nummer van 23/02/2015 door

‘Son Of Sam’ van Dead Boys

Rilling en sensatie

Dead Boys – Son of Sam (1978)

In de zomers van 1976 en 1977 was New York City in de ban van Son Of Sam, een mysterieuze en angstaanjagende seriemoordenaar die het vooral had voorzien op jonge vrouwen en stelletjes. Hij vermoordde zes mensen en verwondde er zeven. De politie kreeg vreemde brieven van de ongrijpbare dader, waarin hij schreef dat de duivel hem via de hond van zijn buren opdracht gaf om te moorden. Brieven die de geestesgesteldheid van de moordenaar pijnlijk duidelijk maken.

Police — Let me haunt you with these words; I’ll be back! I’ll be back! To be interrpreted as — bang, bang, bang, bank, bang — ugh!! Yours in murder Mr. Monster.

Son of SamWanneer de politie op 10 augustus 1977 eindelijk de 24-jarige David Berkowitz voor de misdaden arresteert, begroet hij ze met een droog lachje. “Well, you got me. How come it took you such a long time?”

Waargebeurd verhaal

Amerika heeft altijd een redelijk perverse relatie met haar vele serie- en massamoordenaars gehad. De Zodiac Killer uit San Francisco kreeg zijn eigen film, de moord op The Black Dahlia – een bijnaam voor de in 1947 vermoorde Elizabeth Short – kennen de meesten van ons slechts van de gelijknamige detective uit 2007 en de cultus rondom Charles Manson werd na zijn gevangenneming wellicht nog wel groter. Hoewel de filmindustrie dankbaar gebruikt maakt van moordverhalen uit het nieuws die misschien wel nooit door scenarioschrijvers zouden kunnen zijn opgetekend, wordt het donkere karakter van de gruweldaden altijd benadrukt. En een beetje aangezet: deze film is geïnspireerd op een waargebeurd verhaal. Rilling. Sensatie. Hollywood die het krantenbericht tot leven brengt en opvult met beelden van goeduitziende acteurs en actrices terwijl de feitelijkheden in de krant onze fantasie al stevig hadden geprikkeld.

Popcultuur

De manier waarop New York de moorden van Berkowitz ‘herdenkt’ is opvallend. In een klein stadje is een seriemoordenaar een lokaal trauma waar alleen fluisterend over gesproken wordt. In New York City hoort hij blijkbaar gewoon bij het decor van een typerend decennium. Hij past ook wonderwel in onze herinnering van New York in de jaren 70: dat in de rauwe, harde realiteit van toen een ‘verwarde’ man kon rondlopen die het had gemunt op jonge vrouwen verrast niemand. Maar waar de gruwelijke verhalen in Hollywood vertaald worden naar donkere horrorfilms en detectives, duikt de Son Of Sam in zijn thuisstad juist regelmatig op in de alledaagse popcultuur. Vanaf zijn arrestatie is de moordenaar met zijn maffe, creepy brieven het mikpunt van spot. Hij leek ook plezier in het moorden en het spel met de politie te hebben, iets wat natuurlijk zo tot de verbeelding spreekt, dat grappen maken haast vanzelf gaat.

Seinfeld

Son of Sam duikt overal op. In de serie Seinfeld werd er regelmatig aan gerefereerd. Wanneer George met het busje van Jerry ‘s nachts het bos in rijdt en herkend wordt, verwart hij het geroep “Seinfeld’s van! Seinfeld’s van!” met “Son of Sam! Son of Sam!” en plast hij bijna in zijn broek van angst. Of Newman: die schept op dat hij als postbode eens dezelfde postroute als Berkowitz liep (die briefsorteerder was ten tijde van de moorden), en dat hij nog steeds een van zijn postzakken in zijn appartement bewaart. “A collecter’s item.” Wanneer diezelfde Newman in een andere aflevering wordt opgepakt voor een lachwekkend klein misdrijf, begroet hij de politie in Son Of Sam-stijl: “What took you so long?” Het is hier vooral grappig dat juist Newman, toch een beetje het Seinfeldpersonage we love to hate, gefascineerd is geraakt door Berkowitz’ verhaal. Bij elk ander personage uit de cast was het ongeloofwaardig geweest.

