een woord of een beweging, zie ik in mijn rechterooghoek iemand op me aflopen. Het is Esmée’s moeder.
‘Maria, we willen jou vandaag liever niet op Esmée’s feestje hebben.’ Ze pakt mijn cadeau uit Esmée’s handen. ‘Hier, neem deze ook maar weer mee.’ Ik pak het cadeau dat niet het mijne is aan en kijk naar Kees en Femke. Hun blikken zijn gericht op de tafel. Lindy fluistert iets in het oor van een meisje dat ik nog nooit heb gezien. Ze heeft hetzelfde kapsel als Lianne, maar dan geslaagd. Lianne zelf staat er nog steeds met die limonade. Ik moet weg, denk ik. Ik wil weg. Ik draai me om en voel mijn rug branden. Mijn duimen drukken hard op het cd-doosje als ik de kamer weer uitloop, langs het toilet de gang in. Het is nog steeds stil als ik in de voortuin sta. Ik doe de voordeur dicht, loop over het pad en zie in de verte een brandweerwagen rijden. Geen alarm. Een roodwitte kat schiet de bosjes in. Ik denk aan Kees en aan Femke. Aan Esmée en haar rode feesthoedje. Ik probeer aan vorige week te denken, toen we het over het feestje hadden. Had ik het verkeerd begrepen? Wanneer ik moet stoppen bij een verkeerslicht, duizelt het me. Ik probeer de scène na te lopen in mijn hoofd. Voor me te zien hoe ik van de woonkamer bij de voordeur ben gekomen. Ik zie mezelf even wachten in de gang, omdat ik wil horen wat ze zeggen. Femke lacht omdat Kees een grap maakt over mijn gympen. Esmée deelt de rest van de feesthoedjes uit. Esmée’s moeder zegt: ‘Oké, nu kan het feest echt beginnen!’ Ik had de voordeur keihard dicht moeten slaan. Drama is alles. En alles was nu drama.

Het dringt pas echt tot me door als ik de trap op loop en de leuningen nodig heb om mijn zolderkamer te bereiken. Mijn kamer is opgeruimd, het is er stil. Er staat een blikje cola op het bureau. Ik drink het in één teug leeg. Mijn ouders zagen eerder hoe ik mijn fiets haastig in de schuur deed. Ze riepen ‘Hé!’ en ‘Wat ben je vroeg terug!’ Ik had helemaal geen zin om te huilen, want dat was bijna net zo erg als sterven op toneel, qua drama. Het is altijd erg als iemand huilt of doodgaat, of het nu wel of niet terecht is. Je mag ook best een tijdje huilen, of rouwen, maar de meeste mensen vinden het op een gegeven moment tijd worden dat je doorgaat met je leven zoals het was. Ik wilde helemaal niet door met het leven zoals het was. Mijn vader bulderde zoals ik hem nooit eerder zag bulderen: ‘Hebben ze je weggestuurd?!’ Ik knijp in het lege colablikje en kijk mijn kamer rond. Het cadeau ligt theatraal op bed, in plaats van dat ik er lig. Ik maak het doosje open, pak het schijfje eruit en loop naar mijn cd-speler. Het intro skip ik. ‘On & On’ is het eerste nummer. Terwijl ik mijn vader beneden tegen iemand aan de telefoon hoor schreeuwen, draai ik de volumeknop langzaam van drie naar tien.

Tags: , , , , , ,

nummer van 21/09/2014 door Nick Muller

‘Chelsea Hotel #2′ van Leonard Cohen

Running for the money and the flesh

Gastblogger Nick Muller (1992) schrijft onder andere voor HP/De Tijd over geschiedenis, cultuur en literatuur. Muziek in het algemeen en mooie liedjes in het bijzonder mogen daarbij uiteraard niet ontbreken. Vandaag, zoals je zo zult lezen op een speciale gelegenheid, vertelt hij ons over Leonard Cohen en Hotel Chelsea.

