nummer van vandaag door

‘Wonderlust’ van The Night VI

Je kende het misschien niet, maar ergens toch wel

Wonderlust – The Night VI

The Night VI is een Frans-Engelse popband zoals er waarschijnlijk veel meer zijn dan ik me voor kan stellen. Maar zonder dat de band daar iets bijzonder voor lijkt te doen, valt The Night VI op, zeker met het nummer ‘Wonderlust’. In alle eenvoud van een teder popliedje over liefdesverdriet vangt de band een gevoel van tijdloosheid, en dat voelt aan als een warm bad.

Sophie-Rose, Anna en Bogart leerden elkaar kennen op de Franse Lycée in South Kensington en begonnen daar samen muziek te maken. De rest van de band – Jack, Krist en Bo – ontmoetten ze via de Londense muziekscene en het uitgaansleven. Allen wilden muziek maken met een organisch geluid, met echte instrumenten. Het klikte. Het meezeulen van al hun instrumenten, inclusief een harp, naar ieder optreden zal geen pretje zijn, maar het klinkt natuurlijk wel goed. Jack en Sophie-Rose schrijven nu hoofdzakelijk samen de nummers en naar eigen zeggen hebben ze elkaar nodig, omdat Sophie-Rose te romantisch kan zijn en Jack te melancholisch. Bij elkaar vinden ze een balans.

Sophie-Rose Harper

Wat uit de samenwerking tussen Jack en Sophie-Rose komt is een geluid dat door recensenten vaak met Fleetwood Mac wordt vergeleken. Hoe kan dat? Het is een vraag die ik mezelf ook stelde toen ik ‘Wonderlust’ voor het eerst hoorde, want ook ik dacht meteen aan muziek uit een eerder decennium. De synthesizer zal wel een grote rol spelen, maar het is meer dan dat.

Er is iets zachts en ronds aan het hele liedje ‘Wonderlust’, iets dat ook nog eens versterkt wordt door de fade-in aan het begin. Je rolt vervolgens moeiteloos van couplet tot refrein, alles past perfect in elkaar en wordt steeds door de instrumenten aangekondigd op een manier die vertrouwd voelt. Sommige gitaar licks klinken bijna cliché, maar werken ook gewoon goed om breaks tussen coupletten en refreinen aan te duiden. De melodieën in de coupletten en refreinen springen er nergens echt uit maar klinken daardoor juist totaal natuurlijk, bijna alsof je het al vaker gehoord hebt. En dat is het eigenlijk een beetje met ‘Wonderlust': het voelt alsof je het liedje al kent. Niet omdat het letterlijk op een ander nummer lijkt en daarmee niet origineel is, maar omdat het klinkt als iets dat jaren geleden ook op de radio voorbij kwam en je toen al simpelweg een goed gevoel gaf.

Naast slimme songwriting heeft The Night VI nog een troef in handen: de stem van zangeres Sophie-Rose. Zelfs in dit korte liedje, en ondanks dat haar stem niet overdreven hard boven de mix uitkomt, is te horen dat ze een bijzonder stemgeluid heeft dat echt bijdraagt aan de identiteit van de liedjes. Haar lange noten zijn zacht, warm, heel vrouwelijk en vooral moeiteloos. Zonder moeilijke uithalen en overbodige riedeltjes is te horen dat ze technisch sterk is en ook dat is weer rustgevend om naar te luisteren. Net als het liedje zelf. Wanneer binnenkort de eerste The Night VI plaat uitkomt, zal het zeker de moeite zijn te kijken of het net zoveel nostalgie oproept als ‘Wonderlust’.

Tags: , , , ,

nummer van 16/09/2014 door

‘Unsatisfied’ van The Replacements

Hoeveel teenage angst kan een mens aan?

Unsatisfied -The Replacements (Adventureland soundtrack)

Hoeveel teenage angst kan een mens aan? Luisterend naar ‘Unsatisfied’ zie ik de lange gangen van de middelbare school waar ik zes jaar met een volgekalkte rugzak doorheenslenterde. Gezichten die ik al tien jaar niet meer voor me heb gezien. De spijbelsessies waarin we met onze skateboards naar de bakker reden voor een frikandelbroodje. Brugklaskamp. Alle meisjes die ik wilde zoenen en die dat verlangen wel of juist niet beantwoordden. Als ze een laaghangende broek droegen was ik verliefd. In de garderobes van het schoolgebouw, achter de discotheek, in de bioscoop tijdens de eindscène van Space Jam.

