nummer van 14/08/2014 door

‘Second Family Portrait’ van Rachel’s

Muziek voor een kunstenaar

Rachel's – Second Family Portrait

De Oostenrijkse kunstenaar Egon Schiele (1890-1918) is niet oud geworden. Op 28-jarige leeftijd overleed hij aan de Spaanse griep, drie dagen nadat zijn vrouw Edith daar ook al aan was overleden. Die laatste dagen tekende hij verschillende portretjes van zijn stervende vrouw, die tot overmaat van ramp ook nog eens zes maanden zwanger was. Het was een dramatisch eind van een kort en evenzo vreemd en tragisch leven.

Egon Schiele, 1918

Egon Schiele, 1918

Een korte opsomming: Egons vader stierf als een krankzinnige toen Egon vijftien was. Een van zijn zusjes stierf op jonge leeftijd. Met een andere zus, Gerti, had Egon een incestueuze relatie. De relatie met zijn moeder was volledig liefdeloos. Met zijn eerste vriendin Wally woonde hij ongetrouwd samen en ze werden daarom verjaagd uit hun toenmalige woonplaats. Als jonge kunstenaar liet hij veel te jonge meisjes naakt poseren. Hij beeldde de meisjes masturberend af en moest daarvoor een tijdje de gevangenis in.

Turbulent dekt de lading niet, maar je krijgt een beeld van zijn leven. Het was sowieso een roerige tijd en tijdens de Eerste Wereldoorlog moest Schiele in dienst. Hij vocht niet aan het front, zat op kantoor, maar van zijn kunst kwam niks terecht in die tijd. Toch heeft hij in die korte tijd zijn stempel gedrukt.

Het bekendste van Schiele zijn zijn vervreemdende schilderijen en tekeningen van mensen, waaronder veel zelfportretten. Zijn geschiedenis speelt dikwijls een rol in zijn werk en zichzelf zet hij ook op genadeloze wijze neer.

Music For Egon Schiele, 1996

Music For Egon Schiele, 1996

Dansvoorstelling

Zijn levensverhaal is voer voor anderen om er iets mee te doen. Dat is dan ook vaak gebeurd; van films over zijn leven tot personages in boeken gebaseerd op Schiele. In 1995 voerde theatermaker Stephan Mazurek de dansvoorstelling Egon Schiele op die hij maakte over het leven van de kunstenaar. Voor die dansvoorstelling componeerde Rachel’s de muziek die in 1996 uit werd gebracht als het album Music For Egon Schiele. En dat is nou de plaat die ik gisteravond ineens uit het niets opzette. In geen tien jaar naar geluisterd, het stof tot diep in de binnenhoes van de plaat, en geen enkele reden waarom ik hem zou gaan luisteren. Want ik was eigenlijk op zoek naar een plaat van Sun Ra om te draaien.

Een leven in songtitels

De band uit Louisville, Kentucky is beïnvloed door de minimalistische muziek van de twintigste eeuw en de van films bekende componist Michael Nyman.

Music For Egon Schiele is een stemmig geheel van piano, cello en viool. De titels van liedjes vormen samen eigenlijk het hele levensverhaal van Schiele: van het eerste familieportret (‘Family Portrait’) en de liefdesrelatie met zijn zusje (‘Egon & Gertie’), via de relatie met zijn eerste vriendin Wally en het schilderen van de jonge modellen (‘Wally, Egon & Models In The Studio’), naar het einde met zijn vrouw Edith (‘Egon & Edith’). Het is een liefdevolle plaat die het dansstuk waarschijnlijk hartstikke mooi muzikaal ondersteunde (geen idee hoe de voorstelling eruit zag verder).

Family, Egon Schiele, 1918

Family, Egon Schiele, 1918

Bovenstaand nummer, ‘Second Family Portrait’, sluit de plaat af. Het is een frappante titel eigenlijk, want Schiele heeft voor zover ik kan overzien, één familieportret gemaakt. Dat was op het einde van zijn leven en het werk was ook niet af toen hij stierf. Het is een zelfportret van hem en zijn vrouw. Het kleine kindje is een neefje van Schiele. Samen laat het de familie zien die Schiele in het echt nooit zou hebben.

