Iceage – Glassy Eyed, Dormant And Veiled

Neil Young was 27 toen zijn succesalbum Harvest (1972) verscheen. En toen had hij zijn geniale After The Gold Rush (1970) al uitgebracht. Het gros van The Band-leden was 26/27 toen hun tweede titelloze album (1969) uitkwam met een paar van rocks allerbeste nummers ooit zoals ‘The Night They Drove Old Dixie Down’ en ‘Up On Cripple Creek’. Ornette Coleman, nog geen 30 toen zijn baanbrekende Shape Of Jazz To Come (1959) de wereld veranderde. Jimi, Janis en Jim. Die hebben na hun 27e zelfs niks meer kunnen maken, maar elke dag zijn er nog mensen die hun muziek ontdekken en het voor de rest van hun leven luisteren.

Een 25-jarige Neil Young

Een 25-jarige Neil Young

Noem er maar een. Ook jouw favoriete artiest maakte op relatief jonge leeftijd iets dat écht goed was. Iets wereldschokkends, iets waar gelijkgestemden elkaar konden vinden. Misschien zelfs op een leeftijd die jij inmiddels al bent gepasseerd. Zelf ben ik 34 (35 voordat de winter valt). Miles Davis was nog niet eens zo oud toen hij Kind Of Blue (1959) uitbracht.

Duizelen

Het duizelt me soms als ik daar aan denk. Zoveel mensen die geniale dingen hebben gedaan op een leeftijd die al lang achter me ligt. Het is maar moeilijk voor te stellen, omdat je doorgaans op het moment dat je voor het eerst hoorde van Jimi Hendrix, The Band, Neil Young, Janis Joplin, en noem maar op, je nog veel jonger was dan de artiest in kwestie. Daardoor ontstond een gezonde relatie tussen jou en de mensen naar wie je opkeek. Tegen de tijd dat je 30 werd bijvoorbeeld, waren die mensen al in de 60 of 70. Niks aan de hand.

Hoewel het me duizelt, heb ik weinig moeite met oude muziek gespeeld door gasten die toen nog maar broekies waren. Wel betrap ik mezelf erop dat ik soms moeite heb met contemporaine muziek waarvan de makers nog geboren moesten worden toen ik al lang mijn eerste tapejes had gedubbed en zelfs als mijn eerste cd’tjes kocht. Oneerlijk van me, want waarom zou het slechter zijn dan al die twintigjarige gasten in de jaren 60 waar ik wel graag naar luister? Rationeel vind ik het ook onzin. Maar ratio versus gevoel is volgens mij een nog nimmer geslecht conflict. Wellicht is het een klein beetje jaloezie zelfs. Wat heb ik nou voor geniaals gedaan?

Ice AgeDeense broekies

En dan is daar Plowing Into the Field Of Love (2014) van het Deense Iceage. Het oudste bandlid is net een maand 23 jaar. Broekies dus, die tot nu toe een redelijk gangbaar alternatief en punkachtig geluid nastreefden. En als je dat ook weer verwacht van deze plaat, dan sta je voor een verrassing.

Wat je wel krijgt? Een weirde plaat waarop deze Deense band zijn geluid echt tot ver buiten zijn oude grenzen heeft gerekt. In alles klinkt het als een band die behalve zelf steeds beter wordt, ook de platenkast de afgelopen jaren flink heeft uitgebreid met wat er toe doet in de muziek.

Een nummer kiezen is nog niet zo makkelijk, maar ‘Glassy Eyed, Dormant And Veiled’ geeft een mooi beeld van de plaat. Het is wild, ruig, noisy, er zit een trompet in en ik hoor zelfs wel wat Nick Cave eigenlijk. Ook zo’n artiest. Die was 24 en toen had hij er al een muzikantenleven opzitten als zanger van The Birthday Party. Om jaloers op te worden.

Iceage staat eind november ook op Le Guess Who?.

Tags: , ,

nummer van 29/10/2014 door

‘A Brain In A Bottle’ van Thom Yorke

Het einde van de gewone release

Is het zover? Kunnen we niet meer op gewone CD-releases rekenen? U2 zette een paar weken geleden zijn nieuwe plaat – ongevraagd – in je iTunes-lijst, of je daar nu blij mee was of niet. Wie zou er nou klagen? Radiohead deed in 2007 een iets chiquere poging zijn plaat In Rainbows aan de man te krijgen; luisteraars konden destijds online zelf de prijs bepalen voor het album. De digitale verkoop van In Rainbows leverde Radiohead meer geld op dan de digitale verkoop van al hun vorige platen bij elkaar. De release was een mooi gebaar naar de fans, maar ook een doodsteek naar beginnende bands die nog wel een vaste prijs vroegen voor hun werk. Wat is wijsheid?