De eerste keer in de alternatieve discotheek. Drie kwartier fietsen. 14 jaar, niemand vroeg om een identiteitskaart. Muntjes halen bij de bar. Het eerste glas bier dat niet werd gemengd met Seven Up. Een pitje bouwen op Rage Against The Machine. De eerste keer dat ik moest overgeven van de drank. De keer dat mijn moeder me leerde dat dat kwam omdat ik teveel verschillende drankjes door elkaar nam. De keer dat ik erachter kwam dat het ook niet hielp als ik het bij één soort drank hield. De puberale ruzies met mijn ouders. Het goedmaken. Het verwijderd worden uit de klas na het spieken, de grote mond, het treiteren, het tekenen van een anarchieteken op het schoolbord, het weigeren om een vis te fileren bij biologie. Het roken tijdens de middagpauzes. De schoolfeesten. De verschrikkelijke Top 40-muziek. Het stiekem meenemen van flessen Feigling.

De eerste rijles. Daarvoor altijd de tien kilometer op de fiets naar school, met Bram, keihard DJ Kool en Pennywise zingend alsof we gek waren. De ouderwetse schooltas die altijd van de bagagedrager werd getrapt. De Eastpak die er al snel voor in de plaats kwam, de letter E die direct met een zwarte stift werd veranderd in een L. De jongens die me na school een keer bij de poort opwachtten, één van hen had ik uit mijn eerste punkbandje gekickt. De geweldige ontsnapping over het hek aan de andere kant van het terrein. Midden in de nacht naaktzwemmen in het buitenzwembad, na de discotheek. Best koud op de hoge duikplank. De politie die er aan het eind van de zomer lucht van kreeg. Opnieuw de geweldige ontsnapping over het hek aan de andere kant van het terrein.

Het dumpen, het gedumpt worden, de knipperlichtrelatie, het meisje dat rondbazuinde dat ik niet kon zoenen. Het voelde als Jesse Eisenberg in Adventureland (2009) wanneer hij op zijn dieptepunt zit en in een taxi door New York rijdt, ‘Unsatisfied’ van The Replacements op de achtergrond. Een liedje waarvan ik stilletjes wil dat ik het al die jaren al had gekend, dat het er voor me was geweest bij al die momenten. Dat is niet zo, ik leerde het pas jaren later kennen. Nu dient het als een soundtrack bij herinnering, als geschiedvervalsing wanneer ik heel erg mijn best doe de muziek achteraf bij die herinneringen te plaatsen. Soms werkt het, dan zet ik het af. Teveel teenage angst kan een mens niet aan.

Tags: , , , , , , , ,

nummer van 15/09/2014 door

‘Burning Hearts’ van Dan Michaelson And The Coastguards

Gerijpt als een goede whiskey

Dan Michaelson and The Coastguards – Burning Hearts

Het is mooi om te zien dat er in een tijd van muzikale hypes en megalomane albumreleases, zoals die van U2 vorige week, nog steeds plek is voor artiesten die rustig een flink aantal jaren liggen te rijpen. Elbow is daar natuurlijk een mooi voorbeeld van, al draait die band ondertussen ook al weer enkele jaren mee aan de top. Wellicht dat Dan Michaelson in hun voetsporen kan treden; zijn laatste album Distance dat hij als Dan Michaelson And The Coastguards maakte heeft er in ieder geval genoeg kwaliteit voor.

Trage start

Als songschrijver was hij dan ook vrij laat met zijn eerste muzikale stappen. Zijn eerste ep bracht hij uit in 2003 met Melinda Bronstein, met wie hij even later de Londense band Absentee zou vormen. Toen was hij 27 en ondanks de trage start wist de band zich met haar fraai uitgebalanceerde en sfeervolle alternatieve pop aardig in de kijker te spelen. Echt doorbreken deed de band echter niet en de laatste plaat dateert alweer uit 2008. Wellicht een gevolg van de vele nevenprojecten die de bandleden erop nahouden.

In het geval van de zanger/gitarist van de band is dat dus Dan Michaelson And The Coastguards, waarvan onlangs het vierde album Distance werd uitgebracht. Het anker van de plaat is net als op vorige albums de diepe, krakende bariton van Michaelson. Ook zijn de nummers nog altijd van een bijna filmachtige kwaliteit, waarbij de donkere beelden met elkaar gitaarakkoord of aanslag van de piano aan je voorbij glijden.