Nog een te vroege dood

Schiele’s leven is niet de enige tragedie in dit verhaal. Toen ik gisteravond de plaat draaide en naar wat achtergrondinfo zocht, kwam ik er achter dat oprichter van Rachel’s, Jason Noble, in augustus 2012 overleed aan kanker. Hij werd 40 jaar. Hij speelde meer dan de helft van zijn leven in bands; van punk tot de minimalistische muziek van Rachel’s. Het is dan toch de wat wrange en toevallige synchronie van twee kunstenaars uit verschillende eeuwen die te jong sterven, wiens creativiteit met elkaar was verbonden, dat een plaat als deze dan net ietsje meer indruk maakt.

Tags: , , , , ,

nummer van 13/08/2014 door

‘You Don’t Own Me’ van Lesley Gore

Het meisje dat voor zichzelf en alle vrouwen zong

Lesley Gore – You Don't Own Me (HD)

“It’s my party and I cry if…”-je weet wel wanneer. Iedereen weet wel wanneer. Lesley Gore was pas zestien toen haar liedje ‘It’s My Party’ een wereldwijde hit werd. Een jaar later, en een aantal hits verder, kwam ze terug met ‘You Don’t Own Me’, een liedje waarin haar persoonlijkheid nog meer ging schijnen, net als in de video hierboven.

Bedankt Quincy Jones

Het zou leuk zijn te geloven dat de New Yorkse Lesley Gore ontdekt werd op een verjaardagsfeestje, maar in die marketingtruc trappen we niet meer. In tegenstelling tot wat er op de hoes van haar album I’ll Cry If I Want To (1963) stond, was Gores doorbraak er een waarin hard werken en geluk een even grote rol speelden. Lesley Gore was van kleins af aan al bezig met muziek en volgde al lange tijd zanglessen toen een neef haar op een dag opbelde om te vragen of ze in zijn band wilde invallen. Op de avond van het eerste optreden hoorde de baas van Mercury Records, die eigenlijk voor een andere band gekomen was, haar zingen. Hij was het die haar niet veel later aan producer Quincy Jones voorstelde.

Om een zo goed mogelijk eerste album samen te stellen, spitten Gore en Jones samen honderden singles door die qua sfeer en bereik in Gores straatje zouden passen. ‘It’s My Party’ haalde het nog net tot de “misschienstapel”, maar werd uiteindelijk dankzij Jones alsnog als eerste single uitgekozen om Phil Spector er met zijn Ronettes niet met de eer vandoor te laten gaan. Daarmee maakte Jones een van de belangrijkste keuzes uit Gores muzikale loopbaan;  ‘It’s My Party’ lanceerde Gores carrière en ergens ook al haar stijl.

Na ‘It´s My Party’ kwamen nummers als ‘She’s A Fool’, ‘If That’s The Way You Want It’ en in 1964 ‘You Don´t Own Me’ uit. De titels zeggen veel over hoe Gore zich als jonge vrouw positioneerde in de sterk door mannen gedomineerde maatschappij van haar tijd. Meisjes vonden bij haar een stem die ze niet vaak elders in popmuziek hoorden en volwassenen stonden versteld van haar houding die ze voorzichtig als feministisch bestempelden. Het was nog maar het begin van Gores inspanningen voor de emancipatie van vrouwen, een zaak waar ze zich naast haar muziek nog steeds voor inzet. Op beeld waren alle aanwijzingen daarvoor vijftig jaar geleden al duidelijk aanwezig.

Het T.A.M.I.-optreden

Gores optreden in de video bovenaan die stuk is ongelooflijk; ze belichaamt de tekst van ‘You Don’t Own Me’ op zo’n natuurlijke manier dat je er geen seconde aan hoeft te twijfelen of ze erachter staat of niet. De jonge vrouw begint nog timide, maar eindigt als een koningin. Als ze het podium oploopt, laat ze zich nog imponeren door de grootte van de zaal, maar dan lacht ze naar het publiek, maakt ze haar lippen nat, schraapt ze even haar keel en duikt ze in een keer in haar rol.

“You don’t own me…” – ze blijft lekker hangen op het woordje “own’, alsof dat de sneer naar de jongen(s) in kwestie nog net iets scherper maakt. De noten zijn zo laag dat ze ze nauwelijks haalt, maar haar blik is er een van pure determinatie. Op 0:32 neemt de orkestratie in intensiteit toe en Gore kan eindelijk in een voor haar gemakkelijker bereik zingen. Ze is volledig in haar element. Dan zakt het weer terug naar het lage couplet, waar Gore duidelijk maakt niet als een popje behandeld te willen worden. Ondanks de harde uitspraken, laten haar ogen steeds een kleine lach ontsnappen, een teken van de zelfverzekerdheid die ze al in zich droeg, in ieder geval wat betreft de boodschap die ze uitdraagt met ‘You Dont’t Own Me’.