Leonard Cohen Chelsea Hotel #2 Live

Popular Problems, het album dat Cohen dit weekend uitbracht om zijn 80e verjaardag te vieren.

Popular Problems, het album dat Cohen dit weekend uitbracht om zijn 80e verjaardag te vieren.

Vandaag wordt hij tachtig jaar oud: Leonard Cohen. Het is onmogelijk om de zanger annex liedjesschrijver annex poëet in een paar woorden samen te vatten: daarvoor is hij te mysterieus. Het is ook onmogelijk om zijn muzikale carrière in een paar woorden samen te vatten: daarvoor is het te kolossaal. Daarom leid ik hem liever in met het noemen van zijn bekendste nummers, waarvan u er – als rechtgeaard bewoner van deze aardkloot – minimaal één zult herkennen: ‘Hallelujah’, ‘Suzanne’, ‘So long, Marianne’, ‘Dance me to the end of love’, ‘Bird on a wire’. En wie toch nog meer wil weten over Leonard Cohen verwijs ik graag door naar de vorige week gepubliceerde lijst 80 reasons to love Leonard Cohen. Daar staat zo’n beetje alles wel in.

Een van de betere nummers van Leonard Cohen draagt de naam van Hotel Chelsea in New York. Een vraag die dikwijls is gesteld, is: hoe zou de wereld er nu uit hebben gezien als Hotel Chelsea in New York niet had bestaan? Zonder overdrijven kunnen we stellen dat dit hotel, letterlijk en figuurlijk een monument in de straten van Manhattan, de bakermat is voor de cultuur van de jaren zestig. De gerechten die in de eetzaal werden geserveerd en de drankjes die in de bar werden geschonken vormden de voedingsbodem van de moderne cultuur. Iedereen die er ook maar een beetje toe deed in die tijd (muzikanten, schrijvers, kunstenaars – zelfs onze eigen Jan Cremer) had er een kamer, waar permanent in werd geleefd.

Hotel Chelsea, New York

Leonard Cohen woonde er ook. Hij trok van kamer naar kamer – had geen vaste suite zoals vrienden als Janis Joplin (#411), Bob Dylan (#2011) en Sid Vicious (#100) wel hadden. Op een avond in 1967 loopt hij een van die vrienden tegen het lijf. Cohen:

We met in a fine elevator. We found ourselves there often. I don’t know what she was doing there. I think she was looking for Kris Kristofferson. I told her that I was Kris Kristofferson. But she said: “I thought he was bigger.” I said: “I used to be bigger but I’ve been sick.”

Het gesprek in de lift bleek een aanloop naar een korte romance, die nacht in Hotel Chelsea, in suite #411.

Vier jaar later, het is 1971. Leonard Cohen zit aan de bar van een Polynesisch restaurant in Miami. In een oud reisboekje schrijft hij een tekst over die nacht in Hotel Chelsea, met dat meisje waar hij misschien wel meer van heeft gehouden dan hij ooit toe zou willen geven, het meisje dat nu al weer bijna een jaar geleden veel te jong is overleden. Janis Joplin. Er wordt muziek voor de tekst gemaakt en niet veel later ligt de zwoele nacht van ’67 overal ter wereld in vinyl geperst in de schappen. In latere interviews geeft hij te kennen dat het “een van de grootste fouten” is die hij in zijn carrière heeft begaan: de identiteit van die mysterieuze minnares uit zijn liedje prijs te geven. “Die intimiteit had tussen ons moeten blijven.”

Een kado voor Cohens 75e verjaardag, vandaag vijf jaar geleden.

Een kado voor Cohens 75e verjaardag, vandaag vijf jaar geleden.

