nummer van 16/11/2014 door Dieter Craeye

‘Zea’ van dEUS

Shoulda Known It From The Start

Dieter Craeye was van 2000 tot 2007 als recensent en coördinator actief voor KindaMuzik. Hij zette het webzine op de kaart in België. Van 2007 tot 2010 programmeerde hij in zijn woonplaats concerten van binnen- en buitenlandse artiesten. Sinds 2010 heeft hij met VOX zijn eigen boekingskantoor en behartigt hij als manager de artistieke belangen van een aantal Belgische artiesten en indiebands.

Het is dit jaar precies twintig jaar geleden dat Worst Case Scenario van dEUS werd uitgebracht. Dat wordt deze maand gevierd met een bijzonder knap fotoboek en Selected Songs 1994 – 2014, een compilatie die een perfecte terugblik zou moeten zijn op de rijkgevulde en grillige carrière van de band.

Hoes 'Worst Case Scenario' (1993)

Hoes ‘Worst Case Scenario’ (1993)

Ik neem je graag mee naar 1993. Noordkaap, Gorki en De Mens breien een nieuwe, succesvolle dimensie aan het zingen in de moerstaal. Soapstone, The Choice, Ashbury Faith (met ene Stef Kamil Carlens als roadie!), Pieter-Jan De Smet en Channel Zero scoren prima singles, maar verder gonst het vooral van bandjes waarvan we ons vandaag nog amper de naam, laat staan een song herinneren. Kortom, de alternatieve Belgische pop- en rockscène ligt op dat ogenblik half kreunend aan het infuus.

Na een finaleplaats in 1992 op HUMO’s Rock Rally en een lijvige cafétour in Spanje trekt dEUS in januari 1993 naar de Gentse Democrazy om er in de oerbezetting – Tom Barman, Stef Kamil Carlens, Rudy Trouvé, Klaas Janzoons, Juul De Borgher – een debuutsingle op te nemen. Op Studio Brussel loopt dan het programma Update van samensteller Eric Smout (nu programmator van … Democrazy) en presentatrice Chantal Pattyn (nu nethoofd Klara). Op één van de cassettes prijkt ‘Zea’ en de single krijgt airplay in de wekelijkse rubriek op woensdag, ‘de demowinkel’.

Wat bij dEUS meteen aanspreekt en opvalt is een tegendraadsheid en koppigheid die we van Belgische bands tot dan toe niet gewoon zijn. Deze eigenschappen typeren ook al debuutsingle ‘Zea’. De song opent met een sample uit ‘The Blimp’ van Captain Beefheart en wat volgt, staat haaks op wat je van een modale pop- of rocksong verwacht. Wanneer er iets staat te gebeuren is bij de vroege dEUS altijd een raadsel, maar wat je als luisteraar wél weet is dat er op zijn minst effectief iéts gebeurt. dEUS was van meet af aan weirde shit met overduidelijke referenties naar de eerder aangehaalde Beefheart. De rare ‘arty farty’ snuiters met die al even bizarre groepsnaam lieten bovendien geen enkel ogenblik onbenut om ook hun adoratie voor Tom Waits, Frank Zappa, Leonard Cohen en vooral Velvet Underground uit te drukken. Zelf had ik in 1993 oog en vooral oor voor bands als R.E.M, Smashing Pumpkins, Buffalo Tom, The Levellers (jawel!), Faith No More én grunge-boegbeelden als Pearl Jam en Stone Temple Pilots – het obligate houthakkershemd incluis.

Ik zou de waarheid dus geweld aandoen door te pretenderen dat ik dEUS in het prille begin het einde van de wereld vond. Gelukkig was er de media om me een handje toe te steken. Radio, vaktijdschriften en kwaliteitskranten gingen met de regelmaat van een Zwitserse klok steeds vaker over de band berichten, de snelle release van Worst Case Scenario en singles ‘Suds & Soda’ en ‘Hotellounge’ deden de rest. dEUS bleek al snel klaar voor de wereld (met minder ambitie kroop je in Antwerpen destijds op geen podium), ik was met vallen en opstaan stilaan klaar voor dEUS.

deus4Al de rest is geschiedenis. dEUS sloop geleidelijk in mijn vezels en DNA en zou mijn leven voor eeuwig en één dag veranderen. Singles, platen, posters, prullaria kregen een eerbare plek in de huiskamer, de band werd gevolgd in binnen- en buitenland en natuurlijk ging ik met succes op zoek naar de volledige discografie van rasartiesten als Tom Waits, Frank Zappa, Velvet Underground en anderen die de weg voor dEUS geplaveid hadden. Maar ook een stoffige Can of Violent Femmes belandden op een druilerige dinsdag met even vanzelfsprekend gemak op de draaitafel.

