nummer van 25/03/2015 door

‘In This World’ van Moby

Een verjaardagscadeau voor Aretha Franklin

Moby – In This World [HQ]

Op de verjaardag van soulkoningin Aretha Franklin is het leuk een onderwerp te hebben waar zij en ik over konden praten, in het geval we elkaar vandaag zouden tegenkomen. We zouden het bovendien grondig eens zijn over dit onderwerp. Na Franklin toevallig tegen het lijf te lopen, zou ik haar meenemen naar de kroeg en natuurlijk eerst proosten op haar mooie leeftijd. Daarna zou ik beginnen over Jackie Verdell. “Hoe kan het dat ze niet bekender is geworden?” “Ik ben zo blij dat je daarover begint, Gabriela,” zou Franklin zeggen. “Heb je mijn autobiografie toevallig gelezen? Daarin schrijf ik al over Verdell. Ze is waarschijnlijk de meest onderschatte soulzangeres allertijden.” Ook daar zouden we op proosten.

Wie Jackie Verdell ooit gehoord heeft, is het ongetwijfeld met Franklin en mij eens en zou bij dezen van harte uitgenodigd zijn zich bij ons gesprek te voegen. Verdell is een fenomenale zangeres die al op jonge leeftijd indruk maakte in gospelkoren. Op haar vijftiende leek haar carrière van de grond te komen en voegde ze zich bij de populaire gospelgroep The Davis Sisters. The Davis Sisters, opgericht in 1945, stonden erom bekend het dak van de kerk eraf te laten gaan tijdens optredens. Gepositioneerd rondom één microfoon, creëerden de zangeressen een ongebruikelijk vol geluid, waardoor hun energieke en extreem soulvolle zang het publiek steevast omver blies. Verdells krachtige mezzo-sopraan was een geniale toevoeging. Luister hieronder naar ‘Lord, Don’t Leave Me’ en probeer je voor te stellen hoe moeilijk het zou zijn om rustig op je kerkstoeltje te blijven zitten.

The Famous Davis Sisters: Lord Don't Leave Me By Myself

De bluesy piano van sister Ruth, het orgeltje en Verdell die God met die prachtige scheur in haar stem smeekt haar niet alleen te laten, is onweerstaanbaar. Het verbaast niets dat Verdells zang decennia jaren later artiesten nog inspireerde tot het maken van nieuwe muziek. Moby, sample-tovenaar van de jaren 90 en 00, deed wat hij niet laten kon.

Moby’s ‘In This World’ verscheen in 2002 op zijn album 18. Hij verhoogde Verdells stem een paar tonen en knipte wat in de zinnen om de zang aan te laten sluiten op zijn nummer. Om de oorspronkelijke boodschap van het liedje goed te begrijpen, moet je dus teruggaan naar het origineel. “Lord, don’t leave me, in this world, all by myself”. Een nogal tragische tekst, wanhopig bijna. Op de versie van The Davis Sisters geeft de orgelpartij er een positieve draai aan, terwijl Moby ervoor kiest te zwelgen in de wanhoop. De melancholische synthlaag en mineurakkoorden versterken dat gevoel en geven Verdells intense zang nog meer drama. Haar uitroep op 3:15 gaf zonder Moby al kippenvel, maar op Moby’s ‘In This World’ is het hartverscheurend.

Nu ik erover nadenk, lijken de stemmen van Jackie Verdell en Aretha Franklin veel op elkaar. Misschien is dat ook een reden waarom Franklin zich het lot van Verdell zo aantrekt. In een gedachte-experiment kan ik me voorstellen dat het Franklin is die in de jaren vijftig bij de Davis-zussen zong en op Moby’s ‘In This World’. Zo is het echter niet gelopen. In de jaren zestig stapten beide zangeressen uit de gospelscene om naam te gaan maken in de popmuziek, maar werd alleen de jarige Job daar succesvol mee. Verdell overleed in 1991 zonder een grote hit op haar naam. Pas tien jaar na haar dood klom ze dankzij Moby weer in de hitlijsten. Zou Franklin die versie ook kennen? Misschien zouden we het ook daarover kunnen hebben.

