nummer van vandaag door

‘Willin’’ van Little Feat

Het beste ontslag ooit

Willin' (First Version) – Little Feat

Het einde van een band is doorgaans voer voor speculatie, maar over het ontstaan van een groep lees je vaak de meest saaie verhandelingen in een biografie of ander promotiemateriaal. Wat valt er ook over te zeggen, meestal is het niet meer dan een groep vrienden die wat jamt in een repetitiehok en vervolgens de zaken wat serieuzer aan gaat pakken. Dat was bij Little Feat wel anders.

De band werd opgericht in het Los Angeles van 1969 en mocht grootheden als Bob Dylan en Jimmy Page tot haar fans rekenen. Centraal middelpunt was zanger en gitarist Lowell George, die niet alleen beschikte over een goeie strot maar zich in zijn slidegitaarspel makkelijk kon meten met een andere legende op dat vakgebied: Duane Allman. Een kwaliteit die hem vóór Little Feat al een andere mooie functie opleverde, namelijk als gitarist bij Frank Zappa’s Mothers Of Invention.

Die band verliet hij al na ongeveer een jaar om vervolgens Little Feat te beginnen. Over het hoe en wat van die transitie is veel onduidelijkheid en doen minstens drie fraaie verhalen de ronde, met een sleutelrol voor het nummer van de dag.

Versie 1: de stilste solo ooit

Eigenlijk de meest opvallende en tegelijkertijd meest ongeloofwaardige verklaring van het hele voorval. Tijdens een show van Frank Zappa’s Mothers Of Invention zou er een solo door George zijn gespeeld van dik een kwartier lang. Op zich nog niet zo verwonderlijk, want voor dat soort fratsen was er bij Zappa altijd wel ruimte. George zou alleen een kwartier lang hebben staan spelen terwijl zijn versterker uitstond en werd vervolgens op staande voet door Zappa ontslagen.

Little Feat, met vooraan in het midden Lowell George

Little Feat, met vooraan in het midden Lowell George

Versie 2: “Drugs en alcohol, bah!”

In ‘Willin’’ wordt het lot bezongen van een vrachtwagenchauffeur die het hele land doorkruist en naast de gedachte aan zijn liefje nog een paar andere dingen heeft die hem op de been houden: “weed, whites, and wine”. Die referenties aan drugs en alcohol schoten Zappa in het verkeerde keelgat toen George hem het nummer liet horen. Zappa had aan zijn eigen brein al genoeg om zijn genoeg om gefreakte muziek te maken en was een fel tegenstander van verdovende middelen. In het promoten ervan had hij geen trek, dus was het exit Lowell George.

Versie 3: “Dude, je bent te goed voor deze band”

De derde versie is eigenlijk de mooiste en misschien ook wel de meest aannemelijke. Net als in de voorgaande versie liet George Lowell zijn zelfgeschreven nummer ‘Willin’’ horen aan bandleider Frank Zappa. De drugsreferenties stonden hem zeker tegen, maar tegelijkertijd hoorde hij ook wat een prachtig nummer zijn bandmakker had geschreven. Hij zei George dat deze kon vertrekken. Niet vanwege de drank en drugs in zijn tekst, maar omdat zulk talent simpelweg een eigen band verdiende.

Little Feat - Little Feat (1971)

Little Feat – Little Feat (1971)

De waarheid ligt vermoedelijk dichter bij versie 3 dan 2, want nadat George eindelijk zijn eigen band bij elkaar had (met o.a. Zappa’s bassist Roy Estrada) was het ook Frank Zappa die Little Feat vervolgens voorstelde bij platenlabel Warner Bros. Daar kwam een titelloos debuut uit, dat meteen laaiend enthousiast door de pers werd ontvangen.[1] Het was een mix van southern rock en blues die ze al wel eerder hadden gehoord, maar dan op een compleet nieuw en vooral bijzonder technisch niveau.

In de jaren die volgden zou George met Little Feat nog zes studioalbums uitbrengen, maar bleef hij ook een veelgevraagd sessiegitarist. Jackson Browne, Harry Nilsson, John Cale, Bonnie Raitt, allemaal klopten ze in de jaren zeventig wel een keer aan bij Lowell George om zijn gitaarspel. Een geluid dat Bob Dylan eens treffend omschreef als “that thin, that wild mercury sound.” In 1979 bracht George zijn eerste soloplaat uit, waarvoor hij op 15 juni in dat jaar aan een tournee begon. Twee weken later werd hij dood op zijn hotelkamer gevonden, hij was op 34-jarige leeftijd overleden aan een hartaanval.

