nummer van vandaag door

‘Sabrina’ van Einstürzende Neubauten

Duitse pünktlichkeit om trots op te zijn

Einstürzende Neubauten Sabrina

Het is 2014, het zal je niet zijn ontgaan, en meer dan ooit lijkt het reusachtige land dat languit naast ons ligt uitgestrekt de argusogen van zich te hebben afgeschud. Duitsland werd Weltmeister. Economisch ging het de afgelopen jaren ontzettend goed, hoewel de regering dat vooral aan de afwezigheid van een fatsoenlijk minimumloon te danken heeft. Berlijn is het epicentrum van hipheid. En, een niet te onderschatten graadmeter: wij Nederlanders lijken onze buren tegenwoordig zowaar sympathiek te vinden. We waren best een beetje trots toen Angela Merkel na MH17 vooraan stond om een staakt-het-vuren in Oekraïne te eisen en duidelijkheid te krijgen over de situatie. Duitsland als onze stoere zus! De afgelopen zeventig jaar leek het ondenkbaar, maar stukje bij beetje durven we onze buren weer aan te zien voor wat ze zijn: groots, ontzagwekkend, met al die kilometers aan bergen, meren en bossen, autobahnen, mooie steden. Om maar te zwijgen over die gigantische industrie.

Einstürzende Neubauten

Einstürzende Neubauten

Industrie. Een woord dat niet alleen naar boven komt wanneer we het over de Duitse economie hebben, maar ook in de Duitse alternatieve muziek van elementair belang is. Een industrial metalband als Rammstein kan dan van de gemiddelde muziekliefhebber nog op wat hoongelach rekenen, maar laten we het er in ieder geval over eens worden dat de Einstürzende Neubauten (vertaald: instortende nieuwbouw) als grondleggers van het genre onze lof verdienen.

Hoe goed Duitsland het tegenwoordig ook doet, veertien jaar geleden was het volgens die Einstürzende Neubauten nog heel anders. Met ‘Sabrina’ schreef zanger Blixa Bargeld (lange tijd gitarist bij Nick Cave & The Bad Seeds) een conceptueel ijzersterk nummer over de schaamte waarmee iedere Duitser zo lang door het leven moest. Misschien was het de vloek van het verleden, misschien de teleurstelling in de matige snelheid waarmee het land die vloek van zich afschudde. Wanneer Bargeld zichzelf in 2000 in de spiegel bekeek, zag hij in ieder geval niet de Duitser die hij zou willen zien. Een gegeven dat een prachtige leidraad werd voor zowel de videoclip als de tekst van ‘Sabrina’. In de clip zien we een monsterlijk figuur, gehuld in een rood-goud-zwart trainingspak, schrikkend van zijn evenbeeld in de spiegel van een ranzige toiletuimte. Hij probeert zich met rode lippenstift mooier te maken, maar de kleur beklijft niet. Hij blijft van zichzelf walgen. Ondertussen horen we een beat van vallende waterdruppels en de hypnotiserende stem van Bargeld. Hij zingt, niet eens in zijn moedertaal, over zijn teleurstelling in het rood van de Duitse vlag.

It’s not the red of the dying sun
The morning sheets’ surprising stain
It’s not the red of which we bleed
The red of cabernet savignon
A world of ruin all in vain
It’s not that red
It’s not that red
It’s not that red

Gelukkig heeft de Duitse vlag meer kleuren dan alleen rood. Goud! Goud is altijd mooi. Waarom zou het wezen met de runderkop en varkensneus in de video niet iets aanschouwelijker worden met gouden lippenstift? Het tweede couplet verraadt het: ook het Duitse goud is niet het goud dat het zou kunnen zijn. Hell, de meesten van ons zien de gouden baan in de vlag zelfs aan voor geel.

It’s not as golden as Zeus’s famous shower
It’s doesn’t, not at all, come from above
It’s in the open but it doesn’t get stolen
It’s not that gold
It’s not as golden as memory
Or the age of the same name
It’s not that gold
It’s not that gold
It’s not that gold
It’s not gold at all

Maar o, wat een potentie hebben die kleuren rood en goud. Het rood van cabernet sauvignon, het goud van Zeus’ shower of gold. Het kan zo mooi zijn. Trots zijn op je eigen land zonder schaamte, wie wil dit niet? Blixa Bargeld spreekt zijn visie van dit Duitsland uit in het refrein. Een wens van een mooie kleur.