Musician Dan Michaelson

Misleidend opgewekt

Wat deze plaat dan zo bijzonder maakt? Dat ligt vooral in de details en de rust die in de composities verscholen liggen. Een halfuur is eigenlijk bizar kort voor een plaat van dit kaliber, maar Michaelson weet er wonderwel een naadloos passend geheel van te maken, dat geen moment gehaast of afgeraffeld klinkt. Heel knap als je nummers voornamelijk op het loom dreigende tempo liggen zoals je ook regelmatig hoort bij Nick Cave, Bonnie ‘Prince’ Billy of Tindersticks hoort.

Het is overigens niet alleen maar trage droefenis op Distance. ‘Burning Hearts’ biedt namelijk al vroeg op de plaat een up-tempo lichtpuntje. Michaelson noemde het nummer zelf “misleadingly upbeat” en luisterend naar de tekst ontdek je inderdaad het verhaal van twee mensen die de liefde tussen hun vingers door voelen glippen. Maar de tragiek lijkt weinig grip te hebben op de luchtig zwevende gitaarlijnen die de moed er onverstoorbaar inhouden. Voor echte ellende luister je maar de rest van de plaat, laat dit nummer vooral een mooi begin van je dag zijn.

Tags: , , , , , , , , ,

nummer van 14/09/2014 door Marnix van Holland

‘Cry Little Sister’ van Gerard McMann

Thou Shall Not Fall

Marnix van Holland is al sinds jaar en dag aan het rotzooien in de punkrock. Van het recenseren voor allerlei media tot het opzetten van shows en het maken  van zijn eigen fanzines. Wat niet iedereen weet is dat Marnix naast zijn liefde voor alles punkrock ook een gepassioneerd liefhebber en verzamelaar is van alles wat er in de jaren 80 uit een synthesizer of keytar is gekomen.

Gerard McMann – Cry Little Sister (Theme from The Lost Boys)

Hoewel smaken verschillen is er geen twijfel mogelijk wat betreft de beste vampierenfilm ooit. Dat is natuurlijk The Lost Boys uit 1987. Waar het tegenwoordig lijkt alsof iedere film of serie met een vampier erin bedoeld is om een puisterig Belieber-kutje een warm en drassig gevoel te verschaffen tussen de nog nimmer geschoren beentjes, was The Lost Boys ook echt wel een film voor stoere knapen. Zo kwalificeerde ik mezelf toentertijd als klein rotjochie in ieder geval, ondanks dat ik veelvuldig mijn hoofd in m’n kussen begroef zodra het ook maar een beetje spannend werd met Sam (gespeeld door Corey Haim) en jeugdheld Corey Feldman (The Goonies!) en Jamison Newlander als broertjes ‘Frog’.

Lost_boysMet twee tracks van INXS, Echo & the Bunnymen’s vertolking van ‘People Are Strange‘ (origineel van The Doors) en het later door George Michael en Elton John écht groot gemaakte ‘Don’t Let the Sun Go Down on Me‘ staan er een aantal klappers van jewelste op de originele soundtrack van The Lost Boys. Maar de beste track, en tevens themesong van de film, is ontegenzeggelijk ‘Cry Little Sister’ van Gerard McMahon. Pfoe! Wat een gruwelijke hit is dat! Sowieso de beste gothpop-track van vandaag.

G Tom Mac

Na de hit veranderde de als Gerard Thomas MacMahon geboren muzikant zijn naam – na een korte stop als Gerard McMann – naar G Tom Mac. Naar eigen zeggen was de naamsverandering te danken aan het feit dat mensen zijn naam altijd verkeerd uitspraken. Onder dit pseudoniem schreef hij naast eigen werk onder anderen voor Robert Plant (Led Zeppelin) en Roger Daltrey (The Who), terwijl artiesten als Ice Cube, KISS, Aiden en Carly Simon zijn repertoire (vaak ‘Cry Little Sister’ natuurlijk) gebruikten voor hun eigen werk. G Tom Mac kreeg zelfs een Grammy voor de sample van Eminem in het nummer ‘You’re Never Over‘.

