nummer van 11/04/2015 door

‘Slippin’ Into Darkness’ van WAR

De funktrack die Bob Marley inspireerde (en vele anderen)

Interview with Fred Williamson / War – "Slippin' Into Darkness" (Live)

Blank, donker, latino; bij WAR maakte het allemaal niet uit, als je maar verschrikkelijk strak speelde. Zodat je bij Soul Train kon spelen en het veertig jaar later op een brak YouTube-filmpje nog indrukwekkender zou klinken dan de meeste live-video’s die in de tussentijd zijn opgenomen. Lee Oskar lijkt zijn mondharmonica aan gort te blazen, drummer Harold Brown speelt iedere noot metronomisch strak zonder zijn soul te verliezen, de harmonieën zijn loepzuiver, de blazers draaien een dubbele dienst als percussionisten; hier werd hard gewerkt, avond na avond.

Het is moeilijk kiezen als je WAR nu om één specifieke kwaliteit zou willen roemen. Gaan we voor de minutieuze strakheid of toch voor die groove? Drummer Brown kiest zelf voor dat tweede. Vooral met ‘Slippin’ Into Darkness’, de eerste hit van de band zonder ex-zanger Eric Burdon, had hij iets unieks te pakken waar geen mens op stil kon blijven staan. Een trotse Brown:

Slippin’ Into Darkness,’ there was a rhythm. I had perfected that rhythm out of a combination of rhythms. So when Howard came together with certain ideas and time sets of lyrics, I said, ‘The next song that we play, I’m making sure that rhythm fits in it.’ I was the only one written up in Downbeat for that particular rhythm that took and changed the course of drumming into the ’70s. Even to this day drummers, they want to see how I play that. (…) Miles Davis did Bitches Brew, that finally liberated me. It’s not a mistake if you constantly repeat it. It becomes deliberate. I’ve seen different drummers that all of a sudden just create a whole ‘nother thing or just make it work.

Hoewel je móet dansen op ‘Slippin’ Into Darkness’, kun je helaas ook een andere neiging niet weerstaan: het zingen van ‘Get Up, Stand Up’. Je weet wel, van Bob Marley & The Wailers. De blazersmelodie van WAR (2:21) is identiek aan het refrein van Marley, dat vele malen bekender werd. Skratch Bastid maakte een mashup van de twee nummers om je te overtuigen.

‘Get Up, Stand Up’ werd een veel grotere hit, maar het waren de mannen van WAR die de bekende melodie verzonnen. De band toerde in het begin van de jaren 70 met Marley door Amerika en inspireerde hem om soulvollere muziek te gaan maken. Die zag wel wat in de WAR-sound, die tegen reggae aanschuurde maar tegelijk ook elementen bevatte van funk, latin en soul. Een paar maanden later was daar ineens ‘Get Up, Stand Up’, een politiek nummer waarmee hij zijn nieuwe vrienden wilde eren. Het werd de grote doorbraak die Marley verdiende, en als dank nodigde hij WAR uit voor een tour in Jamaica. De band was enthousiast, maar het management dacht daar anders over. Drummer Brown legt uit:

Management said it was bad because there were problems going on in Jamaica at the time, and then because of the name of the group – War – and I had a big afro, radical look, you know.

‘Get Up, Stand Up’ is veruit het bekendste nummer dat elementen leende uit ‘Slippin’ Into Darkness’, maar daarmee lang niet de enige. Vooral bij hiphopacts zijn de groove en de melodie van het nummer in trek: in de afgelopen veertig jaar werd WAR’s origineel ten minste 39 keer gesampled. Een aantal favorieten:

Keith Hudson – ‘Satan Side’

The dark prince of reggae Keith Hudson stond zelfs nog eerder dan Bob Marley in de rij om aan de haal te gaan met ‘Slippin’ Into Darkness’. In de intro van zijn ‘Satan Side’ hoor je direct hoe hij de kenmerkende melodie gebruikt voor een psychedelische reggaetrack.

Keith Hudson – Satan Side (UK Duke)

Geto Boys – ‘Be Down’

Met ‘Be Down’ waren de Geto Boys in 1988 de eerste rappers die de groove van ‘Slippin’ Into Darkness’ als hoofdsample voor een beat gebruikten. Sindsdien is er bijna ieder jaar wel een hiphopnummer uitgekomen met een bijna identieke beat.