Wat het voor mezelf extra interessant maakt, is dat dEUS zelfs tot vandaag ook als een soort van rode draad door mijn professionele bezigheden loopt. Zo heb ik als booker en manager de luxe vrijwel dagelijks samen te werken met bijzonder fijne mensen als Rudy Trouvé (gitarist van ‘91 tot ‘95, nu Tape Cuts Tape), Sam Louwyck (nu Falling Man, toen hoofdrol in video van ‘Turnpike’ en Barman’s regiedebuut ‘Anyway The Wind Blows’ en als danser van C. de la B. mee met dEUS op festivaltour in 1997), Craig Ward (gitarist van 1995 – 2004, mede verantwoordelijk voor twee knappe True Bypass-platen en sindsdien terug in Scotland wonend) én Thomas Noppe (nu Angels Die Hard, vroeger Gore Slut en Kiss My Jazz), minder bekend bij het grote publiek, maar wel dé man achter de iconische hoes van Worst Case Scenario. Eén voor één hebben ze elk op hun manier een link met … dEUS.

Eerder mocht ik als freelancer tweemaal op de koffie (wodka-fruitsap was toen nog lang niet zo hip) bij Tom Barman en klonk de stem van Rickie Lee Jones face-to face nog indringender dan ze werd omschreven op ‘Hotellounge’. Universal ging in 2003 op voorspraak van Tom Barman zelf dan weer aan de haal met mijn recensie – ze nuttigden deze als press release/promotionele bio  – van The Body Gave You Everything (2004) van Magnus. Als programmator tenslotte van de intieme, maar heel erg leuke concertavonden in mijn stamcafé kon ik reeds beroep doen op de diensten van Mauro Pawlowski. En wie staat er eind november op het piepkleine podium? Juist ja, ene Stef Kamil Carlens. dEUS en Worst Case Scenario hebben de kaap van de 20 jaar gerond, maar zijn actueler dan ooit. Wie zei er ook alweer nothing really ends?

Tags: , , , , , , , , , , ,

nummer van 15/11/2014 door

‘I’m Movin’ On’ van Hank Snow

Canada Snow Country

Hank Snow – I'm Moving On – 1967.

Dit jaar verscheen “de plaat die we bijna nooit hadden gehoord”. Martijn schreef al eerder over één van de hoogtepunten van dit verder matige album van Johnny Cash. Een andere muzikale uitschieter op dit album is het duet met Waylon Jennings waar Hank Snow’s monsterhit ‘I’m Movin’ On’ op een prettige manier onder handen is genomen.

Zware start

Met het gebruik van het woord ‘monsterhit’ wordt er niets overdreven. Hank Snow stond met dit nummer maar liefst 21 weken op nummer 1 in de country charts. Niet slecht voor een jongetje die op zijn twaalfde van huis wegliep omdat eerst zijn oma en daarna zijn stiefvader hem vrijwel dagelijks mishandelde. De Canadees, die geboren werd als Clarence Eugene Snow, ging werken op zee. Totdat zijn schip bijna verging in een zware storm en Snow dat als een teken van God zag om maar vooral de wateren niet meer op te gaan. Van het geld dat hij met zijn andere baantjes verdiende, kocht hij een goedkope gitaar en leerde zelf het instrument te beheersen.

Nashville

Hank_Snow_1970Voordat hij naar het beloofde land genaamd Nashville verhuisde, trouwde hij eerst nog met de Nederlandse Minnie Aalders met wie hij een zoon kreeg die hij vernoemde naar zijn grootste voorbeeld, Jimmie Rodgers. Hoewel zijn platen inmiddels gedraaid werden door Amerikaanse radiostations duurde het maar liefst vijf jaar voordat hij bij de Grand Ole Opry mocht komen optreden. En dat was alleen maar te danken aan Ernest Tubb die er bij de programmaleiding erop aan had gedrongen die kleine Canadees toch maar eens te boeken omdat hij wel eens heel groot kon worden.

