nummer van vandaag door

‘Isn’t She Lovely’ door Victor Wooten

Op een regenachtige zondagochtend ...

Victor Wooten – Isn't She Lovely

Alsof je je voor je favoriete film alleen nog maar bent aangewezen op een versleten VHS-band die stoort, hapert en langzaam verder verslijt. Zo voelt het altijd een beetje wanneer ik Victor Wootens versie van Stevie Wonders ‘Isn’t She Lovely’ wil horen. Een perfecte studioversie is er niet van, alleen een paar filmpjes op YouTube die door de aanwezigen vanuit het publiek met een telefoon zijn gemaakt. Muzikale perfectie, maar het is nooit met die gedachte echt vastgelegd. Een zegen en een vloek tegelijk misschien wel.

Want in een studio kun je perfectie natuurlijk akelig dicht benaderen. Soms zo dicht dat het bijna klinisch wordt en elke emotie er uitgezogen is. De keren dat je het wel ervaart is dat bijna altijd wanneer een muzikant op het podium staat en er een onvoorspelbare samenloop van omstandigheden ontstaat. Iets dat zich simpelweg niet af laat dwingen of in een studio opnieuw gecreëerd kan worden.

Victor WootenGeheime deurtjes

Dat Victor Wooten een van de beste bassisten ter wereld is, daar zijn de meesten het wel over eens. Het tijdschrift Bass Player riep hem zelfs drie achtereenvolgende jaren uit tot de bassist van het jaar, terwijl geen enkele andere bassist die eer ooit vaker dan een keer ten deel viel. Zijn cv is dan ook minstens zo indrukwekkend als zijn basspel, met naast soloplaten ook de nodige credits op werk van onder meer India Arie, Dave Matthews Band, Buckshot LeFonque, Gov’t Mule en Bootsy Collins.

Een geweldige muzikant zijn is een ding, maar zo natuurlijk als die gave door het bloed van Wooten lijkt te stromen hoor en zie je maar zelden. Uit de video hierboven spreekt behalve een fenomenaal talent vooral een manier van spelen die voor de bassist net zo vanzelfsprekend lijkt als ademhalen. De manier waarop hij het thema van Wonders klassieker speelt is al bloedstollend mooi, maar door dat te loopen en er vervolgens overheen te improviseren lijkt het bijna alsof hij in het nummer geheime deuren opent die nog niemand ooit eerder is tegengekomen.

The Wooten Brothers Band

Het muzikantschap is Wooten dan ook met de paplepel ingegoten, al vanaf het moment dat hij op 11 september 1964 op een Amerikaanse legerbasis werd geboren. Zijn ouders zaten in het leger en waren regelmatig ergens anders gestationeerd, dus er werd veel verhuisd. Vroeg in Wootens leven woonde de familie Wooten enkele jaren op Hawaï en wilden zijn vier broers hun eigen band beginnen. Talent hadden ze volop, maar een bassist ontbrak nog. Kleine Victor kon nauwelijks zelfstandig zitten, maar zijn broer Regi vond dat genoeg om de bas ter hand te kunnen nemen en leerde hem zodoende spelen.

The Wooten Brothers Band

The Wooten Brothers Band

Op zijn zesde toerde hij al samen met zijn broers als openingsact voor Curtis Mayfield en tien jaar later speelden The Wooten Brothers over de hele wereld om Amerikaanse soldaten te vermaken. Op zich al mooie prestaties voor een muzikant, maar daar ging het Wooten niet om. Zijn muzikaliteit werd vooral gedreven door nieuwsgierigheid en een honger om nieuwe dingen te leren. Dat leidde ertoe dat hij eens wat op een banjo zat te pielen en het iemand opviel dat er nogal bijzondere melodielijnen uit het instrument kwamen. Niet heel gek, want Wooten bespeelde het als een bas. Weliswaar hebben beide instrumenten vier snaren, maar de stemmingen verschillen enigszins en op die manier benaderde Wooten de banjo compleet anders dan de meeste spelers.

