nummer van vandaag door

‘Desculpe, babe’ van Os Mutantes

Dat vervloekte Tropicália

MUTANTES – DESCULPE BABE

Pubquizvraag: Hoe heette de Braziliaanse rockband uit de jaren 60 die Françoise Hardy coverde? Antwoord: Os Mutantes. Bonuspunten als je wist dat deze psychrock-band deel uitmaakte van Tropicália, een kunstbeweging die dankzij Gilberto Gil en Caetano Veloso een muzikale tak kreeg, en waarvoor de twee laatstgenoemden in 1968 Brazilië gedwongen uit moesten om marteling en gevangenschap te ontvluchten. Invloeden (en dus ook muziek) van buitenaf werden tijdens het Braziliaanse militaire regime angstvallig geblockt en Tropicália-kunstenaars deden hun best dat te ondermijnen. Os Mutantes zat er middenin en maakte genoeg muziek om dat goed te laten horen.

Buitenlandse pop was al eerder een onwelkome gast geweest in de Braziliaanse muziekindustrie. De komst van de Afrikaanse samba werd in de jaren 50 door de conservatieve en xenofobe kunstelite nog belachelijk gemaakt en verboden. Jaren later zou het juist zo’n beetje hét Braziliaanse muzikale exportproduct worden. In de jaren 60 kwam de volgende dreiging: rock ‘n roll uit Noord-Amerika en Europa. De yé-yé uit onder andere Frankrijk vond een nieuw thuis bij groeperingen die zich tegen het Braziliaanse militaire regime verzetten. De oude garde had de zogenaamde hippies en de losbandige jeugd maar al te graag weggemoffeld, maar het was ze nooit gelukt want voorop liep Tropicália.

Tropicália was een vrijgevochten beweging waarin zoveel mogelijk invloeden, ongeacht de kunstvormen en stijlen, door elkaar liepen. De oorsprong van het idee kwam van de dichter Oswald de Andrade, die in 1928 een Tropicália-manifest schreef genaamd Manifesto Antropófago, wat vertaald kan worden als “Manifest voor de Kannibaal”. Het boek staat vol humor en poëtische vertellingen over de Braziliaanse cultuur, de zoektocht naar autonomie en vooral: aansporingen tot het verorberen van zoveel mogelijk binnen- en buitenlandse culturen om zo tot één unieke culturele identiteit te komen. Alles was kunst en alles moest en kon door elkaar gebruikt worden: van klassiek tot pop, van de Beatles tot Braziliaanse traditionele muziek, taboes bestonden niet en waren juist datgene wat tot kunst werd verheven. De open-minded geest van Tropicália stond regelrecht tegenover het regime dat kunstenaars vervolgde en zelfs martelde omwille van hun vrijgesproken kunst. Dat er zelfs artiesten zijn die door de omstandigheden het leven opgaven, is moeilijk te bevatten.

Os Mutantes heeft nooit hoeven (of willen) vluchten uit Brazilië, terwijl de muziek van de band wel alle zogenaamde vervloekte elementen bevatte. Wanneer je luistert naar de eerste drie platen van Os Mutantes is de mix van invloeden niet te missen: heel veel Beatles, veel Jefferson Airplane, Mamas and the Papas, bizarre ritmewisselingen, psychedelische solo’s, liedjes die net zo min een couplet als een refrein hebben. ‘Disculpe, babe’ verscheen op het derde album A Divina Comédia ou Ando Meio Desligado (1970) en klinkt als een soort Beatles-ballad, waarin Donovans Hurdy Gurdy-vibrato is gebruikt en vervolgens wordt losgelaten om het liedje compleet om te gooien, tot drie keer toe. Als je luistert naar een lieflijk liedje als ‘Disculpe, babe’ is het moeilijk voor te stellen wat er zo kwalijk gevonden kon worden aan het zonnige geluid van Os Mutantes en Tropicália. Maar dat het bestaat, is misschien al een overwinning op zich.