Newman gets arrested(along with Kramer & Elaine) Seinfeld

Het New Yorkse Saturday Night Live vierde vorige week haar veertigste verjaardag, waarin er werd teruggeblikt op de beste sketches sinds midden jaren 70. We zagen een Eddie Murphy-sketch terug waarin hij zelf de moordenaar van zijn eigen personage Buckwheat speelt. Het motief? Zijn hond gaf hem de opdracht. Hilarisch natuurlijk. En als we de doden toch niet terug kunnen halen, is lachen om Berkowitz’ verhaal toch wel het minste wat we kunnen doen.

Buckwheat Dead and America Mourns – Saturday Night Live

Ook New Yorkse muzikanten zijn niet bang voor een al dan niet kleine Son Of  Sam-referentie. Op Paul’s Boutique kwamen de Beastie Boys met ‘Looking Down The Barrell Of A Gun': “You got your finger on the trigger like the Son of Sam.”

Beastie Boys – Looking Down The Barrel Of A Gun

In 1999 schreef Elliott Smith ‘Son Of Sam’, de tweede en laatste single van zijn laatste album Figure 8. Hij trad er gezellig mee op tijdens Late Night With Conan O’Brien in 2000. ‘Son of Sam’ ging echter niet letterlijk over de seriemoordenaar:

“It’s not about the serial killer. I’m not sure exactly what it’s about because it’s just sort of like telling someone a dream you had last night. There are some destructive figures in it, ‘Son of Sam’, Shiva… but Shiva’s also associated with creativity… I’m not sure… it’s just an impressionistic song about destruction and creativity, I guess; if it’s about anything.”

Niet heel dom om je liedje ‘Son of Sam’ te noemen, als je toch al niet zeker weet waar het over gaat en hoe je het publiek moet overtuigen je single te kopen.

Elliott Smith – Son Of Sam

In 1978 werd er echter al iets mee gedaan, toen Berkowitz amper een jaar achter de tralies zat. Het waren de Dead Boys die vrij snel met hun eigen interpretatie van het lugubere verhaal kwamen. Ze vatten de sfeer perfect. Alles klinkt naar New York jaren 70: duistere, onheilspellende klanken, het geblaf van een bezeten hond in de intro. Je waant je in de gure steegjes van Brooklyn, Queens en Manhattan, waar het stinkt naar plas en vuilnis. Plekken waar je de Son of Sam zomaar zou kunnen tegenkomen. Rilling en sensatie, the right way.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 22/02/2015 door Arina Banga

‘Whirlwind Reaper’ van Sahara Hotnights

De perfecte soundtrack als je net op kamers woont

Arina Banga is docent Nederlands en hoofdredacteur van VEGAN Magazine. Behalve van taal houdt ze ook van muziek, bloemetjesjurkjes en mintgroen. Over die laatste twee liefhebberijen schrijft ze eigenlijk nooit (althans, niet in een openbaar medium), maar des te meer over muziek. Vandaag over Sahara Hotnights.

Sahara Hotnights – Whirlwind Reaper

Saai Zweden

We horen het vaker van Zweedse bands: op het platteland van dit Scandinavische land is het zó ontzettend saai, dat muziek maken de enige manier is om je niet stierlijk te vervelen tijdens je tienerjaren. Zo ontstond in 1992 in het noordelijke, slechts tweeduizend inwoners tellende Robertsfors ook de powerpop met punk- en garage-invloeden van Sahara Hotnights. Maria Andersson, Josephine Forsman, Jennie Asplund en Johanna Asplund waren toen ongeveer twaalf jaar, al zou het nog wel zo’n vijf jaar duren voordat eerste ep Suits Anyone Fine uitgebracht werd en nog acht jaar tot het eerste studioalbum C’mon Let’s Pretend in de winkels belandde.