I’m young and I love to be young
I’m free and I love to be free

Wie niet? Lesley Gore is nergens in ‘You Don’t Own Me’ agressief of boos, alleen vastberaden en oprecht. Het is de perfecte manier om haar liedje te zingen en haar ideeën kenbaar te maken. Dat had ze als zeventienjarige al begrepen.

Tags: , , , , , , ,

nummer van 12/08/2014 door

‘Springful’ van Adult Jazz

Soms gaat het juist om wat je niet hoort

Adult Jazz – Springful

Je bent er maar mooi klaar mee als nieuw bandje anno 2014. Alle muzikale stijlen lijken al oneindig vaak opnieuw uitgevonden en tegelijkertijd zijn de technologische mogelijkheden om muziek te maken nog nooit zo groot en binnen handbereik geweest. De ambitie om met een geluid te komen dat niemand ooit eerder maakte lijkt dan ook onrealistisch, maar toch zijn er elk jaar wel een paar bands die er verdomd dicht bij in de buurt komen. Adult Jazz is dit jaar de eerste band die me dat idee weer een beetje geeft.

De grote leegte

Niet dat je vrij blijft van associaties wanneer je het vorige week verschenen debuutalbum Gist Is opzet. De falsetstem van zanger Harry Burgess doet wat aan Bon Iver denken en de inventieve composities zal ongetwijfeld wat jaloezie hebben uitgelokt bij de bandleden van Alt-J. Maar waar die bands vooral floreren op rijkgevulde, complexe composities is het bij Adult Jazz vaak juist de leegte die indruk maakt.

Neem de intro van ‘Springful’, die uit niets anders dan Burgess’ zang, een begeleidend gehum op de achtergrond en een doodeenvoudig ritme bestaat. Na een halve minuut wordt alleen de beat iets uitgebreid, maar is het verder vooral het uitblijven van andere geluiden dat de spanning opbouwt. Een prima recept om daarna in een climax uit te barsten. Maar als er na een minuut dan eindelijk een gitaar bij komt, lijkt het meer alsof er plotseling een ander nummer begint.

Adult Jazz

Verre van perfect

Onbevredigend eigenlijk, maar je nieuwsgierigheid is gewekt en zorgt ervoor dat je verder wilt luisteren. Gist Is staat vol met dit soort tegenstrijdigheden, waarbij Adult Jazz zich vooral niet laat leiden door enig kompas in de vorm van conventionele songstructuren. Daarmee kun je natuurlijk makkelijk uit de bocht vliegen, en dat gebeurt soms ook. Met dissonante gitaarakkoorden, die bijna uitsluitend gebruikt lijken te zijn om je als luisteraar in verwarring te brengen.

Soms lijkt het een flauw trucje, maar veel vaker leidt die dwarsheid tot spannende paadjes door verwilderd muzikaal terrein waar de band uit Leeds de weg prima lijkt te kennen. Ghist Is is voor de verandering dan ook eens geen plaat waarvan de bandleden zeggen dat het het beste is wat ze ooit hebben gemaakt. Een muzikaal kladblok noemen ze het, waarop hun ontwikkeling als jonge band nog prima te horen is. Met nog genoeg ruimte om verder in te vullen, maar die nu bewust nog leeg is gelaten zodat een volgende plaat gerust compleet anders zou kunnen klinken.

Tags: , , , ,

nummer van 11/08/2014 door

‘Lost In America’ van Downtown Struts

Home Sweet Home

The Downtown Struts – "Lost in America" (3-D) – Pirates Press Records

“Je zal zeker blij zijn dat je weer thuis bent”. Een veelgehoorde opmerking die vele reizigers na thuiskomst te horen krijgen. Ook ik kreeg hem deze zomer weer voorgelegd en bleef een beetje vaag in mijn reactie. Want vind ik het wel zo leuk om weer thuis te zijn?

Oost West Thuis Best

Uiteraard ben ik blij wanneer ik na een lange reis veilig ben aangekomen. Ik weet waar alles staat in huis. Ik kan een plaat van mijn eigen keuze beluisteren. Ik slaap weer in mijn eigen, fijne bed. En ook vind ik het fijn om mijn katten weer op schoot te hebben wanneer het hen uitkomt.

Zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar het gevoel van heimwee tijdens een tour of vakantie heb ik nog niet mogen ervaren. Ik vind het heerlijk om op reis te zijn en het einde van zo’n reis komt voor mij altijd te vroeg.

Sweet Home Chicago

Adobe Photoshop PDFDe mannen van Downtown Struts zijn het type die wél over thuis mijmeren wanneer ze, opeengepropt in een klein busje, over de backroads en interstates van Amerika rijden. De relatief jonge band uit Chicago heeft er inmiddels wat mijlen opzitten in Amerika en Europa omdat ze op sleeptouw zijn genomen door o.a. Bouncing Souls, Street Dogs en The Business. Maar thuis lijken ze het toch beter te hebben en daar zingen ze graag over. Naast tracks als ‘Anchors’ en ‘Postcards’ is het nummer van de dag daar een mooi voorbeeld van.

Turn down the radio
There’s no one else around
Turn up the stereo
I wanna hear that homeward sound

Easy Rider

Hoe anders is het bij David en Linda Howard, de yuppies die in de gelijknamige film zich los willen rukken uit de dagelijkse sleur en de wereld in willen trekken. Na een paar dagen zijn ze echter blut en betalen ze met slecht verdienende baantjes de huur voor hun trailer. Niet lang daarna groeit het verlangen om terug te gaan naar hun oude, van alle gemakken voorziene leventje met een goede baan en zekerheden. Dus smeken ze bij hun vroegere werkgevers om hun oude baan (en daardoor leven) weer terug te krijgen. Hun avontuur was van korte duur.

Reizen en thuis zijn hebben beiden voordelen en nadelen, mooie en minder aantrekkelijke kanten. Ongeacht waar ik de komende tijd zal zijn, ‘Victoria!‘ zal ik er draaien. Voor ‘How I’ve Spent My Summer Vacation‘ heb ik even geen tijd.

Tags: , , , , ,

nummer van 10/08/2014 door A. Den Doolaard

‘Koliko Te Volim, Ne Voli Te Niko’ door Ivana Pandurovic

Over muziek, vrouwen en drank

A. Den DoolaardNu tweederde van de Nummer Van De Dag-redactie dit jaar aan de andere kant van Europa muziek verslindt in Ohrid, Macedonië, ontwikkelen zij een gezonde obsessie voor A. Den Doolaard (1901-1994). De zwervende schrijver reisde door heel Oost-Europa en streek meerdere malen neer in Ohrid, om met grote passie te schrijven over muziek, vrouwen en drank. In ‘De Bruiloft Der Zeven Zigeuners’ worstelt hoofdpersonage Branko Markovitsj met alle drie. Soms halen ze het beste in hem naar boven, soms het allerslechtste. Dat laatste is het geval in het eerste hoofdstuk, waarin Markovitsj dagenlang in een constante staat van dronkenschap verkeert om zijn verdriet over de zoveelste verloren liefde te begraven. In dit hoofdstuk herkenden wij een perfect Nummer Van De Dag-stuk. Den Doolaard beschrijft hoe krachtig muziek kan zijn; hoe het je stemming kan beïnvloeden en hoe het van een aardige man een agressief monster kan maken – en natuurlijk andersom. Dit alles uiteraard aan de hand van één (Servisch) lied: ‘Koliko Te Volim, Ne Voli Te Niko’. In onderstaande versie, door Ivana Pandurovic, mist helaas de lyrisch beschreven tamboerijn, maar het verdriet van Branko Markovitsj is ook in moderne uitvoeringen van het volksnummer duidelijk voelbaar.

Ivana Pandurovic – Koliko te volim, ne voli te niko!!

De primas, Goze, kende Branko als een klant van vroeger die bijna elke avond een bijzonder lied wilde horen en daarvoor telkens tien of twintig dinar opgooide. Twee jaar lang had hij een paar maal per week een blonde vrouw zien binnenkomen, gevolgd door Branko en meestal een stoet andere mannen. Nu kwam hij langzaam over de drempel heen en liep zonder een blik en een groet, wat hij vroeger nimmer verzuimde, naar een tafeltje achterin de zaal, waaraan nog twee stoelen leeg waren. Goze stiet de zangeres aan die hem met het gespannen vel van de tamboerijn een rinkelende klap op het hoofd gaf en zei haastig: ‘Zie je dat? Onze Markovitsj is alleen!’