I wish that would be your color
I wish this would be your color
I wish this would be your color
Your color, I wish

Maar ook na dat hoopvolle refrein moet Bargeld concluderen dat zijn thuisland er nog niet is. Na goud en rood heeft de vlag nog maar één kleur te bieden, en dat is zwart. Pikzwart, roetzwart, koolzwart, inktzwart, ravenzwart, gitzwart. De kleur die niet eens een kleur is, de kleur die geen enkel sprankje hoop te bieden heeft. Al voor hij erover begint weet je dat het voor het Duitsland van Blixa Bargeld niet goed kan aflopen, en hij is dan ook passend genadeloos in het laatste couplet.

It is as black as Malevich’s square
The cold furnace in which we stare
A high pitch on a future scale
It is a starless winter night’s tale
It suits you well
It is that black
It is that black
It is that black
It is that black

Trots op Duitsland? Bargeld en de Einstürzende Neubauten waren het in het jaar 2000 absoluut nog niet. Maar de manier waarop in ‘Sabrina’ tekst, sfeer, video, muziek, zang én historisch besef samenkomen is zo ontzettend verfijnd, zo, ja, pünktlich, dat je maar moeilijk kunt geloven dat de bandleden elkaar direct na voltooiing van de clip niet even een schouderklop hebben gegund.

Tags: , , , , , , ,

nummer van 19/10/2014 door Vincent Cardinaal

‘Coney Island Baby’ van Lou Reed

De bewondering in andermans ogen dromen

Onze gastblogger van vandaag, Vincent Cardinaal (1982), is schrijver en Rotterdammer. Hij is op het gênante af bewonderaar van The Rolling Stones. Daarnaast vindt hij dat Bob Dylan de Nobelprijs voor de literatuur, scheikunde en de lieve vrede verdient. Hij schrijft over muziek voor Noisey/Vice en Nieuwe Revu. Vandaag memoreert hij Lou Reed, die ruim een jaar geleden overleed.

Lou Reed – Coney Island Baby (HQ)

You know, man, when I was a young man in high school
You believe it or not I wanted to play football for the coach

Met de bovenstaande, prachtige, introspectieve woorden trapt Lou Reed zijn song ‘Coney Island Baby’ af. We schrijven midden jaren zeventig en Lewis Allen Reed, dan al een decennium hemelbestormer par excellence, zit in de put. Of beter – hij is bezig eruit te kruipen en wij krijgen een unieke kans het mee te maken. Na het verscheiden van de Velvet Underground zijn de jaren zeventig een grillig beestje voor Reed gebleken. Hij topt artistiek en commercieel met Transformer, zijn door David Bowie geproduceerde popplaat. Met ‘Walk On The Wild Side’ scoort hij een hit die ook overdag op de radio wordt gedraaid. Weet het klootjesvolk veel dat hier een shemale wordt bezongen.

Daarna raakt Lou nog maar eens verslingerd aan heroïne. Uitgedost als een lijkbleke geest met peroxidekapsel bestormt hij de podia. Dit alles is gedocumenteerd op de klassieke live-LP Rock ’n Roll Animal én hij brouwt ook nog zijn meest indrukwekkende grand cru – Berlin, een nog altijd niet kapot te krijgen meesterwerk over ijskoud junkieverdriet.

Kwetsbaar mens

Als Berlin met de grond gelijk wordt gemaakt, flipt Lou pas echt. Zelfs de afgelopen jaren toonde hij zich er nog verbitterd over tegen de pers. Als pure wraak laat hij destijds Metal Machine Music op de mensheid los. Een soort urenlange performance die klinkt alsof er toevallig een bandrecorder in een machinefabriek heeft gestaan. Maar zelfs de meest recalcitrante artiest kan niet leven van rancune. En dus gaat Reed rond 1976 weer daadwerkelijk creëren. Het levert de LP Coney Island Baby op, waarop hij opvallend vaak terugkeert naar zijn jeugd. Hij toont zich voor het eerst in lange tijd een kwetsbaar mens. De hoes spreekt boekdelen – het masker zakt wat, we mogen weer naar binnen van Lou.

