Precies over een maand, tijdens het filmonderdeel van het Texaanse South By Southwest-festival, gaat de documentaire Band In DC (trailer) in première. Het belooft bij voorbaat al de meest opzienbarende muziekfilm van het jaar te gaan worden. Waarom? Omdat-ie over de Bad Brains gaat. En als die band met één allesomvattend woord beschreven zou moeten worden, dan zou het “opzienbarend” zijn. De hardcorepunkband uit de vroege jaren 80 is buiten het genre nooit een grote naam geweest, maar erbinnen gelden de Bad Brains als onbetwiste kampioenen. Het is dan ook niet voor niets dat ze een grote inspiratie waren voor een breed scala aan latere acts – van Living Colour tot No Doubt, van Jeff Buckley tot Moby.
De band viel in haar begindagen vooral op omdat ze bestond uit louter zwarte muzikanten, opvallend genoeg een unicum binnen een genre dat bekend staat om haar tolerante, linkse inborst. De reden dat ze uiteindelijk bleven hangen is gelukkig beduidend minder oppervlakkig: de leden waren stuk voor stuk onwaarschijnlijke virtuozen. Begonnen als fusion jazz-band, raakten H.R. (een afkorting voor human rights), Dr. Know, Darryl Jennifer en Earl Hudson in de ban van de punkrock. Een stijl waarin zij dankzij hun bovengemiddelde kwaliteiten konden uitblinken en zouden uitgroeien tot een legendarische band. In het begin waren alleen zij in staat om hun punknummers zo snel te spelen dat er een nieuwe naam voor moest worden bedacht: hardcorepunk, punk van de harde kern. Dit alles zal ongetwijfeld uitgebreid aan bod komen in de te verschijnen documentaire. De momenten waar ik persoonlijk echter naar uitkijk, hebben niet per se altijd met de muziek of de invloed van de band te maken. De Bad Brains hebben namelijk nog een arsenaal aan zaken die hen zo opzienbarend maken: de sterke verhalen die door de jaren heen over de band zijn verspreid. Tijd voor een top vijf.
5. Geen punk op zondag
De band heeft in de loop van haar bestaan geflirt met andere muziekstijlen als funk, metal, jazz en hiphop, maar van al deze nevenactiviteiten voerde reggae toch wel de boventoon. De leden waren dan ook overtuigd rastafari, wat hen op een bepaald moment deed besluiten om ‘s zondags geen harde muziek meer te spelen. Fans die op de dag van de Here een Bad Brains-concert bezochten, in de hoop een ouderwets punkpitje te kunnen bouwen, kwamen van een koude kermis terug. Op die bewuste dagen werd er namelijk niets dan reggae gespeeld. Daarnaast bracht het rastafari-imago nog verder gaande geruchten met zich mee: H.R. zou voor zichzelf een troon in de tourbus hebben laten bouwen en een tijdje uitsluitend te toeren in het gezelschap van een kanarie in een kooitje, waarvan hij heilig geloofde dat Jah zelve in het diertje aanwezig was.[1]
4. Homofobie
Een betreurenswaardige bijwerking van het strenge geloof van de heren, was dat ze maar weinig tolerantie voor hun homoseksuele medemens konden opbrengen. Toen de bandleden in april 1982 een aantal nachten bij gitarist Tim Kerr logeerden, hadden ze geen idee dat hij onderdeel was van een uitgesproken gay punkband, de Big Boys. Pas tijdens een gezamenlijk optreden in Austin, Texas, kwam de zaak backstage aan het licht, toen Big Boys-frontman Randy Turner zijn geaardheid opbiechtte. H.R. flipte compleet:
We’re in Babylon!
This is holy Hell!
San Francisco is Babylon!
All these faggots and these bald-headed women running around!
Niet zijn beste moment. Maar het wordt nog vreemder: toen de Bad Brains ‘s avonds eenmaal weer bij het huis van Kerr aangekomen waren, hadden ze ernstige behoefte aan wiet. Turner wilde wel wat aan ze verkopen, ondanks het feit dat hij zojuist nog de volle laag had gekregen van de rastafari’s. Toen hij de volgende dag een envelop op de keukentafel aantrof, zat daar echter niet het afgesproken bedrag in. De pechvogel vond slechts een verfrommeld briefje: “May you burn in hell – Bad Brains.”