g-tom-macDe One Trick Pony tot bloedens toe berijden

Wat ik maar niet uit mijn gedachten weg kan drinken is het feit dat The Lost Boys eigenlijk een trilogie is. Als een ware vampier zouden die films nooit het daglicht hebben mogen zien en zijn zij geheel terecht vanaf de lopende band direct op een dvdtje geknald en richting de rommelbakken van de lokale Mediamarkt, Walmart of een random andere markt of mart verscheept. En dan zit er nu ook nog een remake van het origineel aan te komen! Gênant eigenlijk. Maar nog gênanter is het dat Gerard McMahon dat nummer te pas en te onpas door de mangel heeft gehaald om maar gehoord te blijven worden. Met name ‘Cry Little Sister…Thou Shalt Not (The Mash Up)‘ van zijn album Thou Shalt Not Fall (2007) is als een staak door je muzikale hart. En gruwel en kwel: G Tom Mac heeft beloofd om voor de zoveelste heropstanding van de hit te zorgen in het kader van de remake én een heus computerspel. Dat is de enige ware horror aan The Lost Boys en deze sferische monsterhit. En eerlijk is eerlijk: met ruim vijftig filmsongs, meer dan honderd verschillende tv-shows die zijn muziek hebben gebruikt en zes eigen albums in de tas mag je G Tom Mac eigenlijk geen one trick pony noemen. Desondanks heeft hij – getuige ook de documentaire waar onder andere Philip Bailey (Earth Wind and Fire), Roger Daltrey (The Who) en producer Bob Ezrin vol lof over hem spreken – in 1987 gepiekt met dit fantastische nummer van de dag.

Tags: , , , , , , , , , ,

nummer van 13/09/2014 door

‘El Gavilán, Gavilán’ van Violeta Parra

Tijd voor experimentele Chileense folk

Violeta Parra – El Gavilán (Versión Larga)

Violeta Parra, internationaal bekend van ‘Gracias A La Vida’ en initiator van het Nieuwe Chileense Lied. Als folkloriste en zangeres zette ze zich in voor het muzikale erfgoed van haar land Chili en als activiste voor haar compatriotten. Het was geen makkelijke missie en de tegenslagen zijn in haar muziek terug te horen.

Van folk tot het Nieuwe Lied

Violeta Parra was een echt kind van haar ouders. Haar vader was muziekleraar, haar moeder werkte op een boerderij maar was in haar vrije tijd altijd bezig met muziek. Onder de naam The Parras begonnen Violeta en haar broers en zussen op jonge leeftijd ook al muziek te maken en in clubs te spelen. Haar eigen muzikale ontwikkeling begon pas na de geboorte van haar tweede dochter, op aandringen van haar broer. Ze concentreerde zich eerst op traditionele Chileense muziek, maar begon later ook zelf Chileense folkliedjes te componeren, met het idee de traditie voort te zetten. Traditie was hierin een breed begrip en voor Parra een omvangrijke en belangrijke taak.

Parra werd het internationale gezicht van Chileense folklore. Ze toerde door Europa, gaf colleges over folklore op verschillende universiteiten, exposeerde in het Louvre in Parijs, presenteerde radioprogramma’s over Chileense muziek, zong en richtte twee culturele centra op in haar thuisland. Haar werk was haar leven. Het ging haar niet alleen om muziek; het ging om het behoud van cultuur, om het Zuid-Amerikaanse erfgoed en om de bevolkingsgroepen die normaal gesproken niet de kans hadden zichzelf te uiten. Parra had een immens geloof in de kracht van expressie en vrijheid en wilde via haar folkliedjes die boodschap verspreiden. Haar muziek zou later een beweging worden en het door haar in het leven geroepen Nueva Canción (letterlijk nieuw lied) werd in de jaren 70 en 80 het geluid van links, revolutionair Zuid-Amerika, Spanje en Portugal.

Bedankt, leven

Maar Parra vocht tijdens haar leven ook voor zichzelf. Jarenlang had ze last van diepe depressies. In 1967, op 49-jarige leeftijd, pleegde ze zelfmoord. ‘Gracias A La Vida’ (Dank aan het leven), een liedje dat later dankzij Mercedes Sosa de wereld over is gegaan, kwam kort voor Parra’s dood uit en kan gelezen worden als haar afscheidsbrief en laatste eervolle dank aan alles wat het leven haar gegeven had. Haar tragische einde geeft echter ook een duistere, ironische, ondertoon aan haar dankwoord. Er hangt bijna altijd iets duisters over Parra’s muziek en dat is misschien deels de aantrekkingskracht, maar het maakt het soms ook moeilijk om naar te luisteren.