‘Weet je dan niet dat ze van hem weg is?’ antwoordde Voeka, en toen hij zijn schouders ophaalde: ‘Wacht maar even, dan zullen we wel zien. Vooruit! Speel “Koliko te volim…”‘

Het orkest was klaar met de snelle kolo die het voorspel van elk lief vormt. Gozes strijkstok gleed weer omhoog, de cello baste mee en de witte hamertjes van de xylofonist begonnen wattenzacht over de dikke snaren te dansen.[1] Voeka zette in:

Koliko te volim ne voli te niko.
Koliko te ljubim, ne ljubi te niko.

Zo bemind als ik heeft je nog niemand.
Zo omhelsd als ik heeft je nog niemand.

De Bruiloft Der Zeven ZigeunersToen de kelner zich over hem heenboog had Branko met een haastige blik achterom een liter rode wijn besteld. Ook de kelner kende hem van vroeger en vroeg: ‘Met hoeveel glazen? En wil mijnheer niet een ander tafeltje hebben? De mensen hiernaast gaan dadelijk weg; dan kunt u met uw gezelschap daar gaan zitten…’

‘Doe wat je gevraagd wordt,’ zei Branko stroef. De kelner schrok van de barse uitdrukking achter zijn ogen, die hol geworden schenen, zodat al het harde en bittere dat zich bij alle goedmoedige mensen diep achterin verborgen houdt opeens bloot kwam. Vanuit de klapdeur naar de keuken keek hij nieuwsgierig om en nu zag hij ook de vouw opzij van Markovitsj’ neus, veel dieper dan vroeger, alsof hij dagenlang de lippen op elkaar geperst had, in een poging een of ander verdriet te bedwingen. Markovitsj’ ogen keken nu weer dof maar tegelijk onrustig, alsof hij werktuigelijk de zaal rondzocht naar iemand die hij zeker wist toch niet te zullen vinden.

Ovako te nikad nisu još voleli,

Zulke kussen heeft niemand op je lippen geprangd,

zong Voeka en toen, met een kwaadaardig gerinkel van de tamboerijn, dat pas regels later hoorde te komen,

Ovako te tobom još nisu žudeli,

Zoals ik heeft niemand ooit naar je verlangd,

uitdagend schreeuwend tegen de bedoeling van de verlangende en smachtende woorden in. Branko keek haar aan en ook zij schrok van zijn ogen, bedroefd en dreigend tegelijk. Maar terwijl haar vingers de tamboerijn betokkelden boog zij zich naar Goze en fluisterde: ‘Kijk eens naar hem! Zie je wel, dat ik gelijk heb?’ Ook in de wilde Balkan is het onbeleefd om midden onder een lied dat iedereen klaarblijkelijk mooi vindt op te staan en dwars door een overvolle zaal te schreeuwen, maar voor Branko waren verdriet en woede twee tonen, de ene zacht, de andere hard, uit dezelfde snaar. Hij stond op, niet snel en driftig maar langzaam, met de linkervuist op zijn heup en de rechter rond de leuning van de stoel geklemd die scheef achter hem kwam te staan, zodat zij meteen de betekenis van een wapen kreeg, gereed tot slaan en werpen.

‘Goze!’ riep hij, ‘Goze!’ Zijn stem was even metaalhard als die van de zangeres, een stem die gewend is te overschreeuwen en die niet wacht op het zwijgen van anderen. Goze stiet Voeka aan, stapte van het podium af en schuifelde al spelend tussen de twee stoelen door. Dwars door de walm van sigaretten en een tweede onzichtbare, maar des te sterkere zinsverwarring, bestaande uit het verbaasde stemmengerucht dat van alle richtingen tegelijk een onregelmatige zwerm pijlen op hem toeschoot terwijl de muziek er zich in helle serpentines doorheenslingerde, zag hij het sombere, pokdalige hoofd van de zigeuner naar zich toezweven, één dikke zwarte wenkbrauw kwaadaardig opgetrokken, terwijl de mondhoek daaronder sarcastisch was weggekruld, zodat de hoekige wangvouw, die op een pas genezen wond leek, een wanstaltige kerf trok van de dikke neus naar de kwabbige kin. En toen dit hoofd hem van vlak bij de spot bijna in het gezicht spuwde, zei Gozes stem, zo slepend, beleefd en opdringerig tegelijk als alleen een zigeuner het kan: ‘Wat wenst gij, heer? Speel ik vandaag niet naar uw zin? Ik speel dit lied niet slechter dan alle andere keren dat…’

Hij maakte de zin niet af, want Branko’s vuist gleed omlaag langs de spijlen van de stoelleuning en hij schreeuwde de zigeuner die al spelend achteruitweek toe: ‘Speel wat je wilt, boef, maar speel geen Servische liederen op Hongaarse muziek!’