Muzikale opvoeding

Zelf kende ik de band toen overigens nog lang niet. Dat kwam later, in het lokale poppodium waar ik vrijwilliger was (Iduna in Drachten) en waar ik van medewerkers en collega-vrijwilligers van divers pluimage het soort muzikale opvoeding kreeg dat je iedereen van het pre-facebooktijdperk toe had willen wensen. Het moet rond de release van het tweede album Jennie Bomb (2001) zijn geweest, dat het nummer ‘Whirlwind Reaper’ bij de biertjes-na-het-vrijwilligeren werd gedraaid. Ik was verkocht. Die melodie! Dankjewel, Kornelis en Hidde. Dit nummer wijkt met zijn melancholische sfeer overigens af van de rest van de plaat. De andere nummers, zoals ‘No Big Deal’, zijn meer uptempo en catchy, maar minstens zo zo fijn melodieus en minstens zo verslavend.

Op kamers

Het is dan ook niet verrassend dat dit album, en dan met name ‘Whirlwind Reaper’, de soundtrack vormde van de eerste maanden dat ik op kamers woonde (ondertussen was ik naar mijn studiestad verhuisd). Veel vrienden had ik nog niet in het voor mij toen soms barre Groningen, maar ik had in ieder geval ‘Whirlwind Reaper’. Niet meer genoeg geld om naar die ene band Vera te gaan of om een voedzame maaltijd te koken? Ik had in ieder geval ‘Whirlwind Reaper’. Gebroken hart? Ik had in ieder geval ‘Whirlwind Reaper’.

SH-4

Na Jennie Bomb kwam Sahara Hotnights onder meer met Kiss & Tell (2004). Zangeres-gitarist Maria Andersson zegt in een interview: “Jennie Bomb has a slick sound to the rock songs, while Kiss & Tell has a raw sound to the pop songs.” Hoewel de oude punkwortels hierna niet volledig verdwenen, legde de band zich toe op het componeren van ‘gewoon’ goede popliedjes. Voorbeeld bij uitstek: ‘Neon Lights’ afkomstig van What If Leaving Is A Loving Thing? (2007). De laatste in het rijtje zijn Sparks (2009, covers) en Sahara Hotnights (2011). Mooi: op Sparks staat een cover van Pentagrams ‘Be Forewarned’.

Sahara Hotnights-Be Forewarned

Dertig het nieuwe twintig

Momenteel is het helaas stil rond Sahara Hotnights. Waar is de whirlwind gebleven? De frontvrouw werkt aan een solo-album en drummer Josephine Forsman woont in Los Angeles. Als het aan de Maria Andersson van 2002 ligt, komt er geen vervolgplaat meer: “I think that we should honestly quit as a band before we get too old. You shouldn’t be playing rock music when you are over thirty. I don’t want to.” Oei, de bandleden, geboren in 1979 en 1981, waren dus bij de release van de laatste plaat al dertig jaar of ouder! Hopelijk is de uitspraak te wijten aan Maria’s jeugdige onbezonnenheid en is dertig tegenwoordig het nieuwe twintig. Om me heen zie ik alvast genoeg (punk)bandjes met dertigers overtuigende bewijzen leveren dat dat inderdaad zo is.

Tags: , , , , ,

Lefty Frizzell – Cigarettes And Coffee Blues

Hoe vaak ik niet heb moeten wachten op mensen die hun dag niet kunnen starten zonder een peuk of bak pleur. Uiteraard dient dit elke keer even hardop benoemd te worden. En dan te bedenken dat die eerste hijs of slok niet door je lichaam in dank wordt afgenomen. Maar dat signaal wordt door velen genegeerd. En dan hebben we het nog niet eens over de stank gehad. Die van rokers kan ik inmiddels wel hebben maar probeer maar eens een gesprek te beginnen met iemand die een bak koffie op heeft. Knoflook is er nog mild bij. Niet dat het nummer van de dag, geschreven door Marty Robbins,  letterlijk over koffie en sigaretten gaat. Het gaat over de liefde natuurlijk. Het is immers country.