Tags: , , , , , ,

nummer van 24/03/2015 door

‘It’s A Fine Day’ van Jane

Beter dan je je voor kunt stellen

Jane – Its A Fine Day – (Official Video, 1983)

De zondagavond brengt de laatste tijd mooie blikken op het leven buiten onze landsgrenzen, met dank aan de VPRO die een fraaie serie documentaires op de programmering heeft staan. Eergisteren begon Bloedbroeders (over de Armeense genocide) dat net als Onze Man In Teheran (over het dagelijks leven in Iran) een paar weken terug gelijk al met veel waardering werd ontvangen. Daartussen zat er nog een serie dichter bij huis die misschien wat minder stof deed opwaaien, maar minstens zo fascinerend was: Het Groot-Brittannië Van.

In vijf afleveringen leggen verschillende Britten uit hoe zij tegen de streek aankijken waar ze vandaan komen, van Londen tot Schotland en van Wales tot de Midlands. Prachtig en een absolute aanrader om terug te kijken, maar vandaag gaat het over het nummer waar elke aflevering mee opent: ‘It’s A Fine Day’ van Jane.

Jane - It's A Fine DayOnaanraakbaar

Een nummer dat me bij het horen direct bekend voorkwam, maar toch kon ik het niet plaatsen. Bij nader onderzoek bleken er vele covers van te bestaan, waarvan de houseversie van Opus III uit 1992 zich tijdens een of andere puberdisco ongetwijfeld ergens in mijn hoofd genesteld heeft. Dat alle covers die ik tot nu toe hoorde werkelijk niets toe weten te voegen aan een a capella gezongen nummer is op zijn minst bijzonder te noemen.

Als je de oorspronkelijke versie van Jane luistert, hóór je de muziek er bijna bij, zo muzikaal is het gezongen. Waar die muziek uit zou bestaan weet ik niet, maar het klinkt simpelweg alsof de zangpartij is losgescheurd van een bestaand stuk muziek dat prachtig moet klinken. Maar nee, het werd in 1983 a capella opgenomen en was in eerste instantie niet meer dan een gedicht.

Onheilspellende naïviteit

Dat gedicht werd geschreven door Edward Barton, een dichter, kunstenaar en artiest uit Manchester. De zangeres Jane, die als uitvoerende artiest wordt opgevoerd, is zijn vriendin en sinds de vroege jaren tachtig experimenteert het duo met poëzie en muziek. Er zit een soort kinderlijke naïviteit in die bijvoorbeeld ook terug te horen is bij Daniel Johnston, zonder dat het geforceerd of bedacht klinkt. Sterker nog, het heeft eerder iets onheilspellends.

Dat vonden ze in Japan ook, waar het nummer de oorsprong was van een urban legend. ‘It’s A Fine Day’ werd in de jaren tachtig gebruik voor een aantal commercials van Kleenex, waarin een vrouw in het wit naast een als demoon uitgedoste peuter zit. Kijkers vonden nogal een verontrustend tafereel en al snel doken er verhalen op dat de complete crew in de jaren na de opnames zou zijn overleden en dat actrice Keiko Matsuzaka in het gesticht zou zijn beland. De tekst die in het nummer gezongen wordt zou een oude Duitse vloek zijn.

Japanese baby ogre kleenex commercial

Opvallend genoeg werd het nummer in 1983 nog een aardige hit. BBC-dj John Peel kreeg de in eigen beheer uitgebrachte opname in handen en draaide het op de radio. Vervolgens zag label Cherry Red Records er wel iets in, waarna het de rechten bemachtigde en het nummer op grote schaal uitbracht. Het belandde uiteindelijk op nummer 5 in de Britse Indie Chart. Barton bleef als kunstenaar experimenteren, onder andere met muziek. Dat leverde hem verder weinig hits op, al wist hij de melodie van ‘It’s A Fine Day’ nog wel een keer slim uit te lenen aan Kylie Minogue.