Elvis

Toen hij inmiddels zelf een gearriveerd artiest was, hielp hij ook een onbekende Elvis Presley uit Memphis aan een optreden in uitzending van de Opry. Elvis zag in 1954 eindelijk zijn droom uitkomen. Na het optreden stelde hij Elvis voor aan Colonel Tom Parker, de Nederlandse zakenman met wie hij samen Elvis zou managen. Nog voordat Elvis groot werd, had Parker op een sluwe wijze Snow buitenspel gezet. Wel nam Elvis een aantal jaren later zijn eigen versie op van ‘I’m Movin’ On’. Artiesten als The Rolling Stones, Emmylou Harris, Tina Turner en zelfs Rancids’ Tim Armstrong (die laatste aanklikken op eigen risico) zijn een aantal van de vele anderen die het nummer naar hun hand hebben gezet.

Naast ‘I’m Movin’ On’ is het nummer ‘I’ve Been Everywhere’ die andere grote hit waarmee Hank Snow zijn naam definitief vestigde en wat mij betreft ook zijn beste nummer is. Een behoorlijke uitdaging wanneer je dit  in een karaokebar moet zingen.

Is hij dan overal geweest? In ieder geval in Reno, Chicago, Fargo, Minnesota, Buffalo, Toronto, Winslow, Sarasota, Wichita, Tulsa, Ottawa, Oklahoma, Tampa, Panama, Mattawa, La Paloma, Bangor, Baltimore, Salvador, Amarillo, Tocopilla, Barranquilla, Padilla, Boston, Charleston, Dayton, Louisiana, Washington, Houston, Kingston, Texarkana, Monterey, Ferriday, Santa Fe, Tallapoosa, Glen Rock, Black rock, Little Rock, Okaloosa, Tennessee, Hennessey, Chicopee Spirit Lak, Grand Lake, Devil’s Lake, Crater Lake, Louisville, Nashville, Knoxville, Ombabika, Shefferville, Jacksonville, Waterville, Costa Rica, Pittsfield, Springfield, Bakersfield, Shreveport, Hackensack, Cadillac, Fond Du Lac, Davenport, Idaho, Jellicoe, Argentina, Diamontina, Pasadena, Catalina, Pittsburgh, Parkersburg, Gravellburg, Colorado, Ellensburg, Rexburg, Vicksburg, El Dorado, Larrimore, Atmore, Haverstraw, Chattanooga, Chaska, Nebraska, Alaska, Opelika, Baraboo, Waterloo, Kalamazoo, Kansas City, Sioux City, Cedar City, Dodge City.

Tags: , , , , , , , , , , ,

nummer van 14/11/2014 door

‘Back, Baby’ van Jessica Pratt

Onbevangen en ongekunsteld

Pratts debuut uit 2012

Folk is niet dood, folk lééft. Jessica Pratt is er het bewijs van. Met het getokkel op haar gitaar en haar hoge, gracieuze stem lijkt ze rechtstreeks uit de jaren 60 te zijn geteleporteerd. Maar Jessica is in haar twenties en het enige flowerpowerige aan haar is de stad waarin ze woont: San Francisco. Een jaar of twee geleden was ze er ineens. Niemand had ooit van haar gehoord. Zij die zochten, vonden wat liedjes op een oude MySpace-pagina die in 2006 waren gepost. Haar Last.fm-profiel was in 2009 aangemaakt. Haar naam was in die jaren zelfs op enkele persoonlijke blogs van muziekliefhebbers uit San Francisco opgedoken. Maar zelfs met de verschijning van haar zelfgetitelde debuut in 2012 bleef het mysterie onopgelost. Wie was Jessica Pratt? Wie was het die zo gevoelig, zo zoet en toch zo volwassen zong in, bijvoorbeeld, het prachtige ‘Night Faces’? Wie was de vrouw wier album leek op een verloren gewaande klassieker?

Inmiddels zijn we erachter. Allemaal dankzij Tim Presley, die zelf in de psychedelische rockband White Fence speelde, maar na een ontmoeting met Pratt zo onder de indruk was van haar demo uit 2007, dat hij eigenhandig een label oprichtte – Birth Records – om haar muziek uit te kunnen brengen. Sindsdien toert Jessica Pratt rond en neemt ze liedjes op die in het verlengde liggen van haar debuut. Maar de vanzelfsprekendheid van haar muzikantschap heeft echt moeten groeien, zegt ze in een interview met The Boston Globe. Eerst was het een vriend die haar overhaalde om haar eigen nummers op te nemen – persoonlijke liedjes die ze aanvankelijk liever niet voor een publiek speelde. Daarna Tim, die Pratt stimuleerde nog meer van die persoonlijke liedjes te schrijven. Hij geloofde echt in haar. Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk en Pratt begon op den duur te denken: “If he liked it, maybe other people would like it.” Ze kreeg het gevoel dat er misschien wel een publiek voor haar bestond, en volgde zijn advies op. Een goede zet: de eerste vijfhonderd plaatjes werden in minder dan twee weken verkocht.