Experimentele folk

Voor haar dood nam Para elf albums op in Chili en Parijs, waar ze een tijd woonde. De platen staan vol liedjes van Parra op zang, meestal begeleid door gitaar. Het zijn typische Chileens folkliedjes, eenvoudig en, op het eerste gehoor, vrolijk. Toch is de melancholie voelbaar. Parra’s hoge stem klink soms zoet en soms schel, maar altijd een beetje onrustig. Op Composiciones Para Guitarra – een album dat postuum werd uitgegeven en een aantal gitaarcomposities bevat – is dat niet anders, maar overheerst de schoonheid van haar gitaargetokkel.

De verzameling liedjes op Composiciones Para Guitarra laat Parra’s meest experimentele werk horen. Het is een prachtig en vreemd album tegelijk. De melodieën wisselen steeds van simpel en mooi tot complex en onheilspellend. De ritmewisselingen en gekke sprongen die ze van akkoord naar akkoord maakt klinken ongelofelijk modern, als een excentrieke Coltrane-compositie. Musicologen hebben zich lang in het nummer ‘El Gavilán, Gavilán’ vastgebeten, gefascineerd door zijn originaliteit, Parra’s expressieve, schreeuwerige zang en de onverwachte melodische en ritmische veranderingen. Om alle ongemakkelijke, duistere en ook tedere momenten van het nummer te horen, moet je de twaalf minuten uitzitten, maar het is het meer dan waard. Luister daarna misschien naar ‘Anticueca 1′ hieronder om een beetje bij te komen.

Violeta Parra Anticueca Nº1

Tags: , , , , , ,

nummer van 12/09/2014 door

‘New West’ van Mark Orton

A match made in heaven

Mark Orton – "New West" ("Nebraska" Trailer Song)

Is het gemakzucht, wanneer een regisseur steeds weer voor dezelfde acteur(s) kiest? Zoals Tim Burton, die Johnny Depp sinds 1990 voor zo’n beetje elke hoofdrol geschikt acht, maar inmiddels misschien alleen nog maar personages schrijft met Depp in het achterhoofd? Of neem de vele muzes van Woody Allen: Mia Farrow, Diane Keaton, en meer recent Scarlett Johansson en de veelgevraagde Emma Stone. Je snapt best dat zo’n man bevangen is van jonge, mooie vrouwen, elk een nieuwe generatie Hollywood-actrices vertegenwoordigend, maar of zijn werk daarmee ook enigszins verrast? Iets waar ook Judd Apatow, een aardige vent met een dito cv, mee kampt; zijn acterende echtgenote Leslie Mann cast hij volgens critici nét iets te vaak in zijn films.

Gemakzucht of niet, ik veer altijd wel op als ik hoor dat Bill Murray, Jason Schwartzman en Owen Wilson wéér in een nieuwe Wes Anderson zullen spelen. Soms is er nu eenmaal sprake van een match made in heaven. Martin Scorsese is ronduit tevreden met zijn Leonardo DiCaprio, voor Pedro Almodóvar telt alleen Penélope Cruz nog maar. Een nieuwe Joel and Ethan Coen? John Goodman kent het script al uit zijn hoofd. Als filmmaker kies je mensen met wie je op één lijn zit, die je nauwelijks iets hoeft uit leggen –geliefden, (beste) vrienden – veelzijdige acteurs en actrices waar het publiek herhaaldelijk om vraagt. Don’t change a winning formula.

Björk in Dancer in the dark (2000)

Voor muziek geldt hetzelfde, al zijn meermaalse samenwerkingen tussen regisseurs en componisten vaak minder zichtbaar voor het grote publiek. En als we het doorhebben, lijken we vergevingsgezinder. Natúúrlijk koos David Lynch steeds weer voor componist Angelo Badalamenti, die sinds Blue Velvet (1986) feilloos Lynch’s belevingswereld in noten kon vatten. En hoe rouwig moeten we zijn dat jeugdvrienden Sergio Leone en Ennio Morricone hun liefde voor film en muziek keer op keer bundelden? Toch zullen een hoop collaboraties, ondanks hun voortreffelijke resultaat, nooit meer worden herhaald. Tijdens de promotie van Blue Is the Warmest Color (2013) maakten actrices Léa Seydoux and Adèle Exarchopoulos duidelijk dat ze niet van plan waren ooit nog met regisseur Abdellatif Kechiche te werken; Kechiche zou tijdens het draaien behoorlijk temperamentvol en veeleisend zijn geweest. Björk was fenomenaal in Dancer In The Dark (2000), zowel als actrice als muzikant, maar hoefde Lars Von Trier daarna nooit meer te zien. Zonde, maar er was in beide gevallen in ieder geval al íets moois uit ontstaan.