Iemand vertelde Wooten dat zijn spel wel wat weghad van Béla Fleck, een inventieve en eigenzinnige banjospeler uit Nashville Tennessee. Hij besloot dat hij deze man moest ontmoeten en belde hem op om vervolgens door te telefoon wat voor hem te spelen. Een bizarre muzikale klik was ontstaan en Wooten verhuisde naar Nashville om toe te treden tot zijn nieuwe band, waarmee gelijk één van de meest onwaarschijnlijk muzikale combinaties van muzikale stijlen ontstond, met onder meer bluegrass, fusion en funk.

Bela Fleck and The Flecktones – Stomping Grounds 1996

Ondertussen is Victor Wooten gelauwerd met vijf Grammy Awards en vallen er nog veel meer hoogtepunten te noemen, zoals zijn bassistensupergroep met Marcus Miller en Stanley Clarke. Maar het meest bijzondere is misschien nog wel dat na al die jaren de liefde voor muziek nog steeds centraal staat in alles wat hij doet. Hij heeft de grootste podia van de wereld gezien, maar het filmpje bovenaan dit stuk werd in 2012 op een regenachtige zondagochtend opgenomen in het kleine plaatsje Mechanicsville in de staat Virginia. Niet in een uitverkocht stadion, maar gewoon op een gratis bijeenkomst van de lokale muziekschool waar hooguit een man of tien en een paar gapende kinderen stonden te kijken.

Een bijzonder mens, die er bovendien een heel mooie kijk op het leven op nahoudt. Mocht je benieuwd zijn, dan is zijn TED Talk een mooi stukje filosofie om vandaag eens over na te denken.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , ,

John Mellencamp – Rain On The Scarecrow

Uit een bikerbar aan de overkant schalt Creedence Clearwater Revival uit de speakers. Het tankstation ernaast is 24 per dag geopend en doet dienst als verzamelplek voor de lokale gemeenschap. Het is bijna middernacht en het is nog altijd 29 graden. Ik slaap vannacht in een ranzig motel dat ik steevast de ‘Funky Inn’ noem. Maar voorlopig ga ik nog niet slapen met die hitte en herrie.

Interstate 75

Dan maar een biertje halen en mij mengen onder de lokale bevolking. De mooie mensen uit de series ‘Dexter’ of ‘Miami Vice’ zul je hier net zo min aantreffen als de dames uit ‘Golden Girls’. Dit is namelijk het armste deel van de staat Florida. Hier is geen toerisme en wil ook niemand rustig van zijn of haar pensioen genieten. Door de aanleg van Interstate 75 laat het vrachtverkeer het stadje Perry ook nog links liggen (of rechts wanneer je vanuit het noorden komt). Ik hoor de verhalen van de mensen nadat ik heb uitgelegd waar ik vandaan kom. Ze staan met hun oren te klapperen wanneer ik ze vertel over ons sociale vangnet. En by the way. Of ik nog iemand kende die in vlucht MH17 zat.

No Future

Al snel gaat het over hun eigen sores. Het is natuurlijk heerlijk klagen met wat Miller Lights achter de kiezen. Ze vertellen wat ik zelf al heb gezien. Er is hier helemaal niets. Geen werk, geen vermaak, geen goede huisvesting en al helemaal geen uitzicht op een goede toekomst. Het is de kant van Amerika die je in films niet te zien krijgt. Armoede en uitzichtloosheid die je normaliter associeert met Afrika of Azië. Natuurlijk, een trailer op een stukje land of in het bos is aantrekkelijker dan wat golfplaten in een overvolle stad of een tent in een gortdroge woestijn. Dit raakt mij meer dan de journaalbeelden die ik hiervan heb gezien. I blame videogames.

