nummer van 30/08/2014 door

’3 Pears’ van Dwight Yoakam

Hillbilly Duizendpoot

Dwight Yoakam 3 Pears

Wie niet waagt, die niet wint. Je kan veel over Dwight Yoakam zeggen maar niet dat hij geen risico’s durft te nemen. Soms pakt dat beter uit dan andere keren. Velen beweren dat zijn veelzijdigheid ervoor zorgt dat hij zich niet kan focussen op waar hij echt goed in is: muziek maken. Maar hij wil veel meer dan dat alleen.

De Muzikant

Allereerst was en is daar de muzikant Dwight Yoakam. Na één semester aan de universiteit van Ohio hield hij het studeren voor gezien en verhuisde naar Nashville om het te gaan maken als artiest. Daar aangekomen merkte hij dat Nashville niet bezig was met zijn honky tonk country maar dat de countrydisco rage, aangewakkerd door de film Urban Cowboy, het geluid van music city bepaalde.

AYOAKAM1004

Hij vertrok naar Los Angeles alwaar hij aansluiting vond bij het lokale rock- en punkpubliek dat zijn hillbilly rock al snel omarmde. De diversiteit van zijn publiek bleek ook uit het feit dat MTV met zijn hit ‘Honky Tonk Man’, voor het eerst een countryclip op de muziekzender lieten zien. Zijn eerste nummer-1 hit scoorde hij samen met zijn held en oudgediende Buck Owens. ‘Streets of Bakersfield’ bracht de vergeten artiest opnieuw in de spotlights en Buck Owens kon zich opmaken voor het tweede deel van zijn muziekcarrière.

Zijn grootste succes had hij met het album This Time uit 1993, dat overigens nog nooit op vinyl is verschenen. Miljoenen exemplaren vlogen de deur uit. Het was het uitgelezen moment geweest om door te pakken en zodoende zijn plaats tussen de countrylegendes te claimen. Yoakam zag dat toch anders. Hij wilde tenslotte meer dan alleen muziek maken.

Dwight Yoakam – A Thousand Miles From Nowhere

De Regisseur

Bovenstaande clip, van een overigens fantastisch nummer, is gemaakt door Yoakam zelf. Je zou zeggen dat dit matige filmpje geen aanleiding zou zijn om deze hillbilly een hele film te laten maken. Toch was dat exact hetgeen wat hij deed. Hij schreef, regisseerde en speelde zelf de hoofdrol in de film South of Heaven, West of Hell. Het maken van de film bleek een financiële ramp te zijn: de film flopte genadeloos. Hierdoor raakte hij alle miljoenen kwijt die hij met zijn muziek had verdiend. Om zijn geld terug te verdienen besloot hij op solotournee te gaan. Dit was tegen het zere been van vaste gitarist, producer en songwriter Pete Anderson. Hij zou daarna nooit meer met hem werken en ook nooit meer dezelfde successen behalen.

De Acteur

WILFRED-Dwight-Yoakam-Prog-Alert

Yoakam in Panic Room

Dan is er ook nog de acteur Dwight Yoakam. Veel van zijn rollen kan ik mij niet herinneren maar zijn rol als psychopaat in Panic Room staat mij nog wel bij. Die rol was eigenlijk bestemd voor Maynard James Keenan van Tool maar hij had het te druk. Yoakam was recent nog te zien in de matige Stephen King-serie Under The Dome. Wederom geen rol waarin hij echt uit kon blinken.

Door zich op zoveel verschillende dingen te storten (ik heb het nog niet eens over zijn Bakersfield Biscuits gehad) kwam de muziek, daar waar hij echt in uitblinkt, vaak op een tweede plaats te staan. Hierdoor speelde hij nauwelijks een rol van betekenis in het muziekwereldje van deze eeuw. Totdat daar twee jaar geleden het album 3 Pears verscheen.

Dit is niet zomaar een plaat. Critici en ik zijn het er namelijk over eens: dit is het beste wat Dwight Yoakam ons tot nu toe heeft voorgeschoteld. Het nummer van de dag heeft je nog niet kunnen overtuigen? Dan sluit ik af met deze parel.