Soms, heel soms, komt er iets voorbij waarvan je alleen maar hoopt dat de samenwerking een vervolg krijgt. Zoals bij Nebraska (2013), waarvoor Alexander Payne Mark Orton van Tin Hat inschakelde. Onverwacht, want ook Payne had er een handje van steeds weer met dezelfde componist te werken: Rolfe Kent, die de soundtrack had geschreven voor About Schmidt (2002) en Sideways (2004). Het was music editor Richard Ford die Payne op Mark Ortons werk wees. Hij was al een tijdje fan van Tin Hat: “[I've] always felt that their music was really filmic and thematic – never overstated.”[1] Ford en Payne vroegen Orton of ze wat van zijn bestaande stukken – met name bluegrass en alt.country – konden gebruiken als tijdelijke score voor de première van Nebraska op het internationale filmfestival in Cannes. Ze waren naderhand bijkans verliefd op het resultaat, waardoor de muziek ook in de definitieve versie van de film te horen bleef. Muziek die eerder al was opgenomen door de band Tin Hat en stukken die ook al voor een andere soundtrack waren gebruikt (Sweet Land2005), maar waar verder niemand moeilijk over deed. Eén derde van de soundtrack was uiteindelijk origineel materiaal.[2]

'Nebraska' Trailer

Nebraska, voor wie de film (nog) niet zag, is een mooi tragikomisch familiedrama, geschoten in zwart-witbeelden, met uitstekende vertolkingen van Bruce Dern, June Squibb en de van Saturday Night Live bekende Will Forte – nu eens in een ingetogen rol. De film doet bij vlagen denken aan The Straight Story van David Lynch uit 1999, waarin we de hoofdpersoon ook vergezelden op een reis door enkele Amerikaanse staten. De reis van zoon en vader in Nebraska zet alle familieverhoudingen op scherp; Payne wil duidelijk een simpel verhaal vertellen, waarin muziek geen dominante rol speelt. De soundtrack moest echt zijn, realistisch, Amerikaans. Maar niet overdreven, gebruikmakend van het soort americana uit O, Brother, Where Art Thou? (2000), dat daar een licht karikaturale functie had. De muziek voor Nebraska moest ook niet ingespeeld worden door sessiemuzikanten, en zo werden uiteindelijk ook Willie Nelsons mondharmonicaspeler, Mickey Raphael, en Ortons vioolspelende vrouw Megan Orton ingezet. “He was looking for that side of what I do – even though I do some orchestral stuff, he really was looking for that kind of handmade, organic, natural quality to it”, aldus Mark Orton.[3]

De grootste uitdaging voor Orton was, zo zegt hij zelf, het schrijven van niet al te sentimentele stukken. Strijkers werden meer dan eens weer geschrapt en het vinden van de juiste (vintage) piano, voor dat ene specifieke geluid dat Orton bij Bruce Derns personage in gedachten had, was ook geen makkelijke opgave. Gelukkig was daar altijd nog Payne, die naast regisseur ook muzikant was.[4] Hij wist precies wat hij (niet) wilde – geen overduidelijke country of western, wél invloeden uit de Italiaanse cinema – en werkte samen met Orton aan melodieën die zowel de personages als het voorbijtrekkende landschap van een juiste betekenis voorzagen. De chemie was er meteen, zei Payne later in een interview over hem en Orton, en hij was vooral gelukkig met de mix die in Ortons werk besloten lag: enerzijds verdrietig, maar door timing en instrumentatie vol komische elementen, precies zoals hij zijn film voor ogen had gehad.

De soundtrack van Nebraska: geen spoor van gemakzucht, slechts de wens om muziek de rol te geven die het verdient.

  1. [1] Bron.
  2. [2] Bron.
  3. [3] Bron.
  4. [4] Bron.