Photo of John MELLENCAMP

In- en in-Amerikaans

John Cougar Mellencamp (of John Cougar of John Mellencamp) groeide op in een dorp en heeft altijd gestreden voor small town America en voor boeren in het bijzonder. Samen met Willie Nelson en Neil Young richtte hij Farm Aid op, om zijn woorden bij te staan met daden in de vorm van benefietconcerten. Met zijn teksten roert hij in de etterende wonden die zijn eigen land kent. Collega Gijs beschreef het al eens mooi in een eerdere bespreking van een nummer uit het wisselvallige oeuvre van de zanger uit Indiana.[1] “De topics zijn zo in- en in-Amerikaans, dat je er als nuchtere Hollander over het algemeen weinig mee kunt.” Totdat het onderwerp je een goede reis wenst en half dronken naar zijn verkrotte trailer waggelt waar zijn vrouw en drie kinderen liggen te slapen. De melkveehouder raakte vier jaar geleden alles kwijt door de crisis en heeft nu helemaal niets meer. Het stukje land is van een vriend en de trailer stond al jaren leeg. Voedselstempels en de voedselbank houden zijn gezin in leven. Een leven zonder toekomst.

  1. [1] Scarecrow (1985) wat wordt geopend met het nummer van vandaag, is niet alleen het beste album wat JCM heeft afgeleverd, maar ook één de beste rockalbums allertijden.

Tags: , , , ,

nummer van 27/07/2014 door Vedran Mirčetić

‘La Grange’ van ZZ Top

Over de man die het woord boogie naar een hoger plan tilde

Je zou zeggen dat gastblogger Vedran Mirčetić met De Staat al druk genoeg is, maar de gitarist vindt daarnaast tijd om regelmatig op het podium te staan met bluesrockband Steamroller en talloze tributebands. The Doors, The Allman Brothers Band, The Rolling Stones en Thin Lizzy werden al eens gepast door Vedran geëerd. Een volbloed rocker dus. Vandaag neemt hij ons mee naar de tijd van zijn muzikale opvoeding in het Kroatië van de jaren 80, waar hij kennis maakte met Billy Gibbons en ZZ Top.

ZZ Top – La Grange (Original 1973 Vinyl Mix)

Laatst werd ik door een vriend meegevraagd naar het concert van ZZ Top in Heineken Music Hall. Ik moet eerlijk zeggen dat ik wel even twijfelde, aangezien ik na hun laatste show in 2009 tegen mezelf heb gezegd dat het wel mooi is geweest zo. Ik wenste de verdere aftakeling van mijn helden van weleer niet meer aan den lijve te ondervinden. In 2002 heb ik ze voor het eerst live kunnen zien en eigenlijk had het daarbij moeten blijven, want het optreden maakte waarschijnlijk meer indruk omdat het mijn eerste keer ZZ Top was dan dat ik het echt heel vet vond. De mannen speelden overigens wel erg goed, maar ik vond voornamelijk het oude oude werk tof en daar werden er, tussen de latere jaren 80 hits door, maar een paar van gespeeld en de sound was ook blijven steken in de jaren 80 en dat was een teleurstelling.

De coolste gitarist ooit

En toch kon ik het niet laten om in 2009 weer te gaan. Een leerling van me had twee kaartjes gekocht en vroeg of ik mee wilde. En wat is er mooier dan een leerling die, terwijl hij een jaartje ervoor nog nooit van ZZ Top gehoord had, samen met zijn gitaarleraar naar Billy Gibbons gaat kijken, de coolste gitarist ooit? Geen Steve Vai, John Petrucci of andere gitaargoden op steroïden, nee, wij waren fan van de man met de baard die niet zo zeer technisch begaafd was maar dat compenseerde met een waanzinnige feel en timing, de man die het woord boogie naar een hoger plan tilde. Chirurgisch precieze solo’s recht uit het hart, of misschien wel uit de baard, die melodie en een soort oergevoel combineerden. Alles voor de boogie. Of zoals hij het zelf zei:

You can definitely make someone wiggle in their seat a little bit if you know where you’re heading with it and end up there.