Tags: , , , , , , , , , ,

nummer van 23/03/2015 door

‘Seinfeld Theme Song’ van Jonathan Wolff

Het verhaal achter het beroemde basloopje

Het internet is zo gaaf. Dat bleek dit weekend maar weer, toen ene Jack Dudley een geniale mashup op zijn soundcloudprofiel plaatste: ‘King Kunta’ van Kendrick Lamar – sinds afgelopen zaterdag constant in mijn hoofd – op de theme song van Seinfeld.

Die theme song van Seinfeld, dat is natuurlijk een verhaal op zich. En nu wil het toeval dat de componist van dat deuntje, Jonathan Wolff, vorige week werd geïnterviewd door Noisey. Hij onthult daar het verhaal achter de compostie en hoe hij en Jerry Seinfeld samenwerkten.

Slap bass

Hoe kan een gek basloopje uitgroeien tot de meest iconische theme song in de geschiedenis van sitcoms? Jonathan weet het niet. Met zijn slap bass zorgde hij in ieder geval voor oproer in de sitcom-muziekwereld. Toen het succes eenmaal evident was, regende het klachten van andere componisten:

I got complaints. [Laughs] From other composers going, “Yeah, great, thanks Wolff, now I can’t even use the slap bass. It’s not like you invented the slap bass.

Wolff heeft de slap bass natuurlijk niet bedacht, benadrukt hij. Sly Stone gebruikte het al veel langer, net als Bootsy Collins. Maar Wolff maakte het wel populair op televisie. De begindeuntjes voor sitcoms waren tot dan toe namelijk bijzonder melodisch geweest, vergezeld door gezellige saxofoonpartijen en lollige tekstjes. Ook Wolff schreef dat soort deuntjes voor Who’s the Boss?, Married With Children – totdat The Seinfeld Chronicles op zijn pad kwam, zoals de pilot destijds werd genoemd. Die bekijk je trouwens hieronder:

Eigen signatuur

Het moest dit keer anders. De opzet was er ook naar: Jerry Seinfeld wilde, zo besprak hij met Wolff aan de telefoon, elke aflevering beginnen in een kleine club, waar hij als stand-up komiek het thema zou introduceren. Daaronder moest muziek. Iets met een eigen signatuur, herkenbaar, een beetje gek en eigenzinnig. Wolff ging ermee aan de slag:

Every monologue was going to be a variation on the theme. So whatever I did, I needed to architect it modularly so that it could be shiftable, changeable, like Lego music. It needed to not conflict with his voice. His human voice was really organic. It wasn’t a trumpet or a clarinet. It was a human voice. So I chose to build this percolating rhythm, this New York groove, using the organic human sounds from my lips and tongue. So we’re already into a different species and genus of music. On TV at least.

Die ‘organic human sounds’ werden de basis voor de compositie; Wolff nam ze op en samplede ze. In de televisie-industrie was dat nog niet echt gebruikelijk, samplen.

…[I]t was sampled, as were the lips and the tongues and clicks and things, so that I could do super human lip stuff. And super human bass licks for transitions. There were things like pulls and bends that a real bass, even my six-string, couldn’t do. It was a more efficient, more flexible, stronger, better to do it that way.

How to Play: Seinfeld Theme – Slap Bass Line [with TABS]

Variaties

Werkelijk bijzonder is dat Wolff variaties op het thema maakte zodat elke stand-up scène een eigen opening kreeg. Steeds weer een ander basloopje, ten faveure van de grap.

…the theme for each week’s episode was unique. Jerry provided the meat of the song with his opening monologue, and Wolff played a different variation along to it each time.

Seinfeld

Wolffs tune mocht Jerry’s stem niet in de weg staan, daar kwam het op neer. De baslijn die hij verzon, conflicteerde dan ook niet met Jerry’s stand-up. Het meanderde er vrolijk onderdoor, zonder rekening te hoeven houden met eventuele pauzes en grappen. Perfect dus. Maar de slap bass was nooit eerder gebruikt als solo-instrument en niet iedereen snapte welke toegevoegde waarde die kale, excentrieke sound had voor Seinfeld.

So when it showed up as his theme song, Jerry liked it, Larry liked it. Not everybody was open to such rule-breaking. Such risk taking. There were calls from producers.