Wanneer ze over haar werk wordt geïnterviewd, komt ook naar voren dat ze geen intentie heeft de Californische folktraditie voort te zetten. Ze zegt niet geïnteresseerd te zijn in de pure, traditionele old school folk in de geest van Joni Mitchell en Joan Baez. Toch zal het voor sommigen moeilijk zijn om tijdens het luisteren van Pratts liedjes níet aan hen te denken – of aan Karen Dalton en Linda Perhacs, als we het toch over feminiene folk hebben. Evengoed maken de vergelijken weinig uit en hoeft Pratt zich met haar haast onaardse stem geen zorgen te maken over hokjes waarin ze al dan niet wordt gestopt. Die stem, engelachtig en meegaand als hij is, en haar onvoorspelbare melodieën zorgen er samen voor dat Jessica Pratt een singer-songwriter is die niet zomaar op de hoop van lieflijke folkzangeressen gegooid kan worden. ‘Back, Baby’ bewijst het: alleen al hoe Pratt de woorden ‘design’ en ‘disguise’ uitspreekt – van een onmetelijke schoonheid en schijnbaar spontane precisie. Onbevangen en ongekunsteld.

‘Back, Baby’ is de eerste single op het nog te verschijnen album On Your Own Love Again (releasedatum: 27 januari 2015), dit keer uitgebracht door Drag City, een onafhankelijk platenlabel uit Chicago dat eerder al Bonnie ‘Prince’ Billie, Ty Segall en Joanna Newsom onder zijn hoede nam. Eentje om naar uit te kijken, als je het mij vraagt.

Tags: , , , , , , , , , ,

nummer van 13/11/2014 door

‘Little Glass Pill’ van Bob Mould

De perfecte rockmuziek

Bob Mould – Beauty & Ruin (2014)

Bob Mould speelde maandagavond in Amsterdam. In het relatief kleine en voor drie kwart gevulde zaaltje van de Tolhuistuin, vuurde hij een uur lang liedjes uit zijn rijke oeuvre op het publiek af. Nummers van zijn dit jaar verschenen soloplaat Beauty & Ruin en liedjes van zijn vorige bands Sugar en uiteraard Hüsker Dü.

Als je me die avond had gevraagd wat ik de perfecte rockmuziek vind, zou ik naar het podium wijzen. In een paar steekwoorden: heel erg luide en vervormde popliedjes; melodieus, zonder dat het kinderlijk blij wordt; snelle tempo’s; spannend; urgent. Zoiets.

Invloedrijk

Bob Mould heeft patent op popliedjes die lijken te verdrinken in lawaai en vervorming. Het is nota bene het handelsmerk van zijn eerste en invloedrijke band Hüsker Dü. Samen met zijn bandleden Greg Norton en Grant Hart bouwde hij van 1979 tot 1988 een brug van puntige en snelle hardcore naar de inmiddels klassieke jaren 80-gitaarmuziek. Om Nirvana-bassist Krist Novoselic te quoten, toen hij gevraagd werd naar Nirvana’s muziekstijl: “Oh, niks nieuws, Hüsker Dü deed dit al voordat wij het deden.”

Foto: Tim Difford

Foto: Tim Difford

Waar voor je geld

Hüsker Dü-fans komen flink aan hun trekken op maandagavond. Mould doet niet lullig over een liedje meer of minder van zijn oude bands. Een greep (wat ik me op dit moment herinner): ‘Something I Learned Today’, ‘Chartered Trips’, ‘Divide And Conquer’, ‘Makes No Sense At All’, ‘In A Free Land’ en de Sugar-hit ‘Hoover Dam’. Misschien vergeet ik er nog een, maar de fanboys krijgen in ieder geval waar voor hun geld.

Natuurlijk zijn die oude liedjes ook een grote reden om naar het concert te komen. 35 jaar muziek, dan wil je niet alleen maar de nieuwe plaat te horen. Ook ik ben een Hüsker Dü-fan en kon alleen maar hopen op al die liedjes. Ik was dan ook blij verrast en mijn verwachtingen werden ruimschoots ingelost.