Ovo cveće cvetaće za tebe!

Deze bloemen, zij bloeien voor jou!

zong Voeka zachter, omdat ze bang begon te worden vanwege haar gelukte toeleg. Maar de harmonica, de xylofoon, de cello en een tweede viool speelden door en de zigeuner, hierdoor moedig geworden, kwam weer een halve stap vooruit en fluisterde heet en treiterend: ‘Maar vroeger had u toch zeker niets tegen Hongaarse muziek?’

Branko wist dat hij zich belachelijk maakte. Hij wist dat hij enkel maar de zigeuner tien dinar in de zak hoefde te stoppen om de viool onmiddellijk in een andere melodie te horen overglijden. Maar hij wilde ten overstaan van iedereen zijn donker verdriet niet met een klein blinkend geldstuk afkopen; hij wilde zich wreken op zijn opgekropt leed dat zich niet liet wegdrinken, door een zigeuner neer te slaan die ten overstaan van een hele zaal zijn verdriet als koopwaar misbruikt had in de hoop er geld voor in ruil te krijgen. Hij wist hoe hij zich hierdoor blootgaf, want binnen een kwartier zou de hele zaal de reden rondfluisteren van zijn plotselinge opstuiven, en bovendien was het geen heldendaad een altijd laffe zigeuner, die bovendien nog een viool te redden heeft, met een stoel neer te meppen. Maar de drank van talloze nachten prikkelde hem tot in zijn vingertoppen en terwijl hij zich duidelijk hoorde denken: ‘Ik doe het niet,’ rees de stoel vast in zijn vuist geklemd toch als vanzelf de hoogte in. Drie jonge mannen aan een tafeltje voor hem hielden, in de hoop op een vechtpartij, de zigeuner die al spelend terugvluchten wilde van achteren vast en duwden hem zelfs lachend op Branko toe en zij morden van teleurstelling, toen Branko ineens de stoel zachtjes neerzette en kalm ging zitten. Midden in de regel

Ali moja ljubav živoće za tebe

Maar zijn liefde zal voor jou leven

was Voeka zonder enige waarschuwing overgesprongen op een moderne schlager.

  1. [1] Een kolo is een volksdans die in veel Balkanlanden wordt gedanst.

Tags: , , , , , , , , , ,

nummer van 09/08/2014 door

‘Here Comes The Night Time’ van Arcade Fire

Goed gekozen covers maken het feest compleet

Arcade Fire – Here Comes The Night Time live from Capitol Studios. October 29, 2013.

Alsof de het grote aantal feestmomenten op het jongste Arcade Fire-album Reflektor niet genoeg is om een hele set te vullen met extreem dansbare meezingliedjes, heeft de band besloten om deze tour van nóg meer plezier te voorzien. Sinds enkele weken luiden ze ‘Here Comes The Night Time’ – een van de hoogtepunten van het album – in met een zorgvuldig gekozen cover die bij de stad past waarin ze spelen. Soms slechts één couplet, soms een heel nummer, soms zelfs twee, maar altijd even plezierig. Hun fascinatie voor covers die het in een bepaalde regio goed doen lijkt te zijn begonnen met een concert in London in juni. Echo And The Bunnymen-zanger Ian McCullogh vergezelde de band op het podium voor een uitvoering van ‘The Cutter’.

Arcade Fire with Ian McCulloch – The Cutter – Earls Court London – 06.06.14

The Smiths – ‘London’

Ergens in de late uurtjes na dat concert moet Arcade Fire-frontman Win Butler hebben bedacht dat dit het beste idee ooit is, want de dag erna speelde de band nóg een cover die in de stad in de smaak valt: het toepasselijke ‘London’ van The Smiths. In onderstaande opname hoor je in de laatste seconden hoe de cover naadloos overgaat in het zwierige ritme van ‘Here Comes The Night Time’.

Jane’s Addiction – ‘Been Caught Stealing’

Londen was slechts het begin. In Los Angeles toverde de band een Jane’s Addiction-cover (‘Been Caught Stealing’) én een klein stukje ‘Welcome To The Jungle’ van Guns N’ Roses uit de hoge hoed. Wederom maakte een feilloze overgang naar ‘Here Comes The Night Time’ het feest compleet.