Dwight Yoakam It's Never Alright

 

Tags: , , ,

nummer van 29/08/2014 door

‘Nothing To It’ van Lost On The River

The new basement tapes

The New Basement Tapes – Nothing To It (Official Lyric Video)

Fans van Bob Dylan (mensen zoals ik) konden de afgelopen week hun geluk niet op. Het nieuws dat het twaalfde deel van de Bootleg Series  die al vanaf 1991 mondjesmaat aan ons wordt gevoerd – álle 138 nummers die hij met The Band in 1967 opnam zal bevatten, werd met evenveel ongeloof als vrolijk schoolmeisjesgegiechel aangehoord. 1967 was Dylans meest creatieve jaar, een bijna mythisch jaar. Ik bedoel, 138 nummers, dat is één nummer per tweeënhalve dag, of als je per se weekend wil houden zelfs één nummer per anderhalve dag, en dat is compleet gestoord. Vooruit, er zat een aantal covers tussen, en een aantal onzinliedjes. Maar toch. Gestoord.

Bootlegs en egoïstische rijkelui

The Basement Tapes (1975)

The Basement Tapes (1975)

Het getal 138 is ongelooflijk, maar de nummers die Dylan en zijn band in dat jaar in een kelder in Woodstock opnamen zijn eigenlijk nog mythischer omdat ze nooit als complete verzameling zijn uitgebracht. De dubbel-lp The Basement Tapes uit 1975 bevatte ‘slechts’ een selectie van 24 nummers, de rest verscheen hier en daar op bootlegs waarvan de authenticiteit meestal betwijfeld werd. Neil Young scheen kopieën van de mastertapes te bezitten voor eigen gebruik, en met hem nog een paar egoïstische rijkelui. Ondertussen verschenen er boeken van vasthoudende journalisten die alle nummers bij elkaar sprokkelden om dan in ieder geval over elke opname met tekst te kunnen beschrijven wat er in die kelder precies gebeurde, en die boeken werden vervolgens weer van kaft tot kaft gelezen door mensen zoals ik. “Dylan maakt een grapje. De microfoon kraakt een beetje. Na 15 seconden stopt de band en begint opnieuw. Het nummer is eigenlijk niet zo goed.” Ja, dat zijn de boeken.

Dylan lacht

Je begrijpt het inmiddels; de officiële Bootleg Series 12 wordt een big deal voor Dylan-fans nu de volledige collectie basement tapes na 47 jaar eindelijk bij elkaar komt. Pitchfork maakte ons gisteren al lekker met een overzicht van de gekste momenten, waaronder een cover van ‘See you later Alligator’ die een jolig The Band-lid (Richard Manuel?) al in het eerste couplet omdoopt tot ‘See you later, Allen Ginsberg’. “Dylan lacht,” staat in mijn boek. Hieronder hoor je dat dat klopt.

see you later allen ginsberg

Supergroep

Er was deze maand nóg meer nieuws over The Basement Tapes. Naar het schijnt lieten Dylan en The Band het in 1967 niet bij de 138 opgenomen nummers, maar zijn er recentelijk nog twee dozijn songteksten uit dat jaar gevonden die door de muzikanten ongebruikt bleven. Reden voor Elvis CostelloJim James (My Morning Jacket), Marcus Mumford (… & Sons), Rhiannon GiddensTaylor Goldsmith (Dawes) en T-Bone Burnett om een supergroep op te richten en deze 24 teksten van muziek te voorzien. De opnamen van Lost On The River: The New Basement Tapes zijn net afgerond en deze week verscheen de eerste single ‘Nothing To It’. Een feel-good meezinglied dat op het eind ontaardt in een wrange psychedelische droom, gedragen door een perfect gitaargeluid. En eind waardoor je het hele nummer direct weer opnieuw wil luisteren.

Zo te zien hebben diegenen die het tot nu toe moesten doen met de officiële uitgave van The Basement Tapes voor het eind van het jaar nog 138 (alle opnamen) + 24 (nieuwe opnamen met ongebruikte teksten) – 24 (al uitgebracht) = 138 nummers te verwerken. En mocht je die dubbel-lp uit 1975 zelfs nooit beluisterd hebben, dan zijn het er 162. Ach, als je ze in een jaar kunt schrijven, moet luisteren een makkie zijn.