Laatste vraag over dit lied: waarom heet het ‘Chelsea Hotel #2′, is er ook een ‘Chelsea Hotel #1’? Ja, die is er, zoals hier te zien op Youtube, alleen is die nooit officieel uitgebracht. De officiële verklaring hiervoor is dat de tekst nog niet sterk genoeg was om het op plaat te zetten. Maar is die #2 ook niet gewoon een hele mooie knipoog naar alle kamernummers van Hotel Chelsea? En is die #2 misschien ook niet een mooie verwijzing naar de suite (#411) van die mysterieuze Janis Joplin? 4-1-1 is immers 2, 4 gedeeld door 2 is ook 2, en 1+1 ook. Bij Leonard Cohen weet je het namelijk maar nooit.

Maar goed. De jongens en meisjes die destijds in het monumentale hotel in New York logeerden zijn inmiddels zelf monumenten – of ze zijn hartstikke dood. Zo gaat dat u eenmaal met hotelgasten: ze gaan vroeg of laat allemaal dood. Wat blijft is het hotel, dat nog steeds onderdak biedt aan dwalende zielen. Jonge mensen, running for the money and the flesh. En, mocht het hotel ooit tot puin worden verpulverd, dan hebben we altijd dat nummer van Leonard Cohen nog. Een eeuwigdurende echo.

Tags: , , , , , , ,

nummer van 20/09/2014 door

‘The Four Horsemen’ van Aphrodite’s Child

Choose your fate and die

Aphrodites Child – The Four Horseman

Het was niet de eerste keer dat ik van de vier ruiters van de Apocalyps hoorde. Als gereformeerd opgevoede jongen en liefhebber van de betere fantasy verhalen, was het hoofdstuk Openbaring van Johannes een waar hoogtepunt tussen de wat saaie hoofdstukken uit de bijbel. Draken, monsters, Babylon en de vier ruiters van de Apocalyps. Topvermaak!

Kill ‘em All

Deze vier ruiters werden ook bezongen door Metallica, de band die medeverantwoordelijk was voor mijn keuze om de ‘brede weg’ vol verleidingen te verkiezen boven het smalle pad dat mij naar de hemel zou voeren. ‘The Four Horsemen’ is wat mij betreft het beste nummer van hun debuut Kill ‘em All. De tekst van dit nummer gaat niet dieper in op het Bijbelse verhaal, maar dat de ruiters geen goede boodschap met zich meebrengen is wel duidelijk. “They have come to take your life

The_four_horsemen_of_the_apocalypse_by_korintic-d4l7icg

Men in Black

Omdat mijn oren de herrie van Entombed na verloop van tijd niet meer konden verdragen heb ik hun album Serpent Saints nooit een kans geven. Het nummer ‘Warefare Plague Famine Death’, wat eveneens over de vier ruiters gaat, is daarom compleet aan mijn aandacht voorbij gegaan.
Dit in tegenstelling tot ‘The Man Comes Around’ van Johnny Cash, het enige nummer van de gelijknamige plaat dat hij zelf volledig schreef. Het nummer begint en eindigt met een voordracht uit Openbaring waarin de ruiters genoemd worden. In het refrein zingt de diep religieuze Cash dat er luide trompetten, symbool voor de stem van God, klinken wanneer de vier ruiters ten tonele verschijnen. Waar metalbands Bijbelse teksten gebruiken als inspiratie of simpelweg om te shockeren, hoor je aan de stem van de Man In Black dat hij het meent.

Dexter

Maar wat kwamen die vier ruiters nu doen? Wanneer je, net als ik, de latere seizoenen van de serie Dexter trouw bleef volgen, weet je, behalve dat dit tijdsverspilling was, ook het verhaal van de vier ruiters te vertellen. In de aflevering ‘A Horse Of A Different Color‘ uit seizoen zes wordt het verhaal uit de doeken gedaan. Allereerst zal het witte paard zich openbaren. Op zijn rug rijdt de overwinnaar ofwel de Antichrist. Hierna volgt het rode paard die de kleur van bloed en vuur draagt. Op zijn rug wordt de Oorlog gedragen. Dan komt het zwarte paard tevoorschijn, bereden door de Honger. Tenslotte is er het vale paard dat de Dood brengt. De Apocalyps is daar!