  1. [1] Tijdens de opnames had George een ongelukje met een modelvliegtuig, waardoor de slidepartij op de eerste versie nog door Ry Cooder is ingespeeld

Tags: , , , , , , , , , , , , ,

nummer van 30/03/2015 door

‘Waterfalls’ van TLC

Fan vanaf mijn tiende

TLC – Waterfalls

Ik was tien en woonde in een buitenwijk van de stad. Mijn ouders werkten allebei en omdat ik er ruim twintig minuten over deed om van huis naar school te fietsen en vice versa – een eeuwigheid als je maar een uur pauze hebt – moest ik het grootste deel van de week ‘overblijven’. Die term heb ik sinds de jaren 90 eigenlijk niet meer gehoord. Ik heb geen vrienden met kinderen in de leeftijd waarop er wordt overgebleven. Het is geen term die ik dagelijks bezig, of tegenkom in het nieuws. Bestaat overblijven eigenlijk nog wel?

Google geeft 502.000 resultaten in 34 seconden voor de term ‘overblijven’. Ik had geen idee, maar overblijven lééft. Het leeft zelfs zo erg dat er naast tussenschoolse opvang – de chique term voor overblijven – ook voorschoolse en naschoolse opvang bij is gekomen. Er moeten meer kinderen worden opgevangen, nu er steeds meer tweeverdieners zijn. In januari zei het Jeugdjournaal: scholen gaan hun schooltijden ervoor aanpassen, want het oude systeem is eigenlijk helemaal niet zo handig voor werkende ouders (lees: alle ouders). Steeds meer scholen stappen dus over op een ‘continuerooster’, dat kinderen van half negen tot twee uur van de straat houdt. (Een oplossing die ook in het voordeel werkt van zzp’ers, maar dat moet je niet hardop zeggen, dan lijkt het net alsof zzp’ers alles maar komt aanwaaien.)

Ik zit niet in het onderwijs en ik heb geen kinderen. Recht van spreken heb ik waarschijnlijk niet als ik zeg dat ouders zich niet schuldig hoeven te voelen dat ze hun kind laten overblijven. Die ouders zijn er. Die hebben misschien kinderen die daar helemaal niet zo gebaat bij zijn. Kinderen die, liefst thuis, tijd nodig hebben om bij te komen van de ochtend. Ik snap dat wel. Maar zelf was ik niet zo’n kind.

Ik was, voor zover ik me kan herinneren, een kind dat met plezier overbleef. Die overblijfdagen, op school en bij vriendjes en vriendinnetjes uit de klas die dichterbij school woonden en bij wie ik een boterham mocht eten met beleg dat wij thuis nooit hadden, koester ik. Jaren later deden we met onze middelbare school mee aan Zip Your Lip: 24 uur niets eten en geld ophalen voor kindjes in Afrika. Die opwinding van na schooltijd op school zijn en ineens van alles mogen (behalve eten), voelde ik al tijdens de uren dat ik overbleef in groep zes. Een uur ongestoord Roald Dahl lezen in een zitzak achterin de bibliotheek, joepie! See you later, suckers.

Bij één klasgenootje bleef ik tussen de middag vaker eten. Op de keukentafel lagen altijd vier soorten vleesbeleg en er was prik. Waar ik helemaal niet van hield, maar het wás er. Na het eten speelden we in de tuin, waar we Eigen Huis & Tuin nadeden. We verzonnen namen voor bloemen die Latijns klonken en legden hun groeiproces uit aan de camera, het imaginaire toestel dat we om beurten vasthielden. Op andere dagen speelden we na de lunch in haar roze kamer. We zongen en dansten, want daar hielden we van. Bij muziekles stonden we ook altijd vooraan als er solo’s werden uitgedeeld.

TLCMijn klasgenootje bleek op een dag fan van TLC. Ze had de cd van het R&B-trio gekocht of gekregen en we luisterden er onafgebroken naar tijdens die verloren uurtjes in haar kamer, tussen rekenen en taal in. Ik was Lisa ‘Left Eye’ Lopes, zij wilde per se T-Boz zijn, omdat die het meeste zong. De tienjarige die “I love my man with all honesty, but I know he’s cheatin’ on me” (‘Creep’) door de gangen van het basisschoolgebouw schalde, dat was ik. Al snel kende ik heel CrazySexyCool (1994) uit mijn hoofd, inclusief danspasjes die we van de bijbehorende videoclips op MTV en TMF leerden. TMF bestond nog maar net. Het was een schokkende en prikkelende ervaring, om elke dag naar de Rihanna‘s en Miley‘s van toen te kijken en te beseffen dat de wereld écht groot was, want dit had ik nog nooit gezien.