Tags: , , , , , , , , , , , , , , ,

nummer van 11/09/2014 door

‘Stranger On The Town’ van The Damned

Een totaalliedje van een totaalband

The Damned – Stranger On The Town

Lange tijd was The Damned voor mij synoniem aan ‘New Rose’ en ‘Neat, Neat, Neat’. Twee punkklassiekers die iedereen eens zou moeten luisteren, want zulke spannende rock kom je maar zelden tegen. Daarna leerde ik gelukkig ook hun derde plaat kennen, Machine Gun Etiquette (1979), met prachtige nummers als ‘Antipope’. De plaat was al een flinke stap verwijderd van de (legendarische) punk van ‘New Rose’, maar hun nog latere werk is muzikaal wéér een paar stappen verder. Nog steeds spannende rockmuziek, maar de leden hadden zich volgezogen met allerlei muzikale invloeden en dat hoorde je.

Het publiek zal zijn wenkbrauwen gefronst hebben toen The Damned ineens een donkere poppy band was geworden met invloeden van punk tot soul. Ik hoop dat niet al te veel fans de oogkleppen op hebben gehouden. Dat zou zonde zijn. Zelf denk ik dat de band een volstrekt logische ontwikkeling maakte: hoe punk is het om elke keer weer precies te doen waar je zin in hebt en jezelf steeds opnieuw uitdagen de zaken (de muziek in dit geval) weer eens van een nieuwe kant bekijken? Heel punk.

U2

Ik moest gisteren aan The Damned denken toen ineens in mijn iTunes de nieuwe plaat van U2 stond. God, wat moet die nu daar, dacht ik. Het bleek een gekke guerrillamarketingtruc van Bono en zijn boys. Zal mij benieuwen of hij hier niet meer vijanden mee maakt dan nieuwe fans.

Dat is dus Bono.

Dat is dus Bono.

Anyway, op internet las ik dat de band zich had laten beïnvloeden door The Clash en de Ramones (en Bob Dylan). Hier gaan mijn oogkleppen weer op trouwens, want ik hoef de plaat niet te horen om hem waardeloos te vinden. Ik vind namelijk geen één liedje van U2 tof. Ook las ik dat het artiestenicoontje in mijn telefoon – het zingende mannetje als je in Muziek op Artiest klikt – het silhouet van Bono is. Ongevraagd zat ik dus al met U2-liedjes opgescheept, tegelijkertijd kwam ik erachter dat Bono al jaren met zijn silhouet in mijn telefoon stond. Het was een rare dag gisteren, maar dat terzijde.

En toen moest ik denken aan The Damned, tijdgenoten van The Clash en de Ramones (en van Dylan, want wie is er geen tijdgenoot van Dylan?) door wie U2 zich had laten beïnvloeden. Allemaal gave muziek en eigenlijk ook allemaal artiesten die niet bang waren om iets anders te doen. Ja, ook de Ramones, van korte simpele stampers tot prachtige melodieuze popsongs later in hun carrière. Maar geen band maakte naar mijn gevoel zo’n ommezwaai als The Damned.

damned-2Totaalsong

Vergelijk ‘Stranger On The Town’ maar eens met ‘New Rose’. ‘Stranger …’ heeft iets van een geflipte soulstamper, maar is eigenlijk een ‘totaalsong’ van de bovenste plank. Werkelijk alles komt aan bod.

Luister maar eens naar de bas en drums in het begin en het refrein. Lijkt mij duidelijk dat ze de ideeën hiervoor gejat hebben van de Stax-singeltjes in de platenkasten van de bandleden. Na twee keer het couplet en refrein komt er een typisch popmuziekbrug, waarna het nummer weer ineens verandert in hardrock. Knotsgek. Daaropvolgend lijkt de apotheose te komen in een refrein dat uit alle macht wordt gespeeld, maar een orgeltje maakt al snel korte metten met dat refrein en het nummer gaat weer vrolijk verder. We zitten dan nog maar iets over de helft van de dik vijf minuten die het nummer duurt. De band haalt daarna nog alles uit de kast om het liedje interessant te houden: andere toonsoort, nieuwe coupletjes, nog een brug. Geen seconde verveelt het.

Misschien begreep je niks van het bovenstaande. Maakt niet uit, je kunt eigenlijk ook veel beter naar muziek luisteren dan er over lezen. Ik kreeg er in ieder geval goede zin van en die had ik nodig nadat ik uiteindelijk chagrijnig die U2-liedjes had verwijderd. Nu nog vrede vinden met dat Bono-icoontje in mijn telefoon.

-->