666

Het Griekse Aphrodite’s Child schreef als één van de eerste rockbands een conceptalbum. Op het album 666 uit 1972 komen de verschillende verzen uit Openbaring aan bod en in het nummer van de dag worden de vier ruiters verhaald. Het duurde maar liefst twee jaar voordat de dubbelaar eindelijk in de winkels lag. De trage werkwijze van toetsenist Vangelis, die net als zanger Demis Roussos een glansrijke solocarrière in het verschiet had, zorgde voor veel frustratie binnen de progressieve rockband. Met het verschijnen van het album was de band al uit elkaar.

1. Aphrodite's child1-4

Eigenlijk is het een plaat die je in zijn geheel zou moeten horen. Toch betrap ik mij erop dat ik dit heerlijk slepende nummer ook prima los kan luisteren. Neem even zes minuten pauze en speel dit nummer af op je koptelefoon. In het ergste geval vergaat ondertussen de wereld.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 19/09/2014 door

‘Tonight, Tonight’ van The Smashing Pumpkins

Die verrukkelijke nacht

The Smashing Pumpkins – Tonight, Tonight

De nacht. Iedereen zingt, schrijft, schildert, praat en droomt erover, meestal net iets romantischer dan de meeste nachten die wij in werkelijkheid meemaken. De sterren, de kou, het gedans, gelach, gesjans, de drank, de gesprekken die over harde kroeggeluiden gevoerd moeten worden, de gesprekken die fluisterend op straat gevoerd moeten worden, de voornemens voor de komende dag en verder.

Tonight, tonightEr zijn genoeg liedjes over de nachten die de auteurs ervan hebben beleefd. Misschien zijn er nog wel meer liedjes over de nachten die ze nog moeten beleven, over de anticipatie op een nacht die alle nachten moet gaan overtreffen. Het liefst de komende nacht nog, tonight. “I got a feeling that tonight’s gonna be a good night.” Vandaag hebben we er zelf weer last van; het is tenslotte vrijdag, en dus is het vanavond vrijdagnacht. Staan er sterren? Wordt er gedanst? Gedronken? De verwachting van de nacht is bezongen in alle talen, alleen in het Engels zijn er al tientallen liedjes met de simpele titel ‘Tonight’. Door Mötley CrüeNick LoweThe Big Pink, LowDanny ByrdReamonn, Seether, Ken Laszlo, door Iggy Pop en David BowieThe MoveDef Leppard, in Westside Story, door Dommin, Jay Sean, Jonas Brothers, Jessica Sanchez en Ne-Yo, Jeremy Camp, The VelvetsLuna Sea, New Kids on the Block,Sugarland, True Bliss, The Underdog Project en Westlife.

Een lofzang op de nacht die moet komen is een cliché geworden, maar wat wil je. De nacht en de anticipatie zijn beiden nu eenmaal nauwelijks te overtreffen. Of, in de woorden van Joan Armatrading: “You keep your sunny day. Just get me back to the night.” Je kunt het de artiest nauwelijks kwalijk nemen dat hij nog steeds recht probeert te doen aan het unieke nachtgevoel. Vervelender wordt het wanneer “tonight” een stopwoord wordt, een mooi klinkende toevoeging aan een refrein dat verder niets met de nacht te maken heeft. “Tonight” was voor de popartiest de hook bij uitstek, voordat Coldplay de heys en whohoho‘s ontdekte en bands als Kensington en Di-Rect in haar kielzog meenam. Een aantal voorbeelden.