3. Bekertjesregen
Toen de band in november 2007 de Paradiso aandeed, was de gemiddelde bezoeker ronduit verontwaardigd door het abominabele niveau van het optreden. H.R. was compleet de weg kwijt en liep constant maar wat onduidelijks te brabbelen; het product van jaren aan therapie, drugs en teveel naar Jah luisteren. Toen de band na een opvallend korte show het podium verliet en ook niet meer terugkwam, werd dit gebaar beantwoord met een heuse bekertjesregen. Ik was erbij, en had nog nooit zoiets meegemaakt. De woede van het publiek leek zo machtig dat het spontaan twintig keer zoveel bekertjes kon produceren dan er aanvankelijk in de Paradiso aanwezig waren, zo ongelooflijk lang duurde de stortvloed. Gelukkig hebben we de video nog:
2. Relletjes
Tijdens de energieke optredens van de band liepen de gemoederen nog wel eens hoog op. Al helemaal wanneer een aantal nazi-skinheads het nodig vond de zwarte bandleden voor het podium te provoceren. H.R. liet zich dan maar wat graag uit de tent lokken en ging letterlijk het gevecht aan. Hij draaide er zijn hand niet voor om (nou ja, hij balde zijn vuisten waarschijnlijk wel) om het publiek in te duiken en de nazi’s lik op stuk te geven. Maar wat wil je ook, als je meer adrenaline hebt dan een stier met een cocky matador in zijn vizier? Een video van een gemiddeld optreden zegt genoeg:
1. Gevangenis
Mede dankzij zijn opvliegerige karakter was de frontman geen onbekende in de bajes. Dat is niet altijd even praktisch, zeker wanneer je net een nieuw album aan het opnemen bent. De release van comebackplaat I Against I (1986) uitstellen? Geen denken aan. H.R.’s enige telefoontje bood de uitkomst: vanuit het Lorton Reformatory zong hij over de lijn ‘Sacred Love’ in. En dus daarom zit er zo’n authentieke lo-fi stemvervorming in het nummer van vandaag. Het is een beenharde smeltkroes van alternatieve muziekstijlen, gebundeld tot een puntige song én met een mooi verhaal erachter. Typisch Bad Brains dus: ondanks dat het nummer vooral groovet en niet de zojuist beschreven maniakale snelheid bezit, is het zowel muzikaal als mythisch smullen geblazen. En daar gaat het tenslotte om.

En wie kent het verhaal achter deze bizarre foto?
- [1] ‘Jah’ is rastafari-terminologie voor De Almachtige. Het woord is ook in andere christelijke stromingen terug tevinden, bijvoorbeeld in het bij ons bekendere “Hallelujah”. ↩




Een bijzonder fenomeen heb ik dat altijd gevonden. Mensen die hun platen wegdoen. “We doen er toch niks meer mee” of “Ik heb er de ruimte niet meer voor” of “We hebben nu zo’n iPod”. Redeneringen waar ik eigenlijk niks van begrijp. Ik zie een platenkast toch een beetje als een levenswerk dat je opbouwt. Een tastbare tijdslijn van alle fases die je muzieksmaak door de jaren heen heeft gekend. “De soundtrack van je leven!” zou Frits Spits zeggen. Enfin. Dat weerhield me er nooit van om deze mensen van hun platencollectie af te helpen. Dit keer was het niet anders. Platen van Alice Cooper, Zappa, Dylan, het ging allemaal mee. Mijn hand bleef steken bij een luchtblauwe hoes. Grievous Angel, de zwanenzang van de jong gestorven Gram Parsons. Om vage redenen was mijn platenkast tot op heden nog gespeend gebleven van deze legende. Ik had de plaat al bijna argeloos op mijn stapeltje gelegd toen me opviel dat er iets op de hoes gekriebeld stond. “Thea, 14 jaar” las ik voor. ‘Mijn allereerste plaat’ verzekerde de moeder des huizes mij.
“I can come with you. I can look out for you.” Ondanks dat hij zijn woorden zorgvuldig kiest, kijkt hij haar niet aan. In een wanhopige poging toch haar gezichtsuitdrukking te zien heft hij zijn hoofd, een moment dat net samenvalt met de opening van de deurlift naast hen. Ze kijken en in hun ogen zien we dat de lift niet leeg is. Er staat een man in een beige pak. Hij verontschuldigt zich omdat hij niet uitstapt; verkeerde etage. Ze stappen bij hem in de lift. Ze vormen een driehoek. Hij naast de man, zij achterin. Een ijzingwekkende stilte. We weten dat hij wordt bedreigd omdat hij haar beschermd, maar zou deze man een mogelijke bedreiging kunnen zijn, voor hen allebei? Een vijand waarvoor je op je hoede moet zijn? Zijn nieuwsgierigheid dwingt hem de man voorzichtig gade te slaan, zijn ogen glijden af naar de plek die een clue biedt: een pistool onder zijn jasje. Dan begint een van de mooiste scènes van het afgelopen filmseizoen. Het meisje wordt in een vloeiende beweging de hoek in geduwd waarna hij zich omdraait en haar kust. Een afleidingsmanouvre wellicht, een laatste kans. Hij, zij, hun eerste kus. Niets anders dan dat. Het begin en het einde van hun liefde gevangen in één gepassioneerde kus. En 