Drie weken geleden bracht Radiohead frontman Thom Yorke zijn tweede solo-album uit, Tomorrow’s Modern Boxes: een vinyl plus extra’s om te bestellen, of een digitaal album, na betaling te downloaden via je torrent client. Had je nog geen eigen torrent client, dan kon je via de betalingsprocedure BitTorrent installeren. Het was niet onhandig. Maar was het nodig? Het zal wel. Het album was zes dagen na de release in ieder geval al meer dan een miljoen keer gedownload.

coverHoewel je kunt zeggen dat Yorke zichzelf met deze release weer van zijn meest geeky kant laat zien, maakte hij ook nu weer zijn positie tegenover digitale communicatie duidelijk. De promo-email die op 8 oktober verstuurd werd begon als volgt: “Hello you may not have heard I put out a record recently. It’s called Tomorrow’s Modern Boxes. This may be perhaps because you don’t engage with ‘social media’…in which case you have my utmost respect.” Gesigneerd, Thom Yorke.

Sociale media en torrents zijn niet hetzelfde, maar de zoektocht naar hoe je via digitale wegen dichterbij je publiek komt, houdt Yorke duidelijk wel bezig. Nu wilde Yorke dus met torrents experimenteren. Voordeel voor mij was dat ik dankzij de torrent een compact bestand kreeg waar alle nummers, een afbeelding en een videoclip stonden die ik in een keer kon importeren in mijn muzieklijst. Praktisch, maar op zich niks nieuws aan de horizon. Wat me wel over de streep trok was een methode die nooit echt uit de mode zal raken: bovenaan de betalingspagina stond de videoclip van de eerste single van de plaat, ‘A Brain In A Bottle’. En die klonk goed.

‘A Brain In A Bottle’ maakte precies alle nodige nieuwsgierigheid in me los om door te gaan met de betaling. Maar, nog beter: het gaf me het vertrouwen dat Tomorrow’s Modern Boxes niet zou tegenvallen. ‘A Brain In A Bottle’ is een licht up-tempo nummer dat precies het midden houdt tussen iets dat extreem dansbaar en extreem ontspannen is. Het droge drumgeluid tikt van alle kanten op precies het goede moment, terwijl Yorkes mooie kopzang er kalm en toch funky overheen ligt. Het geluid is verfijnd en subtiel; er lijkt steeds iets te kraken, zoals een fijne vinyl dat ook doet en Yorke heeft genoeg dunne stemlagen toegevoegd om bij iedere luisterbeurt nieuwe details te kunnen ontdekken. De vibratie in zijn stem lijkt wel vergroeid te zijn met de opzwellende synthgeluiden. Er zit een zekere teruggehouden energie in ‘A Brain In A Bottle’ waar je misschien van moet houden, maar als dat het geval is, zit je niet stil op je stoel.

Ik heb nu twee artiesten in de iTunes-lijst van mijn nieuwe computer staan: Thom Yorke en U2.

Tags: , , , ,

nummer van 28/10/2014 door

‘You Ain’t Seen Nothing Yet’ van Bachman-Turner Overdrive

Diss-track, jatwerk of opwarmertje?

Bachman Turner Overdrive You Ain't Seen Nothing Yet Lyrics

Luister een dagje naar Arrow Classic Rock, Radio Veronica of een playlist met 70s-hits (zoals ik afgelopen weekend op een verjaardag deed) en de kans dat ‘You Ain’t Seen Nothing Yet’ van Bachman-Turner Overdrive voorbijkomt, ligt aardig in de buurt van de honderd procent. De term one-hit wonder schiet al snel door je hoofd, maar een vlugge blik op Wikipedia leert dat singles als ‘Let It Ride’, ‘Hey You’ en ‘Takin’ Care Of Business’ het toch ook niet onaardig deden. Vooruit dan maar, al staat de hele carrière van de band natuurlijk in het teken van ‘You Ain’t Seen Nothing Yet’.