Tags: , , , , , , ,

nummer van 30/09/2014 door

‘Dear Prudence’ van The Beatles

De magie van Macca

The Beatles – Dear Prudence (2009 Stereo Remaster)

“Lekker George Martinnetje spelen op je laptop”, noemde Jeroen Houben het afgelopen zaterdag op Twitter. En inderdaad, als Beatles-fan is er weinig mooiers dan thuis plaats te nemen op de producersstoel van Abbey Road en alle verschillende sporen eens afzonderlijk te beluisteren. Zo begon het dit weekend via Twitter met de isolated vocal tracks van een Abbey Road-medley, waarna de geweldige intensiteit van ‘Helter Skelter’ werd blootgelegd in Paul McCartney’s afgezonderde zangpartij. En dan die koortjes, ook daar kun je complete YouTube-sessies aan wijden.

YouTube staal vol met soort betoverende inkijkjes in het ruwe materiaal waar Martin mee werkte en al klikkend vul je zo ongemerkt makkelijk een hele middag. Hoewel het grootste deel zich richt op de vocalen van The Beatles, stuitte ik ook op een clip waarin een baslijn van Paul McCartney werd uitgelicht. Aan zijn muzikale talent wordt natuurlijk nauwelijks getwijfeld, maar over zijn specifieke kwaliteiten als bassist hoor je vaak veel minder. Gek eigenlijk, als je bijvoorbeeld eens goed naar ‘Dear Prudence’ luistert.

Paul McCartney RickenbackerDe catatonie doorbroken

Overigens had het nummer zich ook zonder de bas prima kunnen lenen voor een bespreking op dit blog. John Lennon schreef het in 1968 voor Prudence Farrow, de zus van actrice Mia Farrow die tegelijkertijd met The Beatles op bezoek was bij Maharishi Mahesh Yogi om zich te verdiepen in transcendente meditatie. Ze nam het echter zo serieus dat ze na dagenlang aaneen mediteren in een catatonische staat belandde. ‘Dear Prudence’ was het liedje waarmee John Lennon haar weer op aarde probeerde te krijgen.

Als je alleen naar Lennons gitaar en zang luistert vraag je je af in hoeverre het nummer Prudence weer uit haar geestelijke isolement heeft geholpen. Hoe prachtig ook, de hypnotiserende gitaarlijnen en dromerige tekst hadden haar net zo goed alleen maar verder van de realiteit kunnen brengen. Tenzij ze daar al de uiteindelijke versie had kunnen horen, die dankzij McCartney basspel ineens een aardse nuchterheid krijgt zonder afbreuk te doen aan Lennons bovennatuurlijke melodieën.

Elegante ladders

Aan de basis daarvan ligt de semi-chromatische dalende baslijn die op 0:44 invalt en in zijn geniale eenvoud enkel wordt overtroffen door zijn elegantie. Dat laatste zit ‘m vooral in de manier waarop McCartney vanuit de lage grondtoon in D steeds naar de volgende toon glijdt die telkens de overgang naar een nieuwe trede van het trapje markeert. Een echt refrein heeft het nummer niet, maar doordat de bas aan de wandel gaat krijgt elk couplet op het einde heel slim toch een soort pre-chorus mee. Luister bijvoorbeeld naar het stuk vanaf 0:54.

Ringo was er even niet dus drumde Paul 'Dear Prudence' maar in.

Ringo was er even niet dus drumde Paul ‘Dear Prudence’ maar in.

Wat vooral opvalt wanneer je naar de uitgelichte baspartij luistert in de video onderaan dit stuk, is de dynamiek waarmee McCartney speelt. Het begint allemaal mooi gelijkmatig als solide basis voor Lennons gezweef, maar gaandeweg het nummer neemt de intensiteit steeds verder toe. Dat begint bijvoorbeeld al bij de bridge. McCartney had daar voor het eerste deel prima de kenmerkende baslijn uit het couplet kunnen gebruiken, maar stapt hier over op een hoekige cadans van slechts twee noten. In het onderstaande fragment is dit te horen vanaf 1:56.