Ik heb altijd een zwak gehad voor ‘Waterfalls’, TLC’s grootste hit. De relaxte beat, het funky loopje in het begin, de lange intro waarop je al je dansmoves kon laten zien voordat T-Boz met haar zware stem van zich liet horen. Op mijn tiende was ik al fan: mijn broeken werden wijder en lager, mijn topjes korter en ik voelde me ineens best verwant met de Afro-Amerikaanse cultuur – ik hield mezelf voor dat dat kwam omdat ik Indische roots had. Nog steeds veer ik op als ik de eerste maten van het nummer hoor. Is het nostalgie? Ja. Toch vind ik het een goed nummer, toen en zelfs nu nog.

Technisch gezien zit het namelijk prima in elkaar. Je kunt er lekker op meezingen zonder dat de melodie gaat vervelen, omdat ie niet té simpel is. De fijne coupletten en lekker in het oor liggende refreintjes worden gezongen door twee capabele zangeressen, die het eigenlijk niet moeten hebben van hun bereik (sorry Tionne ‘T-Boz’ Watkins en Rozonda ‘Chilli’ Thomas). En dit wist ik niet eens: zanger Cee Lo Green zit in het achtergrondkoor. Daarnaast gáát het ook nog ergens over. Over dromen najagen zonder rekening te houden met de consequenties, verpakt in een catchy refrein:

Don’t go chasing waterfalls
Please stick to the rivers and the lakes that you’re used to
I know that you’re gonna have it your way or nothing at all
But I think you’re moving too fast

Het eerste couplet gaat over een moeder die zich zorgen maakt over haar zoon: hij verdient geld (en respect?) met het dealen van drugs. Dat gaat natuurlijk een keer fout. De man in het tweede couplet heeft een “natural obsession for temptation.” Zijn waterval, of valkuil, is dat hij vreemdgaat, met HIV en de dood tot gevolg (“three letters took him to his final resting place”). TLC was, in tegenstelling tot andere popacts, erg bezig met bewustzijn creëren over de ziekte aids. “The video spoke for a whole epidemic,” zei T-Boz er later over. Lisa ‘Left Eye’ Lopes droeg vaak pakken waaraan condooms waren bevestigd, als promotie voor veilige seks.

Over Lopes gesproken: ze was veruit de coolste van de drie. Ze schreef als enige mee aan ‘Waterfalls’. Ik heb weken geoefend op haar rapstukje in het nummer (3:48), maar dat was nog best moeilijk, zelfs met mijn Indische roots. Lisa kwam in 2002 om het leven bij een auto-ongeluk tijdens een vakantie in Honduras – acht maanden na de dood van een andere R&B-ster uit die tijd: Aaliyah. Het was tragisch. De twee overgebleven leden waren gebroken. Ze verloren hun bandgenoot én vriendin. Vervangen werd ze nooit, behalve heel even in 2013, door een Japanse zangeres – omdat de band de rechten van Lisa’s rap niet bezat en alle verzoeken om die rechten over te nemen waren afgewezen. De documentaire over Lisa’s leven en laatste dagen, The Last Days of Lefteye, werd in 2007 uitgezonden door VH1. Het is helemaal niet zo’n goede documentaire, maar ik hield het niet droog.

Eerder dit jaar startte TLC een crowdfundingactie om hun laatste album te kunnen maken. “We wouldn’t dream of making our final album with anyone BUT our fans,” schreven de twee bandleden in een persbericht. De actie moest 150.000 dollar opleveren; ze haalden uiteindelijk 430,255 dollar op. Groot fan Katy Perry doneerde de beste 5000 dollar die ze ooit spendeerde. Het idee van crowdfunding past bij een groep die zo verbonden is met haar fans. Lisa had het zeker gewaardeerd, zegt Chilli in een interview met Man Repeller

“They always tell us what our songs have done for them, but they have no idea what they do for us” (…) “It’s why this project is a very special and important one. I know Lisa is so proud that we are continuing on, doing what we’re doing, still interacting with the fans because that’s what she was all about as well.”