Schuwe leerling

Al deze impressies komen samen op de titeltrack. Bijna zeven minuten strekt hij zich uit, niet toevalligerwijs gesitueerd in het hart van de plaat. De tekst is een lange vertelling waarin de protagonist van een schuwe leerling uitgroeit tot een harde discipel van de grote stad. Maar: ook voor deze rauwdouwer blijkt de liefde een reddingsboei. “The glory, oh, the glory of love”, klinkt het bijna gospelgewijs in het slotgedeelte.

Bewondering dromen

Verder kan niemand het alleen af op de wereld. Lou Reed is altijd vatbaar geweest voor het meester-leerlingmodel. Zijn eigen vader was een wat saaie accountant die hem weinig groeipotentieel bood. Op de universiteit ontbolsterde hij onder de schrijver Delmore Schwartz, in New York werd hij een icoon onder de vleugels van Andy Warhol. Op ‘Coney Island Baby’ verpersoonlijkt hij dit in die coach uit de beginwoorden. Hij stelt eigenlijk dat het leven waardeloos is als je niemand hebt om het voor te leven. Als er niemand is die een arm om je heen slaat en zegt: ‘ik heb het gevoeld, dankjewel.’ Zie daar ook een verklaring voor zijn kwaadheid over de slechte pers van Berlin. Lou Reed kon blijkbaar alleen functioneren als hij de bewondering in andermans ogen kon dromen.

Lou en zijn muze Rachel

Lou, Rachel

Lou is nu bijna een jaar dood. Hij stierf op 27 oktober 2013, liggend op de veranda van zijn villa in de Hamptons, ten noorden van New York. Zijn vrouw van het laatste decennium, Laurie Anderson, was er bij. Naar verluidt probeerde Reed voor hij stierf zelfs nog aan tai-chi te doen, zijn laatste verslaving.

In de tijd van Coney Island Baby zal niemand hebben durven geloven dat Lou Reed zo vredig aan zijn einde zou komen. Toch bevat de song een tedere liefdesverklaring aan zijn toenmalige partner – Rachel, een shemale die door Lou met gepaste rebelsheid overal werd geïntroduceerd als ‘my boyfriend’. Zij (of hij) stond destijds als geen ander model voor de grillige, gevoelige macho die Lou Reed was. ‘Coney Island Baby’ – plaat én song – zijn er een schitterende getuigenis van.

I’d like to send this one out for Lou and Rachel
and all the kids and P.S. 192
Coney Island baby
Man, I’d swear, I’d give the whole thing up for you

Tags: , , , , , ,

nummer van 18/10/2014 door

‘Saturday Satan Sunday Saint’ van Ernest Tubb

I Don't Roll On Shabbos!

Ernest Tubb – Saturday Satan, Sunday Saint

“Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt”. Na zes dagen hard werken aan de nummers van de dag is het nu tijd om, naar oudtestamentisch gebruik, de zaterdag te beleven als rustdag. Op sjabbat mag er niet gewerkt worden. Hierdoor ben ik genoodzaakt mijn vrijdagmiddag te gebruiken om dit stukje te tikken. En dat terwijl de traditie, een woord wat anno 2014 een nare bijsmaak heeft gekregen, van een heilige zaterdag al flink wat eeuwen geleden is losgelaten en is ingeruild voor de zondag.

Oordeel niet

Ernest Tubb wijst, in het nummer van vandaag, beschuldigend met zijn vinger naar het hypocriete gespuis dat de hele week alle geboden aan hun laars lapt om vervolgens op zondag vooraan in de kerk te zitten. “Oordeel niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.” Tubb lapt dat laatste gebod aan zijn cowboylaars wanneer hij de andere kerkgangers de maat neemt. Opmerkelijk, aangezien hij er zelf voor zorgde dat het zondagochtend nog lang onrustig bleef in Nashville.