Billy Gibbons

Halfnaakt rondspringen

Dat brengt me tot mijn keuze van ‘La Grange’ als nummer van de dag want dat is het nummer waar het voor mij als gitarist allemaal mee begon.

Als jochie van 11 die klassiek gitaar speelde, was ik al meer onder de indruk van bands als Deep Purple, Black Sabbath en Cream dan de meuk die in die tijd in de hitlijsten stond. 1989 that is, de tijd van Milli Vanilli, het duo dat symbool staat voor bedrog in de muziek en Paula Abdul, de danseres die haar nummers ruilde voor danskunsten omdat ze zelf niet veel meer kon dan halfnaakt rondspringen. Kun je nagaan hoe blij ik werd toen ik voor het eerst ZZ Top hoorde.

Vier minuten lang stil

ZZ Top - La GrangeIk zat bij mijn vader in de auto en toen kwam ‘La Grange’. De intro, die stem, die inval, de gitaarsolo’s, de boogie! “Wie is dit?”, vroeg ik aan m’n pa. Dat is ZZ Top, met Billy Gibbons op gitaar en zang. Eén van de beste gitaristen die er is. Dat laatste zei hij altijd als ik vroeg naar welke gitarist we luisterden. Vanaf dat moment was ‘La Grange’ mijn lievelingsnummer en elke keer als we naar gitaarles reden én weer op weg terug naar huis, spoelde mijn pa van tevoren het bandje naar dat ene nummer en waren we vier minuten lang stil, iets wat een vast ritueel werd. Vanaf toen wilde ik elektrische gitaar spelen en vroeg ik mijn leraar om me dat nummer te leren. Als ik het hele jaar goed mijn best deed, zou hij me aan het eind ‘La Grange’ leren. Het einde van het jaar kwam en de oorlog brak uit. We verhuisden naar een ander land en het deed er even niet meer toe. Uiteindelijk zou alles toch nog goed komen.

Tags: , , , , ,

nummer van 26/07/2014 door

‘Revenge’ van Black Flag

Het logo dat fuck you zegt

Black Flag – Revenge

“Ik hoop dat je niet zo metselt.”

Benny kijkt me aan, een beetje uitdagend. Tussen de haren van zijn baard denk ik een glimlach te herkennen, maar misschien is het een fata morgana. Hij fronst nogmaals richting de tekening op het verfrommelde papiertje dat ik hem net heb aangereikt. Vier zwarte balken, de eerste en derde staan wat hoger dan de andere twee. Benny ziet er niks in.

Black Flag LogoIk ben een beetje teleurgesteld. Benny, baas van de enige tattoo shop in het Achterhoekse dorp waar ik opgroeide, überhaupt de enige volledig ondergetatoeëerde man hier, de enige die op zijn leeftijd nog met een driekwartbroek-met-hondenketting-van-lus-naar-portemonnee loopt, die Benny, die herkent het logo van mijn favoriete band niet. Het logo waarvoor ik geld heb gespaard, het logo waarvoor ik ouders heb overtuigd. De Black Flag-balken, het meest iconische beeld dat een punkband of misschien wel elk ander soort band heeft voortgebracht. Benny ziet vier zwarte bakstenen en hoopt dat ik niet zo metsel, ik zie een prachtig uitgeklede voorstelling van een wapperende, zwarte vlag. Een logo dat de nihilistische visie van de band zelfs in haar vorm uitdraagt. Johnny Depp liet de vlag op de wijsvinger van zijn rechterhand tatoeëren, Dave Grohl probeerde ‘m op zijn twaalfde zelf op zijn arm te zetten, maar kwam door de pijn niet verder dan de derde balk.