Lost On The River

Lost On The River: The New Basement Tapes

Tags: , , , , , , , , , , ,

nummer van 28/08/2014 door

‘Blue Pail Fever’ van Wovenhand

Veeg die glimlach maar van je gezicht

Wovenhand Blue Pail Fever (2002)

Een van de mooiere optredens waar ik ooit bij was, was 16 Horsepower in de Melkweg. Het was maart 2001. Tijdens de Joy Divison-cover ’24 Hours’ lichtte de achterkant van het podium stemmig blauw op toen de muziek aanzwol. De sfeer was perfect en precies zoals je hoopt dat die is tijdens zo’n optreden. Daar konden de blijmoedige gelovigen die speciaal voor de hel en verdoemenis prekende zanger/gitarist David Eugene Edwards kwamen, niks aan veranderen. Het maakte alles misschien nog wel spannender: de blijde boodschap die zich in deze mensen had genesteld, en ik, die kwam voor een avondje zwartgalligheid.

Later zag ik de band nog een keer in Haarlem, buiten op een plein. Het regende zachtjes, Edwards brak enkele snaren, alle vaart liep uit het optreden en het geluid waaide alle kanten op. Er was geen zak aan. In 2005 stopte de band er ook nog eens mee.

Eugene

Solo

Edwards had zich na de Europese tour van de band in 2001 al toegelegd op zijn soloproject Wovenhand. Veel van de muziek die hij schreef, gebruikte hij hiervoor. Dat bleek nog maar eens toen een nieuwe 16 Horsepower-plaat, Folklore (2002), bijna alleen maar uit traditionals bestond. Schitterende plaat verder, daar niet van. Maar Wovenhand werd langzaam zijn go-to place voor nieuwe ideeën.

Dat Wovenhand kwam ook in 2002 met zijn eerste wapenfeit, zonder titel. De muziek week niet af van wat we kennen: een hele zwik stemmige donkere liedjes waaronder een prachtige cover van Bill Withers, ‘Ain’t No Sunshine’. Alles wat 16 Horsepower mooi maakte was hier, inclusief banjo.

Wovenhand (2002)

Wovenhand (2002)

Inmiddels bestaat Wovenhand bijna net zo lang als zijn voorganger en heeft de band zelfs meer studioalbums uitgebracht (eentje meer). Ook heb ik Wovenhand net als 16 Horsepower tot nu toe twee keer gezien. Een keer was in 2012, naar aanleiding waarvan Martijn dit stuk schreef (ik hoorde bij de mensen die wegliepen).

Eenzaam

Terug naar dat debuut, want dat is een verschrikkelijk mooie en neerslachtige plaat met juweeltjes van nummers. Ik noemde al die Withers-cover. Maar het mooiste nummer van de plaat vind ik ‘Blue Pail Fever’. Er straalt zo’n eenzaamheid uit de muziek en de tekst met beelden van lege huizen, snelwegen en staten zo leeg dat je er een miljoen mensen kunt verstoppen. Zo’n liedje dat zelfs op een dag waarop alles lukte, waarop de zon scheen en het leven je een vriendelijk duwtje in de rug gaf, die glimlach van je gezicht veegt en je net zo alleen laat voelen als de verteller in het nummer. Soms is dat heerlijk.

Wovenhand speelt 20 september in Tilburg op Incubate.

Tags: , , , , , , ,

nummer van 27/08/2014 door

‘SuzieQ’ van Gonjasufi

De yogaleraar die pijn wil doen

Gonjasufi – SuzieQ

Ik weet nog goed dat ik A Sufi And A Killer van Gonjasufi in 2010 voor het eerst hoorde. Ik was net naar Amsterdam verhuisd en op zoek naar geluiden om mijn nieuwe thuis in te weiden. Ik herinner me Jimi Hendrix’ Electric Ladyland waar ik voor het eerst goed naar luisterde en ik herinner me Gonjasufi, die net zijn eerste plaat uit had. Er werd in de media veel gesproken over het trippy rockalbum gemaakt door een yogaleraar. Ik herinner me vooral ‘SuzieQ’.

Gonjasufi (Sumach Ecks) werd geboren in wat hij noemt een ‘San Diego jazz family‘. Zijn vader luisterde jazz, zijn moeder soul. Op de middelbare school raakte hij geïnteresseerd in de rapscene van de jaren 90 en begon hij platen te verzamelen en te dj-en. Later ging hij verder met reggae en rock, met invloeden uit andere muziek en thema’s die hij in die tijd bestudeerde. Hij begon zich namelijk op jonge leeftijd al te verdiepen in de islam, maar raakte snel gedesillusioneerd door de extremistische facetten waarmee hij in aanraking kwam. Uiteindelijk waren het de mystieke en spirituele aspecten uit verschillende religies die hem aantrokken en die hij in zijn eigen leven begon te integreren. Hij verdiepte zich in het soefisme en leerde later ook zelfs Hindi spreken. Nu zegt hij in yoga de manier gevonden te hebben alle filosofieën in zijn lichaam een plek te geven. Hij zegt ook dat hij waarschijnlijk een agressief persoon zou zijn als hij geen muziek maakte.