charletontubb11

Midnight Jamboree

In 1947 opende hij namelijk zijn eigen platenzaak: Ernest Tubb Record Shop. Hij was al vier jaar een ongekend populair lid van de Grand Ole Opry, de wekelijkse radioshow met de populairste countrysterren, en zag dat steeds meer mensen behoefte hadden aan een centrale plek waar ze countrymuziek konden kopen. Hiervoor waren het de warenhuizen die mensen in die behoefte voorzagen. Als locatie koos hij een oud pand in downtown Nashville. Niet op zomaar een plek. Recht tegenover het Ryman Auditorium, een voormalige kerk waar de Grand Ole Opry Show werd opgenomen. De bezoekers kwamen vrijwel vanzelf. Toch bedacht Tubb een slimme truc om nog meer klandizie binnen te halen. Op zaterdagavond nodigde hij de artiesten, die in de Ryman hadden opgetreden, uit om in zijn winkel op te treden. De Midnight Jamboree ging tot in de vroege uurtjes van de zondag door.

Webb Pierce "I Got Religion On A Saturday Night"

Hypocriet

Zijn generatiegenoot Webb Pierce was wat strikter in zijn geloof wanneer we het bovenstaande nummer moeten geloven. Ook hij had een week hard gewerkt. Zijn ware geloof behoedde hem er echter voor om op zaterdag niet het lichte vertier van muziek en dansen op te zoeken. Wellicht was het nummer bedoeld als belediging naar de Opry en de Ryman, ook wel bekend als de Mother Church of Country Music. Pierce heeft eenmalig op deze planken mogen staan maar koos er zelf voor om verder niet met de Opry in zee te gaan omdat de organisatie een commissie verlangde voor zijn boekingen.

Sowieso was de alcoholist Pierce geen schoolvoorbeeld van een vroom man. Met zijn potsierlijke zwembad in de vorm van een gitaar en zijn met zilveren dollars en pistolen versierde auto voldoet hij aan de beschrijving die Tubb geeft in het nummer van de dag.

Come Monday morning and he’s back to a life of sin.

Tags: , , , , , , ,

nummer van 17/10/2014 door

‘Good Friday’ van The Black Crowes

Dag van berouw

The Black Crowes Good Friday

De afgelopen week, beginnend op de zondag, reisden wij van Miami, Florida (Marion Williams), via Jacksonville, Florida (Lynyrd Skynyrd), naar New York – Queens (Simon & Garfunkel) en Brooklyn (Harry Nilsson) – met tussendoor nog een uitstapje naar San Fransisco (NOFX). Sommigen zouden zeggen: een alleraardigst reisje door het muzikale Amerika. Ik zeg: een roadtrip van niks. Als je al naar de Verenigde Staten trekt voor muzikale inspiratie en de rest van de wereld buiten beschouwing laat, kun je de meer dan vijfduizend kilometer tussen San Fransisco en Miami niet zomaar met oogkleppen op voorbijrijden.

Sta bijvoorbeeld eens stil in Georgia, op de geboortegrond van The Black Crowes, en luister naar hoe zanger Chris Robinson en zijn gospelkoor invulling geven aan die “oh zo geliefde vrijdag” waar Johan het gisteren over had terwijl hij de donderdag met een liedje van Harry Nilsson de pan in hakte. ‘Good Friday’ (Three Snakes and One Charm, 1996) is een break up-song bij uitstek, een die de tranen over je wangen laat biggelen alsof het weekend niet al trappelend voor de deur staat. (Hoewel dat weekend weinig meer biedt dan een leeg bed vol tissues en elke vezel in je lichaam verlangt naar de ellenlange Pietendebatten en saaie kantoorklussen van de maandag – zie ook: ‘Thank God It’s Monday’ van begin deze week.)

Goede Vrijdag: de dag dat Jezus stierf, de dag dat Judas berouw toonde voor zijn verraad en zich verhing. Is het deze vrijdag waar Chris over zingt, waarmee hij zijn ex-geliefde confronteert? Om welke subtiele hint gaat het hier? Het eerste couplet windt er alvast geen doekjes om. Het einde van de relatie is onvermijdelijk, ondanks dat het lang goed leek te gaan. De twee geliefden zullen elkaar gedag zeggen op straat, maar daar blijft het bij, ze vervolgen daarna als vanzelfsprekend hun weg. Het zal ongemakkelijk zijn, zingt de zelfbewuste Chris, maar ook dat gaat voorbij, want ja, soon you’ll have a new boy to sing you songs. Vergiffenis kan ze wel vergeten, net als dat hij de schuld niet op zich neemt. Sorry trouwens, vervolgt hij bijna cynisch, dat het er eerder niet van kwam. Morgen ben ik ook druk, waarom kan ik niet zeggen, en zaterdag is niet handig want dan heb ik een show. Chris Robinson zingt het bijna vanuit zijn tenen, croont over slechts één dag waarop contact (hereniging?) mogelijk zal zijn: I will see you on Good Friday – de dag dat je berouw toont.