Het was kunstenaar Raymond Pettibon, de broer van Black Flag-gitarist Greg Ginn, die in 1977 met het logo én de bandnaam kwam. Veel punker kon het niet: de zwarte vlag van de anarchisten, de zwarte vlag van de piraten en het tegenovergestelde van de witte vlag van overgave werden in één sterk beeld verenigd. En ook is het sinds 1977 geen artiest meer gelukt een logo te ontwerpen waar op zoveel manieren “fuck you, ik doe wat ik zelf wil” van afstraalt. Toen Black Flag na hun eerste shows in Los Angeles snel aan populariteit won, was geen muur of viaduct in de stad meer veilig voor de spuitbussen van enthousiaste fans. De politie dacht dat er een nieuwe bende aan het werk was. In zekere zin was dat ook zo. Black Flag-shows werden steeds vaker in de gaten gehouden door de LAPD en op een avond kwam het zelfs zo ver dat de band een nacht in de cel doorbrachten, een incident waar hun toenmalige zanger Ron Reyes met ‘Revenge’ op gepaste wijze aan terugdacht. Fuck you. “We’re tired of being screwed.”

Dit alles probeer ik Benny maar niet uit te leggen. Of nee, ik doe toch een kleine poging.

“Maar u houdt toch wel van punk?”
“Waarom denk je dat?” Benny beantwoordt vragen graag met wedervragen.
“Nou ja…”
“De tatoeages hè? Iedereen denkt er maar altijd wat van. Nee jongen, we draaien hier in de shop gewoon Hazes.”

Op de achtergrond klinkt inderdaad ‘Bloed, Zweet en Tranen’, zijn laatste hit. Ik heb daar minder mee dan Benny met mijn vier balken, ik weet het zeker. Wanneer ik plaatsneem in de tatoeagestoel bedenkt hij zich. De naald zoemt al.

“Punk dus?”
“Eh, ja, dit is het logo van Black Flag.”
“Ik heb alleen een cd van de Toy Dolls. Die heb ik een keer gezien in Enschede. Mooi man! Wacht, ik zoek hem even op, het is alweer een tijdje geleden.”

Ik houd niet van de Toy Dolls en hun pretpunk, en bovendien lijkt het polonaiseritme van ‘Nellie The Elephant’ me niet echt geschikt voor een tatoeagesessie. Ik krijg visioenen van een Benny die met een onzichtbaar persoon inhaakt en wild van links naar rechts begint te walsen terwijl hij mijn been voorgoed met zwarte inkt verminkt. Een paar minuten later luisteren we dan ook echt naar ‘Nellie The Elephant’. Ik houd mijn adem in. Benny buldert de opmaat naar het refrein mee, een van laag naar hoog gezongen “whoooooooooooooooooooo.” Maar verder houdt hij zich godzijdank rustig. Het tatoeëren doet niet echt pijn, het is vooral irritant. Alsof iemand constant met zijn nagel op dezelfde plek in je huid zit te krabben. Tijdens de sessie vraagt Benny me nog of ik wel echt uit de Achterhoek kom, omdat ik niet plat praat. Daarna zeggen we helemaal niets meer.

Wanneer de naald is uitgezoemd verbindt Benny mijn been met doorzichtig plastic. Ik moet het een paar dagen laten zitten. Ik ben trots op mijn tatoeage die zegt “fuck you, ik doe wat ik zelf wil”, maar ik heb me het afgelopen uur laten kennen als iemand die bij de eerste ongemakkelijke situatie al ineenkrimpt. Mijn stoere coming-of-age-moment, mijn eerste tatoeage, is een martelgang aan pijnlijke stiltes geweest. Ben ik wel wel zo fuck you?