Kom maar op met dat album, zegt deze fan.

TLC

Tags: , , , , , , , , ,

nummer van 29/03/2015 door Pascal Vanenburg

‘True To Myself’ van Eric Benét

Vooral niet doen wat anderen verwachten

Schrijver Pascal Vanenburg kreeg toen hij drie was zijn eerste elpee: ‘Off The Wall’ van Michael Jackson. Een paar jaar later kon hij moonwalken én niet meer zonder muziek. Hij zong in zijn late tienerjaren in diverse R&B-formaties, maar besloot gelukkig dat hij meer gevoel had voor schrijven van proza dan zoete liefdesliedjes.

True To Myself Eric Benét

Ik deed havo aan de rand van de stad, bijna twintig jaar geleden. Na schooltijd, soms tijdens, banjerde ik naar de platenzaak. Een beetje door het vinyl bladeren, hoewel ik toen al geen platenspeler meer bezat. Maar vooral ook je vingers langs de cd-hoesjes laten glijden. Een geoefende muziekbladeraar kon twee rijen cd’s tegelijk omver dominoën om te zien of er nog iets nieuws of interessants tussen zat. En dan met een stapeltje naar de toonbank en met koptelefoon op luisteren of het de moeite waard was. Een groot deel van mijn schamele supermarktsalarisje ging op aan cd’s. De meeste heb en luister ik nog. Soms ging het mis, zoals die keer dat ik twijfelde tussen de debuutalbums van Erykah Badu en Lutricia McNeal en met die laatste naar huis ging. Daar hebben we het niet meer over.

Eén dag, bijna twintig jaar geleden, had ik maar een paar tellen nodig. Ik stapte de drempel over en hoorde de eerste tonen van een voor mij onbekende track. ‘Wie is dit?’ vroeg ik aan de eigenaar van de zaak. ‘Geen idee,’ antwoordde hij. ‘Net binnengekregen. Een of andere Eric Bennet of zo.’ Even later zat ik in de bus naar huis, het album spelend op m’n discman. De track die ik hoorde was ‘True To Myself’, het eerste nummer op het gelijknamige album van Eric Benét (spreek uit: Beneeee en dus niet Bennet). Het album heeft wekenlang op repeat gestaan en tot de dag van vandaag luister ik het met grote regelmaat. De title track gaat over dromen volgen, waarmee hij onder andere doelde op het album dat hij eerder uitbracht met zijn zus en dat flopte, waarna iedereen hem vertelde dat hij een echte baan moest zoeken om voor zijn dochter te zorgen. Maar vooral ook over de mensen die hem uit eigenbelang in een bepaalde richting probeerden te duwen.

Everybody wants a piece of you and me
To be the victim of their greed
Or co-dependency
It’s so very hard to know
Which way to go
A lie can be the gospel truth
If eloquently told

Eric Benét

Benét woonde in Minnesota en kreeg van zijn label in L.A. toestemming thuis de opnames te doen. Na elk opgestuurd nummer kreeg hij hetzelfde commentaar: Mooi, maar kan de volgende meer radio friendly? Die track kwam niet. Toen werd voorgesteld een cover op het album te zetten, koos hij voor ‘If You Want Me To Stay’ van Sly Stone. In plaats van een eigen versie te maken, besloot hij een tribute te doen met een nagenoeg perfecte imitatie van het origineel als gevolg. Maar ook de andere nummers, waaronder singles ‘Femininity’, ‘Spiritual Thang’ en ‘Let’s Stay Together’ zijn zeldzame pareltjes. Benét was alleenstaand vader nadat zijn vrouw omkwam bij een auto-ongeluk. Voor en over haar zingt hij de bloedstollend mooie ballad ‘While You Were Here’.

Maar het mooist blijft voor mij de title track waarin Benét je eraan herinnert dat alles en iedereen je kan vertellen wat je moet doen, maar je nooit geluk zult vinden tot je je eigen passie volgt. Wat dat dan ook is. Inmiddels ben ik geen 17-jarige snotneus meer, maar een alleenstaand vader die probeert zijn eigen passie te volgen: leven van de pen. Een autist die altijd vooral deed wat anderen verwachtten (en daarin hopeloos faalde). Dat werkt niet. En met elk jaar dat voorbij gaat sinds de release snap ik iets meer van mezelf en begrijp ik beter wat hij nu eigenlijk bedoelt wanneer hij zingt:

Some people live their whole life
And they´ll never see
The only way to find true happiness
Is to thine own self be true

I’m true to myself

Tags: , , , , , ,

nummer van 28/03/2015 door

‘The Power Of Love’ van Huey Lewis & The News

Where we're going we don't need roads!