Ghetto Boys – Be Down

TLC – ‘I’m Good At Being Bad’

Dat op de achtergrondtrack van ‘Slippin’ Into Darkness’ niet alleen gerapt maar ook gezongen kan worden, horen we op deze versie door TLC, van hun derde plaat Fanmail.

TLC, I'm good at being bad

Guru – ‘Looking Through Darkness’

Van alle rappers die ‘Slippin Into Darkness’ als uitgangspunt gebruikten, is Guru de origineelste. Op ‘Looking Through Darkness’ van zijn klassieke Jazzmattazz-album samplede hij eens niet de letterlijke groove van het nummer als beat, maar vlechtte hij juist de zangmelodie van het refrein door zijn eigen raps heen om er een compleet nieuw nummer mee te componeren. Het werd een klassieker op een album vol klassiekers.

Guru – Looking Through Darkness (lyrics) [ft. Mica Paris]

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 10/04/2015 door

‘What Are You Listening To’ van Chris Stapleton

Who's gonna fill their shoes?

Chris Stapleton – What Are You Listening To (Live Acoustic)

Bijna twee jaar geleden haalde collega Gijs al even The Highwaymen in zijn stuk aan over supergroepen. The Highwaymen bestond uit vier mannen die een decennium eerder de Outlaw-beweging waren gestart in het oerconservatieve Nashville. Ze speelden het spelletje volgens hun eigen regels. Naast het onderhouden van de onderlinge vriendschappen, schreef men nummers voor elkaar en waren ze regelmatig samen op hun platen te horen. Het duurde echter tot de jaren 80 voordat Johnny Cash, Willie Nelson, Kris Kristofferson en Waylon Jennings onder één naam een tweetal platen maakten. Hoewel het resultaat niet was wat je had gehoopt, de jaren 80 waren immers de magere jaren voor countrymuziek, sprak deze samenwerking toch tot de verbeelding.

Kandidaten

Afgelopen zondag beluisterde ik de cd en vroeg ik mijzelf wie er nu in aanmerking zouden moeten komen voor een dergelijk project. De eerste die in mij opkwam was Sturgill Simpson. Met een vers getekend contract bij het reusachtige Atlantic Records gaat hij de kar voor de komende jaren trekken. De Grammy-nominatie voor Metamodern Sounds In Country Music was er niet voor niets. Daarnaast zou mijns inziens John Moreland een uitstekende kandidaat zijn. Deze maand komt zijn nieuwe plaat getiteld High On Tulsa Heat uit en ik hoop dat hij daarmee echt door kan breken. De hardst werkende man in de muziek business, Bob Wayne, verdient wat mij betreft ook een plek in de band. Maar die vierde is even wat lastiger. Shooter Jennings, Hank III, Dale Watson, Scott H. Biram, Jayke Orvis, Chris Knight. Allemaal prima opties voor deze plek. Totdat ik wederom het stemgeluid van Chris Stapleton tegenkwam en ik eens ging kijken waar de beste man nu mee bezig is.

chris-stapleton

Steeldrivers

De CD van The Steeldrivers, wat mijn eerste kennismaking was met het fantastische stemgeluid van Stapleton, kocht ik op aanraden van de jongen aan de balie van Harvest Records in Asheville, NC toen ik tickets wilde halen voor een concert van The Devil Makes Three. De bluegrassplaat die maar liefst drie Grammy-nominaties in de wacht had gesleept, is een week blijven steken in de speler ten tijde dat ik de binnenlanden van de staat Tennessee aan het doorkruisen was. Die stem, mensen, die stem! Inmiddels was Stapleton zelf al uit de band gestapt. Maar de muziek zei hij gelukkig niet vaarwel.

Hitmachine

Met zijn rockbandje The Jompson Brothers wist hij geen potten te breken. Het waren andere artiesten die hits scoorden met zijn composities. En ook niet de minsten. Brad Paisley, George Strait, Darius Rucker (de donkere zanger uit het oersaaie Hootie & The Blowfish die nu carrière maakt in de countrymuziek) en zelfs de Britse nachtegaal Adele. Het nummer van de dag laat horen dat er nog veel meer moois in het verschiet ligt. In mei gaan we het allemaal horen als we de aankondiging moeten geloven. Ik kan niet wachten.

Tot die tijd nog flink genieten van The Steeldrivers.

The SteelDrivers – When I'm Gone

Tags: , , , , , , , , , , ,

nummer van 09/04/2015 door

‘Suburbia’ van Pet Shop Boys

Waar lijkt dat ook alweer op?