Het was even spannend, zoals het altijd spannend kan zijn in zo’n eerste fase van een programma dat nog vorm moet krijgen en een publiek moet opbouwen. Gelukkig was er genoeg vertrouwen tussen Jerry, de producenten en Wolff, die net als de rest zijn taak uiterst serieus nam.

Geluk

Jonathan Wolff heeft er uiteindelijk veel van kunnen profiteren gedurende zijn carrière, maar weet ook dat hij geluk heeft gehad, toen zijn vriend en komiek George Wallace hem voorstelde aan Jerry Seinfeld. Wie ook was gevraagd voor de muziek: zijn of haar carrière had hoe dan ook een vlucht genomen, zegt hij in een ander interview:

I just happened to be sitting in the right seat at the right time, in the right vehicle, and yes, it helped my career a lot.[1]

  1. [1] Bron.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 22/03/2015 door Hans Wetzels

‘London Calling’ van The Clash

Gewoon nog een keer!

Hans Wetzels is naast journalist voor bladen als De Groene Amsterdammer en OneWorld ook nog steeds gewoon een punkrocker. Hij was een van de oprichtende leden van de Limburgse punkrockformatie Progress, speelde bas in hardcoreband Ten Threats en bast tegenwoordig in The Minority. Verder schrijft hij recensies voor muziekportaal KindaMuzik en is nog steeds een enthousiast grootverbruiker van muziek.

The Clash – London Calling

Muziek moet iets met je doen. Slechte popmuziek die alleen maar wordt gemaakt met bakken pecunia in het achterhoofd is er al genoeg. De rauwe energie van punkrock kan het verschil maken.

Volwassen worden

Toen ik op mijn vijftiende in het verre Zuid-Limburg voor het eerst op een punkconcert terechtkwam heeft dat mijn leven veranderd. Eerlijk waar. Sindsdien hebben de idealen, de waarden en de normen die in de punkrockgemeenschap gemeengoed zijn me blijvend richting gegeven. Ik ben op toer geweest, heb platen gekocht en uitgebracht, en vrienden gemaakt die ik anders niet gemaakt zou hebben. Omdat de standaard ingeslapenheid van het burgermansbestaan opeens niet meer interessant was en omdat de muziek me harder tot zich riep dan de vinexwijk. Nu ik de dertig gepasseerd ben en vanuit Amsterdam een bestaan als reizend journalist leid, is mijn muzieksmaak uiteraard wat verder geëvolueerd dan de drie akkoorden en een heleboel pleurisherrie die ik in vroeger jaren redelijk exclusief luisterde. Als ik thuis een boek zit te lezen luister ik graag naar jazzgrootheden als Miles Davis of Art Blakey. En als ik naar mijn wereldkaart sta te staren om alweer een of ander reisplan uit te dokteren mag ik graag naar wereldmuziek luisteren, zoals bijvoorbeeld de Malinese groep Tinawiren. Toen ik een tijd geleden werd gevraagd om een jaarlijst op te stellen heb ik daar toen zelfs de nieuwe plaat van Bruce Springsteen ingezet. Ik kan tegenwoordig met mijn vader over muziek keuvelen.

The-Clash1

Inspiratie

Maar toch. Als ik op zoek ben naar echte inspiratie, dan eindig ik toch meestal toch weer bij punkrock. Bij bands als Bad Religion, Dead Kennedys of The Clash. Punkrock is als een virus waar je maar moeilijk vanaf komt. Want voor wie het even niet meer ziet zitten, of zich verlaten voelt in het mondiale dorp dat onze wereld nou eenmaal geworden is, schrijven tekstdichters als Joe Strummer, Jello Biafra of Greg Graffin toch de mooiste onheilspoëzie denkbaar. Het belang dat The Clash heeft gehad voor het punkrockgenre is daarbij maar moeilijk te overschatten. De rauwe energie en de onverholen politieke lading zorgen ervoor dat ik van de muziek van The Clash steeds het gevoel krijg dat ik niet helemaal remi ben in de wereld. Dat mijn ideeën over wat goed is en wat fout, niet uit het niets zijn komen vallen. En dat je toch echt beter zelf de dingen kunt aanpakken dan wachten totdat iemand iets voor je gaat doen. Ik vind in Joe Strummer een leermeester die me keer op keer duidelijk maakt dat ik deel uitmaak van iets groters. Van een langere traditie van vrijdenkers die zich geroepen voelen om iets te zeggen over wat dan ook op dat moment belangrijk is. Londen roept me keer op keer weer. Maar het is niet alleen die stad die roept. Het is de wereld zelf die het uitschreeuwt. En dit nummer is de soundtrack. De muzikale ruimtelijkheid van `London Calling´, het bijtende cynisme van de woorden van Strummer zelf en het basloopje dat zich in mijn hersenpan vastkleeft. Zo maak je een nummer.