Het is niet makkelijk Gonjasufi en zijn veelbesproken spiritualiteit los te koppelen van zijn muziek, maar er is geen reden om A Sufi And A Killer te waarderen voor wat het is en hoe het klinkt, ongeacht de ideologieën die erin verwerkt zijn. Gonjasufi bekritiseert (om het beknopt te houden) oppervlakkige gedragspatronen in de maatschappij. Als je geen behoefte hebt daar iets mee te doen, bieden de nummers geproduceerd door Flying Lotus, The Gaslamp Killer en Mainframe meer dan genoeg afleiding. De plaat als geheel is een mysterieus, bij vlagen agressieve, dan weer ultiem relaxte verzameling aan liedjes zo uiteenlopend dat het moeilijk te vatten is. Gonjasufi wilde iets maken dat een beetje pijn zou doen bij het luisteren. Niet echt een nobel streven, voor een yogaleraar, maar wel intrigerend.

‘SuzieQ’ is een korte energiebom (slechts 1:44 lang) die in een paar seconden een ruimte over kan nemen, zoals het destijds deed in mijn nieuwe huis. Zonder intro of enige aankondiging voor wat komen gaat, valt de metal-achtige gitaarriff je persoonlijke ruimte binnen en begint Gonjasufi in zijn typische, vibrerende en krakerige zang onverstaanbare kreten uit te slaan. Ik weet niet of het meer pijn dan goed doet, maar die dualiteit misstaat iemand die zowel Sufi als killer is niet.

Tags: , , , , , , , , , ,

nummer van 26/08/2014 door

‘Spoon Out My Eyeballs’ van Benjamin Booker

Niks te vertellen

“Je moet een goed verhaal te vertellen hebben.” Dat advies gaf een ervaren en gewaardeerde perspromotor van een platenlabel mij eens. De vraag hoe ik de nieuwe plaat van m’n band onder de aandacht kon brengen was aan het antwoord voorafgegaan. Het naïeve idee dat goede muziek altijd wel gehoord wordt, had ik eerder al laten varen. Met tegenzin, dat wel, maar er wordt nu eenmaal verschrikkelijk veel goede muziek gemaakt en verhalen die tot de verbeelding spreken zorgen er simpelweg voor dat je net even wat lekkerder binnenkomt.

Minder ideaal voor de muzikant die er maar een saai leven op nahoudt, maar perfect voor een blog als deze. Daarbij hebben we gelukkig een oneindig grote schatkamer aan muziekgeschiedenis tot onze beschikking, maar zelfs bij nieuwe bands is het vaak niet moeilijk om een interessant verhaal te vinden. Een singer-songwriter die in armoede over de halve wereld zwerft, wonderkinderen die klinken alsof ze er al een heel leven op hebben zitten of de altijd goed scorende gedoemde mislukkeling die eindelijk door de muziek wordt gered.

Niet lullen, maar poetsen

Toch ben ik blij het vandaag te kunnen hebben over een muzikant over wie eigenlijk niets interessants te vertellen valt. Of, laat ik het anders formuleren, over een muzikant in wiens biografie weinig spectaculairs wordt opgevoerd dat de komende weken nog door tal van recensenten en journalisten zal worden herkauwd. Nou ja, dat hij pas 25 is en dat Jack White fan is zul je vast een paar keer terug gaan lezen, maar dat is het dan ook wel.

Gelukkig maar, want des te meer zal het over muziek gaan. En daar valt genoeg over te praten. Over ‘Violent Shiver’ bijvoorbeeld, de eerste single die in april van dit jaar al veel aandacht trok en je eraan herinnert hoe rock ’n roll ook in 2014 nog steeds kan klinken: bluesy, swingend, zinderend en energiek. Daarnaast is de punk ook nooit ver weg op zijn self titled debuutalbum. Iets dat hij ongetwijfeld heeft overgehouden aan de paar jaar die hij in Gainesville, Florida doorbracht: de thuisstad van bands als Against Me! en Hot Water Music, platenlabel No Idea Records en de locatie van een van ’s werelds grootste punkfestivals, The Fest.