Pet Shop Boys – Suburbia

Daar is ie weer, zo’n melodietje dat je ontzettend bekend voorkomt, maar waarvan je geen flauw benul hebt hoe je het kent. Een ware breinbreker, een gruwel soms. Het gebeurde vorige week vrijdag. Ik luisterde naar De Nieuws BV op Radio 1 en presentatrice Willemijn Veenhoven kondigde ‘Suburbia’ van Pet Shop Boys aan, “want elke vrijdag draaien we een liedje van Pet Shop Boys”. Haar co-presentator Felix Meurders reageerde wat verbaasd, “meestal dan, Felix, ook goed”.

‘Suburbia’ staat op het debuutalbum Please uit 1986 van het Britse duo, samen met andere bekende nummers zoals ‘West End Girls’ en ‘Opportunities (Let’s Make A Lot Of Money)’. Deze liedjes worden ook als singles uitgebracht en zijn het startsein voor een glansrijke carrière van het duo die tot op de dag van vandaag voortduurt.

‘Suburbia’ is een wat donker synthpopliedje met een dromerig refrein dat nog steeds sterk overeind staat. Het klinkt nog wat elementair: een eletronische drumbeat, synths en de enigszins kale zang van zanger Neil Tennant. Dat primitieve karakter kenschetst ook de rest van de plaat. Het zijn de eerste (en erg goede) ideeën van een muzikantencollectief met een duidelijke stip op de horizon: de wereld veroveren met de klanken die ze met z’n tweeën produceren. Dat lukt.

Wat ik zo gaaf vind, is dat de twee zo’n ontzettend eigenwijs karakter hebben. Ze werken met iedereen samen waarvan ze denken dat het iets leuks oplevert, ze zijn bijna altijd vernieuwend, lopen op trends vooruit, ironie en sarcasme vieren de boventoon, ze zijn niet bang om een standpunt in te nemen en artistiek buiten hun comfortzone te treden.

Pet_Shop_Boys_interview_2013_still

Herkenbaar

Terug naar dat moment vorige week vrijdag als radiopresentatrice Willemijn Veenhoven ‘Suburbia’ aanzet. Die openingsmelodie (na de intro) komt me zo bekend voor. Die lijkt heel erg op iets anders dat ik ken. Tijdens het nummer komt de melodie nog een paar keer terug en steeds pijnig ik mijn hersenen om er achter te komen waar het nou ook alweer van is. Helaas lukt het niet tijdens de paar minute die het nummer lang is.

En dan begint de zoektocht. Ik begin dan altijd met associëren: de melodie luisteren, met de ogen dicht proberen beelden voor ogen te krijgen die iets te maken hebben met het liedje, een artiest, een plek, alles wat ook maar een beetje helpt om verder te komen. Zoeken op internet met ‘famous melody suburbia pet shop boys‘ of iets in die trant helpt ook niet. Zoals het vaak gaat; wanneer je je extreem inspant, lukt het niet om die andere melodie boven water te krijgen. Dat lukt pas op een onbewaakt ogenblik.

En dat was gisteren. In de trein naar huis staar ik wat naar buiten als ineens de ‘Suburbia’-melodie weer in mijn hoofd klinkt. Maar dan, zonder dat ik moeite doe, verandert de melodie ineens in die melodie die ik zocht, die ik zo vond lijken op dat Pet Shop Boys-muziekje. Het daagt me steeds meer: serie, openingstune, Amerikaans, jaren tachtig, familie, geheim, grappig (althans, vond ik), iets met katten, iets met een buitenaards wezen. Het is de openingstune van Alf! Toch? Ik kon niet wachten om thuis de computer aan te zetten en het te checken:

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 08/04/2015 door

‘Ruby’ van Ali Farka Touré & Toumani Diabaté

Mali, door de ogen van Ali Farka Touré

Ali and Toumani – Ruby

Het is een Malinese gewoonte om een kind dat als enige na de geboorte overleeft een grappige bijnaam te geven. Humor als methode om met tragedie om te gaan is universeel, blijkbaar. Zo kreeg Ali Farka Touré, de Malinese multi-instrumentalist die op latere leeftijd Malinese muziek aan de wereld introduceerde, als kind de bijnaam “ezel”. “Een ding kan ik je vertellen,” zei Touré daarover, “ik ben de ezel waar je niet op durft te klimmen.” Dat klopt: je luistert van een afstand naar hem, gehypnotiseerd door zijn muziek.