Een carrière die in 1971 in het Canadese Winnipeg begon onder de naam Brave Belt, een band rondom gitarist Randy Bachman. Aan talent ontbrak het de Duits-Oekraïense muzikant niet: op zijn derde won hij al eens een zangwedstrijd en toen hij met zijn viooltje onder de arm het Royal Toronto Conservatory binnenliep was hij nog maar vijf jaar. In zijn tienerjaren pakte hij de gitaar op en op zijn negentiende scoorde hij met The Guess Who zijn eerste nummer 1-hit in Canada met het nummer ‘Shakin’ All Over’:

The Guess Who – Shakin' All Over ~ Skeleton Dance

Zanger Chad Allan verliet The Guess Who in 1966 en een paar later zou Bachman zijn voorbeeld volgen. Samen begonnen ze een nieuwe band, Brave Belt, die van naam veranderde toen bassist Fred Turner aantrad (op aanraden van Neil Young overigens). Met zijn komst veranderde het geluid van de band, wat veel te zwaar was naar de smaak van frontman Chad Allan. Die verliet de band, waarna de bandnaam werd veranderd in Bachman-Turner Overdrive.

Bachman-Turner Overdrive - You Ain't Seen Nothing Yet

Zelfs op de hoes werd de stotter-gimmick doorgezet.

De eerste twee albums van Bachman-Turner Overdrive deden het niet verkeerd en hielden de band lekker bezig met barstensvolle tourschema’s. Het grote succes kwam toen in 1974 het derde album Not Fragile uitkwam, wat natuurlijk vooral te danken was aan de hitsingle ‘You Ain’t Seen Nothing Yet’. Een nummer dat door de muziekgeschiedenis heen nogal eens tot discussies heeft geleid, want waar vindt het nu eigenlijk zijn oorsprong en inspiratie? Daarover doen drie mogelijke verklaringen de ronde.

1: Een diss-track avant la lettre

Hoewel diss-tracks vanaf de jaren tachtig vooral bekend zijn geworden dankzij de hip hop, zou je ‘You Ain’t Seen Nothing Yet’ kunnen zien als een vroege diss-track. Dat blijkt niet zozeer uit de tekst maar natuurlijk wel uit het gestotter in het refrein. Volgens Bachman was het namelijk een grap richting zijn stotterende broertje Gary. De versie waarin het refrein stotterend gezongen wordt was eigenlijk alleen voor hem bedoeld, maar de platenmaatschappij vond deze versie uiteindelijk de beste en besloot ‘m als single uit te brengen.

2: Beter goed gejat dan slecht bedacht

Een andere verklaring voor het onweerstaanbaar catchy refrein van ‘You Ain’t Seen Nothing Yet’ zou liggen in het feit dat Bachman het simpelweg gejat had. En ja, als je de akkoorden van het refrein naast die van The Who’s ‘Baba O’Reily’ legt kun je er eigenlijk niet omheen. Niet alleen het akkoordenschema is hetzelfde (hetzij in een andere toonsoort), maar ook de timing is goed afgekeken.

The Who – Baba O'riley

3: Een opwarmertje dat nooit uitgebracht had moeten worden

Zelf had Randy Bachman nog een andere anekdote over het ontstaan van het nummer. Het was simpelweg iets dat de band speelde in de studio om alle versterkers en opnameapparatuur goed af te stellen. Tijdens gesprekken met platenmaatschappij Mercury Records werd later geklaagd dat er geen echte hit tussen het materiaal zat, waarop Bachmans bandleden hem pushten om hun opwarmnummertje eens te laten horen. “That’s the track”, was het antwoord van de platenmaatschappij.

Als je het zo eens op een rijtje ziet, is het eigenlijk het meest logisch dat het een natuurlijke combinatie van die drie verklaringen is geweest. Het verhaal dat de band in de studio opwarmde met een jam die toch enige structuur begon te krijgen is aannemelijk. Dat gebeurt zonder er verder echt bij na te denken, dus het is ook niet zo gek dat daar – bewust of onbewust – een bekend akkoordenschema insluipt. Zeker niet van een nummer dat vlak daarvoor nog een hit was en dat ongetwijfeld bij de bandleden in de smaak viel. En als je eindeloos moet wachten op studiotechnici die de boel af moeten stellen is het ook niet zo vreemd dat je uit verveling maar je broertje gaat pesten? En als het dan ook nog een hit oplevert, wat zou je dan eigenlijk nog zeuren?