The ice age is coming, the sun’s zooming in. Meltdown expected, the wheat’s growing thin. Engines stop running, but I have no fear. ‘Cause London is drowning and I live by the river.

Muziek moet iets doen met je. Een favoriet nummer is natuurlijk aan constante verandering onderhevig voor een muziekliefhebber die steeds nieuwe artiesten leert kennen en tegelijkertijd het oude herontdekt. Maar mijn liefde voor The Clash blijft over de jaren heen toch verbazend constant.

Tags: , , , ,

nummer van 21/03/2015 door

‘King Kunta’ van Kendrick Lamar

Alles laten vallen en funken

By the time you hear the next pop, the funk shall be within you

‘King Kunta’ is met afstand de grootste banger op Kendrick Lamars nieuwe album To Pimp A Butterfly, dat deze week ineens volledig op internet stond. Dat Lamar zich voor het album had laten inspireren door de jazz van Miles Davis en de funk van Parliament, had hij in interviews al laten doorschemeren. Dat dat tot zo’n ultiem funky track als ‘King Kunta’ kon leiden, is echter een grote verrassing. Het nummer valt niet alleen op tussen To Pimp A Butterfly, maar doet bovendien héél veel hiphop van de laatste vijftien jaar compleet vergeten. Lamar kroont zichzelf from a peasant to a prince tot een motherfuckin’ king, maar relativeert dat hiphopkoningschap meteen door een vergelijking met de mythische slaaf Kunta Kinte. Een statement met geschiedenis: Kendrick Lamar was ooit helemaal niets, en is nu heel veel.

Bitch where you when I was walkin’?
Now I run the game got the whole world talkin’, King Kunta
Everybody wanna cut the legs off him, Kunta
Black man taking no losses

Dat beat tho

g1406900921534552871 Lamar vertelt het verhaal van zijn koningschap aan de hand van iconen uit de zwarte Amerikaanse geschiedenis: van Kunta Kinte via Richard Pryor naar James Brown naar Michael Jackson naar Compton en naar zichzelf. Scherp en vernuftig, zoals we eigenlijk al lang van hem gewend zijn. Toch is het de beat waarmee ‘King Kunta’ meteen je aandacht grijpt. Een funky baslijn die doet denken aan DJ Quik, een gitaar die rechtstreeks van een p-funkplaat had kunnen komen. Zo’n beat die je weer eens doet beseffen dat hiphopartiesten hun inspiratie uit véél meer dan alleen hiphop halen. Zo’n beat waar je direct alles voor zou willen laten vallen. Zo’n beat waardoor je vergeet dat je niet kan dansen. Ik althans. Zo’n beat waardoor een massa hiphopfans op Rap Genius spontaan GIFjes en video’s begon te plaatsen. Zoals deze:

Damn when that guitar kicks in, the song just goes in. Dat funk be like

En deze:

Of deze:

kanye dancing to the song king kunta

En deze is ook heel leuk:

En haha, deze natuurlijk:

Meer luisteren?

Koning Kendrick Lamars To Pimp A Butterfly verschijnt aanstaande maandag op cd en is nu al online te beluisteren op Spotify en iTunes. Een vinyl-release is nog niet aangekondigd.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 20/03/2015 door

‘You Goin’ Miss Your Candyman’ van Terry Callier

Te vroeg gepiekt, te laat gebloeid

Terry Callier – You Goin' Miss Your Candyman

De Cabrini–Green Homes leken in 1942 het perfecte antwoord op een groeiende vraag naar woningen in een druk gebied met weinig ruimte, zoals het noorden van Chicago destijds was. Zo’n 15.000 mensen vonden er een plek om te wonen, maar perfect was het er allerminst.