Touré maakte gedurende zijn carrière maar liefst achttien platen en bracht op die manier, op zijn manier, traditionele Malinese muziek en de Malinese cultuur op de wereldkaart. Een collega en goede vriend van Touré, de Malinese kora-speler Toumani Diabaté, verwoordt in dit interview dat muziek maken voor Touré een missie was, waarvoor hij zijn muzikale gave in wist te zetten. “His mission was to promote African culture, particularly Malian culture, and he worked at it all his life. He was unique in his field. He was a historian. He was a marabout. He was a healer. He was multidimensional.”

Screen Shot 2015-04-08 at 12.41.53In 2005 brachten Touré en Diabaté samen het album In The Heart Of The Moon uit waarin de hypnotiserende gitaar van Touré en Diabaté’s kora prachtig om elkaar heen kronkelen in improvisaties en traditionele Malinese liederen. Het album won een Grammy. Diabaté, 26 jaar jonger dan Touré, wilde het daar niet bij laten en zocht snel naar een nieuwe mogelijkheid om een tweede keer iets moois met Touré te maken. De inmiddels fragiele gezondheid van de oudere Touré zal de realisatie van dit project ongetwijfeld hebben aangespoord.

Diabaté zag in een gezamenlijke tournee in Europa de perfecte gelegenheid om een tweede plaat op te nemen. Voor de opnames van In The Heart Of The Moon hadden de muzikanten maanden de tijd genomen in Niafunké, het dorp waar Touré opgroeide, in het midden van Mali. Ali & Toumani (2010) stond er in slechts drie middagen op, opgenomen in hartje Londen met de hulp van Nick Gold, Touré’s producer. Het resultaat was er niet minder om; ook voor Ali & Toumani wonnen de twee muzikanten een Grammy in 2010 voor Best Traditional World Music Album. Touré was tegen die tijd echter al overleden.

Ali & Toumani opent met ‘Ruby’, een nummer dat Touré ooit hoorde in San, een dorp dichtbij zijn huis in Niafunké. Het is één van de meest kalme nummers op de plaat; Touré’s subtiele gitaarspel is magisch. “This is how Ali played alone in private. If he played to himself and you happened to be in the room with him, he would touch the guitar very softly. It was beautiful to watch,” zegt Gold in dit interview. Maar, zo vervolgt Gold, als het tijd was om iets op te nemen in de studio, wist Touré het volume flink omhoog te schroeven. Bij ‘Ruby’ deed hij dat opmerkelijk genoeg niet. Het feit dat Golds vijfjarige dochter Ruby aan Touré’s voeten zat bij de opnames, zal daar waarschijnlijk iets mee te maken hebben gehad. Toen Gold Touré na het spelen vroeg hoe het nummer heette, keek hij naar het meisje aan zijn voeten en zei hij: “Ruby!”

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 07/04/2015 door

‘John Henry’ door Woody Guthrie

De man met de hamer

John Henry – Woody Guthrie

Het is een mooie gedachte: muziek die zich verspreidt in hetzelfde tempo waarmee de mensen zich verplaatsen. Geen digitale bestanden die met een klik op de knop de wereld overgaan, maar een lied dat het land doorkruist met de snelheid waarmee een nieuwe spoorlijn in het Amerika van de 19e eeuw werd aangelegd. Talloze folk- en bluesliedjes werden op die manier geboren, maar de legende van John Henry is zonder twijfel een van de meest invloedrijke.

John Henry werd waarschijnlijk ergens tussen 1840 en 1850 geboren, de bronnen spreken afwisselend over North-Carolina en Virgina als de plaats waar dat gebeurde. Geboren als slaaf groeide hij op tot een boom van een vent, die harder kon werken dan wie ook. Na de Amerikaanse Burgeroorlog werd hij bevrijd en ging hij werken bij C&O Railroad als steel driver: iemand die met een hamer en grote stalen pen gaten in de rotsen slaat, zodat er vervolgens dynamiet in geplaatst kan worden.

John HenryDe spoorlijn waar John Henry aan werkte moest Chesapeake Bay aan de oostkust verbinden met de 1.300 kilometer landinwaarts gelegen Ohio Valley. Onderweg lag er één groot obstakel: de Big Bend Mountain. Met een omvang van bijna twee kilometer was het geen optie om rond de berg heen te werken, dus werd de werkers verteld dat ze een weg dwars door zijn hart moesten zien te boren.