Vanessa Carlton – ‘A Thousand Miles’

In het refrein van Vanessa Carltons hit uit 2002:

If I could fall into the sky
Do you think time would pass me by
Cause you know I’d walk a thousand miles
If I could just see you


(pauze)

Tonight

Volgens mij stoort vooral de pauze vlak voor het stopwoordje “tonight” mij. Een spanningsopbouw die totaal geen spanning herbergt omdat iedereen weet dat dat ene woord eraan zit te komen. Zo betekenisvol mogelijk gezongen, mooie bruine ogen recht in de camera. De nacht, die verrukkelijke nacht en de grote verwachtingen ervan worden in liedjes als deze niet verafgood, maar gereduceerd tot figuranten die aan het eind van een refrein nog even op het toneel mogen verschijnen omdat ze zo lekker op het sentiment werken.

Vanessa Carlton – A Thousand Miles

Train – ‘Hey, Soul Sister’

Recenter, in 2010, bewees Train met ‘Hey, Soul Sister’ dat je gewoon een paar fijn klinkende woorden als “soul”, “radio”, “move” en natuurlijk “tonight” in een refrein kunt stoppen voor een wereldhit:

Hey soul sister
Ain’t that Mr. Mister on the radio, stereo
The way you move ain’t fair you know
Hey soul sister
I don’t want to miss a single thing you do


(pauze)

Tonight

Ja, het is die pauze. AAAAAAARGH.

Train – Hey, Soul Sister

The Smashing Pumpkins

Nee, de nacht is mooi en verdient een volledige ode. Maar hoe overtref je al die tientallen liedjes die ‘Tonight’ als titel hebben? Hoe stop je nog meer verlangen, nog meer romantiek, nog meer anticipatie in je nummer? Dubbel zoveel? Wat is er beter dan ‘Tonight’? Twee keer ‘Tonight’. Dat, in combinatie met Billy Corgans lijzige stem, de strijkers, de prachtige videoclipbeelden die zich bij het horen van de eerste maat al onwillekeurig aan je opdringen, de perfecte tekst, de stuwende marsdrums op de achtergrond (anticipatie!), maakt dat ‘Tonight, Tonight’ misschien wel het ultieme nummer over de nacht is. Niet als stopwoord, niet als figurant, maar als hoofdpersoon in een ongeremde ode aan alles wat dit deel van het etmaal zo mooi maakt. Vanavond is het weer zover. Wordt er gedanst?

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 18/09/2014 door

‘Faster’ van George Harrison

Je leven wagen om als eerste te zijn

George Harrison – Faster

Een van de meest bepalende geluiden uit mijn jeugd, is dat van kortstondige hoge en snerpende schreeuwen als weer zo’n Formule 1-auto of een racemotor door het beeld schiet. Mijn vader is een liefhebber van de koningsklassen in de auto- en motorsport en op zaterdagen en zondagen schalt al zolang als ik me kan herinneren dat typische racegeluid door het huis. Soms ’s middags, vaak ook al in alle vroegte als de race ergens in het oosten van de wereld begint. Hij kijkt de wedstrijden live. Vroeger had hij dan ook een rood Ferrari-petje op.

Omdat hij liefhebber was (en nog steeds is), ben ik in mijn leven een dikke tien keer naar de TT in Assen geweest en één keer naar de Formule 1 in Zandvoort (toen die daar nog reed).

TT

Vooral aan de TT’s bewaar ik mooie herinneringen. Als klein ventje van een jaar of tien, kreeg ik altijd zwart-witfoto’s van bekende rijders als ik daar om zeurde bij de marshalls die de baan bewaakten. We liepen meestal op vrijdag (trainingsdag) een keer het hele circuit rond (zo’n 6 kilometer) en aten dan ergens een hamburger. Als het regende zaten we met tientallen anderen (vaak jonge gasten met een ontzettende kater en heel veel smerige praatjes) onder een groot stuk doorzichtig plastic. We maakten een gaatje om fatsoenlijk te kunnen zien en ademen. Onze favoriete plek was de Bult, van waar we een heel groot deel van het circuit konden zien.