Tags: , , , , ,

nummer van 27/10/2014 door

‘Starálfur’ van Sigur Rós

Strijkers, stofzuigers en palindromen

Sigur Rós – Starálfur (Iceland Montage)

Mijn hoofd tolde, mijn mond stond open. Niet zozeer van ontroering, eerder van verbazing. Onbegrip. Ze zwermden rond mijn hoofd. Eerste violen. Tweeden. Celli. Mijn vrienden vonden dit geweldig. Zelf zat mijn puisterige, tollende hoofd nog in de punkmuziek die, vooruit, steeds emotioneler en ook wel steeds rustiger was geworden. Maar een heel strijkorkest deed me vooral denken mijn opa die, na de repetitie van het mannenkoor op dinsdag, nog een uur in zijn stoel ging zitten met een elpee van een of ander Weens orkest. Nagenieten van klassieke muziek met nog meer klassieke muziek, om dan rustig in slaap te vallen. Daar had ik voorlopig nog geen zin in. Maar ik probeerde het, want mijn vrienden vonden het geweldig. De violen en de celli werden alsmaar intimiderender, de onbegrijpelijke hoge zang manender. Ik vond het best mooi, maar het voelde als een hinderlaag, een grote stofzuiger van zwermende strijkers die me in een leven van saaie muziek wilde zuigen. Een leven van eindeloze dutjes op krakende schommelstoelen.

Ik sloot mijn ogen en zag de stofzuiger nu heel duidelijk voor me. Een gigantische open mond, daarbinnen pikdonker, een oneindige leegte. En toen leek het ineens of de stofzuiger niet mij, maar de hele orkestbak naar binnen zoog. In één teug waren de eerste violen, de tweeden en de celli verdwenen en was er alleen maar ik en mijn puisten en mijn referentiekader. En er was een heel zacht klinkende gitaar. Geen akoestische, maar een elektrische die niet was aangesloten. Er werden een paar akkoorden aangeslagen, hard, met een gespannen arm. Een soort grunge zonder versterker. De zanger met de hoge stem was er ook bij, maar hij zong nu wat lager. “Starálfur.” Dat begreep ik. Tenminste, dat was de titel, dat had ik gelezen. Deze paar ingetogen seconden, met die gitaar en die titel in de tekst, die begreep ik. Honderd procent. En ik vond het heel mooi. En elke seconde daarna ook. Toen er een vreemd soort hartslag in de muziek kwam, die me deed denken aan triphop, en zelfs toen het hele orkest weer terugkwam. Zat ik toch in de stofzuiger? Als dat zo was, zou ik er nooit meer uitkomen.

Sigur Rós

Sigur Rós

Het briljante ‘Starálfur’

Ik kan me geen intensere muzikale eerste keer herinneren dan mijn eerste keer ‘Starálfur’, en daarmee mijn eerste keer Sigur Rós. Goed, mijn hart ging bonken en ik had zin om op zijn minst heel hart rondjes te rennen toen ik op dertienjarige leeftijd voor het eerst de agressieve gitaren hoorde van bands als NOFX, Sex Pistols of Black Flag, maar dat voelde meer als iets inwendigs, alsof er een vlammetje in me werd aangestoken, niet alsof ik ergens door werd opgeslokt.

Ágætis ByrjunVeel later zou ik ontdekken dat de band van alle nummers op Ágætis Byrjun (1999) aan ‘Starálfur’ ook de meeste aandacht had geschonken. Dat het zo vernuftig in elkaar zit dat het uiteindelijke effect op mij als luisteraar misschien niet zo verwonderlijk is. Naast de unplugged gitaar (op 2:45) en de hartslagbeat (3:06) voegde Sigur Rós nog veel meer productiegimmicks toe om het nummer interessanter te maken dan een mooie compositie voor een strijkorkest alleen. Industriële geluiden (3:10), het kraken van een storende transistorradio (3:04), het zijn allemaal toevoegingen waardoor de band eerder het label post-rock opgeplakt krijgt dan klassiek. Maar het echte vernuft zit juist in die klassieke compositie. Als je namelijk de strijkerspartij aan het einde van ‘Starálfur’ geheel omdraait, klinkt hij precies hetzelfde als wanneer je hem gewoon afspeelt. De noten van deze lange, slepende melodieën klimmen in dezelfde volgorde en lengte omhoog als dat ze later weer rustig afdalen. De melodieën vormen, kortom, een palindroom. Dat vind ik briljant, zeker bij zo’n lang stuk.