Terwijl de drone-achtige gitaarakkoorden in het derde couplet alleen meer verder aan lijken te zwellen, valt McCartney weer terug op zijn oorspronkelijke baspartij. Het kletteren van de snaren tegen de frets op de hals neemt hoorbaar toe, veroorzaakt door de energiekere aanslag van zijn rechterhand. Dat is helemaal merkbaar als die aanslag vanaf 2:46 (in het onderste fragment) nog uitsluitend staccato is. Vanaf 3:01 is het zelfs zo sterk dat het volume van de bas bijna verdubbeld lijkt. Datzelfde geldt voor het aantal noten dat hij in een variatie speelt vanaf 3:38 tot het einde.

Op dit moment begint het bijna rommelig te klinken hoe McCartney speelt, maar als je daarna weer even het origineel beluistert valt alles prachtig op zijn plek.

"Dear Prudence" Isolated Bass (The Beatles)

Tags: , , , , ,

nummer van 29/09/2014 door

‘Okie From Muskogee’ van Merle Haggard

Satire of serieus?

Merle Haggard — Okie From Muskogee

Muskogee, Oklahama, USA. Een stadje dat precies in het midden ligt van dat grote niets tussen New York en Los Angeles, dat gigantische gebied dat het platteland van Amerika heet. Het echte Amerika. Een gebied waar de bevolkingsdichtheid nog laag genoeg is om de ruimte te geven aan de natuur, die deze kans dan ook aangrijpt om haar op haar mooist en veelzijdigst te laten zien. Vaak als aan Amerika denken, of iets van het land op televisie zien, gaat het om die twee grote steden aan de buitenkant, aangevuld door dichtbij liggende steden als Washington DC aan de oostkant en San Francisco in het westen. Vooruitstrevende, blitse wereldleiders. Trendsetters. Opinieleiders. De mensen die wonen op de gigantische lap grond tussen die steden zijn een stuk minder blits, die kennen we niet zo goed, behalve wanneer we ons tijdens verkiezingstijd voor de zoveelste keer verbazen over het grote aantal inwoners dat op de Republikeinen stemt. Dan staan we ineens stil bij die ruim 300 miljoen inwoners in al die kleine stadjes en dorpjes, waar we de rest van het jaar niet zoveel aan denken.

Okies uit Muskogee

Muskogee, Oklahoma is zo’n stadje waar we nooit aan denken, een stadje zoals zoveel andere stadjes in dat grote gebied. Eentje met minder inwoners dan Doetinchem, en het worden er ieder jaar nog minder. De trots van Muskogee is Bacone College, waar ook studenten uit omliggende dorpen als Haskell en Checotah naartoe gaan, en dat zelfs als decor mocht dienen voor kleine scènes in drie speelfilms –All American (1951), Salvation (2007) en Denizen (2010). De inwoners noemen zichzelf graag Okies, net zoals de rest van de mensen uit de staat Oklahoma.

Vietnamoorlog

De okies uit Muskogee roken geen wiet, dat laten ze aan de mensen in San Francisco over. Ze nemen geen LSD, ze laten hun haar niet lang groeien, dragen liever stoere laarzen dan sandalen. Althans, als we countryzanger Merle Haggard moeten geloven. Waar veel countrynummers in de jaren 60 vooral over de liefde gingen en in algemene termen spraken om maar zo tijdloos mogelijk te blijven, zong Merle Haggard over een typisch tijdig fenomeen: de hippies die protesteerden tegen de Vietnamoorlog.

We don’t smoke marijuana in Muskogee
We don’t take our trips on LSD
We don’t burn our draft cards down on Main Street
We like livin’ right, and bein’ free

We don’t make a party out of lovin’
We like holdin’ hands and pitchin’ woo
We don’t let our hair grow long and shaggy
Like the hippies out in San Francisco do

I’m proud to be an Okie from Muskogee,
A place where even squares can have a ball
We still wave Old Glory down at the courthouse,
And white lightnin’s still the biggest thrill of all

Merle HaggardDrugs, seks en ongehoorzaamheid

Haggard kwam op het idee voor ‘Okie From Muskogee’ toen hij aan het eind van de jaren zestig met zijn band door het stadje reed en niet verder kon omdat de weg versperd werd door Vietnamprotesteerders. Hij beeldde zich in wat zijn vader, een born and raised Muskogeaan, van deze nieuwerwetse praktijken moest denken, en toen hij zelf hardop moest lachen bij de gedachten aan de vooroordelen van dit soort conservatieven, wist hij dat hij materiaal had voor een leuk, satirisch liedje. Zodoende ging dat liedje al snel nauwelijks meer over de protesten en vooral over vooroordelen over drugs, seks en ongehoorzaamheid. De hippies moesten het ontgelden, maar de conservatieven ook een beetje, door de populistische portrettering van hun idealen.