Geluk en succes

Veel geluk heeft Lefty Frizzell niet gehad in de liefde. Door zijn onberekenbare gedrag wist hij elke vrouw uit zijn leven te jagen. Hij wist niet zo goed met zijn succes om te gaan en greep dan al snel naar de fles. En succes had hij. Totdat The Beatles de British Invasion inluidden, had Frizzell in 1951 het record door met maar liefst 4 singles tegelijk in de top 10 van de hitparade te staan. Frizzell was op en top Honky Tonk country maar viel op door zijn zachte, zalfende stem. Op jonge leeftijd mocht hij al komen opdraven in de radioshows van de Grand Ole Opry en de Lousiana Hayride. Het was in die laatste studio in Shreveport waar niemand minder dan Hank Williams onder de indruk raakte van de jonge Texaan en hem vroeg om mee te gaan op toernee.

1320479-lefty-frizzell-617-409

De opkomst van rock ‘n roll was funest voor de rauwere country uit de jaren 50 en Frizzell was één van de slachtoffers van de massale verschuiving van aandacht en populariteit naar het frisse, nieuwe geluid. Toch perste hij er in 1964 nog een hit uit over een klein industrieel stadje in de Michigan. Hoewel het geografisch niet helemaal correct wordt bezongen, blijft het een tijdloos nummer.

Lefty Frizzell…. "Saginaw Michigan" – 1964

Sigaretten en koffie

Op de legendarische The Soul Album gebruikt ook de King Of Soul de twee genotsmiddelen als metafoor voor zijn liefdesleven. In het nummer ‘Cigarettes And Coffee’ rookt hij nog een sigaret met zijn scharrel van die nacht en verzucht hij dat hij nu ook wel een slok uit een ander kopje koffie lust. Ouwe snoeperd, die Otis Redding.

Mississippi John Hurt zong in zijn ‘Coffee Blues’ over zijn liefde voor koffie in het algemeen en het merk Maxwell House in het bijzonder. De lepel met het ‘bruine goud’ wordt liefkozend The Lovin’ Spoonful genoemd, wat een bandje die dit nummer hoorde op het idee bracht om zichzelf zo te noemen.

Tex Williams wilde in 1947 ook nog wel even wat kwijt over sigaretten(-rokers). Niet dat hij zelf tegen roken was. Sterker nog, sigaretten konden niet ongezond zijn aangezien hij zijn hele leven al rookte en nog steeds leefde. Nee, hij vond rookverslaafden maar irritant omdat hij tijdens het spelen van poker op zijn tegenspelers moest wachten wanneer zij een rookpauze namen.

Zuipen

Lefty Frizzell stierf overigens jong, maar niet aan de gevolgen van het overmatig drinken van koffie of het roken van tabak. Frizzell zoop zich te pletter met alcohol en kreeg op zijn 47ste een hartaanval en werd niet meer wakker. Misschien had hij het dan toch maar beter bij koffie kunnen houden.

Tags: , , , , , , , , , , , ,

nummer van 20/02/2015 door

‘Summer Wine’ van Lee Hazlewood & Nancy Sinatra

Het geluid van een klamme plattelandsnacht

Nancy Sinatra and Lee Hazlewood – Summer Wine (1967)

c (1290)Zanger en liedjesschrijver Lee Hazlewood. Zijn eerste single ‘The Fool’ kwam uit in 1956, maar de man met de lage stem kreeg pas succes toen hij tien jaar later ging samenwerken met Nancy Sinatra. Hij schreef een aantal grote hits voor haar, waarvan ‘These Boots Are Made For Walkin” de eerste en meteen de grootste was. Het stilistische hoogtepunt van deze samenwerking kwam met de vervolgsingle, het sensuele ‘Summer Wine’, tevens de eerste single waarop Hazlewood zelf ook meezong. Wel bleef Nancy Sinatra de grootste publiekstrekker van de twee; Hazlewood eerst zonder succes geprobeerd het nummer onder eigen naam uit te brengen, met zangeres Suzi Jane Hokom als zijn (niet-vermelde) duetpartner.