Sigur Ros – Staralfur, The Same Forward and Backward

Twin Peaks-achtige soundscape

Sigur Rós was zelf zo tevreden met ‘Starálfur’, dat ze het niet konden laten om een groot deel van de strijkerscompositie nóg een keer op Ágætis Byrjun te gebruiken. Al was de manier waarop een beetje stiekem. ‘Avalon’, een andere adembenemende track van het album, klinkt op het eerste gehoor als een goed bedachte Twin Peaks-achtige soundscape. Dat is het ook, al is de soundscape niet oorspronkelijk als soundscape bedoeld. ‘Avalon’ is ‘gewoon’ een andere take van ‘Starálfur’ die vier keer verlangzaamd is.

Avalon / Starálfur by Sigur Rós (Avalon speeded up x4)

Zorgvuldig overpeinsd

Dat de Sigur Rós-leden in de storm van al deze goede ideeën nog aan dat ene grungy momentje hebben gedacht om mensen als mij over te halen, is bijna niet te geloven. Aan de andere kant: iedere seconde van ‘Starálfur’ lijkt wel een hele dag zorgvuldig overpeinsd. Natuurlijk dachten ze daarbij ook eventjes aan de puberende punkers die bij klassieke muziek vooral aan hun opa’s in hun schommelstoelen moesten denken.

Tags: , , , , ,

nummer van 26/10/2014 door Marcel Groenewegen

‘Time of the Season’ van The Zombies

Ruziën en rennen

Onze gastblogger van vandaag houdt van mooie liedjes. Om naar te luisteren én om te maken. Hij speelt dan ook basgitaar in The Kik, een van Nederlands bekendste en leukste bands die garant staat voor mooie liedjes. Vandaag vertelt Marcel Groenewegen over rennende en ruziënde bandleden van The Zombies, die in de jaren 60 met een van de mooiste liedjes aller tijden de wereld veroverde.

The Zombies – Time Of The Season

The Beatles. Wie houdt er niet van? De albums staan in mijn platenkast en ik heb een bescheiden boekenplankje gevuld met interessante lectuur over het viertal en alles daaromheen. Nou was het lekker makkelijk geweest om voor deze gastblog een nummer van de Fab Four te kiezen aangezien de trivia voor het oprapen liggen, ware het niet dat ik bij het lezen van het indrukwekkende naslagwerk Recording The Beatles van Brian Kehew en Kevin Ryan op een interessant feitje over The Zombies stuitte.

Dag Decca

De Engelse band The Zombies, in 1962 opgericht door toetsenist Rod Argent en zanger Colin Blunstone, scoorde in zowel haar thuisland als in Amerika hits met ‘She’s not There’ (1964) en ‘Tell Her No’ (1965). De band die verder bestond uit Paul Atkinson (gitaar), Chris White (bas) en Hugh Grundy (drums) probeerde hierna tevergeefs meer knallers te scoren. Het succes bleef uit. Toenmalige platenmaatschappij Decca zag het daardoor niet meer zitten en beëindigde de samenwerking.

Strak in het pak.

Strak in het pak.

Hallo CBS

Gelukkig zat er bij concurrent CBS Records een enorme Zombies-fan op een belangrijke plaats: Derek Everett. Hij zorgde voor een contract. En niet zomaar een. De Zombies kregen complete artistieke vrijheid bij het maken van hun tweede studioalbum: Odessey And Oracle (1968). Tegenwoordig niet zo gek, maar destijds was dit een zeer uitzonderlijke deal, zeker gezien de positie van de band.

Abbey Road

De Zombies waren grote Beatles-liefhebbers en wilden niets liever dan opnemen in de EMI Studios oftewel Abbey Road (pas in 1970 werd EMI Studios omgedoopt tot Abbey Road Studios). Er was echter een klein probleem. Abbey Road was alleen beschikbaar voor artiesten van EMI. Voor The Zombies werd desalniettemin een uitzondering gemaakt en hiermee werd de band de eerste niet-EMI-act die opnam in Abbey Road. Overigens werden ‘Beechwood Park’, ‘Maybe After He’s Gone’ en ‘I Want Her She Wants Me’ in Olympic Studios opgenomen, maar dit terzijde.