Lijflied

Dat Haggard zelf niet zo’n hekel aan hippies had en zich bij het schrijven van de songtekst vooral de mening van zijn vader inbeeldde, kwam bij zijn landgenoten niet aan. Direct werd ‘Okie From Muskogee’ een nationale hit, een lijflied voor inwoners van dat gigantische gebied tussen New York en Los Angeles. Iedereen was een Okie uit Muskogee, ook al kwam je helemaal niet uit dat stadje dat kleiner is dan Doetinchem. Het betekende dat je het zat was om bij de stille meerderheid te horen, dat je het prima vond om een square te zijn en vast te houden aan je conservatieve idealen. Onbedoeld had Merle Haggard een stem gegeven aan een gigantische groep mensen die – buiten verkiezingstijd – door hun gebrek aan blitsheid nooit een stem had gehad.

Merle Haggard tegenwoordig

Merle Haggard tegenwoordig

Van satire naar bloedserieus

Misschien kwam het door deze onvoorziene populariteit in kleine dorpen, misschien kwam het omdat hij ouder werd. Wat het ook was, naarmate de jaren voorbij streken werd Merle Haggard zelf steeds conservatiever en veranderde het verhaal van de gedachte achter ‘Okie From Muskogee’ geleidelijk van satire naar bloedserieus. In 2010 gaf Haggard een interview aan country-blog The Boot, waarin hij meldde dat hij het nummer schreef om de troepen in Vietnam te steunen. Hij vond de protesten een godspe vergeleken met de moed van al die soldaten die hun leven voor hun land gaven:

When I was in prison, I knew what it was like to have freedom taken away. Freedom is everything. During Vietnam, there were all kinds of protests. Here were these [servicemen] going over there and dying for a cause — we don’t even know what it was really all about. And here are these young kids, that were free, bitching about it. There’s something wrong with that and with [disparaging] those poor guys.

Antwoord van de hippies

Patriottistisch, satirisch of een beetje van beiden. De humoristische tekst van ‘Okie From Muskogee’ werd in ieder geval omarmd door vriend en vijand, door rednecks en zelfs door hippies, getuige het aantal typische hippiebands dat met het nummer aan de haal ging. The Grateful Dead nam een overtuigende versie op, maar de live-uitvoering van de blitse Californische The Beach Boys laat het best zien dat de satirische bedoeling achter het nummer destijds wel degelijk aankwam, hoe hard Haggard dit in zijn latere jaren ook ontkent. En in Muskogee zelf? De kreet I’m Proud To Be An Okie From Muskogee is het motto van de stad geworden en de titel van het nummer prijkt trots op een billboard aan de entree van de stad. Maar dan wel in felle hippiekleuren. Zelfspot is ook de conservatieve Okies niet vreemd.

Muskogee, Oklahoma, USA

 

Tags: , , , , , , ,

nummer van 28/09/2014 door Guido Segers

‘I Knew Prufrock Before He Got Famous’ van Frank Turner

Het leven bij zijn lurven pakken!

Wie kan er nou zeggen dat hij is afgestudeerd op black metal? Nou, gastblogger Guido Segers bijvoorbeeld. Naast aspirerend tekstschrijver is hij ook nog eens popjournalist voor onder meer 3voor12 Eindhoven, The Sleepig Shaman en Inlog.org.

I Knew Prufrock Before He Got Famous by Frank Turner

Liefhebbers van punkrock, zoals ikzelf, raken op den duur een beetje uitgekeken op het genre. Oké, uitgekeken is niet het juiste woord, ze willen muziek die wat rustiger is maar dezelfde credibility heeft. Gelukkig had een aantal punkrockers hetzelfde gevoel en begon acoustic punkrock te maken, zoals men het placht te noemen. Dat kun je dus luisteren en toch punk zijn.