Lee Hazlewood & Suzi Jane Hokom – Summer Wine

Gekopieerd

Met Nancy werkte het beter. Hazlewoods diepe plattelandsstem, de galopperende achtergrondmuziek die eerder aan Mexico dan aan country doet denken, en daar bovenop nog Sinatra’s verleidelijke timbre dat je juist verwacht in een nachtclub in een grote stad; ‘Summer Wine’ had een onweerstaanbaar en uniek geluid. Een geluid dat decennia later nog steeds gekopieerd zou worden, zoals door Calexico in 2000. De band leunt al vanaf hun begindagen op dezelfde combinatie van traditioneel Mexicaanse en Amerikaanse elementen, wat een aantal geweldige platen opleverde. Hun ‘The Ballad Of Cable Hogue’ komt echter te dichtbij: het is een zwoel duet tussen zanger Joey Burns en Marianne Dissard, waarvan zelfs de akkoorden en melodielijn bijna letterlijk van ‘Summer Wine’ zijn overgenomen.

Ballad of Cable Hogue–Calexico

Betrapt

Calexico’s knipoog, zoals Burns het in interviews zelf zou noemen, bleef niet onopgemerkt, maar Hazlewood en Sinatra reageerden gelukkig sportief. Ze waren zo onder de indruk van Calexico’s poging om het gevoel van hun jaren 60-hit te benaderen, dat Burns werd benaderd om een nummer te schrijven voor Nancy Sinatra’s comeback-album Nancy Sinatra uit 2004. [1] Burns was gevleid, en waarschijnlijk zelfs opgelucht dat zijn grote voorbeeld zo sympathiek reageerde op het plagiaat. Hij nam de opdracht aan en schreef ‘Burning Down The Spark’. In een interview met Songfacts.com blikt hij terug op dit project:

I wrote the song on July 4th, 2003. I was in New York, just thinking what it might be like for Nancy to be there in a city that is so much a part of her family with her father’s history and connections and, of course, music. What must it be like to see reflections everywhere of her father? Not only in restaurants, but buildings. The whole town. The vibe itself.

The song’s called “Burning Down the Spark.” It’s about chasing down that love you have for someone. They liked it and the only thing she said was, “Can you re-record it and I’ll sing on top of it? Can you transpose it to a different key?” And I said, “No problem.” So it was so easy to work with her. And then a couple of years later we were performing at The Getty Museum in Los Angeles and she came to the show. She loved it and we had breakfast together – she bought the whole band breakfast. It was with her daughter A.J. It was really cool. So it was a very special time to get to meet her and since then I’ve followed what she’s been doing. She’s great. She’s very true to some of her causes, like performing for troops and veterans of the Vietnam War. That’s something I really admire about someone of that caliber: she’s still really connected and grounded.

Grappig is dat ook ‘Burning Down The Spark’ qua tempo, instrumentatie en zelfs zanglijn weer aan ‘Summer Wine’ doet denken.

Nancy Sinatra – Burning down the spark

Een soundalike zonder jatwerk

De geest van ‘Summer Wine’ lijkt onmogelijk te vatten zonder de muziek en melodie bijna letterlijk te kopiëren. Een vloek die misschien ook The Handsome Family plaagde, toen ze het duet ‘Far From Any Road’ schreven. Toch weet deze titelsong van True Detective zich qua melodie misschien wel het best los te rukken van de hit van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra. Het nummer roept weliswaar dezelfde beelden op van klamme, wellustige plattelandsnachten in het Amerikaanse zuiden, maar de band valt in deze knappe soundalike nergens te betrappen op regelrecht jatwerk. Een knipoog zonder plagiaat, het kan dus toch.

True Detective – Intro / Opening Song – Theme (The Handsome Family – Far From Any Road) + LYRICS

  1. [1] Meer opvallende namen werden benaderd: onder andere Thurston Moore, Morrissey en Jarvis Cocker droegen liedjes bij aan Nancy Sinatra.

Tags: , , , ,

nummer van 19/02/2015 door

‘For The Love Of Money’ van The O’Jays

Geld is de schuld van alles

For the love of money – O' jays Full Version

Er is altijd wel een goed liedje dat je niet kent. Mocht ik vanaf vandaag tot aan mijn dood hele dagen spenderen aan het luisteren naar muziek en nieuwe dingen ontdekken, dan nog zouden er prachtige liedjes zijn die ik nooit zal horen. Los van de muziek die wordt gemaakt na mijn dood natuurlijk. ‘For The Love Of Money’ van The O’Jays uit Philadelphia is daar een voorbeeld van. Ik hoorde het gisteren voor het eerst. Het toeval wilde dat ik op dat moment net het nieuwe boek van Joris Luyendijk had gekocht, over het hart van de Engelse bankwereld. Over geld dus.