Benny vertelt dat ik binnen twee weken moet terugkomen als er iets mis is met mijn tatoeage. Kom ik later, dan kan ik een middelvinger krijgen. Na drie dagen ontdek ik inderdaad dat er onderaan de derde balk een gaatje zit, een stukje huidskleur van een milimeter of drie. Ik ga niet meer terug. Ik overweeg het nog een week, maar de weerzin om opnieuw in die stoel te zitten en niks te bespreken te hebben is te groot. Tien jaar later zit dat gat nog steeds op mijn been. Een eeuwige herinnering aan het feit dat een persoon vandaag iets kan doen en dat morgen niet meer kan onderschrijven. Dat iets op het ene moment belangrijk genoeg lijkt om in je lichaam te kerven, terwijl je vlak daarna alweer met andere dingen bezig bent.

Don’t tell me about tomorrow
Don’t tell me what I’ll get
I can’t think of progress

Tags: , , , , , ,

nummer van 25/07/2014 door

‘Caravan’ door The Mills Brothers

Naar de kazoo werd niet meer gezocht

Mills Brothers – Caravan

Het is 1928. Vier broers nemen deel aan een amateurwedstrijd in May’s Opera House in Piqua, Ohio, hun woonplaats. De oudste is achttien, heeft een zware basstem en speelt gitaar, de jongste is dertien en de leadzingende tenor van het stel. Tussen hen in nog een tenor en een bariton. Die laatste, de vijftienjarige Harry, ontdekt dat hij zijn kazoo mist, net voordat ze het podium op moeten. De kazoo, een instrument dat uit een metalen pijpje bestaat met een papieren membraan in de wand, maakt een grappig geluid wanneer je door dat pijpje zingt en het membraan laat trillen. Zonder te twijfelen krult Harry zijn handen voor zijn mond en imiteert hij een trompet. Het klinkt geweldig. Zijn broers volgen zijn voorbeeld en creëren met hun handen, luchtwegen en stembanden geluiden die doen denken aan echte instrumenten. De signature sound van The Mills Brothers, toen nog The Four Kings of Harmony geheten, was geboren.

Ze oefenden en oefenden, imiteerden elk orkest dat ze op de radio hoorden spelen. John deed de tuba na, Harry de trompet, Herbert de tweede trompet en Donald de trombone. John begeleidde de stemmen op zijn ukelele en later op gitaar. Naar de kazoo werd niet meer gezocht. De groep reisde rond in de omgeving, speelde in talloze zalen, op huisfeesten en clubs, en werd langzaam maar zeker bekend om hun close harmony-zang en vermogen om met slechts stemmen muzikale instrumenten na te bootsen.

Het werd al snel tijd voor het grotere werk; ze vergezelden The Harold Greenamyer Band naar Cincinnati om te auditeren voor radiostation WLW. De band werd uiteindelijk niet ingehuurd, maar de broertjes Mills wel. Toen niemand minder dan Duke Ellington in Cincinnati speelde en ze daar hoorde zingen, belde hij direct Tommy Rockwell van Okeh Records, die ze linea recta naar New York stuurde. The Mills Brothers tekenden in 1930 een driejarig contract bij CBS Radio, waarmee ze de eerste Afro-Amerikaanse groep werden met een eigen radioshow – Four Boys and a Guitar. Vier jaar later, inmiddels getekend bij Decca Records, stond er op al hun platen nog altijd die ene zin: No musical instruments or mechanical devices used on this recording other than one guitar.

Dat de broers hun succes voor een groot deel te danken hadden aan orkestleider, componist en pianist Duke Ellington, wisten ze maar al te goed. Begin jaren dertig hadden ze samen met hem en zijn orkest ‘Diga Diga Doo’ opgenomen, afkomstig van de Broadway hitmusical Blackbirds of 1928. Een paar jaar volgde echter een waardig eerbetoon, inclusief guitige danseressen (vanaf 0:40). De broers namen een swingversie op van ‘Caravan’, het exotische nummer dat al een paar jaar door de jazzwereld gonsde, wiens Oosterse melodie door trombonist Juan Tizol was bedacht en door Duke’s orkest verder uitgewerkt. Een kneiter van een liedje dat het zou schoppen tot veelgecoverde jazzstandard. Met de a capella versie van The Mills Brothers voorop.