Huey Lewis & The News – The Power Of Love (Official Video)

Dit weekend vindt de eerste editie van de Dutch Comic Con plaats in de Jaarbeurs te Utrecht. Je kan je de komende twee dagen onderdompelen in alles wat leeft in de wereld van de nerd: sci-fi-series en -films, comics, toys, anime en cosplay. Ook zijn er acteurs, tekenaars en cosplayers uit de hele wereld overgevolgen om handtekeningen uit te delen, vragen van fans te beantwoorden en foto’s te laten maken. Voor mij als dertiger is er in ieder geval een hoop te beleven.

Back To The Future

Hoewel het afzeggingen van gasten regende, zijn Claudia Wells en James Tolkan in ieder geval wel van de partij dit weekend. Fans weten dan dat de ‘vriendin van’ en ‘conrector van’ in het land zijn. Het is alweer dertig jaar geleden dat het eerste deel van Back To The Future verscheen. Mijn broer nam mij destijds mee naar dit spektakel in de toenmalige bioscoop de Reehorst in Ede. Hemelsbreed was dit twee kilometer van mijn huis maar het voelde als een wereldreis. Met een handjevol mensen keken we naar het grote avontuur van Marty Mcfly wat zich grotendeels afspeelde in 1955. Al snel na de openingsscène volgen de heerlijke jaren 80 klanken van Huey Lewis & The News. Aaah, films en muziek uit de jaren 80. Een gouden combinatie.

huey-lewis-630x420

Who You Gonna Call?

Iemand die helaas wel door werkverplichtingen verstek moeten laten gaan is Ernie Hudson. Als Winston Zeddmore schitterde hij een jaar eerder in de film Ghostbusters, over drie werkloze professoren die besluiten om al het paranormale gespuis te vangen en op te sluiten. Ook hier was een uitstekende soundtrack bij gekozen. Ray Parker Jr. schreef en zong het toepasselijke en geniale nummer ‘Ghostbusters’ waarmee hij een wereldhit scoorde.

Ray Parker, Jr. – Ghostbusters

New Drug

Huey Lewis en Ray Parker Jr. kwamen elkaar meerdere keren tegen in de rechtzaal. Lewis beweerde dat Parker Jr. zijn hit ‘Ghostbusters’ van hem had gejat. Wanneer je luistert naar ‘I Want A New Drug’ van het album Sports hoor je dat Lewis zeker een punt heeft. De advocaten van Parker Jr. zagen dat ook in en buiten de rechtzaal werd een geldbedrag betaald aan Lewis.
Maar daarmee was het nog niet afgelopen. Beide partijen hadden afgesproken om met niemand te praten over deze schikking. Toen Lewis alsnog zijn mond hierover voorbij praatte in een interview stapte Parker Jr. naar de rechter. Het is niet bekend of hier nog voor geschikt is. Een rechtzaak is het uiteindelijk niet geworden.

Icoon

Terug naar het laatste weekend van maart 2015. Want bovenstaande B-lijst acteurs krijgen versterking van een ander jaren 80 icoon. Zij is er niet alleen maar om aan te vragen maar ook om aan te raken!

Samantha Fox – Touch me (I Want Your Body)

Tags: , , , , ,

nummer van 27/03/2015 door

‘Go-Go Swing’ van Chuck Brown & The Soul Searchers

Die andere muziekstijl uit Washington D.C.

Go Go Swing – Chuck Brown & The Soul Searchers.

Eergisteren zag ik de documentaire Salad Days: A Decade Of Punk In Washington, D.C. (1980-90), en ik weet nog steeds niet helemaal wat ik ervan vond. Zoals ik hoopte kwam Ian MacKaye veelvuldig aan het woord om te praten over zijn bands Minor Threat, Embrace en Fugazi, over Dischord Records, over hoe D.C. zowel verantwoordelijk was voor het ontstaan van hardcore als voor het ontstaan van straight edge en emo, over hoe gaaf de Bad Brains waren. Maar wat nu als je nog nooit van de Bad Brains of Minor Threat hebt gehoord, wat als mijn vorige zin een compleet raadsel voor je was? Dan heeft het weinig zin om Salad Days te gaan kijken.