Frank Turner speelde in Million Dead, een hardcoreband die net wat te intellectueel probeerde te zijn voor het hardcore-wereldje. Toen dat uit elkaar klapte pakte Frank zijn gitaar, sprong op een trein en begon op te treden met wat eigen liedjes voor 50 pond en een plek om te slapen. Dat heeft hem geen windeieren gelegd, maar leverde bijvoorbeeld optredens op Wembley en zo’n beetje elk groot festival op. De laatste plaat is ook radiovriendelijk, vrolijk en makkelijk geworden. Het nummer van vandaag is wat anders en komt van het tweede album Love, Ire  & Song. Het laat de twee kanten van Frank Turner horen en durft nog echt wat te zeggen.

frank-turner---press-picture-3---april-2013---credit-brantley-gutierrez

Mag ik u even ongeveer een eeuw terug nemen in het verleden? T.S. Eliot schreef het gedicht ‘The Love Song of J. Alfred Prufrock’. Toentertijd een schokkend gedicht voor het publiek dat de existentiële twijfel en angst van de modernisten weergaf. Het personage J. Alfred Prufrock uit zijn angst in een stream of consciousness, zonder ooit tot actie te komen. Het is de twijfel van de moderne wereld, die allerlei nieuwe problemen brengt, onzekerheden en een onbekend nieuw decorum. Prufrock belandt op de planken met zijn angsten en het stof dwarrelt neer op de boeken…

For I have known them all already, known them all:
Have known the evenings, mornings, afternoons,
I have measured out my life with coffee spoons;
I know the voices dying with a dying fall
Beneath the music from a farther room.
So how should I presume?

Frank Turner houdt van boeken. Dat blijkt wel uit zijn platen. Elk album zit bomvol met subtiele referenties en Eliot was voor zijn eerste albums wel echt een favoriet. Zo schreef hij songs als ‘Sons Of Liberty’, waarin hij verwees naar het gedicht ‘The Hollow Men’, of zijn versie van ‘Journey Of The Magi’. Alsof hij Eliot tegen wilde spreken in daad en woord door zich volop over te geven aan het leven en zijn kunst. Frank speelt overal en bij voorkeur in de kleinere zaaltjes, omdat het gaat om die immersie, het overgeven aan het leven en anderen. “Let’s grab life by the throat and live it to pieces”, zoals hij zelf zo mooi zingt. De eerste vier albums zijn doordrenkt van punk-ethiek en -esthetiek, maar ook de literaire traditie en die van de popmuziek. De twee lijken niet met elkaar samen te gaan, maar in Frank Turner vinden deze twee kanten een succesvolle samenkomst.

frank-turner-love-ire-and-song-1Dus een kleine eeuw later trekt een voormalig Eton-student Prufrock weer uit de kast. Dat doet hij in een veranderde wereld, compleet omgeslagen naar een consumptieparadijs waar de hoge cultuur van Eliot een marginale positie kent. Ook deze tijd kent zijn existentiële wanhoop, die zich uit in het nietsdoen, twijfelen en vingertje wijzen. Frank Turner stapt in de schoenen van Prufrock die aan de bar zit in een kroeg, vermoedelijk ergens in Engeland, en beschrijft de setting. Tegenstellingen volop, het gezelschap bestaat uit archetypen, allemaal bijzonder en vol van mysterie en vitaliteit. Het individu staat centraal en diens kracht om uniek te zijn in de eigen wereld. Het nummer bouwt op, wordt langzaam intenser tot Frank de volgende zinnen uitspuugt:

I am sick and tired of people who are living on the B-list.
They’re waiting to be famous and they’re wondering why they do this.
And I know I’m not the one who is habitually optimistic,
but I’m the one who’s got the microphone here so just remember this:

Ik kan natuurlijk de daaropvolgende tirade u als lezer niet onthouden, hoewel u het zelf natuurlijk na kunt luisteren. Frank Turner stapt uit de schoenen van de weifelende en klagende Prufrock, die we allemaal wel een beetje van binnen hebben. Hij pakt hem bij de kraag van zijn tweed jasje en schudt hem door elkaar terwijl hij in krachtige woorden vertelt hoeveel het leven waard is en wat het die waarde geeft. Het enige wat we moeten doen is leven, ons compleet overgeven aan het leven. Daarom is dit het nummer van de dag, omdat er ongetwijfeld iemand is die vandaag de Prufrock in zich boven voelt komen. Knoop dit dan goed in je oren.