Bloed, zweet en tranen vloeiden om de klus te klaren en John Henry verzette elke dag het meeste werk. Met een hamer van meer dan zes kilo sloeg hij elke 12-urige werkdag tussen de drie en zes meter aan gesteente weg, meer dan wie ook. Indrukwekkend, maar de bazen van C&O Railroad waren natuurlijk altijd op zoek naar manieren waarop het nog sneller kon. Daarom stond er op een gegeven moment een verkoper van stoommachines aan de voet van Big Bend Mountain. Zijn apparaat zou sneller kunnen boren dan welke man ook.

Die uitdaging nam John Henry aan en zo werd er een wedstrijd tussen mens en machine gehouden. Hij ging de berg te lijf met alles wat hij in zich had versloeg de stoommachine met een indrukwekkend verschil: in de tijd dat hij dik vier meter boorde, bereikte de machine er nog geen drie. John Henry was de grote held van alle arbeiders die bang waren dat technologie hun banen zou overnemen. Lang genoot hij niet van zijn overwinning: kort na zijn enorme krachtmeting bezweek hij, vermoedelijk van uitputting of een hartaanval na zijn intensieve inspanning.

Zijn verhaal groeide uit tot een legende die op vele manieren werd bezongen en werd voor het eerst in 1924 opgenomen door Fidlin’ John Carson. De versie bovenaan dit stuk van Woody Guthrie dateert uit 1944, maar tot op de dag van vandaag blijft John Henry nieuwe muziek inspireren. Hieronder mijn favorieten, maar gezien de enorme hoeveelheid nummers over deze held heb ik er vast een paar over het hoofd gezien. Tips zijn welkom in de comments!

‘The Day John Henry Died’ van Drive-By Truckers

‘John Henry’ van Lead Belly

Lead Belly- John Henry

 ‘They Killed John Henry’ van Justin Townes Earle

Justin Townes Earle | They killed John Henry (album version)

 ‘Spike Driver Blues’ van Mississippi John Hurt

MISSISSIPPI JOHN HURT Spike driver Blues 1963

Tags: , , , , , , , , ,

nummer van 06/04/2015 door

‘Oops Upside Your Head’ van The Gap Band

Uncle Charlie Wilson en zijn tijdloze catchphrase

Gap Band – Oops Upside Your Head (1980)

Na 43 jaar vond The Gap Band, bestaande uit broers Robert, Ronnie en Charlie Wilson, het wel welletjes. De Amerikaanse funk- en R&B-band was in 1967 opgericht als de Greenwood, Archer & Pine Street Band – in 1973 verkort tot The Gap Band – en zou uiteindelijk actief blijven tot 2010. Het is goed mogelijk dat The Gap Band je niets zegt, een band die hevig geïnspireerd was door de funk van George Clinton en Earth, Wind & Fire, een stijl waar je ook maar net van moet houden, maar bij de naam Charlie Wilson rinkelt er vermoedelijk wél een belletje.

Charlie Wilson

Was dat niet die gladde R&B-gast die de laatste jaren met vlassnor en al opduikt in liedjes en clips van Snoop Dogg? Juist, híj. Daarover later meer. Groter is de erfenis die met zijn groep naliet met ‘Oops Upside Your Heard’, een van hun grootste hits uit 1979. Je hoeft het nummer niet eens op zetten, je onderbewuste zingt al uit volle borst mee: “Say oops upside your head, say oops upside your head”. Gek, maar ook wel logisch, aangezien het deuntje in zo’n beetje elk decennium is opgedoken. Een overzicht.

Jaren 80

Reggae classic ‘Ravers’ van Steel Pulse begint met een referentie aan de funk van The Gap Band: “Whoops outside your head.” Waarom de ‘oops’ een ‘whoops’ moest worden en waarom die nu ineens buiten in plaats van bovenin je hoofd moest staan, wordt verder niet verklaard.

Steel Pulse – Ravers

Jaren 90

Ook Snap probeerde nog een beetje origineel te zijn en deed dat door de ‘oops’ een extra ‘o’ te geven. ‘Ooops Up’ werd hoe dan ook een hit in 1990 en maakte de beroemde catchphrase uit 1979 groter dan ooit. Wat kon iets dat zo weinig betekende toch heerlijk klinken. Lang leve de jaren 90, lange leve de holle frase.