Benjamin Booker – Violent Shiver

Verder is er vooral veel ruimte voor blues en soul. Hoe aanstekelijk Booker ook klinkt wanneer hij in volle vaart doordendert, de momenten waar het gas even wat minder wordt opengetrokken zijn misschien wel waardoor de balans van deze plaat echt zo zuiver is. Neem nou de eerste minuut van ‘Spoon Out My Eyeballs’. In vergelijking met de chaos waarin het nummer ervoor op de plaat verzandt, is het bijna tergend langzaam. Het gevolg is dat je elke gezongen lettergreep volledig tot je neemt, van de woorden tot het kraken in z’n stem aan toe.

Geen houden aan

Benjamin Booker - Benjamin BookerDie minuut had prima uitgerekt kunnen worden tot een fraaie ballad, maar daarvoor lijkt de spanningsboog van Booker vooralsnog wat te kort. Misschien maar goed ook, want met elk gitaarakkoord nemen de volume en intensiteit van z’n stem vervolgens verder toe. Het rustpunt zo rond 1:50 had de inmiddels op gang gekomen trein richting een rustig zijspoor kunnen leiden, maar vanaf dat moment is er eigenlijk geen houden meer aan en ontspoort het nummer alsnog.

Dat er in de biografie van Benjamin Booker weinig spannends staat vermeld, betekent natuurlijk niet dat de jonge muzikant geen boeiende verhalen kan vertellen. Alleen de albumhoes zou wat dat betreft al genoeg aanwijzingen moeten geven voor stof tot nadenken. Wie weet duiken er de komende jaren nog mooie anekdotes op, maar voor nu hebben we meer dan genoeg aan een pracht van een debuutalbum.

Tags: , , , , , , , ,

Howlin' Wolf – "The Red Rooster" [Vinyl]

Deze week is het 43 jaar geleden dat Eric Claptons droom uitkwam: een album uitbrengen met de imposante bluesreus (schoenmaat 50!) Howlin’ Wolf. Toch wordt deze mijlpaal niet jaarlijks gevierd, noch staat hij er ieder lustrum of tenminste nog eens per decennium bij stil. Eric Clapton vergeet de hele ervaring het liefst.

Supergroep

Toch kun je je daar weinig van voorstellen als je de albumhoes bekijkt. De namen van Howlin’ Wolf en Eric Clapton, maar ook die van Steve Winwood, Bill Wyman en Charlie Watts prijken pontificaal op de voorkant. Een veelbelovende combinatie, zelfs al ben je anno 2014 zo verwend met het uitgemolken supergroep-concept dat je nergens meer van onder de indruk bent. In 1971 was dit concept nog verre van uitgemolken, en een nieuwe groep bestaande uit een Amerikaanse blueslegende, twee populaire Britse muzikanten én de ritmesectie van The Rolling Stones zou toch wel de plaat van het decennium moeten opleveren. Dat deed het niet. Critici waren maar matig enthousiast, bluespuristen slachtten het album volledig af. Zelfs Eric Clapton zelf – die er om bekend staat iedere kans aan te grijpen om met zijn idolen te spelen – had in interviews over de London Sessions weinig goeds te melden.

The London Howlin' Wolf Sessions

Clapton was sceptisch

Het idee voor het album werd geboren in San Francisco, toen Chess Records-producer Norman Dayron bij een Cream-concert op Clapton afstapte met de vraag of hij geïnteresseerd zou zijn in een sessie met Howlin’ Wolf. Clapton was sceptisch, maar alleen omdat hij nog nooit van Dayron had gehoord en inmiddels genoeg ontmoetingen had gehad met charlatans die zich uitgaven voor grote platenbonzen maar uiteindelijk niets meer dan brutale fans bleken die uit waren op een interessant praatje. Dayrons cv bleek echter te kloppen, en het enige dat een legendarische sessie nog in de weg zat was het naast elkaar leggen van agenda’s.