Arcade Fire – Been Caught Stealing/Here Comes the Night Time live in LA 2014

R.E.M. – ‘Radio Free Europe’

En wat speel je in Atlanta, Georgia? Juist. R.E.M. – ‘Radio Free Europe’.

Arcade Fire, "Radio Free Europe", May 2, 2014, Atlanta

Dead Kennedys - ‘California Über Alles’

Terug in Californië kwam de band met een verrassende keuze, en mijn favoriet uit het stel: ‘California Über Alles’ van punkband Dead Kennedys. Een protest tegen gouverneur Jerry Brown, die het in 1979 voor het zeggen had in de staat, en nu via een omweg opnieuw dezelfde functie bekleedt. Voor het publiek genoeg reden om de vuisten in de lucht te gooien en hun stembanden kapot te schreeuwen.

Arcade Fire Santa Barbara Dead Kennedys Aug 4, 2014

Pinkpop

Helaas werden we tijdens het indrukwekkende Arcade Fire-concert op het Limburgse Pinkpop niet verrast met een cover van De Heideroosjes of Rowwen Hèze, een traktatie waar we in alle redelijkheid alleen maar van mogen dromen. Wél was ‘Here Comes The Night Time’ weer opzwepend als altijd, met dat geweldige Caribische intro – die stijlcollega’s Vampire Weekend ook niet had misstaan. En dan de groovende, melancholische coupletten die aan de new wave van The Cure of de emo van Bright Eyes doen denken. ‘Here Comes The Night Time’ betovert als een heldere sterrennacht zoals je die in Nederland buiten het schilderij van Van Gogh maar zelden meemaakt. Win Butlers zang verleidt, maant je de donkere uren in. De aanstekelijke pianomelodie klinkt frivool als een groepje elven in een bos. En net wanneer de betovering bijna compleet is, wanneer je je gedachteloos hebt laten meevoeren langs bomen met ritmisch meedijnende kruinen en over eindeloze bedauwde grasvelden hebt gezweefd, op dat moment aan het einde van die nacht, beukt het Caribische ritme weer naar binnen als een plotselinge confrontatie met de felle zomerzon. Klaar met zweven, tijd om te dansen tot je niet meer dansen kunt. Ja, ook zonder covers heeft Arcade Fire genoeg in huis voor een buitengewone ervaring.

Arcade Fire – Live at Pinkpop 2014 – Full set

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 08/08/2014 door

‘Acid Queen’ door Tina Turner

Op de vooravond van het megasterrendom

Tina Turner – Acid Queen – Tommy (HD 720P)

Het is dus mogelijk om 180 miljoen platen te verkopen, daarmee tot de bestverkopende vrouwelijke rockartiesten ter wereld te behoren, en alsnog niet één keer tot Nummer van de Dag te zijn gekroond. Je zou er een hele reeks van kunnen maken – artiesten die meer geld dan lovende stukjes ontvangen – maar ik houd het vandaag even bij Ann Mae Bullock, aka Tina Turner, de goedlachse leeuwin die meer dan een halve eeuw het podium bestiert met haar sonore brulstem en korte glitterrokjes. De vrouw die onlangs nog het nieuws haalde door haar huwelijk met de zestien jaar jongere Duitser Erwin Bach, met wie ze sinds de jaren tachtig een relatie heeft, maar die over het algemeen geassocieerd wordt met haar agressieve eerste echtgenoot, wijlen Ike Turner, en de foute coupe soleils en dito synthesizers die zich in de jaren tachtig als een soort ziekte verspreidden onder artiesten die het tot dan toe prima gelukt was een gedegen reputatie op te bouwen (hallo Rod Stewart).

Lekker brullen met Tina

Voor iemand die opgroeide met Tina’s big hair en schreeuwerige ballads die misschien niet altijd schreeuwend gezongen hadden hoeven worden, was het ontdekken van haar vroegere werk, meestal vergezeld door Ike en The Ikettes, een verademing. Wat een energie! Wat een stem! Die gespierde benen, die danspasjes, die liedjes! Misschien lag het aan de soul, de funky blazers of specifiek het geluid van echte gitaren waardoor ik haar muzikantschap begon te waarderen in plaats van te beschimpen. Alleen al The Ikettes met hun brutale-meisjes-hebben-de-halve-wereld-houding; wars van conventies en degelijke kleding, klaar om elk feest te crashen. Maar ook Ike, die een deel van de liedjes schreef – ‘I Idolize You’, ‘A Fool In Love’, ‘Nutbush City Limits’ – deed met zijn slungelige voorkomen nauwelijks onder voor het hyperactieve trio dat onder Tina’s leiding van de ene naar de andere kant van het podium werd geslingerd.