Hyperactief

In anderhalf uur schieten de filmmakers aan de hand van obscure bandnamen door tien jaar lokale muziekgeschiedenis. Teen Idles. Minor threat. Marginal ManScream. Rites Of Spring. Embrace. Fugazi. Soulside. Bij die bandnamen zie je wazige VHS-beelden, naast De Verhalen het enige overgebleven bewijs van een spannend muzikaal tijdperk. Die verhalen worden verteld door inmiddels kaal of grijs geworden punkers. Brian Baker. Ian MacKaye. Natuurlijk Dave Grohl (niet kaal en niet grijs), die tegenwoordig in iedere rockdocumentaire gretig het woord neemt. Maar waar een film als Dogtown And Z-Boys er vijftien jaar geleden in slaagde je compleet in een onbekende subcultuur te zuigen en er een boeiend verhaal over te vertellen, vliegt het hyperactieve Salad Days voor de leek met te grote halen door een te lange periode. Als een stroboscoop; bij elke flits die je meekrijgt word je je bewust van de zwarte seconde die je net hebt gemist.

Voor de liefhebber

En dus lijkt Salad Days meer een film voor de liefhebber, al zal die liefhebber de meeste verhalen al eens gehoord hebben. De Bad Brains speelden begin jaren 80 een opgefokte variant van punkrock en het werd hardcore genoemd; punk voor de harde kern. Minor Threat schreef het nummer ‘Straight Edge’ om aan te geven dat hardcore ook leuk kon zijn zonder te drinken en te roken; een nieuwe subcultuur van punkende geheelonthouders was geboren. In 1985 was men de harde muziek en het geweld bij de concerten alweer beu en begonnen de muzikanten een revolution summer, waarin plaats kwam voor intelligentere muziek.

tumblr_m4acrzmPcr1r41xyqo1_1280-600x705Blanke punkers in zwarte go-go-clubs

Maar tussen al die snel vertelde insidersinformatie werd ineens even stilgestaan bij een andere, minder bekende subcultuur uit Washington D.C.: de go-go. Hier viel wat te leren, punkliefhebber of niet. Ian MacKaye vertelde hoe hij nog vóór de revolution summer in de ban raakte van de lokale funkscene en samen met zijn vrienden naar de zwarte clubs gingen om go-go bands te zien. Plekken die misschien nog gevaarlijker waren dan de punkclubs die ze gewend waren. Tijdens het eerste bezoek stootte een grote man Ian tegen zijn schouder en fluisterde iets als: “Zijn jullie verdwaald of gek geworden?” Maar ze bleven staan en al snel leken de vaste bezoekers van de go-go club collectief respect te krijgen voor de eigenwijze nieuwelingen. De punkers zouden wekelijks terugkeren en langzaam ook funkinvloeden in hun punkmuziek gaan integreren. Minor Threats laatste show zou zelfs een rechtstreeks product worden van deze kruisbestuiving: de band deelde op 23 september 1983 het podium met funkpunkband Big Boys en de go-go’ers van Trouble Funk.

Wat is go-go?

1337260114_chuck-brown-lg

Chuck Brown, 1936-2012

Maar wat is nu typisch go-go en hoe onderscheidt de muziek zich met de funk buiten Washington D.C.? De documentaire zweeg erover en sprong snel door naar VHS-beelden van een punkshow in een voormalig warenhuis. Voor het antwoord moeten we bij Chuck Brown zijn, die door velen wordt gezien als de uitvinder van het genre. De sleutel van de go-go-sound is de beat; een opvallende groove die veel wegheeft van vroege hiphop. Dave Grohl omschrijft het als de go-go pocket beat en vertelt hoe Chuck Brown hem ooit uitvond:

One thing I learned that was that the go-go pocket beat was something that Chuck Brown played between songs so the audience wouldn’t leave. He realized that when you stop playing music, you lose the crowd. So he would play these top 40 songs, and in between those, he’d throw this pocket beat in there. And that became known as the go-go beat. Very cool.