Ringo Starr uit de band gegooid

Het plannen van de opnamesessies in Londen duurde twee jaar. Clapton wilde per se dat Howlin’ Wolfs vaste gitarist Hubert Sumlin met zijn bandleider mee zou vliegen naar Engeland, maar platenbaas Leonard Chess weigerde om voor deze extra kosten op te draaien. Eric stelde een ultimatum: geen Sumlin betekende geen Clapton. Uiteindelijk ging Chess overstag, maar grimmigheid zou de gehele sessie blijven overschaduwen. Aan de Britse kant had Eric inmiddels voor de rest van de band gezorgd: Steve Winwood en Ian Stewart op toetsen, de 19-jarige Jeffrey Carp werd verwelkomd als mondharmonicaspeler, Beatlesdrummer Ringo Starr en zijn basgitaarspelende huisgenoot Klaus Voormann zouden gaan fungeren als ritmesectie. Binnen één dag bleek echter dat de laatste twee geen enkel benul hadden van de blues; slechts één nummer van de opnamen met Starr en Voormann zou de plaat halen.

Howlin' Wolf en Eric Clapton

Howlin’ Wolf en Eric Clapton

Kritiek van Howlin’ Wolf

Vervangers werden uiteindelijk gevonden in Bill Wyman en Charlie Watts, die met The Rolling Stones genoeg rauwe blues hadden gespeeld om de sessie tot een goed einde te brengen. Nu de definitieve band was samengesteld, stond Clapton echter pas voor het grootste probleem: Howlin’ Wolf zelf. De blueszanger was uitgesproken sceptisch over zijn Britse bandgenoten, en al snel bleek dat het idee om een sessie in Londen te doen vooral van Norman Dayron afkomstig was. Howlin’ Wolf zat liever in Amerika, met zijn eigen muzikanten. Na één dag was Clapton het al zat en moest hij door Dayron worden overgehaald om niet ter plekke zijn spullen te pakken en te vertrekken. Wolf had overal kritiek op, vooral op de manier waarop de Britten zijn nummers aanpakten. Het dieptepunt hoor je aan het begin van ‘The Red Rooster’, waarin Clapton voorstelt dat Howlin’ Wolf zelf de iconische openingsriff speelt in met het gevoel en het tempo dat hij gewend is, zodat de band kan volgen. Wolf vindt dit belachelijk; Clapton hoort toch de beste bluesgitarist in Engeland te zijn? Wanneer ze het eens worden blijkt het dieptepunt van The London Sessions echter uit te monden in een absoluut hoogtepunt: door het lekker smerige gitaargeluid evenaart deze versie van ‘The Red Rooster’ het origineel met gemak en de ritmesectie van de Stones maakt er een lui gespeeld maar swingend bluesfeest van.

London SessionsTragisch einde

Uiteindelijk slaagde dit tot elkaar veroordeelde gezelschap er toch in om meer dan twintig nummers op te nemen. Maar ook na de opnamen waren de problemen niet voorbij. Mondharmonicaspeler Jeffrey Carp werd het niet eens met Norman Dayron over zijn vermelding in de album credits. De discussie liep zo hoog op dat Carp de opnamebanden gijzelde. Vlak daarna boekte Carp een cruise om met zijn vriendin de kerstdagen op zee door te brengen. Hij sprong overboord om een passagier te redden die in het water was gevallen, en verdronk zelf. Een tragische manier om de discussie over een vermelding in een albumhoes aan één kant te laten verstommen, maar niettemin was dit voor Dayron het moment om zijn zin door te zetten en het album eindelijk uit te kunnen brengen. Eind augustus 1971 lag The London Sessions in de winkel, tegen wil en dank van iedere muzikant die er iets mee te maken had gehad.

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

nummer van 24/08/2014 door Dimitri Lambermont

‘I’m Broken’ van Pantera

Er kan veel breken in twintig jaar, maar niet mijn liefde voor Pantera

Gastblogger Dimitri Lambermont over zichzelf: “Online copywriter. In het vak sinds 1999. Vernietiger van jargon. Wou eigenlijk altijd bij Oor werken. Ondanks alle muzikale omzwervingen toch vooral metalhead gebleven.”

Pantera – I'm Broken (Official Video)

Dit jaar bestaat het album Far Beyond Driven van Pantera alweer een kleine twintig jaar. Zelf mag ik ondertussen de grote 4.0 aantikken. Een eenvoudig sommetje en je komt uit op twintig. En nu, twintig jaar later, noem ik mezelf nog steeds met trots Pantera-fan. Hoewel gitarist Dimebag Darrell al bijna tien jaar dood is, nadat hij op 8 december 2004 tragisch genoeg op het podium werd neergeschoten. Hoewel mijn grote held Phil Anselmo ook de jongste niet meer is. En mijn dochter elke keer als ik Pantera aanzet, gillend de kamer uit holt. Fan van Pantera ben je voor het leven, ook als headbangen na twee keer zwiepen al pijn aan je nek doet.