Een 'ode' aan wat?

Een ‘ode’ aan wat?

Odessey of odyssey?

Er waren dan wel een mooie studio en artistieke vrijheid, het magere budget van 2500 pond zorgde voor nogal wat problemen tijdens het productieproces. Zo is de titel van het album verkeerd gespeld op de hoes. In plaats van ‘odyssey’ staat er ‘odessey’, een foutje van hoesontwerper en flatgenoot Terry Quirk. De band ontdekte deze misser te laat en er was geen geld meer om het terug te draaien. Jarenlang hielden ze vol dat het opzettelijk was: een speling met het woord ‘ode’.

Ademnood

Een ander probleem ondervonden ze tijdens het opnemen in Studio 3 van Abbey Road. Ter illustratie: in Studio 2, waar de Beatles vooral opnamen, was een trap aanwezig naar de hoger gelegen controlekamer. Ook de controlekamer van Studio 3 bevond zich een etage hoger, maar hier was geen trap. Om deze ruimte te bereiken moest je eerst door de lobby, langs de beveiliging, door een hal, door verschillende deuren om daarna in de hoofdgang uit te komen. In het boek Recording The Beatles vertelt Blunstone dat hij heen en weer rende om tijd te besparen. Echter, als hij terug was bij de microfoon om weer te zingen, was hij zo uitgeput dat hij eerst minutenlang op adem moest komen.

Time Of The Season

Wellicht is op deze wijze ‘Time Of The Season’ ontstaan, wat mij betreft het beste van The Zombies en een van de mooiste liedjes aller tijden. Een tijdloos nummer dankzij de kenmerkende uitademing ‘aaaah’ in de beat. Het was een knipoog naar het nummer ‘Summertime’ van George Gershwin dat de groep in haar beginjaren speelde. Toetsenist Argent schreef het nummer en wilde het dan ook op zijn manier op band zetten. Dat was niet naar de zin van Blunstone die de zanglijnen maar niks vond. Ze kregen ruzie, maar uiteindelijk zong Blunstone het zoals de toetsenist het wilde. Het was het laatste wat Argent voor ‘Odessey And Oracle’ schreef en daarmee eigenlijk ook het laatste echte wapenfeit van The Zombies, want de groep ging vlak na de opnames in december 1967 uit elkaar. Nog voordat het album uitkwam.

Minder strak in het pak.

Minder strak in het pak.

Toch nog een hit

‘Odessey And Oracle’ verscheen in april 1968. Het album verkocht in eerste instantie slecht en zou eigenlijk niet uitkomen in Amerika. Muzikant Al Kooper die bij Columbia Records op de A&R-afdeling werkte, wist de platenmaatschappij echter te overtuigen van de genialiteit van de plaat. ‘Time Of The Season’ kwam als eerste single uit en werd een grote hit in Amerika.

Reünies

Door het succes probeerden Argent, Atkinson en Grundy het nog een keer, maar Blunstone deed niet mee. De reünie was van korte duur, nog voor het einde van 1969 was de band weer uit elkaar. Door de jaren heen volgden er meerdere herenigingen en vandaag de dag spelen zanger Blunstone en toetsenist Argent nog steeds samen als The Zombies, maar daar word ik niet meer zo blij van. Geef mij maar de ruziënde Zombies die in 1967 al heen en weer rennend door Abbey Road ‘Time Of The Season’ opnamen.

Tags: , , , , , , , , ,

nummer van 25/10/2014 door

‘Go Rest High On That Mountain’ van Vince Gill

Funeral for a friend

Vince Gill – Go Rest High On That Mountain

De herfst heeft inmiddels zijn intrede gedaan. Het is koud en nat. Deze week voor de eerste keer na de zomer de verwarming aan gedaan. Het zijn dagen waarop ik merk dat de zomerse muziek in de platenkast blijft staan. Geen punkrock of bluegrass voorlopig. Ik heb zin in felle garagepunk en melancholieke country. Dat eerste genre zal hier vast nog voorbij komen. Voor nu ga ik met dat laatste aan de haal.