Life is about love, last minutes and lost evenings,
about fire in our bellies and furtive little feelings,
and the aching amplitudes that set our needles all a-flickering,
and help us with remembering that the only thing that’s left to do is live.
After all the loving and the losing, the heroes and the pioneers,
the only thing that’s left to do is get another round in at the bar.

Tags: , , , , , ,

The Living End – Prisoner Of Society (Video)

In 2010 verscheen het boek The 100 Best Australian Albums. De lijst kende niet veel verrassingen. Wel keek ik er van op dat het titelloze debuutalbum van The Living End op nummer 57 stond.

Ik had deze cd al inmiddels tien jaar niet meer aangeraakt, behalve om deze twee keer in een verhuisdoos te stoppen en vervolgens zonder ‘m te spelen in een cd-kast te laten verdwijnen. Voor mijn werk moest ik onlangs 4 uur in de auto spenderen en ik zocht wat roadtrip muziek om mijn reis te veraangenamen. Ik plukte het lang niet beluisterde album uit de kast. Net als zestien jaar geleden werd ik gegrepen door deze prachtplaat die de teenage angst met energieke, rockende punk rock door de stereo laat denderen. Het gaspedaal heeft het geweten.

The Living End – Second Solution

De Melbournse Chris Cheney en Scott Owen ontmoetten elkaar acht jaar eerder via hun zussen. Al snel werd hun liefde voor The Stray Cats en The Clash omgezet in hun eerste coverbandje, The Runaway Boys. De invloed van beide bands speelt tegenwoordig nauwelijks een rol meer, maar je kunt het zeker nog terughoren op het album dat op nummer 57 van de eerder genoemde lijst terecht kwam. Voordat dit album werd uitgebracht hadden de mannen echter al flink aan de weg getimmerd.

Lang geleden heb ik wat dollars in een envelop gedaan en naar Billie Joe Armstrong van Green Day gestuurd. Met zijn Adeline Records had hij namelijk Dead End Stories van One Man Army uitgebracht en deze was in Nederland niet te krijgen. Ook van The Living End ontving Billie Joe een gevulde envelop, al had deze een andere inhoud en een ander doel dan die van mij.

The Living End had al een jaar door het thuisland getoerd en nam een demo op om te verkopen en labels geïnteresseerd te krijgen. Ze besloten ook Billie Joe een demo en een shirt te sturen. Deze was zodanig onder de indruk van het jonge bandje dat hij besloot om The Living End als voorprogramma mee te nemen op zijn tour door Australië in 1995. In 1995 was Green Day, samen met The Offspring, dé punkband van het moment. Met deze aandacht sleepten de jongens van The Living End een platencontract binnen en mochten zij ook nog eens met die andere grote punkband op pad.

The-Living-End1

Vele goede albums, awards, tours en andere successen later besluit zanger/gitarist Chris Cheney, herstellende van een auto-ongeluk, om te stoppen met de band. Hij beweert een writer’s block te hebben en meldt zijn bandgenoten dat de koek op is. Zijn bandleden hebben lange praatsessies en weten hem toch zo ver te krijgen dat hij besluit door te gaan. Met White Noise maakt hij zijn meest afwisselende en diepgaande album. De vrolijke, opgewekte mix van punk rock en rockabilly van het debuut is voorgoed verdwenen.

The Living End – West End Riot

Ik rijd over de A12 richting Utrecht en brul dat ijzersterke debuut van a tot z mee. Dat wordt wachten op boetes.

Tags: , , , , , ,

nummer van 26/09/2014 door

‘Indian Summer’ van The Doors

Zíjn Indian Summer

The Doors – Indian Summer

We zitten in de kroeg, twee mensen kijken naar hun telefoon.
‘Dit weekend wordt het weer warm’, zegt de een.
‘Indian Summer!’ zegt de ander.