I will not forgive you
Nor will I accept the blame
I will see you on Good Friday
On Good Friday

Toevallig is er ook een ander liedje met dezelfde titel – ‘G.O.O.D Friday’ – van nog zo’n artiest uit Atlanta, Georgia: Kanye West. Voor als je de vrijdag meer als vrolijke opmaat naar het weekend ziet.

G.O.O.D Friday – Kanye West Big Sean Kid Cudi Charlie wilson

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 16/10/2014 door

‘Here’s Why I Did Not Go To Work Today’ van Harry Nilsson

Het enige dat je vandaag kunt doen, is drinken

Nilsson – Thursday (Here's Why I Did Not Go To Work Today)

Voordat ik Harry Nilssons muziek leerde kennen, wist ik eigenlijk maar één ding van hem. In zijn Londense appartement stierf in 1974 Mama Cass, een van de zangeressen van The Mama’s & The Papa’s. Vier jaar later overleed in hetzelfde appartement The Who-drummer Keith Moon. Toen heeft Nilsson de flat maar aan de gitarist van The Who, Pete Townshend, verkocht en keerde hij terug naar zijn Los Angeles.

Nilsson in het kort

LA was de stad waar hij en zijn moeder in de jaren veertig naar toe verhuisden vanuit Brooklyn, nadat vader Nilsson moeder en kind had verlaten. Ze hadden het niet breed in Los Angeles, dus stopte Nilsson op jonge leeftijd met school om geld te verdienen. Dat deed hij tot 1960 bij het Paramount Theatre waar hij piano leerde spelen van de artiesten die er optraden. Het is het begin van een rijk oeuvre, belangrijke fans (John Lennon en Paul McCartney waren grote fans en vrienden) en weinig poespas. Nilsson is voornamelijk een studio-artiest en houdt niet van media-belangstelling. Maar hij heeft succes met zijn muziek; van singles en albums tot muziek voor film en tv.

Zo’n verhaal kan natuurlijk niet zonder ongeluk. Dus… In 1990, na een mislukt filmproject, komt hij er achter dat zijn financieel adviseur al zijn geld heeft achtergehouden. Hij en zijn vrouw blijven achter met driehonderd dollar op de bank en een hoop af te betalen schulden. Vier jaar later overlijdt hij aan hartfalen. Nilssons levensverhaal in het kort.

Nilsson in Londen (1972).

Nilsson in Londen (1972).

Ongrijpbaar

In 1976 had Nilsson het ook niet makkelijk. Een jaar eerder heeft hij zijn stembanden flink beschadigd en de platen die hij uitbrengt, leveren maar weinig succes op. Hij banjert door LA, vaak dronken, wordt uit cafés gegooid en blijft maar opnemen. In twee jaar tijd komen er vier platen uit. Een van die platen is Sandman (1976). Mooie melodieën, mooie liedjes, maar met een blije gekte die de plaat ergens toch ongrijpbaar maakt.

Donderdag is een luie dag

Op die plaat staat ‘Here’s Why I Did Not Go To Work Today’. Het is een aanklacht tegen donderdag. Die dag is het gewoon niet, nooit. Lui, langzaam, de dag zou zinken als die een boot was, met zijn gekke manier van ‘hallo’ zeggen. Woensdag is tenminste nog het midden van de week en op vrijdag krijg je betaald (althans toen). Maar donderdag?