Eigenlijk is het gek dat ik het nummer nooit (bewust) heb gehoord. Het nummer is talloze keren gecoverd en gesampled. Tot ergernis van de The O’Jays trouwens, want die zagen hun boodschap in dit nummer veranderen in een pleidooi vóór (veel) geld. En zo hadden ze het niet bedoeld.

Zeven minuten

‘For The Love Of Money’ werd in 1973 opgenomen en uitgebracht door de band. Het verscheen op het album Ship Ahoy (1973) en werd ook uitgebracht als single. De albumversie (die ook bovenaan deze pagina staat vandaag) klokt over de zeven minuten, de single-versie duurt iets minder dan vier minuten. Ondanks de lengte werd het nummer veelvuldig in zijn volledigheid op de radio gedraaid. Geen straf trouwens, deze zeven minuten, want het zijn zeven onderkoelde en spannende minuten. De dwingende groove gaat onder je huid zitten.

O'Jays in 1974

De tekst is gebaseerd op een bijbelvers: “For the love of money is the root of all evil: which while some coveted after, they have erred from the faith, and pierced themselves through with many sorrows.” In het nummer schetsen The O’Jays wat geld allemaal doet met mensen. Of je al genoeg hebt en meer wil of echt een paar dollar nodig hebt, mensen gaan ver om hun bankrekening aan te vullen. Herkenbaar.

Donald Trump

Het is een boodschap van maatschappelijke bewustwording. Daarom steekt het de artiesten extra hard als het liedje bijvoorbeeld gebruikt wordt als theme song voor realityseries als The Apprentice met Donald Trump, over hoe je een succesvol zakenman/-vrouw en dus rijk wordt.

Los van de boodschap is het trouwens een fantastisch nummer verder. Als ik de tijd had om de hele dag muziek te luisteren, zou ik voor mijn dood nog veel meer parels ontdekken. Obscure liedjes, maar ook liedjes als ‘For The Love…’ waar je gewoon nog nooit aan toe bent gekomen. Maar goed, er moet gewerkt worden, for the money.

Tags: , , , , , ,

nummer van 18/02/2015 door

‘Be My Baby’ van Vanessa Paradis

Een uitdaging

Vanessa Paradis – Be My Baby

Het succes van Vanessa Paradis uitleggen is een moeilijke: haar huidige succes lag in ieder geval niet altijd in de lijn der verwachtingen. De zangeres/actrice staat inmiddels al ruim twintig jaar in de schijnwerpers en heeft in al die jaren genoeg stof doen opwaaien om de pers eindeloos over haar te laten schrijven, zowel als het gaat om haar werk als artiest als om haar privéleven. Wie nu naar haar kijkt, ziet een vrouw die de fontein van eeuwige jeugd gevonden heeft, Franse popzalen moeiteloos uitverkoopt en filmrollen krijgt aangeboden van Woody Allen and the like. Er lijken weinig dingen te zijn waar ze niet in slaagt, maar dat is ook juist wat haar niet altijd in dank is afgenomen.

Paradis wist al vanaf een hele jonge leeftijd dat ze op een podium wilde staan en het bewijs daarvoor is makkelijk te vinden. Wie echt van voor af aan begint, start met een optreden van Paradis in een Franse televisieshow. Ze is zeven, lief en een beetje brutaal en zingt hier voor het eerst voor een groot publiek. Paradis was hier al het type kind dat de schijnwerpers opzocht in plaats van meed. Haar ouders wisten dat ze vanaf dat moment alleen nog maar wilde zingen en optreden en niet wetend waar ze hun kind op afstuurden, steunden zij haar in haar wens. Ze waren nog handig ook: via via kwam Vanessa in contact met producers die haar carrière in de muziek de juiste zetjes wisten te geven. Ze was jong, maar ambitieus en ook nog eens zeker van haar zaak. Beelden van een elfjarige Vanessa die popliedjes voor kinderen en tieners zingt, laten een meisje zien dat weet wat ze doet, op haar gemak is op het podium en volwassener is dan haar kinderlijke uiterlijk doet vermoeden. Dat is deels ook waar het later ging wringen tussen haar en het Franse publiek.