Tags: , , , , , , , , , , , ,

nummer van 24/07/2014 door

‘Poinciana’ door Ahmad Jamal

Één van de nog levende jazzgrootheden

Ahmad Jamal – Poinciana – But Not for Me/At the Pershing

Pittsburgh is een broeinest voor goede jazzmuzikanten en dan met name pianisten. Errol Garner komt uit die stad, Mary Louis Williams, Billy Strayhorn. De stad kent ook een rijke muziekgeschiedenis met big bands en orkesten. Het talent lijkt in het water van de Ohio-rivier te zitten, die door de stad stroomt.

De muziekgeschiedenis van deze stad is van grote invloed op de in 1930 geboren Fritz Russell Jones. Op jonge leeftijd leert hij pianospelen door te luisteren naar voorbeelden zoals Art Tatum en Nat Cole (die een voortreffelijk pianist was voordat hij ging zingen). Op 20-jarige leeftijd verhuist Jones naar Chicago waar het als muzikant makkelijker is voet aan de grond te krijgen. Daar verandert hij ook zijn naam, nadat hij zich tot de islam heeft bekeerd. En met die naam kennen veel mensen een van de meest creatieve en innovatieve jazzpianisten ooit: Ahmad Jamal.

De op één na grootste

Noem een grote jazznaam en die zal – bij leven – zeggen dat hij of zij beïnvloedt is door Jamal. Hij wordt ook wel de op één na grootste vernieuwer van de jazz na 1945 genoemd (na Charlie Parker). Wat moet zo iemand doen om al die eer te krijgen, vraag je je dan af? Gewoon, mooie muziek maken.

Jamal is actief vanaf de jaren 50. Hij leidt dan zijn befaamde Ahmad Jamal Trio. En mooie muziek maakt hij zeker. In 1958 komt het live-album At the Pershing: But Not for Me uit. De plaat is een succes, ook commercieel en financieel.

ahmad jamal

Poinciana

Een van de bekendste liedjes op de plaat wordt ‘Poinciana’, geschreven door de componisten Nat Simon en Buddy Bernier in 1936. Het nummer is gebaseerd op het Cubaans volksliedje, ‘Het lied van de boom’ (‘La Canción Del Árbol’). De poinciana is een boom die in Cuba groeit en vanuit Madagascar is geïmporteerd.

Het liedje wordt door veel muzikanten vertolkt, maar Jamal maakt het echt bekend. Hij kiest ook een andere benadering dan zijn voorgangers. Hij legt veel focus op de drumbeat, gespeeld door Vernel Fourier. Luister maar eens naar het begin. Fournier speelt een hele gave beat en legt daarmee een mooie basis waarop Jamal lekker loom zijn eerste tonen speelt, voordat hij naar de herkenbare pianothema’s gaat. De thema’s in het hele nummer kennen weinig improvisatie, maar wel veel variaties in de dikke acht minuten die het nummer lang is.

De poinciana.

De poinciana.

De beat wordt gedurende het nummer steeds complexer. De piano legt verschillende laagjes, die steeds weer terugkomen in andere variaties. Op de achtergrond lijkt het nummer wat voort te kabbelen, maar ga er eens goed voor zitten en dan hoor je waarom dit nummer niet na een keer spelen weer vergeten wordt. Er zit zoveel in.

Laatste kans?

Jamals creatieve hoogtepunt was in de jaren 50 en 60, maar hij leeft nog steeds. Sterker nog, vorig jaar bracht hij een nieuwe plaat uit, Saturday Morning, en deze zomer speelt hij op verschillende jazzfestivals in Europa. Misschien wel een van de laatste kansen om nog eens echte jazzgrootheid te zien spelen. Ik probeer er bij te zijn.