Keuzes

Met het klimmen der jaren neemt niet alleen het aantal grijze haren in mijn baard toe. Ook het aantal sterfgevallen in de nabije omgeving neemt toe, zodat er vrijwel iedere twee maanden wel een crematie of begrafenis bij te wonen is. Wanneer zo’n dag weer voorbij is, ga ik als vanzelf na hoe de muziekkeuze bij me is geland. Zo vond ik ‘Conquest Of Paradise’ ietwat te bombastisch voor een begrafenis maar Frankie Stubbs ‘My Heart Is Home’  wel een heel mooie, bijzondere en ontroerende keuze. Pharell‘s ‘Happy’ schijnt ook regelmatig gedraaid te worden, al heb ik ‘m nog niet tijdens een uitvaart voorbij horen komen.

Uiteraard komt dan de vraag der vragen voorbij: welke muziek moet er gedraaid worden op mijn uitvaart? Elke keer zijn er weer andere nummers die boven komen borrelen. Zo wilde ik op mijn dertiende iets van Metallica voorbij laten komen. Op mijn achttiende was ik er heilig van overtuigd dat men lekker een pitje mocht bouwen op Descendents en Bad Religion. Een jaar of zes geleden ontdekte ik Ralph Stanleys versie van ‘False Hearted Lover Blues’. De tekst heeft weinig tot niets te maken met mijn leven maar bevat een zinsnede die aansluit bij mijn laatste wens:

When my earthly stay is over
Sink my dead body in the sea

The Possum

Toen overleed vorig jaar de legendarische countryzanger George Jones. De begrafenis werd opgenomen voor het radiostation WSM wat ook verantwoordelijk is voor de Grand Ole Opry. Ik was niet onder de indruk van alle eerbetuigingen die voorbij kwamen maar ik moest even slikken toen ik het filmpje van zag waarin Vince Gill met Patty Lovelace één van zijn grootste hits voor zijn goede vriend zong. Dat was althans de bedoeling, maar overmand door emoties wordt de helft van zijn tekst gesproken, gepiept of overgeslagen. Tissues bij de hand?

Vince Gill and Patty Loveless Perform "Go Rest High On That Mountain" at George Jones' Funeral

vince-gill-456-102311

Vince Gill

Waarheen leidt de weg

Gill begon in 1989 aan het nummer toen zanger Keith Whitley in 1989 op 33-jarige leeftijd overleed aan alcoholvergiftiging en maakte het af toen zijn oudere broer Bob stierf vanwege een hartaanval. Het nummer had een enorme impact op de muziekkeuze bij uitvaarten in de Verenigde Staten, zoals ‘Dat Ik Je Mis‘ van Maaike Ouboter op Nederlandse begrafenisplaylists. Het zijn beiden nummers die mensen kracht blijken te geven in moeilijke tijden.

Dus bij dezen: dit nummer zal gedraaid moeten worden op mijn uitvaart. Weten jullie het ook al?

Tags: , , , , , , , , , ,

nummer van 24/10/2014 door

‘Cancer’ van Joe Jackson

Het dodelijke liedje: deel I

Joe Jackson – Cancer (+LYRICS)

Je kunt overal een liedje over schrijven, dus ook over ebola. De ernstige infectieziekte die momenteel op nietsontziende wijze slachtoffers maakt, is geen voor de hand liggend onderwerp om over te zingen of te rappen. Toch zul je versteld staan over de hoeveelheid nummers die over ziektes in het algemeen zijn geschreven, alsof die net als de liefde en de dood óók gewoon bij het leven horen. En toch. Een liedje over depressie is stukken beter behapbaar omdat we de ziekte enigszins kennen en omdat we mensen kennen die aan die ziekte lijden (volgende week in deel II van Het dodelijke liedje). Ebola kennen we maar nauwelijks en omdat het nog niemand die we kennen is ‘overkomen’, lijkt het op het eerste gezicht een onderwerp dat niet makkelijk in woorden of zoiets banaals als beats te vatten is.