Indian Summer. Eén van de eerste liedjes die The Doors opnamen, in 1966. We reageren enthousiast, maar weten niet precies waarom. Natuurlijk: de zomer is voorbij en dankzij stijgende temperaturen onverwacht ook weer niet, wat eenieder goed uitkomt – maar wat, vragen we ons hardop, hebben de Indianen er ook alweer mee te maken? Vier mensen kijken naar hun telefoon. Vier wetenswaardigheden over de term worden gedeeld.

1. Het eerste gebruik van de term ‘Indian Summer’ in de Amerikaanse literatuur dateert uit 1778;
2. In Bulgarije refereren ze op warme herfstdagen naar een ‘gypsy summer’. (Een stuk gezelliger dan ‘nazomer’, zegt iemand);
3. Als je in Amerika woont en je bent enigszins politiek correct, dan zeg je ‘Native American Summer';
4. De native Amerikanen, Noord-Amerikaanse Indianen, waren voor de oogst afhankelijk van lange, warme (na)zomers, om de koude winters mee door te kunnen komen.

Aha, zeggen we, en we bestellen nog een rondje. Die vermaledijde winter ook altijd. We, de Indianen, wij vijven hier aan tafel, vinden het maar moeilijk, afscheid nemen van de zomer. Met het vooruitzicht op korte, donkere dagen wordt elke zonnestraal blijkbaar omarmd, ten behoeve van oogst en bier.

Jim Morrison was een stuk beter ingelezen in de geschiedenis van de oorspronkelijke bewoners van Amerika. Zijn interesse voert terug naar een voor hem traumatische jeugdervaring. Morrison was vier jaar, onderweg naar New Mexico met zijn familie en midden in die woestijn getuige van een auto-ongeluk waarbij een gezin van native Americans gewond raakte en mogelijk bezweek aan hun verwondingen. Het voorval maakte diepe indruk op hem – hij noemde het ongeluk later de meest vormende gebeurtenis van zijn leven – en hij refereerde ernaar in zijn liedjes, gedichten en interviews.[1]

In Morrisons biografie No On Here Gets Out Alive (1995) wordt het ongeluk eveneens aangehaald. Zijn familie reed inderdaad langs een auto-ongeluk bij een Indiaans reservaat toen Jim nog klein was, en hij was er erg door aangedaan. In het boek The Doors, geschreven door de overgebleven leden van de band, wordt de gebeurtenis echter gerelativeerd door Jims vader, die stelt dat er zeker sprake was van een ongeluk, maar dat Jim zich met name de huilende Indiaan herinnerde, die hij langs de weg had zien staan. Zijn zus, die eveneens in het laatstgenoemde boek wordt geciteerd, schijnt zich zelfs nog goed te kunnen herinneren hoe graag Jim het verhaal vertelde van de dode Indianen langs de weg. Wat er ook was gebeurd, Morrison had er poëzie van gemaakt. Het werd zijn definitie van een ‘Indian Summer’.

Me and my — mother and father — and a grandmother and a grandfather — were driving through the desert, at dawn, and a truck load of Indian workers had either hit another car, or just — I don’t know what happened — but there were Indians scattered all over the highway, bleeding to death.

So the car pulls up and stops. That was the first time I tasted fear. I musta’ been about four – like a child is like a flower, his head is just floating in the breeze, man. The reaction I get now thinking about it, looking back – is that the souls of the ghosts of those dead Indians… maybe one or two of ‘em… were just running around freaking out, and just leaped into my soul. And they’re still in there.

Jim Morrison – Dawn's Highway

  1. [1] Uit: Davis, Stephen, Jim Morrison: Life, Death, Legend (2004).

Tags: , , , ,

nummer van 25/09/2014 door

‘But The Regrets Are Killing Me’ van American Football

Vijftien jaar na dato nog steeds goed

American Football – But the Regrets Are Killing Me

Het begon in 1997. Op aanraden van een toenmalige vriend en gelijkgestemde wat betreft muzikale voorkeuren, kocht ik de eerste single van Joan Of Arc (toen nog Jeanne d’Arc). De zeven inches muziek (twee liedjes) waren een duidelijke en nieuwe stap in mijn muziekbeleving. Tot dan toe luisterde ik naar punk en alternatieve gitaarmuziek in al zijn vormen: van Bad Brains en Sex Pistols tot Fugazi, Dinosaur Jr en Seaweed. Maar met Joan Of Arc sloeg ik in andere weg in.