Wikipedia beschrijft de go-go pocket beat als a series of quarter and eighth notes (quarter, eighth, quarter, (space/held briefly), quarter, eighth, quarter). Maar het is misschien makkelijker om even naar dit geluidsfragment te luisteren:

Die groovende beat is aanwezig op ongeveer alle go-go-platen en is zo verslavend dat je snapt waarom Ian MacKaye en zijn groep geheelonthouders avond na avond bleven terugkomen voor hun funkshot. ‘Go-Go Swing’ van Chuck Brown & The Soulsearchers buit de beat uitgebreid uit; ze laten je maar liefst zeventien minuten lang meedeinen op een alsmaar doorlopende drumgroove. “It don’t mean a thing if it don’t got the go-go swing,” knipoogt Chuck Brown naar Duke Ellington, en ergens halverwege de zeventien minuten begin je hem te geloven en wil je alleen maar méér. Tijd dus voor een go-go documentaire. Rustig, groovend en vooral niet hyperactief en stroboscopisch als Salad Days. De wereld buiten Washington heeft er recht op.

I remember the first time I traveled outside of Washington, D.C., I thought everyone had go-go music. And when I realized they didn’t, I couldn’t understand why.
Dave Grohl in de Washington Post

Tags: , , , , , , , , , , , ,

nummer van 26/03/2015 door

2/1 van Brian Eno

Toch geen achtergrondmuziek

Brian Eno – 1/2

Miljoenen mensen, misschien wel een miljard, hebben in de jaren negentig dag in, dag uit hun Windows-computer opgestart en geluisterd naar dat kenmerkende Windows-muziekje. Vaak was het een teken dat de computer het deed, maar tegelijkertijd groen licht om eens koffie te halen want dat ding was meestal nog lang niet klaar om te gebruiken. Maar dat muziekje. Die 6 à 7 seconden. Je denkt er misschien niet altijd over na, maar zo’n stukje muziek is door iemand bedacht. Soms door een nerd ergens op een etage in een grijze kantoorkolos. Soms door iemand met een naam. Zoals in dit geval. ‘The Microsoft Sound’ heet het stukje muziek en het is gecomponeerd door Brian Eno.

Het had maar weinig gescheeld of Eno was nooit in de muziek beland. Per toeval ontmoette hij in de tram de saxofonist van Roxy Music, kwam bij de band, stapte na twee (steengoede) platen op vanwege ruzie met zanger Bryan Ferry, en begon zijn solocarrière. Als hij nooit bij Roxy Music was gekomen? “Dan was ik kunstleraar geworden”, zei de aan de kunstacademie afgestudeerde Eno daar ooit eens over. Gelukkig stapte hij indertijd in de goede tramcoupé.[1]

Zijn carrière behelst een breed spectrum. Hij maakte soloplaten, werkte samen met allerhande muzikanten, produceerde onder meer David Bowie en grote bands als U2 en Coldplay, maakte audiovisuele kunst, enzovoort. Veel van zijn werk wordt gekenmerkt door pioniersdrift: iets maken wat mensen nog niet kennen. Een voorbeeld daarvan is Ambient 1 – Music For Airports (1978).

be

Ambient

Met Music For Airports legt Eno de term ambient muziek vast. Hoewel hij eerder al dergelijke dromerige en vrijblijvende muziek maakte, was dit de eerste keer dat hij er duidelijk het label ambient op plakte. Dat deed hij om een onderscheid te maken tussen zijn experimentele en minimalistische muziek, en nu dus deze ambient muziek.

De vier stukken op de het album bestaan uit loops die op verschillende snelheden door elkaar lopen. Hierdoor ontstaat er een spannende textuur, zoals in het nummer van vandaag, ‘1/2′. Je hoort piano en enkele stemmen die elkaar 12 minuten lang afwisselen.

Achtergrondmuziek

Dit soort muziek wordt snel achtergrondmuziek. Dat was ook een beetje hoe Eno op het idee kwam: hij stoorde zich aan de geluiden op een luchthaven en bedacht dat het cool zou zijn om speciale muziek te componeren en die daar te draaien. Maar in plaats van dat zijn muziek als luchtige vulling op de achtergrond zou functioneren, moest het mensen kalmeren en ruimte in hun hoofd moeten maken om rustig na te denken. Of het werkte? De muziek is in de jaren 80 korte tijd gespeeld in een van de terminals van La Guardia in New York. Maar het zal geen succes zijn geweest, want ik ben nog nooit op een luchthaven geweest waar ik Eno hoorde.

Eno was een pionier die hele volksstammen heeft onderwezen met zijn prachtige en spannende muziek. Maar de meeste mensen kennen uiteindelijk alleen zijn Windows-muziekje, vaak zonder dat ze weten dat het van Eno is. Toch nog een carrière met achtergrondmuziek. Eno zelf hoorde het waarschijnlijk nooit meer toen het af was. “Ik schreef het op een Mac. Ik heb nog nooit een PC gebruikt: ik haat die dingen.”