Armoede, werkloosheid en gangs maakten er de dienst uit, vuilnis en kakkerlakkenplagen bepaalden het straatbeeld. Geen plek waar je als jong ventje het idee krijgt dat de wereld voor je open ligt, maar toch waren er in deze achterstandsbuurt vier bevriende jongens die met hun muziek diezelfde wereld zouden gaan veroveren.

Jong talent

Curtis Mayfield en Jerry Butler oogstten al vroeg succes met hun legendarische groep The Impressions, om daarna solo hun paden te vervolgen. En ook Ramsey Lewis zou als jazzpianist een mooie carrière tegemoet gaan. De vierde jongen, Terry Callier, was muzikaal gezien zeker zo getalenteerd maar zou qua roem altijd achterblijven op de drie jongens met wie hij in het noorden van Chicago opgroeide.

Aanvankelijk zag het er goed uit voor de jonge Terry. Hij was pas zestien toen hij op het befaamde blueslabel Chess Records zijn eerste single ‘Look At Me Now’ uitbracht.

Terry Callier – Look At Me Now

De single opende de deuren naar een muzikale carrière en Callier mocht op tour met Etta James en Muddy Waters. Van zijn label tenminste, want zijn moeder dacht daar heel anders over. Ze betrapte hem terwijl hij in zijn slaapkamer zijn tas aan het inpakken was en sleepte hem zo ongeveer aan zijn oren weer terug naar de schoolbanken.

Terry_Callier_-_The_New_Folk_Sound_Of_Terry_CallierZijn eerste podiumervaring deed Callier daarom op in verschillende clubs en kroegen in Chicago. Via John Coltrane begon de jazz een steeds grotere invloed op hem te krijgen en zo kwam hij voor het uitbrengen van zijn debuutalbum in 1964 terecht bij jazzlabel Prestige Records. Geïnspireerd door Coltrane bouwde hij The New Folk Sound Of Terry Callier voornamelijk op rond het geluid van twee contrabassen en twee akoestische gitaren, waar hij voor een 19-jarige jongen een onvoorstelbaar rijke sound mee creëerde.

Kolder in de kop

Een debuut van zulke uitzonderlijke kwaliteit leek de perfecte springplank naar de succesvolle carrière die op zijn zestiende door zijn moeder in de kiem was gesmoord. Dat was het ongetwijfeld ook geweest als producer Samuel Charters vlak voor de release niet de kolder in zijn kop had gekregen. Hij nam de opnames mee op een spirituele ontdekkingstocht in de Mexicaanse woestijn en zou de komende drie jaar doorbrengen bij de Yaki-indianen. Na die periode kwam het album alsnog uit zonder dat Callier of iemand anders er weet van had. Zijn broer zag de plaat toevallig eens liggen in een tweedehandswinkel.

Callier laat zich er niet door uit het veld slaan en blijft platen opnemen en toeren. In totaal verschijnen er maar liefst zes albums van zijn hand in de jaren zeventig, de een nog mooier dan de ander. Gekoesterd door de liefhebbers, maar op een of ander manier nooit omarmd door het grote publiek. In 1983 komt Calliers dochter bij hem wonen en besluit hij te kiezen voor de zekerheid van een vaste baan: hij wordt computerprogrammeur aan de universiteit van Chicago.

Terry Callier

Herontdekt in Londen

Hij raakt zijn gitaar jarenlang niet meer aan en zo had zijn stempel op de muziekgeschiedenis vaag en bescheiden kunnen blijven. In 1990 hoort hij echter van Eddie Piller, destijds de baas van het Londense Acid Jazz-label, dat zijn muziek is herontdekt in de lokale soul en jazz scene. Zijn platen blijken ware collector’s items geworden.