Ook was ik erbij toen Hans Spaan in 1989 op de 125cc de race won na een bloedstollende laatste ronde. Totale gekte. Volgens mij rende mijn vader samen met duizenden anderen de baan op om Spaan persoonlijk te feliciteren. Nog gekker trouwens: in 1988 was de TT op dezelfde dag als de EK-finale van Nederland tegen de Sovjetunie. Ik was 9 en volgde op het circuit de wedstrijd via de luidsprekers langs de baan. De omroeper hield ons op de hoogte.

spaan

Hans Spaan wint de TT van Assen in 1989.

F1

Aan die ene keer dat we naar de Formule 1 in Zandvoort gingen, heb ik minder herinneringen. Zelfs het jaar ontgaat me, ’84 of ‘85 denk ik. Omdat ik het niet jaarlijks met eigen ogen zag, had ik iets minder met de Formule 1 dan met de motorrace (en dan voornamelijk de 500cc, tegenwoordig MotoGP). Maar als ik de namen van wereldkampioenen lees op Wikipedia, dan zijn de jaren 80 en 90 een groot feest van herkenning.

Een van mijn favoriete coureurs was uiteraard Ayrton Senna. Een uitgesproken coureur die niet te beroerd was om tijdens persconferenties andere coureurs voor lafaard uit te maken. Maar ook ontzettend betrokken bij het wel en wee van zijn collega’s.

Dat bleek tijdens het tragische weekend in 1994 toen Senna verongelukte op het circuit van Imola. Dat is alweer twintig jaar geleden. Hij was toen net zo oud als ik nu ben. Het was sowieso een rampweekend. De Oostenrijker Ratzenberger overleed een dag eerder na een ongeluk tijdens de training. Op vrijdag freakte Senna helemaal toen zijn goede vriend Rubens Barrichello een zwaar ongeluk kreeg tijdens de training. Hij stopte met rijden en ging naar het medisch centrum om te kijken bij Barrichello, net zolang tot hij zeker wist dat die niet dood was. Daarna racete hij gewoon weer verder. Totdat hij twee dagen later op zondag zelf het leven liet tijdens de race.

Lauda (midden) en Senna (rechts). Twee van de bekendste Formule 1-coureurs ooit.

Lauda (midden) en Senna (rechts). Twee van de bekendste Formule 1-coureurs ooit.

Knettergek

Meedoen in de hoogste regionen van auto- en motorsport is alleen weggelegd voor mensen die in een vrije val uit een vliegtuig, zonder parachute, nog steeds na zouden denken over hoe ze het snelst beneden kunnen komen. Aan de andere kant zijn het gewoon die jongetjes die vroeger met hun buurjongetjes deden wie het snelste kon fietsen. Maar elke week weer je leven wagen om als eerste over de streep te komen ergens, betekent toch dat je een bepaalde gekte bezit.

Niki Lauda zei dat mooi in de schitterende film Rush (2013), die over zijn rivaliteit met de Engelse coureur James Hunt is gemaakt: ‘Je hebt niet iemand nodig die constant in de punten rijdt. Je hebt iemand nodig die zich met auto en al in het kleinst mogelijk gaatje durft te gooien als het erop aankomt. Dat wordt een wereldkampioen.’ Het kostte hem zijn halve gezicht, toen hij in 1976 op de Nürburgring als een hondsdolle wolf de leider van de race achtervolgde en verongelukte. Zijn wagen vloog in brand en zijn gezicht raakte grotendeels verminkt. Zes weken later klom hij weer in de auto. Lauda is ook wel een held van me eigenlijk.

Sneller

De Formule 1 (in dit geval) levert ook mooie muziek op. Beatles-gitarist George Harrison bracht in 1979 een hommage uit aan de autosport. Harrison ontdekte de sport in 1977 en spendeerde meer tijd op het circuit dan in de studio. Na een geanimeerd gesprek met Niki Lauda, besloot Harrison om ‘Faster’ te schrijven. Hoewel het er in de tekst niet heel dik bovenop ligt, is het wel degelijk een ode aan de Formule 1. Hij wilde een liedje maken waarvan Niki Lauda kon genieten. Of dat is gelukt weet ik niet. Ik hoop het, want het is een schitterend nummer.