Muziek kan ook gewoon leuk zijn om naar te luisteren. Het hoeft niet per se in al zijn haarvaten de ongenoegens te verbeelden van pubers en adolescenten. Joan Of Arc was (en is) leuk om naar te luisteren. Het is gevatte en gekke pop, met synth loops, jengelende gitaren en een zanger die het tot zijn handelsmerk maakte om tonen niet te halen.

Eerste kennismaking met de broertjes Kinsella.

Eerste kennismaking met de broertjes Kinsella.

Op de fotos’s stonden (vaak nogal magere) gasten in geruite overhemden met korte mouwen, kaki Dockers, de voeten gestoken in simpele gympies of glimmende zwarte schoenen, en op de neus meestal een wat grote bril, zo’n twintig jaar voordat iedereen met Wayfarer rondliep. Nerdy types dus, kort gezegd. Ik volg de band tot op de dag van vandaag, evenals veel van de nevenprojecten. Meestal hebben ze allemaal wel enigszins dezelfde ingrediënten.

Cap’n Jazz

De band viel trouwens niet vanzelf op. Deze gasten hadden al in een band gezeten die in kleine hardcore-kringen als legendarisch werd bestempeld: Cap’n Jazz. De broertjes Mike en Tim Kinsella gingen toen die band zich ophief, verder in Joan Of Arc, dat vooral Tims band was. Mike speelde (nog steeds) een beetje de tweede of derde viool (in het echt speelt hij gitaar).

Enfin. Nu komen we bij het liedje van vandaag. Broer Mike begon midden jaren negentig al snel zijn eigen band en doopte die American Football. In 1999 en 1999 kwamen een ep en lp uit. Daarna was het over. Totdat dit jaar die ep en lp als een deluxe versie werd uitgebracht door het label Polyvinyl.

Helemaal gemist

Ondanks dat ik eind jaren negentig nogal religieus Joan Of Arc volgde, is American Football me in die tijd volledig ontgaan. Echt helemaal. Jarenlang heb ik gedacht dat het een of ander zoet, weeïg en cliché emobandje was. Totdat ik onlangs ontdekte dat een van de Kinsella-broertjes de honneurs van liedjesschrijver, zanger en gitarist waarnam. En dan, op een nostalgisch zaterdagavondje waarop je met een fles whisky eens je oude singletjes en platen doorspit, denk je er aan om dat American Football maar eens te checken.

10679702_10152693000506285_2064030694391884117_o

American Football met links Mike Kinsella.

Vaak is dat een vreselijk slecht idee trouwens. Al die muziek van vroeger verdraag je alleen nog maar omdat je er goede herinneringen aan bewaart. Zo werkte ik eens een zomer als afwasser en reed ik elke dag met de auto naar mijn werk met in de cassettespeler non-stop, de hele zomer, Nothing Feels Good (1997) van The Promise Ring. Klasseplaat! Weet niet of ik die zo goed zou vinden als ik die nu voor het eerst zou horen (dat valse gejengel van die zanger soms, nondeju), maar het was een mooie en enerverende zomer. Veel muziek is tijdgebonden.

Geen spijt

Enfin, voor de tweede keer. Vijftien jaar na nadat American Footballs album uitkwam, waagde ik me er dus op een zaterdagavond aan. Daar heb ik geen spijt van. Sterker nog. Het kostte een paar luisterbeurten, maar inmiddels ben ik helemaal verkocht.

En dan is er altijd wel een nummer dat eruit springt. ‘But The Regrets Are Killing Me’ is dat hier. Dat is misschien wel het meest moody liedje op de plaat en een schitterend voorbeeld van dromerige indie (of emo zoals veel mensen het noemen) zoals die eind jaren negentig werd gemaakt. En na vijftien jaar blijft het nummer fier overeind staan. De hele plaat eigenlijk.

Tags: , , , , , ,

-->