Ike & Tina Turner – River Deep Mountain High 1971 (including intro)

En toch. Tina, Ike en The Ikettes waren geweldig, en de meesten zullen het erover eens zijn dat Tina in haar begindagen een niet te negeren persoonlijkheid was die met haar stem en uitstraling het publiek volledig kon inpakken. Toch wringt het een beetje om Tina’s talent uitsluitend te erkennen binnen de kaders waarin het duo Ike & Tina Turner in de jaren zestig en zeventig het toneel sierde. Erger is misschien nog wel wat er overblijft van die erkenning. ‘Proud Mary’ (1970) nu draaien op een feestje brengt hetzelfde in mensen los als wanneer Meat Loafs ‘Paradise By The Dashboard Light’ (1978) wordt opgezet: een paar hysterische babyboomers zingen elkaar toe in steenkolenengels terwijl de rest afdruipt voor een biertje. Het erfgoed van Ike en Tina teruggebracht tot één hit. Die nota bene een cover was; Creedence Clearwater Revival schreef het origineel.

En toch. Gelijk reppen over Ike als Tina ter sprake komt, maakt het allemaal wel erg zwart-wit. Alsof ze het na hun scheiding in 1978 niet alleen kon, terwijl miljoenen fans haar concerten bleven bezoeken; tijdens haar 50th Anniversary Tour in 2009 gaf de destijds alweer 71-jarige diva 108 concerten, die elk binnen een paar uur waren uitverkocht. Aan de andere kant is het logisch dat tranentrekkers als ‘Private Dancer’ (1994), ‘We Don’t Need Another Hero’ (1985) en ‘Cose Della Vita’ (met Eros Ramazotti in 1993) lang niet iedereen heeft overtuigd van Tina’s indrukwekkende staat van dienst.

Gelukkig is daar dan ‘Acid Queen’. Een nummer van The Who dat Tina coverde op het gelijknamige album uit 1975; haar tweede soloplaat en tevens het laatste album waarop ze met Ike samenwerkte. Ik mag graag geloven dat Acid Queen het omslagpunt in haar leven betekende. Dat Tina op dat moment wist: ik heb genoeg van mijn vent en zijn losse handjes en ik weet zeker dat ik het hierna ook wel zonder hem red. Ze moest uiteindelijk wel, want aan de scheiding hield ze geen cent over. Met Acid Queen liet ze alvast doorschemeren dat het haar solo heel goed af zou gaan en dat ze noch Ike, noch sixties soul nodig had om wereldwijd fans aan te trekken. Ze wist het zelf misschien niet eens, rond die bittere jaren van de scheiding, maar er zou een decennium aanbreken waarin ze groter werd dan ooit.

De titel is ontleend aan het personage dat Tina speelt in de filmversie van The Who’s rockopera Tommy (1975). Ze is The Acid Queen, een zigeunerin die Tommy hallucinerende drugs toedient om hem te genezen van zijn drie grootste kwalen: doofheid, blindheid en stomheid. Haar manier van zingen en bewegen doet denken aan haar tijd met Ike en The Ikettes, terwijl je aan alles ziet dat ze er nu alleen voor staat. Haar gevoel voor drama loodst haar door de ervaring, luidt een nieuw hoofdstuk in. Een hoofdstuk waarin ze haar oude stijl nog niet helemaal los kan laten, maar wel al voorzichtig flirt met nieuwe mogelijkheden.

Je hoort die tweestrijd wanneer je naar beide versies van ‘Acid Queen’ luistert. Je merkt hoe de stuwende rock van The Who haar inspireert nog vuiger en harder te zingen, dat ze als originele soulzangeres de rock ‘n roll-ster uithangt – zoals Merry Clayton dat zes jaar eerder deed met The Rolling Stones. Op de albumversie (hieronder) staat Tina echter nog duidelijk met één been in de wereld van de blazers, The Ikettes en het frivole gitaarwerk. Als je haar wil begrijpen, luister je twee keer ‘Acid Queen’. Daarin schuilt het erfgoed van de zangeres, teruggebracht tot één periode, één nummer dat zowel een punt zette achter het verleden als de deur opende naar het megasterrendom.

Tina Turner Acid Queen

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

-->