Hoogtepunt

Maar mijn hoogtepunt van de avond is het kersverse ‘Little Glass Pill’. Het vijfde nummer in de set en een nieuw liedje dat op Beauty & Ruin staat. Het is een ongemeen felle versie waar Mould veel van zijn energie in lijkt te gooien – wat het paar liedjes durende inkakmoment daarna zou verklaren.

Het is maar zelden dat je op een nuchtere maandagavond (twee bier), ergens midden in de zaal, ineens zo gepakt wordt door een liedje dat je voor die 4 minuten alles om je heen laat vergeten. Alles wordt zwart, behalve het podium, waarop een 54-jarige man speelt die meer enthousiasme, energie en gevoel tentoonspreidt dan ik doorgaans zie. Prachtig. De perfecte rockmuziek.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 12/11/2014 door

‘I Coldly Stare Out’ van Pink Turns Blue

Een beetje drama kan geen kwaad

Pink Turns Blue – I Coldly Stare Out

Waar drama allemaal niet goed voor kan zijn. Pink Turns Blue ontstond in 1985 in Keulen na een gelukkige ontmoeting tussen Mic Jogwer en Thomas Elbern, twee muzikanten die geen trek hadden in elitair gedoe en op zoek waren naar meer gevoel tijdens het schrijven en spelen van liedjes.  Jogwer en Elbern klonken in hun begindagen naar eigen zeggen als een middelmatige kopie van bands als The Cure, maar durfden langzaamaan steeds meer hun eigen gezicht te tonen, waaruit ook een eigen geluid voortvloeide. Synthesizers kregen een grotere rol en daarmee ontstond het donkere en neerslachtige geluid van Pink Turns Blue.

De neerslachtigheid heeft bij Pink Turns Blue echter altijd een dubbele laag gehad. De naam van de band is al een goed voorbeeld van de manier waarop de muzikanten niet alleen pijn, maar ook heel duidelijk schoonheid zagen in verdriet: Pink Turns Blue is afgeleid van de titel ‘Pink Turns To Blue’, een liedje van Hüsker Dü waarin een meisje wordt beschreven dat lijdt aan een drugsverslaving. Ook in deze littekens zagen Jogwer en Elbern een schoonheid die ze inspireerde.

‘I Coldly Stare Out’ is als liedje op het pathetische af dramatisch; de zin “I coldly stare out to the sky” had niet beter de momenten kunnen beschrijven dat je naar de verte staart en verdrinkt in zelfmedelijden. Dit is tenenkrommend. Maar op de manier waarop Pink Turns Blue het bezingt, krijgt het nummer een bijna ironische ondertoon die de scherpe randen eraf haalt. Het is meer theater dan werkelijkheid. Als luisteraar hoef je de zwaarmoedigheid opeens niet helemaal serieus te nemen en kun je er van op aan dat het de band vooral ging om het overbrengen van een gevoel, waarbij een beetje gespeeld drama geen kwaad kan. De geacteerd trillerige stem van Jogwer klinkt dan misschien bijna komisch, op zijn inlevingsvermogen is niks aan te merken.

Misschien is een luisterbeurt van ‘I Coldly Stare Out’ wel een herinnering dat dramatisch zijn soms ook maar een keuze is; dankzij ‘I Coldly Stare Out’ stond het met een klik op de knop aan. Twee nummers verder op Pink Turns Blue’s plaat If Two Worlds Kiss (1987) beginnen de snelle gitaarakkoorden van ‘Walking On Both Sides’ (hieronder) en staat de dramaknop weer uit. Zoals die titel zegt, is het inderdaad mogelijk om tussen twee uitersten te schakelen. Gelukkig maar.

Pink Turns Blue – Walking On Both Sides (1987)

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 11/11/2014 door

‘Close Your Eyes (And Count To Fuck)’ van Run The Jewels ft. Zack de la Rocha

Sommige inspiratiebronnen blijken onuitputtelijk

Run the Jewels – Close Your Eyes (And Count to Fuck) [Feat. Zack De La Rocha]

Soms heb je het geluk dat er in de studio pure chemie ontstaat. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2012, toen rapper Killer Mike aan zijn album R.A.P. Music werkte. Twaalf jaar daarvoor had hij zijn muzikale debuut gemaakt op Outkasts succesplaat Stankonia en sindsdien aan een mooie eigen carrière gewerkt. R.A.P. Music werd laaiend ontvangen door zowel fans als pers en werd door menig magazine uitgeroepen tot een van de beste releases van 2012. Dat was voor een groot deel te danken aan Killer Mikes samenwerking met producer El-P.