Ik snap Nilsson wel een beetje. Wat doet die donderdag nou? Tja. “When I’m feeling Thursday, I go and have a drink”, zingt Nilsson in het nummer. Dat is zo’n beetje het enige dat je kunt doen en dus ook een raad die ik wel eens opvolg. Met het weekend aan de horizon en slechts nog een dagje werken, word je soms gewoon wat overmoedig. Na een lange avond met te veel alcohol en een nacht met te weinig slaap, wordt het ineens die oh zo geliefde vrijdag. Eindelijk, maar man hey, wat vervloek ik die donderdag dan soms.

Tags: , , ,

nummer van 15/10/2014 door

‘Wednesday Morning, 3 A.M.’ van Simon & Garfunkel

De dag dat Paul en Art een overval pleegden

Wednesday Morning 3 A.M.

Woensdagochtend, 3 uur ’s nachts. Je ging in bed liggen, naast je vriendin. Ze werd niet wakker van je en haar ademhaling bleef constant. Je zag haar borst rustig op en neer bewegen onder de dekens, terwijl haar haar leek te zweven op het kussen. Waarschijnlijk droomde ze over iets moois, onschuldigs. Niet zoals dat wat jij net gedaan hebt. Jij hebt net een overval gepleegd. Nee? Dit was niet jouw woensdagnacht? Excuses, dan was het alleen die van Paul Simon en Art Garfunkel.

Simon--Garfunkel-Wednesday-Morning-499004‘Wednesday Morning, 3 A.M.’ is het titelnummer van Simon en Garfunkels gelijknamige, eerste plaat. Het debuut kwam in 1964 uit, in dezelfde tijd dat de Beatles bezig waren de wereld te veroveren. Alle aandacht ging destijds uit naar de vier Britten, ondanks een zin die op de albumhoes van Wednesday Morning, 3 A.M. aankondigde dat Simon & Garfunkel “exciting new sounds in the folk tradition” brachten. Het album bevatte zelfs de eerste akoestische versie van ‘Sound of Silence’, maar desondanks bleef het in 1964 voor het duo nog, jawel, stil. Toen ‘Sound of Silence’ een klein jaar later te horen was in de film The Graduate, betekende dat de grote doorbraak voor Simon & Garfunkel. Het debuut werd opnieuw uitgebracht en ontving dit keer wel de lof die het verdiende. ‘Wednesday Morning, 3 A.M.’ bleef echter wederom op de achtergrond, verloren aan het einde van de plaat.

Toegegeven, ‘Wednesday Morning, 3 A.M.’ maakt geen sterke eerste indruk. Het gitaargetokkel begint een beetje gehaast en versnelt ook nog eens te veel waardoor het uit de maat schiet. De twee lage gitaarnoten die elkaar van hoog naar laag afwisselen, geven het liedje een hoempapa-gevoel, wat zo’n beetje het laatste is wat je van het werk van Simon & Garfunkel hoopt te horen of verwacht. Maar dat allemaal zet luisteraars alleen maar op het verkeerde been, want alles komt in orde zodra de harmonieën beginnen.

I can hear the soft breathing of the girl that I love
As she lies here beside me, asleep with the night

Niks in die twee gekke gitaarnoten van de intro had deze feeërieke melodie kunnen verraden. Simons hoge bereik bepaalt in de eerste zinnen steeds de melodie, terwijl Garfunkel met zijn lage noten een soort schaduwspel maakt. Ergens in het midden van de korte coupletten neemt Garfunkel echter steeds weer de bovenhand, zonder dat je precies hoort wanneer die overgang plaatsvindt. In typische Simon & Garfunkel-traditie, kruisen de stemmen van de twee mannen elkaar iedere keer op verschillende plekken, waardoor de hoofdmelodie die jij als luisteraar meeneuriet eigenlijk een mix is van die van de twee zangers. Een zanglijn die zo ongrijpbaar is, verveelt nooit. Zeker niet wanneer het gezongen wordt in die serene en totaal ongeforceerde stijl. Nu Simon & Garfunkels harmonieën een begrip geworden zijn, is het moeilijk voor te stellen hoe zoiets moois bij de release nog ongemerkt voorbij kon gaan. Het eenvoudige, trieste en vertederende verhaal van ‘Wednesday Morning, 3 A.M.’ schokte blijkbaar niemand.