Hipco

Het eerste nummer dat ik over de ziekte hoorde, doet evenwel een aardige poging. Het liedje valt onder een muzikaal genre dat binnen de landsgrenzen van Liberia is ontstaan – het West-Afrikaanse land dat de meeste doden betreurt (de teller staat op 2705 doden). Het genre heet Hipco (‘co’ is een afkorting van colloquial – spreektaal): een mix van Amerikaanse hiphop en het door het volk gesproken Liberiaanse (‘Kreyol’) Engels. De muziekstroming, die zich sinds de jaren 80 aan de hand van politieke en sociale thema’s ontwikkelde, is met name populair bij jongeren, al was het maar om zijn catchy beats, Afrikaanse ritmes en strijdvaardige, hoopvolle teksten. De stroming heeft een handjevol populaire artiesten voortgebracht: o.a. Sundaygar Dearboy, Takun J – “If we don’t speak up against the ills in society, who will?” NassemanF.A., Soul Fresh en DenG. Het is dus niet zo gek dat de laatste drie afgelopen zomer de handen ineensloegen en de pakkende hit ‘Ebola Is Real’ uitbrachten. Knowlegde is power: het liedje biedt broodnodige informatie omtrent ebola, informatie die op andere manieren moeilijk de samenleving bereikt, samengevat in drie rake zinnen:

1. “It’s real, it’s time to protect yourself, ebola is here.”
2. “When your monkey want play, don’t play with him.”
3. “The only way you can get Ebola is to get in direct contact with the blood, saliva, urine, stool, sweat, semen of an infected person or infected animal.” [1]

Reële ziekte

Ebola is een vreselijke ziekte en ‘Ebola Is Real’ verkondigt een levensreddende boodschap, maar de ziekte is voor velen van ons iets waarover we (vooralsnog) alleen nog maar lezen of horen. Er zijn ziektes die ‘dichterbij’ komen, waarvoor we een reëele angst koesteren, die net zo goed nietsontziend zijn en waar mogelijk iedereen in dit land al eens mee te maken heeft gehad. Kanker. Ook niet zo’n gezellig onderwerp om over te zingen. En toch. Je kunt er niet omheen, niet om de ziekte en niet om geciteerde wetenschappers in nieuwsberichten die weer eens waarschuwen voor iets waar je de ziekte mogelijk van kunt krijgen. Is er tegenwoordig nog iets waar je géén kanker van krijgt, vragen veel mensen zich dagelijks af, terwijl ze verward hun boodschappenkarretjes door de supermarkt duwen.

‘Cancer’

De Britse muzikant Joe Jackson (1954) is iemand die daar in 1982, hij was toen 28, een beetje cynisch over deed. Er gingen toen nog niet zoveel mensen dood aan kanker als nu, dus laten we de bitterheid die uit het liedje klinkt vooral opvatten als een aanklacht tegen het moderne leven, waarin níets meer veilig lijkt te zijn en álles kankerverwekkend. Het betreffende nummer, met de toepasselijke titel ‘Cancer’, staat op Jacksons vijfde plaat Night and Day, een album dat meer dan een miljoen keer werd verkocht en hem een gouden plaat opleverde. Dat lag vooral aan hits als ‘Steppin’ Out’ en ‘Breaking Us In Two’, maar het zou zonde zijn om dit bol van cynisme staande, spottende liedje in de kast te laten verstoffen. Grappig detail: als je niet naar de tekst luistert, heb je dankzij de met salsa geïnfecteerde pianoklanken nooit door dat het hier over een dodelijke ziekte gaat.

Een klein joch

“This one is all about how everything that’s enjoyable is bad for your health. Do you understand that? It shouldn’t be taken too seriously.” Zo kondigde Joe Jackson zelf zijn liedje aan, te zien op deze live-versie. Alles wat leuk is, mag niet meer. Alles wat lekker is, moet worden verbannen. Jackson klinkt, hoewel doelbewust, als een klein joch waartegen constant ‘nee’ wordt gezegd. Toch voelen we zijn pijn. En híj mag erover zingen, als kunstenaar. Zingen, zeuren en jammeren over iets waar de rest van de wereld zonder begeleidende muziek niet mee wegkomt. ‘Cancer’ redt misschien geen levens zoals F.A., Soul Fresh en DenG dat afgelopen zomer beoogden met ‘Ebola Is Real’, maar het is 32 jaar later nog even actueel en schrijnend dankzij de vele nieuwe manieren waarop de ziekte je leven kan binnendringen.

Everything gives you cancer
There’s no cure, there’s no answer
Everything gives you cancer

Don’t touch that dial
Don’t try to smile
Just take this pill
It’s in your file

Don’t work hard
Don’t play hard
Don’t plan for the graveyard
Remember -

Everything
Everything gives you cancer

  1. [1] Bron.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , ,

-->