De chemie tussen de twee leidde al snel tot een volgende ontmoeting op El-P’s album Cancer For Cure, waarna een structurele samenwerking werd beklonken onder de naam Run The Jewels. Inspiratie kan vluchtig zijn dus werd het ijzer op het allerheetste moment gesmeed: krap een jaar na hun beide eigen albums lag de debuutplaat van Run The Jewels er al. Een meesterzet, want de magie tussen de twee bleek op die manier nog vers en barstte van de energie. Fans en journalisten kraaiden opnieuw victorie en zo waren Killer Mike en El-P in 2013 wederom verantwoordelijk voor een van de meest bepalende geluiden van hip hop dat jaar.

#RunTheJewels2

Je zou denken er met drie van zulke releases al flink wat kruit verschoten is en dat het duo even rustig gaat zitten broeden op een vervolg, als je dat al zou willen na zo’n debuut. Want hoe vaak zie je niet dat de spontaniteit en chemie in zulke gevallen bij een vervolg toch al snel wat minder is? “Fuck dat”, moet Killer Mike gedacht hebben: nog geen jaar later zagen we op zijn Instagram al een foto uit de studio met daarop El-P en Zack de la Rocha van Rage Against The Machine, voorzien van de hashtag #RunTheJewels2.

Die zelfverzekerdheid werd nog eens verder onderstreept met een geniale marketingcampagne voor het nieuwe album Run The Jewels 2, die tegelijkertijd een mooi eerbetoon was aan de klassieke band tussen hip hop en graffiti. Onder de noemer Tag The Jewels had het duo artiesten van over de hele wereld gevraagd om hun logo opnieuw vorm te geven. De resultaten zijn te zien op Tumblr, inclusief een kaart met alle locaties waar de kunstwerken in het echt te zien zijn, waaronder in Rotterdam.

Run The Jewels - Rotterdam

En de muziek?

Als je al je zaakjes zó goed op een rij hebt, kan het natuurlijk bijna niet meer misgaan. Maar toch, ergens wachtten veel fans RTJ2 met een lichte scepsis af. Velen nemen misschien zelfs al wel genoegen met een plaat die half zo goed is als dat debuut, want dan nog staat je veel moois te wachten. Maar op 27 oktober, de releasedag van Run The Jewels 2, verrasten Killer Mike en El-P opnieuw vriend en vijand.

Hoe het kan is met logische argumenten eigenlijk niet te beredeneren, maar de twee hebben zichzelf in alle opzichten nóg eens overtroffen. De muziek is rijker en gelaagder, met schitterende details verstopt onder diepe subbassen en tussen heldere hihats. De verses zijn hard en rauw maar net zo vaak doorspekt met sarcastische humor en scherpe observaties. Als geheel is de sfeer donkerder dan op het debuut, maar door de productie van El-P is die sound tegelijkertijd aantrekkelijker en toegankelijker.

Run The Jewels 2De plaat klinkt als een bloemrijke ode aan klassieke hip hop, maar is tegelijkertijd een toonbeeld van hoe die sound in 2014 nog steeds fris kan zijn. De visie van Killer Mike en El-P is glashelder, wat uiteindelijk de enige verklaring is voor dit nog eens verder opgeschroefde niveau. De keuze in hun collabs is daar een mooi voorbeeld van. Zack de la Rocha krijgt in ‘Close Your Eyes (And Count To Fuck)’ niet alleen een verse toebedeeld, maar zijn stem wordt daarnaast gebruikt om een vlijmscherpe hook te creëren die je het hele nummer lang moeiteloos in zijn greep houdt. De manier waarop ze verder op de plaat samenwerkingen aangaan met Travis Barker (Blink 182), Gangsta Boo en Boots is net zo slim uitgedacht, wat eigenlijk geldt voor ieder ander moment op de plaat.

Run The Jewels is op 20 december te zien in TivoliVredenburg.