Voor 25 miezerige dollars en wat zilverwaar heeft de hoofdpersoon uit ‘Wednesday Morning, 3 A.M.’ een slijterij beroofd. Bij de eerste zonnestralen zal hij voor zijn daad moeten betalen, of op z’n minst rennen. De vrouw die naast hem ligt, weet niets van deze goedkope tragedie en als zij op woensdagochtend wakker wordt, zal de dader allang vertrokken zijn. Dit was hun laatste nacht samen. “What have I done, why have I done it?” vraagt hij zich nog af, terwijl hij naar de schone slaapster kijkt. Exciting times in folk tradition, zullen we maar zeggen.

Tags: , , , , , ,

nummer van 14/10/2014 door

‘Tuesday’s Gone’ van Lynyrd Skynyrd

Een ode aan de saaiheid

Lynyrd Skynyrd – Tuesday's Gone

De dinsdag … is er een dag die nietszeggender is? De herinneringen aan het weekend zijn ondertussen hun glans wel kwijt, dodelijk vermoeiende grappen over Zaagmans worden nog niet gemaakt en aan het nieuwe weekend durven we nog niet echt te denken. Des te knapper dat frontman Ronnie Van Zant uit die oersaaie dag inspiratie wist te halen voor wat een van Lynyrd Skynyrds meest geliefde nummers zou worden: ‘Tuesday’s Gone’.

Aan de andere kant is het volgens velen juist een ode aan die alledaagse saaiheid, die Van Zant in 1972 steeds meer door zijn vingers zag glippen. De band had er tegen die tijd al zes jaren van hard werken op zitten, toen producer Al Kooper de band ontdekte en een contract aanbood om platen uit te brengen op zijn platenlabel Sounds of the South. Dat label werd op haar beurt weer gesteund door het grote MCA Records, dus voor Van Zant was het duidelijk dat zijn leven zou gaan veranderen. Spannend natuurlijk, maar zelfs de saaiheid kun je daardoor gaan missen. Wie denkt er immers niet soms verlangend terug naar zondagen dat je niets anders te doen had dan je te vervelen, in plaats van (schoon-)familie te bezoeken en andere verplichtingen die van vrijblijvende verveling bijna een voorrecht lijken te maken?

Lynyrd Skynyrd - Pronounced

Debuutplaat (Pronounced ‘Lĕh-‘nérd ‘Skin-‘nérd)

Dat is uiteindelijk ook maar één interpretatie van de tekst, want veel andere fans zijn juist van mening dat Tuesday de naam van een vrouw is die uit het leven van de zanger verdwijnt. Voor beide varianten valt iets te zeggen wanneer je goed naar de tekst luistert. Het ontrafelen van de geheimen die wel of niet tussen de regels verborgen liggen biedt je een ieder geval een mooie bezigheid op de saaie dinsdag.

Wanneer je daarbij ‘Tuesday’s Gone’ zo eens een paar keer de revue laat passeren, zal je ook opvallen dat het nummer met al die strijkers nogal rijkelijk gearrangeerd is voor een nummer dat op een debuutalbum van een band verscheen. Allemaal schijn, want het was producer Al Kooper [1] die met een mellotron een heel orkest tevoorschijn wist te toveren. Ondanks de ogenschijnlijke kunstgreep wel een beslissing die het nummer meer glans geeft, wanneer je het bijvoorbeeld vergelijkt met de kale demoversie van het nummer.

Tegenwoordig leeft ‘Tuesday’s Gone’ overigens niet alleen voort in de harten en platencollecties van southern rock-liefhebbers. De songtitel wordt in Amerika namelijk nog wel eens gebruikt om het slechte nieuws te brengen dat een feestje is afgelopen omdat de drank op is. De verklaring daarvoor is verder niet te vinden in de tekst van Ronnie Van Zant, maar in de cultklassieker Dazed And Confused. Daarin loopt een van de feestjes in de film wegens biergebrek ten einde, waarbij een sputterende tap is te zien met daaronder de tonen van ‘Tuesday’s Gone’. Heb je gelijk een mooie filmptip om toch nog iets van deze saaie dinsdag te maken.

Tuesday's Gone in Dazed and Confused (1993)

  1. [1] Kooper staat in de credits van de plaat vermeld als Roosevelt Gook

Tags: , , ,

-->