Tags: , , , , , ,

nummer van 23/07/2014 door

‘Honest’ van Band of Skulls

Samen zingen, niet samen zijn

Band of skulls – honest

Wanneer Barbra Streisand en Barry Gibb elkaar toezingen dat ze nergens de schuld van hebben, hebben ze het duidelijk tegen elkaar. Een voor een reageren ze op de ander en komen ze beiden, als de liefde sterk genoeg is, tot een consensus in het gezamenlijk gezongen refrein. Het is een gesprek, maar dan op muziek. Er bestaan ook liedjes waarin zowel een vrouw als een man zingen zonder dat ze het tegen of over elkaar hebben. The Velvet Underground en Jefferson Airplane deden het voortdurend en recenter ook The XX. Het is nauwelijks nieuwswaardig. Toch is er iets aan die samenwerkingen dat misschien wel fragieler is dan het lijkt.

Band of Skulls is zo’n groep waarin de man en de vrouw een even grote rol spelen in de zang, zonder dat ze over elkaar zingen. Zangers Russell Marsden en Emma Richardson schrijven beiden hun eigen nummers en zingen hun eigen solo’s, hoe het ook uitkomt. Als een zangpartij binnen een nummer gedeeld moet worden, kan dat geregeld worden. Het resultaat is dat Marsden en Richardson even vaak lead- als achtergrondzangers zijn in hun eigen band en dat hun stemmen steeds precies daar ingezet kunnen worden waar ze het beste werken. Het is leuk om te bedenken dat wanneer de een zingt, de ander nooit ver weg is.

Het bijzondere aan bands waarin twee zangers even vaak de rol van leadzanger hebben, is dat je je af kunt vragen wat het punt van de collaboratie is. Zouden de twee niet net zo goed solo kunnen gaan? Wanneer de twee zangers ook nog eens van een ander geslacht zijn, is het makkelijk daar verkeerde conclusies uit te trekken. Brigitte Bardot hoefde niet eens toon te kunnen houden om met Gainsbourg te zingen en de blop en wizz-geluiden die ze maakte in het liedje ‘Comic Strip’ waren genoeg om de seksuele spanning tussen haar en Gainsbourg helder te maken voor iedereen. Hier was de man/vrouw-verdeling en alles wat dat impliceert natuurlijk opzettelijk. Maar ook zonder opzet kan onze fantasie op hol slaan. Gemixte bands die erin slagen dat idee bij luisteraars niet te voeden, zijn misschien wel zeldzamer dan we denken.

Wat overblijft bij deze zogenaamde neutrale samenwerkingen tussen mannelijke en vrouwelijke vocalisten zijn liedjes waarin het beste van beide werelden ingezet kan worden. Marsden en Richardson van Band of Skulls klinken samen veel spannender dan alleen en ook als ze om en om een couplet zingen, voegt het extra lagen toe aan de liedjes. Andere voorbeelden: Black Mountains samenzang van Amber Webber en Stephen McBean maken het liedje ‘The Hair Song’ op zichzelf tot wat het is (“What it is, what it is…”) en hetzelfde kan gezegd worden over de combinatie van Rachel Fannans stem met die van Bret Constantino van de groep Sleepy Sun. Het is jammer dat die laatste samenwerking afgelopen is – Sleepy Suns latere werk zonder Fannan heeft daar de gevolgen van moeten dragen.

Dat mannelijke en vrouwelijke vocalisten in een band niet over elkaar zingen, betekent natuurlijk niet per se dat ze niet kunnen spelen met hun respectievelijke stemcapaciteiten. Als Richardsons stem in de mix naar voren wordt geschoven bij de zin “I am a man, ‘caus you said I am” in het liedje ‘Impossible’, kan dat alleen maar gedaan zijn om luisteraars wakker te schudden en een grapje uit te halen. Of zou er toch meer achter zitten?

Tags: , , , , , , , , , ,

-->