Tags: , , , , , , , , , ,

nummer van 10/11/2014 door

‘Bored In The USA’ van Father John Misty

Metalaag op metalaag

Father John Misty: "Bored in the USA" – David Letterman

De nieuwe single van ex-Fleet Foxes-drummer Josh Tillman (Father John Misty) werd de afgelopen week op verschillende muzieksites enthousiast onthaald. Tussen al die nieuwe muziek valt de titel dan ook meteen op; wie niet direct aan een parodie op Bruce Springsteens ‘Born In The USA’ moet denken, heeft dat rockanthem uit de jaren 80 waarschijnlijk nog nooit gehoord. Met andere woorden: die mensen bestaan niet. Maar waarom een antwoord op Springsteens stadionhit, verdient deze zo nodig een tegengeluid? Wanneer je alleen naar het refrein luistert, heb je het niet zo snel door, maar het origineel was zélf al een tegengeluid. Kritisch op de zogenaamde American Dream – een protestsong in pure vorm:

Got in a little hometown jam
So they put a rifle in my hand
Sent me off to a foreign land
To go and kill the yellow man
Born in the U.S.A…
Bruce Springsteen – Born In The USA

Father John MistyBovendien, zoals Ian Cohen van Pitchfork eerder deze week al opmerkte toen hij ‘Bored In The USA’ uitriep tot song of the week: “The title itself is sung in a way that doesn’t seem to mock Bruce Springsteen — it sounds like Tillman’s mocking those who would go after that low-hanging fruit, ignoring the Boss’ complexities to show their shallow disaffectedness with the American Dream.”

Broadwayschwung

Maar wat is ‘Bored In The USA’ dan wel? Is het een semi-sarcastische protestsong? Theater, zoals Tillmans vele grimassen samen met de zelfspelende piano op bovenstaande (weergaloze!) uitvoering bij Letterman doen vermoeden? Hij brengt een verontrustende zin als “I’ve grown more disappointing to you as my beauty warps and fades” met een Rufus Wainwright-achtige Broadwayschwung. De tekst zit vol met dat soort eerste-wereld-problemen, die Tillman doen bidden tot zijn “white Jesus”:

They gave me useless education
And a sub-prime loan on a craftsman home
Keep my prescriptions filled
And now I can’t get off
But I can kind of deal
 with being bored in the USA

Lachband

Met je ogen dicht geloof je hem: hij is de zoveelste westerse zanger die zijn cocktail van weltschmerz, apathie en een stuk of wat existentiële crisissen in een liedje giet. Soms zelfs vol overgave. Maar ergens wringt er iets. Precies wanneer hij begint over zijn “useless education” heb je het door: Misty’s stem breekt een beetje wanneer hij hem probeert te verheffen, zijn zelfmedelijden heeft een hoogtepunt bereikt. Maar dan wordt de muziek meteen overstemd door de meest originele productie-ingreep van 2014: een lachband. Bij het Letterman-optreden lijkt het een spontane reactie van het publiek, maar in de studioversie hoor je het ook: de father maakt het toppunt van zijn geklaag direct weer belachelijk met de opname van een schaterend publiek.

Father John Misty (Josh Tillman)

Father John Misty (Josh Tillman)

Metalagen

Zijn die westerse problemen dan niets meer dan een slechte sitcom? Is het tijd om te stoppen met zeuren en te beginnen met kijken naar andere plekken in de wereld, waar ze veel te druk zijn met échte rotzooi om te zwelgen in zelfmedelijden? Misschien, maar waarom dan de intieme piano, de dramatische strijkers, de bloedserieuze toon waarmee hij niet alleen ‘Bored In The USA’ maar ook zoveel andere melancholieke liedjes vertolkt? Wat aan dit liedje is gemeend, en wat is sarcastisch? Met zoveel metalagen weet je het niet meer. Father John Misty lijkt zijn eigen gezwelg zo beu, dat het gezwelg zelf hoofdonderwerp is geworden om weer over te zwelgen.

Zoals de gemiddelde singer-songwriter verdrinkt in zelfmedelijden, verdrinkt ‘Bored In The USA’ in zelfreferenties. Van de bovenste laag, een ironische knipoog naar Springsteens ‘Born In The USA’, via een laag dieper waarin Tillman zijn eigen desillusie van de vrije wereld beschrijft, tot de onderste laag waarin dit alles weer met een lachband op de hak wordt genomen. Je kunt blijven afdalen van deze meta-trap, tot je zelf niet meer snapt waar je staat en wat je voelt. Een kunst die niet veel artiesten verstaan – meester John Misty wel.

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

-->