Headbangers Ball

Laten we even terugvliegen naar 1994. Naar zomaar een avond in zomaar een Nederlandse slaapkamer. Ik kijk MTV, zoals gewoonlijk. MTV draait dan namelijk nog vooral muziek – vreemd concept, ik weet het. En ik wacht waarschijnlijk rustig op Headbangers Ball met Vanessa Warwick. Na een hele week slappe muziek is er altijd nog de zekerheid van Headbangers Ball. Een fijn anderhalf uur Mijn Muziek: metal. En dan is daar het moment; de eerste single van het nieuwe album van Pantera.

Pantera - Far Beyond DrivenFar Beyond Driven is het zevende studioalbum, komt uit op 22 maart 1994 en gaat in een keer naar de eerste plek van de Billboard 200. Daarmee is het overigens het eerste extremere metalalbum dat bovenaan de chart weet te verschijnen. En, leuke side note: het is het eerste album waar Darryll Abbott zich in de credits Dimebag Darrell noemt. ‘I’m Broken’ is de eerste single van het album. Pantera wordt in 1995 genomineerd voor een Grammy Award voor het nummer.

Weg met spandex

Sommige nummers ken je vooral van de cd, andere nummers juist vooral van de radio. Maar ‘I’m Broken’ staat voor altijd in mijn geheugen gegrift vanwege de video. Niet dat deze clip nou zo schokkend is, het is gewoon een redelijk chaotisch clipje van Pantera dat in een haast oefenruimte-achtige setting het nummer speelt. Komt geen vlammenshow of vuurwerk aan te pas. En wellicht sprak dat me juist zo aan. Na de spandex en Groot Haar-jaren van metal, het gejammer van de grunge, was deze clip van Pantera heel down to earth. En dat was wel lekker.

Ik vond Pantera altijd wel cool. Zeker Vulgar Display Of Power uit 1992, waarmee ze doorbraken, heb ik grijsgedraaid. Maar met ‘I’m Broken’ brak Pantera pas echt door naar de supersterrenstatus. Het nummer heeft natuurlijk die heerlijke riff, waarover Dimebag Darrell volgens Wikipedia zelf ooit heeft gezegd:

I’m Broken was a sound check riff – one of them ones where I’d walk in with a hangover from ripping it up night after night with everyone in every town. That’s where a lot of the best riffs I ever wrote came from. I just played the first riff I thought of, Vinnie started kickin’ in on it, Rex joined in – we didn’t write the entire song on the spot, but we kept toying with it and finally worked on it once we got into the studio.

Sloopmuziek met een southern groove

Het nummer spat van je beeldscherm en uit je speakers van de agressie. Niemand doet woede zo goed als Pantera. De zuidelijke versie van metal, met z’n opvallende nadruk op de groove, de diepe riffs, de snerpende solo’s en de schreeuw van Anselmo. Alles straalt uit: Don’t fuck with me. En als je het wel doet, dan slopen we de boel.

Pantera - band

Pantera is sloopmuziek. Bot, maar toch net niet al te lomp. Hoewel de heren dat overigens vaak wel zijn. De home videos van Pantera lopen over van de drank, heel veel drank, emmers en liters drank, veel wiet, gesloopte hotelkamers en geblondeerde groupies. Maar ach, who cares? Dit is Pantera. Daarbij hoort een bepaalde bravoure.

Helse rugpijn

En toch is ‘I’m Broken’ qua tekst niet zo onschendbaar. Phil Anselmo heeft namelijk al lange tijd last van rugklachten die hem veel pijn bezorgen. In een interview vertelt hij daarover: “This is right when I started feeling the pain in my lower back, and it felt scary. I think this is one of the first times in my life, man, that I had this thing called ‘vulnerability’ kick in, and that was a very uncomfortable feeling. I think that was really my first glimpse into kind of screaming to the world, ‘Fucking… I am broken! Somebody fucking help me here!’”

Anselmo, die bij optredens veel rondspringt en als een wildeman tekeer gaat, blijkt last te hebben van chronische rugpijn als gevolg van een scheur in de schijven tussen zijn ruggenwervels. Deze schijven gaan steeds verder achteruit. Hoe stoer mijn held ook is, hij heeft pijn. “Look at me now. I’m broken.”

Cool nummer. Jammer van de aanleiding.

Tags: , ,

-->