SNAP! – Ooops Up

Het was overigens ook ergens rond deze tijd dat ‘Oops Upside Your Head’ een Nederlandse variant kreeg, gericht op Feyenoord-keeper Ed de Goeij: “Oe-ah Ed de Goeij, oe-ah Ed de Goeij.” Een klassieker in het positieve keepersliedjesgenre, volgens velen.

Live @ Pinkpop 2007: Say Oe A Ed De Goey

Snoop Dogg zette het nummer in 1995 naar zijn hand en scoorde met ‘Snoop’s Upside Your Head’ een monsterhit. Niet in de laatste plaats omdat hij The Gap Band-zanger Charlie Wilson vroeg het nummer opnieuw in te zingen. Het begin van een samenwerking die nog veel hits zou voortbrengen.

Snoop Dogg Snoops Upside Ya Head (HQ)

Jaren 00

In de jaren 00 leek men het letterlijk gebruiken van de melodie en het ritme van ‘Oops Upside Your Head’ een beetje zat. Maar indirect zorgde het nummer tóch voor nieuwe muziek. De zanger van Daft Punks ‘One More Time’ liet het refrein van The Gap Band bijvoorbeeld links liggen, maar samplede wel als Romanthony diens achtergrondmuziek voor zijn uptempo R&B-song ‘Bring U Up’.

Ondertussen bleven Snoop Dogg en Charlie Wilson elkaar opzoeken. Zo zingt Charlie Wilson in 2003 een beetje mee op op ‘Beautiful’ van Snoop Dogg en Pharrell Williams, een combinatie die er niet was geweest als de rapper en funkzanger niet al tien jaar eerder de microfoon hadden gedeeld voor ‘Snoop’s Upside You Head’. Twee jaar later mag Wilson van Snoop de brug van ‘Signs’ inzingen, de hit waarop ook Justin Timberlake meezingt. Het publiek vindt het prachtig, maar ook Wilson geniet van zijn samenwerking met de jonge garde, de jongens die hem liefkozend ‘uncle’ noemen. Dat zegt hij onder andere in een interview met The Arizona Republic:

“I knew Pharrell before he actually got big. I knew him when nothing was popping for him and he used to have me sing his demos. So I’ve watched him grow into a giant. And he calls me uncle. Same with Snoop. They’ve been calling me uncle for a long time.”

In ‘Signs’ zie je Charlie in al zijn Charlieheid vanaf 2:33, door Justin aangekondigd met “Uncle Charlie, bring it.”

Snoop Dogg – Signs Ft. Charlie Wilson & Justin Timberlake ( Official Video )

De jaren 10

En jawel, ook dit jaar dook ‘Oops Upside Your Head’ ineens weer op. In het superretro ‘Uptown Funk’ verwijzen Bruno Mars en Mark Ronson continu naar funkbands uit de jaren 70, maar leggen ze met de brug “up town funk you up, say uptown funk you up” (2:54) een wel heel duidelijke link naar The Gap Band en hun inmiddels klassieke frase ‘Oops Upside Your Head’. Een tijdloos zinnetje dat uiteindelijk niet meer is dan een excuus om eens flink de beest uit te hangen op de dansvloer.

Mark Ronson – Uptown Funk ft. Bruno Mars

Tags: , , , , , , , , , , , , , ,

nummer van 05/04/2015 door Laurens Collée

‘Strong Man’ van 16 Horsepower

Hel en verdoemenis op Eerste Paasdag

Nadat twittertovenaar Laurens Collée met zijn one man band Stem Long een concert gaf dat alleen via videostreaming op internet te volgen was, besloot hij er een maandelijks terugkerend fenomeen van te maken. Op Uitdeloods.nl kun je iedere eerste zondag van de maand een intiem en uniek internetconcert van wisselende artiesten bijwonen. Vandaag vertelt hij aan de hand van een ultiem paasliedje waarom hij zelf ooit muziek begon te maken.