Callier komt verder nog meer in de aandacht als de Britse hip hop-groep Urban Species zijn ‘Your Goin’ Miss Your Candyman’ samplet in een samenwerking met MC Solaar op de de single ‘Listen’. Drie jaar later gaat hij een samenwerking met de groep aan en volgen projecten met andere Britse artiesten als Beth Orton en Paul Weller. Zijn baan als programmeur is intussen wegbezuinigd en zo blijkt hij met zijn muzikale talent alsnog prima in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat doet hij dan ook met veel plezier, verschillende tournees en een paar uitstekende albums, voordat hij op 27 oktober 2012 overlijdt.

Urban Species Feat. MC Solaar – Listen

 

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , ,

nummer van 19/03/2015 door

‘Ballad Of The Ship Of State’ van David Ackles

Als Costello het goed vindt...

David Ackles – Ballad of the ship of state

Je hebt er als muzikant geen bal aan als een vooraanstaand collega je na je dood nog eens flink prijst. “Het is mij een raadsel waarom zijn prachtige liedjes niet bekender zijn”, zei Elvis Costello nadat zanger en muzikant David Ackles was overleden. Maar de liefhebber heeft er wel iets aan, want zonder bijvoorbeeld een Costello was ik nooit in aanraking gekomen met David Ackles.

Ackles was een Amerikaanse singer-songwriter en kindacteur die leefde van 1937 tot 1999. Van 1968 tot en met 1973 maakte hij vier sterke albums. Zijn muziek klinkt als een bonte mix tussen prachtige ballades, wilde dronkemansliederen, verhalend, theatraal, vaudeville-achtig, geïnspireerd door het bonte leven van kunstenaars uit die tijd. Het is wild en spannend, maar soms ook intiem en breekbaar. Voor die tijd is het denk ik ook vrij ‘gekke’ muziek: geen rock, geen folk, geen pop, maar veel artistieker.

Ackles was al vroeg muzikaal actief, samen met zijn zus bijvoorbeeld. Hij had zijn zinnen gezet op een muzikale carrière. Na zijn studie had hij verschillende baantjes om de eindjes aan elkaar te knopen. In zijn vrije uren schreef hij muziek voor allerlei verschillende doeleinden: musical, ballet, koor, enzovoort. Het liet toen al zien dat hij zich niet voor één stijl of vorm laat vangen.

Hoogtepunt in zijn kleine maar nogmaals, sterk, oeuvre is zijn derde album, American Gothic (1972). Producer van de plaat is Bernie Taupin, de schrijver van Elton John. Hij zegt het erg mooi: “Het was anders dan anderen uit die tijd en er zat een donkere kant aan zijn werk waar ik door aangetrokken werd.”

da

Artistiek was de plaat een succes. Critici prezen American Gothic: een mijlpaal in de popmuziek, een nieuwe richting, een belangrijke artiest die genres overstijgt. Maar de verkoop bleef ver achter bij de positieve besprekingen. De hoge verwachtingen en het achterblijvend commercieel succes maakten Ackles dan ook erg onzeker. Hij werkte aan een opvolger, maar het gros van zijn ideeën verdween alweer snel in de prullenbak. Het leverde het beheerste Five And Dime (1973). Maar tegen de tijd dat die plaat verscheen, waren zijn vrienden bij het label ontslagen. Succes bleef wederom achter, het label verlengde Ackles’ contract niet en dat was het voor de zanger. Hij had er geen zin meer in.

Ackles legde zich daarna toe op het componeren van muziek voor anderen en het schrijven voor theater en tv, totdat een autoongeluk roet in het eten gooide. Daarna gaf hij onder andere nog les, totdat hij op 62-jarige leeftijd overleed aan longkanker.

Terug naar American Gothic. Het is een fantastische plaat. Ik zei al hoe bont de mix is die je hoort nadat je de naald op het vinyl legt. Daarom laat ik je vandaag ‘Ballad Of The Ship Of State’ horen. Het nummer geeft een heel goed beeld van wat je kunt verwachten op dit album. Verschillende sferen, wild, klein, het zit er allemaal in. Dan kun jij straks vertellen wat voor een prachtige liedjes Ackles maakte. Niet dat hij er nog iets aan heeft, maar misschien een liefhebber die hem niet kende wel.

Tags: , , , , , , , , , , ,

-->