Vanessa Paradis – Joe Le Taxi

Als de single ‘Joe Le Taxi’ (hierboven) in Frankrijk uitkomt, is Paradis nog maar veertien jaar oud. Het extreem catchy popliedje wordt meteen een enorme hit. Paradis is bijzonder, je ziet het meteen. Jonge meisjes verafgoden haar, jongens worden op slag verliefd. Ze is overal op tv en in bladen te zien en het liedje wordt non-stop op de radio gedraaid. Maar haar enorme aantrekkingskracht overstijgt haar eigen generatie en gaat mensen ook dwarszitten; kan een veertienjarig meisje wel zo dansen in een videoclip? Ze doet het waarschijnlijk niet expres, maar Vanessa beweegt in de clip van ‘Joe Le Taxi’ inderdaad al als een jonge vrouw. Er vindt een tweedeling plaats in Frankrijk: of je houdt van haar, of je haat haar. En vooral als dat laatste het geval is, laat je het merken.

Paradis krijgt in deze periode alles over zich heen: kritiek van ouders van jonge fans, muziekprofessionals die in haar een goudmijn zien en haar willen uitbuiten, de pers die haar belaagt met vragen over haar seksualiteit, en het meest schokkende, volle zalen die haar uitjoelen terwijl ze ‘Joe Le Taxi’ probeert te zingen. Maar het is dubbel, want tegelijkertijd heeft ze ook miljoenen fans, sleept ze in 1990 de prestigieuze prijs voor Beste Zangeres bij de Victoire de La Musique binnen en maakt ze ook nog eens een succesvolle overstap als actrice in de film Noce Blanche. Haar buitengewoon mooie prestatie in die film zal uiteraard pas jaren later door iedereen erkend worden – in 1989 is het alleen maar meer reden tot kritiek. Een muzikaal project met Serge Gainsbourg (die inmiddels al een dubieuze reputatie had wat betreft samenwerkingen met jonge meisjes) lijkt op de zoveelste provocatie van het jonge meisje. Dat Paradis heelhuids uit deze periode is gekomen, mag een wonder heten.

In 1991 verhuist Paradis naar New York. Ze zal deels de kritiek ontvlucht willen hebben, maar zeker ook de mogelijkheid hebben gegrepen die voor handen lag: ‘Joe Le Taxi’ had Paradis’ naam internationaal op de kaart gezet en de ambities van de jonge zangeres waren terecht groter dan alleen het veroveren van haar thuisland. Paradis zat inmiddels aan haar derde plaat en werd in New York gekoppeld aan de hottest producer in town Lenny Kravitz voor een nieuwe sound. Zijn retro 60s geluid van ‘It Ain’t Over ’Til It’s Over’ was in 1991 aangeslagen als een bom en Kravitz zag in Paradis de perfecte muze om die stijl voort te zetten. De violen en de stampende soul-beat van ‘Be My Baby’  zijn genoeg om je uit je stoel te laten stuiteren van enthousiasme. “Is dit géén Supremes-nummer?” vroeg iemand vandaag. Dat had het inderdaad zo kunnen zijn, want als zoveel van die soulklassiekers staat ook dit poppareltje nog steeds als een huis.

Inmiddels lijken de botsingen tussen Paradis en haar landgenoten grotendeels vergeven en vergeten te zijn. Paradis zingt nu ook bijna uitsluitend nog in het Frans. Toch hebben die Engelstalige nummers van begin jaren 90 nog iets bijzonders. Misschien omdat ze het Franse publiek hier even kon vergeten en aan de wereld kon laten zien waar ze allemaal toe in staat was. In ‘Be My Baby’ is dat perfect vastgelegd.