16 HORSE POWER – STRONG MAN

Mijn jeugd kenmerkte zich niet bepaald door een liefde voor popmuziek. Bij ons thuis werd uitsluitend klassieke muziek gedraaid, psalmen en gezangen, later afgewisseld met wat zoetsappige gospel en U2. Als tiener luisterde ik nog vooral Classic FM en min of meer stiekem Sky Radio. Niet omdat popmuziek verboden was, maar lange tijd was niemand bij ons thuis er kennelijk bijzonder in geïnteresseerd. Pas tegen het eind van de middelbare school leerde ik drie bands kennen die aan het begin stonden van een lange, nog altijd voortdurende muzikale inhaalslag: Radiohead, Kashmir en 16 Horsepower. Ik was toen 17 en er ging een wereld voor me open. Eerder had ik nog nooit echt nagedacht over de muziek die ik hoorde, laat staan aandachtig de teksten bestudeerd. Ik vond het gewoon mooi of niet mooi. Nog altijd vind ik het lastig om op woorden te letten wanneer ik muziek luister, maar de teksten van 16 Horsepower heb ik woord voor woord gelezen.

Hel en verdoemenis

Ik speelde al een tijdje gitaar, voornamelijk in de kerk, toen een vriend ‘Sinnerman’ liet horen in de uitvoering van 16 Horsepower. Nog diezelfde week kocht ik Folklore, hun laatste cd, en niet lang daarna had ik alle voorgaande albums nummer voor nummer gedownload via Kazaa. Nog nooit had ik iets gehoord dat binnenin zo resoneerde als de vurige stem vol hel en verdoemenis van David Eugene Edwards, ruw begeleid op banjo, bandoneon of slidegitaar. Ik was er zo van onder de indruk dat ik ook zulke muziek wilde maken. Dus kocht ik een banjo, mijn vriend een mandoline en samen probeerden we dezelfde soort godvrezende teksten over verdoemde zielen te schrijven, op de duistere klanken van countryfolk. 2 Barrel Shotgun, noemden we onszelf, want het moest allemaal wel een beetje luguber overkomen.

David Eugene Edwards

David Eugene Edwards

Aanklager, rechter en beul

Er zijn weinig liedjes van 16 Horsepower die me niet raken, maar ‘Strong Man’ is er een die zich een pijnlijke weg naarbinnen brandt. Op geen enkel nummer zingt David Eugene Edwards, kleinzoon van een Methodistenpredikant, ons zo woedend toe als hier. Slechts begeleid door een trillende, slepende slide op zijn gitaar, schetst hij ons de laatste seconden van een rechtszaak. Traag plukt hij aan zijn snaren, zijn gitaar in mineur gestemd. De man die berecht wordt, krijgt zonder enige twijfel de doodstraf. Als aanklager, rechter en beul tegelijk spuwt Edwards ons toe dat er geen ontkomen aan is. Elk couplet is genadelozer en de dreiging wordt met iedere zin angstaanjagender. Er lijkt voor deze man geen enkele redding en voor de beul geen moment te verliezen om uit te voeren wat deze man verdient: de galg. Zijn hele leven heeft hij op eigen kracht geleefd, geregeerd met zijn mantel en zijn kroon. De aanklacht? “He is the one who brought down the son.”

Het touw van de galg kraakt

Wie een beetje bekend is met de thematiek van 16 Horsepower zal zo net na Goede Vrijdag al snel doorhebben om welke Zoon het hier gaat. In ‘Strong Man’ staat geen individu terecht, maar een zondige mensheid, waar Edwards zichzelf ongetwijfeld ook toe rekent, “let there be no goddamn doubt.” Hij valt stil, alleen zijn slide beeft op de snaren. Het touw van de galg kraakt, is er echt geen vergeving? Dan valt de band bij en barst hij uit in de woorden van een oude hymne over het bloed van Jezus, dat volgens Edwards’ heilige bijbel op Goede Vrijdag vloeide voor zijn en onze zonden.

There is power
Wonder workin’ power
In the blood of the Lamb
There is power
Wonder workin’ power
In the precious blood of the Lamb

Zonde, schuld en berouw

David Eugene Edwards preekt nu als Wovenhand nog altijd met hetzelfde vuur in zijn stem, maar 16 Horsepower ging vlak nadat ik ze leerde kennen uit elkaar. De banjo heb ik nog steeds en al speel ik er nauwelijks meer op, ik zal nooit vergeten dat ik door David Eugene Edwards zelf liedjes ben gaan schrijven. De man die, zo blijkt uit dit liedje, ondanks zijn gitzwarte wereldbeeld en zijn muziek doordrenkt van zonde, schuld en berouw, nooit is vergeten wat de hoopvolle betekenis van Pasen is.

Tags: , , , , , , , , ,

-->