Tags: , , , , , ,

nummer van 17/09/2014 door

‘Wonderlust’ van The Night VI

Je kende het misschien niet, maar ergens toch wel

Wonderlust – The Night VI

The Night VI is een Frans-Engelse popband zoals er waarschijnlijk veel meer zijn dan ik me voor kan stellen. Maar zonder dat de band daar iets bijzonder voor lijkt te doen, valt The Night VI op, zeker met het nummer ‘Wonderlust’. In alle eenvoud van een teder popliedje over liefdesverdriet vangt de band een gevoel van tijdloosheid, en dat voelt aan als een warm bad.

Sophie-Rose, Anna en Bogart leerden elkaar kennen op de Franse Lycée in South Kensington en begonnen daar samen muziek te maken. De rest van de band – Jack, Krist en Bo – ontmoetten ze via de Londense muziekscene en het uitgaansleven. Allen wilden muziek maken met een organisch geluid, met echte instrumenten. Het klikte. Het meezeulen van al hun instrumenten, inclusief een harp, naar ieder optreden zal geen pretje zijn, maar het klinkt natuurlijk wel goed. Jack en Sophie-Rose schrijven nu hoofdzakelijk samen de nummers en naar eigen zeggen hebben ze elkaar nodig, omdat Sophie-Rose te romantisch kan zijn en Jack te melancholisch. Bij elkaar vinden ze een balans.

Sophie-Rose Harper

Wat uit de samenwerking tussen Jack en Sophie-Rose komt is een geluid dat door recensenten vaak met Fleetwood Mac wordt vergeleken. Hoe kan dat? Het is een vraag die ik mezelf ook stelde toen ik ‘Wonderlust’ voor het eerst hoorde, want ook ik dacht meteen aan muziek uit een eerder decennium. De synthesizer zal wel een grote rol spelen, maar het is meer dan dat.

Er is iets zachts en ronds aan het hele liedje ‘Wonderlust’, iets dat ook nog eens versterkt wordt door de fade-in aan het begin. Je rolt vervolgens moeiteloos van couplet tot refrein, alles past perfect in elkaar en wordt steeds door de instrumenten aangekondigd op een manier die vertrouwd voelt. Sommige gitaar licks klinken bijna cliché, maar werken ook gewoon goed om breaks tussen coupletten en refreinen aan te duiden. De melodieën in de coupletten en refreinen springen er nergens echt uit maar klinken daardoor juist totaal natuurlijk, bijna alsof je het al vaker gehoord hebt. En dat is het eigenlijk een beetje met ‘Wonderlust': het voelt alsof je het liedje al kent. Niet omdat het letterlijk op een ander nummer lijkt en daarmee niet origineel is, maar omdat het klinkt als iets dat jaren geleden ook op de radio voorbij kwam en je toen al simpelweg een goed gevoel gaf.

Naast slimme songwriting heeft The Night VI nog een troef in handen: de stem van zangeres Sophie-Rose. Zelfs in dit korte liedje, en ondanks dat haar stem niet overdreven hard boven de mix uitkomt, is te horen dat ze een bijzonder stemgeluid heeft dat echt bijdraagt aan de identiteit van de liedjes. Haar lange noten zijn zacht, warm, heel vrouwelijk en vooral moeiteloos. Zonder moeilijke uithalen en overbodige riedeltjes is te horen dat ze technisch sterk is en ook dat is weer rustgevend om naar te luisteren. Net als het liedje zelf. Wanneer binnenkort de eerste The Night VI plaat uitkomt, zal het zeker de moeite zijn te kijken of het net zoveel nostalgie oproept als ‘Wonderlust’.

Tags: , , , ,

-->