Tags: , , , , ,

nummer van 17/02/2015 door

‘You Me Bullets Love’ van The Bombay Royale

Een brug tussen twee werelden

You Me Bullets Love – The Bombay Royale.

Alsof muziek en games in twee compleet afzonderlijke werelden bestaan, zo leek het even in de pers de afgelopen dagen. De cover die Torre Florim van De Staat al in 2012 opnam van The Prodigy’s ‘Firestarter’ werd namelijk via Instagram aangeprezen door de band zelf. Iets om trots op te zijn natuurlijk, maar ze waren er wel een beetje laat achter gekomen zeg – zo klonk het op verschillende muzieksites.

Ondertussen werd het nummer sinds afgelopen vrijdag al massaal beluisterd omdat het de muzikale begeleiding vormde voor een nieuwe trailer van Just Cause 3, een game waarvan het vorige deel zo’n 6 miljoen keer werd verkocht. De comments op de gameblogs gingen vooral over het ontbreken van een multiplayer in de game. En als iemand het al over de muziek had, ging het vooral over dat het nummer een rip-off van de openingstune van True Detective zou zijn.

Far Cry 4Waar is de liefde?

Toegegeven, tegenwoordig lijken games lang niet altijd meer de verrassende muziek op te leveren als vroeger, dus misschien dat daarom de liefde tussen beide cultuurverschijnselen een beetje bekoeld is. Uitzonderingen zijn er gelukkig nog steeds. Zo schreef ik eerder al eens over de muziek van Grand Theft Auto en veerde ik de afgelopen paar weken ook tijdens het spelen van Far Cry 4 een paar keer op van de bank.

De reden daarvoor is een perfect uitgekiende muzikale strategie in de game, die zich vanaf het begin af aan al ontvouwt. Aan de ene kant is het misschien een inkopper, maar de manier waarop de eerste gitaarakkoorden van ‘Should I Stay Or Should I Go’ van The Clash na de filmische intro klinken maken wel dat je niet kan wachten om aan de game te beginnen.

Mystiek en adrenaline

Vervolgens doet de originele soundtrack van Cliff Martinez zijn werk meer dan uitstekend. Met soundtracks voor films als Drive en drumwerk voor bands als Red Hot Chili Peppers natuurlijk ook niet de minste. Maar de écht muzikale hoogtepunten zijn de momenten waarop er ruimte wordt gemaakt voor nummers van andere artiesten, zoals van The Bombay Royale. Een band die net als de game een knappe brug slaat tussen de mystiek van het oosten en een ongegeneerd potje adrenalinejagen.

Mocht je de game niet kennen, dan is het goed om te weten dat deze zich afspeelt in Kyrat, een klein fictief koninkrijk in de Himalaya. Je kunt er makkelijk uren rondzwerven zonder je te vervelen en af en toe eens een missie spelen die je verder brengt in het verhaal. Voor de echte sleutelmomenten hebben de makers een aantal nummers uitgekozen die niet alleen de fraaie beelden ondersteunen, maar je simpelweg het gevoel geven dat je echt iets bijzonders aan het beleven bent.

The Bombay Royale

Verloren Tarantino-soundtrack

‘You Me Bullets Love’ van The Bombay Royale is zo’n nummer dat je doet afvragen wat er in godsnaam allemaal gebeurt. Spoilers over de game zal ik achterwege laten, maar een gebeurtenis die op zichzelf al spannend genoeg is wordt natuurlijk nog intenser als je ineens muziek hoort die zo van een vergeten Tarantino-soundtrack lijkt te komen. Als je dan na een halve minuut ook nog vocalen hoort die in het Hindi zingen heb je alles voor een game-moment dat je niet snel meer zal vergeten.

Het beschrijven van die momenten doet eigenlijk te weinig recht aan de belevenis ervan, maar mocht je nou niet zo’n gamer zijn dan is de muziek op zich natuurlijk nog steeds schitterend genoeg om te luisteren. Sinds het verschijnen van de game worden de clips van The Bombay Royale op YouTube trouwens overspoeld met juichende commentaren van enthousiaste gamers. Zijn die twee werelden toch weer mooi wat dichter bij elkaar gebracht.

Tags: , , , , , , , , ,

-->