The Microsoft Sound-Windows 95

  1. [1] The Ambient Century; Mark Prendergast (2010)

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 25/03/2015 door

‘In This World’ van Moby

Een verjaardagscadeau voor Aretha Franklin

Moby – In This World [HQ]

Op de verjaardag van soulkoningin Aretha Franklin is het leuk een onderwerp te hebben waar zij en ik over konden praten, in het geval we elkaar vandaag zouden tegenkomen. We zouden het bovendien grondig eens zijn over dit onderwerp. Na Franklin toevallig tegen het lijf te lopen, zou ik haar meenemen naar de kroeg en natuurlijk eerst proosten op haar mooie leeftijd. Daarna zou ik beginnen over Jackie Verdell. “Hoe kan het dat ze niet bekender is geworden?” “Ik ben zo blij dat je daarover begint, Gabriela,” zou Franklin zeggen. “Heb je mijn autobiografie toevallig gelezen? Daarin schrijf ik al over Verdell. Ze is waarschijnlijk de meest onderschatte soulzangeres allertijden.” Ook daar zouden we op proosten.

Wie Jackie Verdell ooit gehoord heeft, is het ongetwijfeld met Franklin en mij eens en zou bij dezen van harte uitgenodigd zijn zich bij ons gesprek te voegen. Verdell is een fenomenale zangeres die al op jonge leeftijd indruk maakte in gospelkoren. Op haar vijftiende leek haar carrière van de grond te komen en voegde ze zich bij de populaire gospelgroep The Davis Sisters. The Davis Sisters, opgericht in 1945, stonden erom bekend het dak van de kerk eraf te laten gaan tijdens optredens. Gepositioneerd rondom één microfoon, creëerden de zangeressen een ongebruikelijk vol geluid, waardoor hun energieke en extreem soulvolle zang het publiek steevast omver blies. Verdells krachtige mezzo-sopraan was een geniale toevoeging. Luister hieronder naar ‘Lord, Don’t Leave Me’ en probeer je voor te stellen hoe moeilijk het zou zijn om rustig op je kerkstoeltje te blijven zitten.

The Famous Davis Sisters: Lord Don't Leave Me By Myself

De bluesy piano van sister Ruth, het orgeltje en Verdell die God met die prachtige scheur in haar stem smeekt haar niet alleen te laten, is onweerstaanbaar. Het verbaast niets dat Verdells zang decennia jaren later artiesten nog inspireerde tot het maken van nieuwe muziek. Moby, sample-tovenaar van de jaren 90 en 00, deed wat hij niet laten kon.

Moby’s ‘In This World’ verscheen in 2002 op zijn album 18. Hij verhoogde Verdells stem een paar tonen en knipte wat in de zinnen om de zang aan te laten sluiten op zijn nummer. Om de oorspronkelijke boodschap van het liedje goed te begrijpen, moet je dus teruggaan naar het origineel. “Lord, don’t leave me, in this world, all by myself”. Een nogal tragische tekst, wanhopig bijna. Op de versie van The Davis Sisters geeft de orgelpartij er een positieve draai aan, terwijl Moby ervoor kiest te zwelgen in de wanhoop. De melancholische synthlaag en mineurakkoorden versterken dat gevoel en geven Verdells intense zang nog meer drama. Haar uitroep op 3:15 gaf zonder Moby al kippenvel, maar op Moby’s ‘In This World’ is het hartverscheurend.

Nu ik erover nadenk, lijken de stemmen van Jackie Verdell en Aretha Franklin veel op elkaar. Misschien is dat ook een reden waarom Franklin zich het lot van Verdell zo aantrekt. In een gedachte-experiment kan ik me voorstellen dat het Franklin is die in de jaren vijftig bij de Davis-zussen zong en op Moby’s ‘In This World’. Zo is het echter niet gelopen. In de jaren zestig stapten beide zangeressen uit de gospelscene om naam te gaan maken in de popmuziek, maar werd alleen de jarige Job daar succesvol mee. Verdell overleed in 1991 zonder een grote hit op haar naam. Pas tien jaar na haar dood klom ze dankzij Moby weer in de hitlijsten. Zou Franklin die versie ook kennen? Misschien zouden we het ook daarover kunnen hebben.

Tags: , , , , , ,

-->